mei 282017
 

Vooral het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid was een Europese steen des aanstoots voor de Britten: te duur, te beperkend, de verkeerde mensen profiteerden ervan, en het milieu werd niet beschermd. Dus weg ermee.

Maar dat wordt niet gemakkelijk, omdat er veel verschillende belangen meespelen. Sommige streken (Noord Ierland) of sectoren (graan) waren meer afhankelijk van de ‘CAP’  ( Common Agricultural Policy ) dan andere, en stellen dus verschillende eisen. De voedselindustrie en milieu- en gezondheidsorganisaties hebben allemaal verschillende klachten over het Europese beleid, en verschillende meningen over hoe een nieuw landbouwbeleid er uit moet gaan zien.

Het House of Lords heeft een studie naar de gevolgen van de Brexit voor de landbouw uitgebracht (report on Brexit and agriculture), en daaruit blijkt t het moeilijk zal worden een politiek evenwicht te vinden op drie gebieden: 1. Wat wordt het doel van het beleid? 2 Moet de landbouw het ‘hoofdpunt worden van de hele Brexit? 3 Komen er gemeenschappelijke regels in het hele Verenigd Koninkrijk,  is het punt belangrijk genoeg om aan de (on)afhankelijkheid van de verschillende delen te tornen?

Boeren, consumenten, of het milieu?

Volgens het House of Lords wordt het “heel moeilijk  zowel te voldoen aan de wens van de regering dat het VK ‘wereldleider’ wordt op het gebied van vrijhandel als aan de wens om hoge normen te handhaven op het gebied van agri-food producten.” Meer dan 2/3 van het land bestaat uit boerenland, en het land produceert 61% van haar eigen voedsel. Het VK zou meer kunnen gaan invoeren uit Noord- en Zuid Amerika, waar de milieu- en voedselveiligheidsnormen lager zijn. Dat zou de prijzen in de supermarkten verlagen, maar het betekent wel meer concurrentie voor de agrarische sector. Boeren gaan dan waarschijnlijk vragen om lagere milieu- en voedselveiligheidseisen.

Landbouw en de Brexit

Ineens de banden met Europa doorknippen zal niet gaan. Ongeveer 80% van de export uit het VK gaat nu naar de EU, en de sector leunt zwaar op Europese arbeidskrachten, van veeartsen tot fruitplukkers en slachthuismedewerkers. Waarschijnlijk zal de voedselexport dus sterk teruglopen. Ook al omdat dan teruggevallen wordt op het regime van de WTO, met zijn  hoge voedsel tarieven  en “non tariff barriers” zoals regels op het gebied van etikettering en vermelding van herkomstlanden. In de studie van het House of Lords wordt de terugval in export geschat op 70–90%, dus het is van belang dat er een goede deal komt met de EU. Begrijpelijk dus dat de National Farmers’ Union graag “business as usual” wil w.b. toegang tot de EU.

Westminster of de verschillende rijksdelen?

Er dreigt ook een grondwetscrisis: wie wordt verantwoordelijk voor het landbouwbeleid in het VK? Nu is de verantwoordelijkheid gedelegeerd naar de rijksdelen: Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland voeren alle vier het GLB uit op eigen manier, afhankelijk van het type landbouw . Beleid dat goed werkt voor de schapenboeren in Schotland is nl. niet zo zinnig voor de akkerbouwers in Engeland. Maar het is ook een kwestie van verschillende politieke prioriteiten, zoals hoeveel geld er moet gaan naar het milieu.

De meesten zijn het erover eens dat het wel een gemeenschappelijk ‘framework’ nodig zal zijn, bijvoorbeeld op het gebied van chemische middelen of dierenwelzijn. Maar de regering in Westminster wil een veel centralere rol spelen dan Wales en Schotland bevalt. Zij willen zo min mogelijk opgelegd krijgen.

Er moet nog heel veel op zijn plaats vallen voor de Britten iets beters krijgen dan het huidige GLB. Voor een oplossing is overeenstemming nodig tussen consumenten, boeren, en de milieubeweging, plus een heroverweging van de onderlinge relaties in het VK. Dat is een geweldige uitdaging. En het is niet duidelijk of de regering in Westminster en de ambtenaren  – die nu al onder grote druk staan vanwege de Brexit – tegen deze taak opgewassen zijn.

Met dank aan Lena en ‘the Conversation’, Engelse webkrant.

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.