Vrijhandel: vloek of een zegen?

Onder deze titel publiceerde Trouw een artikel door Lidwien Dobber waarin vooral Keimpe van der Heide van de NAV (Nederlandse Akkerbouw Vakbond) o.a. een kijkje achter de schermen van de aardappelprijzen kon geven.

 

Voor de volledige versie zie de link hierboven. Enkele fragmenten:

In de TTIP-discussie botsen de voor- en tegenstanders van vrijhandel. Cijfers zijn instrumenten in een ideologische discussie. Een burger die wil weten wat hem met TTIP boven het hoofd hangt, wordt er niet veel wijzer van. Wat TTIP brengt aan banen en geld is op voorhand lastig te zeggen. Maar voor een denkoefening – aan welke waarden hecht ik, hoe zie ik de wereld – biedt de TTIP-discussie stof te over.

 

‘Akkoord maakt wat scheef is, nog schever’


Aardappelboeren zijn druk in deze tijd van het jaar. April is pootmaand, de aardappelen moeten de grond in. Of hun inspanningen iets opleveren, weten ze over een paar maanden als de oogst binnen is. Is die overdadig, zoals de telers van frietaardappelen vorig jaar overkwam, dan wordt het een schraal jaar. Een kilo leverde ze niet meer dan een paar cent op en daar kan geen boer van leven.

Zo gaat dat in een vrije markt, stelt Keimpe van der Heide vast.

 

Natuurverschijnsel


Anders dan grote broer LTO Nederland die de komst van TTIP vol vertrouwen tegemoet ziet, vindt de NAV-achterban van 700 à 800 akkerbouwers voedsel veel te belangrijk om aan de vrije markt over te laten. “Mensen doen het voorkomen alsof die trend van liberaliseren en globaliseren een soort natuurverschijnsel is waaraan niet valt te ontkomen. Maar het is een politieke keuze. En die kan morgen weer anders gemaakt worden. Er is niets dat daar op wijst, dat zie ik ook wel, maar het ís een keuze.”

Op een vrije wereldmarkt, ontdaan van tarieven en handelsbarrières, boet de consument in aan voedselveiligheid en voedselzekerheid. En er is geen boer die onder die omstandigheden een fatsoenlijk inkomen kan verdienen, zegt Van der Heide. Er lopen miljoenen boeren rond op deze aarde. Allemaal eenpitters, die planten, poten en oogsten in de hoop iets moois en vooral zo veel mogelijk van dat moois te produceren. Het gevolg: overproductie en lage prijzen.

“Op de vrije markt geldt: als je vindt dat je product te goedkoop is, dan is er te veel van. Dan moet je minder aanbieden. Zo simpel is het. Aan de vraag kun je tenslotte niet zo gek veel doen. Maar probeer maar eens met miljoenen mensen over de hele wereld afspraken te maken over het aanbod. Dat lukt nooit.”

 

Frietaardappelen


En zelfs al zou het lukken, dan mag het niet. Ook nu niet, in een wereld zonder TTIP, zegt Van der Heide. Kijk naar de markt voor frietaardappelen. “De productie in Nederland, Frankrijk, België, Duitsland en Engeland bepaalt de prijs. In die vijf landen concentreert zich de frietindustrie. Rond de 22 miljoen ton ligt het kantelpunt; zit de productie daaronder, dan haal je de kostprijs. Dat kan in Nederland 17 cent per kilo zijn en in Frankrijk 15 cent. Ligt een beetje uiteen, maar niet veel. Wordt er meer geproduceerd, dan schiet je erbij in.” Vorig jaar is er 550.000 hectare uitgepoot en is er in Noord-West Europa ruim 28 miljoen ton frietaardappelen geproduceerd. Dus is de prijs nu 3 tot 5 cent per kilo.”

“Als brancheorganisatie mogen we niet tegen onze leden zeggen dat het verstandig is, gezien de resultaten van 2014, om nu 10 procent minder uit te poten. Dat is een concurrentie-beïnvloedende uitspraak. Waakhond ACM houdt dat in de gaten. Laat staan dat we gezamenlijk, als organisaties in die vijf landen, onze leden mogen adviseren. Volgens de mededingingsregels mag een producentenorganisatie 5 tot 10 procent van de markt organiseren door onderlinge afspraken over het aanbod. Met 10 procent heb je geen invloed op de markt, dan moet je 30 tot 40 procent hebben.”

“Aardappelen worden nu volop gepoot, we schatten dat de krimp 2 tot 4 procent is. Veel te weinig. Met een normale opbrengst betekent dat dit jaar weer een slechte prijs.”

Oma’s Smulfriet

En dat is goed nieuws voor aardappelverwerkers als McCain en Aviko, de makers van Golden Longs en Oma’s Smulfriet. “Als het aanbod goed is, weten zij zeker dat ze genoeg aardappelen kunnen krijgen. In de winkel gaan ze voor een zo laag mogelijke verkoopprijs. Om hun eigen marge te handhaven, concurreren ze elkaar op het boerenerf kapot en bedingen ze een zo laag mogelijke inkoopprijs. Kom je bij dat kantelpunt van 22 miljoen ton, dan moeten ze bij de boer concurreren om volume. Dan gaat de prijs omhoog. Die situatie zouden wij moeten kunnen creëren.” Dat kan niet volgens de huidige regels, het kan straks niet onder TTIP. Wat doet dat akkoord er dan toe?

Zo’n vrijhandelsakkoord, zegt Van der Heide, maakt wat scheef zit alleen nog maar schever. Boeren zijn geen wereldspelers, consumenten net zo min. Het zijn de voedselverwerkende multinationals met hun wereldwijde netwerken die klaarstaan om er hun voordeel mee te doen, hun verdeel-en-heers-spel over nog meer boeren uit te breiden.

 

Eiwitteelt (voor mensen en voor veevoer)

……  In het Blair House-akkoord heeft Europa dat recht om die teelt te beschermen geruild tegen een makkelijkere toegang voor banken en verzekeraars tot Noord- en Zuid-Amerika.” ……..
“Toen ik in 1984 boer werd, teelde ik ook erwten. Maar toen die bescherming wegviel heb ik die teelt van het ene op het andere jaar afgebroken. Met tarwe kon ik meer verdienen. Ook mijn collega’s maakten zo’n sommetje en zo verdween die teelt bijna per ommegaande uit Europa.” Nu is Europa voor 75 à 80 procent van zijn behoefte afhankelijk van import van buiten Europa. Dat is niet wenselijk, als je kijkt naar duurzaamheid en voedselzekerheid. Je bent het meest zeker van het voedsel dat bij jou in de buurt wordt geproduceerd. In Nederland wordt de grond bijna optimaal gebruikt, maar in Oost-Europa – Hongarije, Roemenië – liggen wel honderdduizenden hectares die uitstekend geschikt zijn om soja te telen.”

“Die kun je ook niet op je fiets halen, dat klopt. Maar je hebt ze wel binnen je eigen economische blok. Een teelt die je wegdoet, heb je niet zo maar terug. De rasontwikkeling is niet doorgegaan, de teelttechniek niet. Wereldwijd is 80 procent van de soja genetisch gemanipuleerd. Dat willen we hier niet. TTIP bepaalt dat wij elkaars standaarden erkennen. Wat goed is in de VS is ook goed in Europa. Daar draait het maatschappelijke verzet om: Europa moet beslissingen kunnen nemen die wij willen nemen, onafhankelijk van de Amerikanen. Als je kijkt naar voedsel moet je niet globaliseren, maar regionaliseren.”

 

Met dank aan Trouw, en aan Keimpe vd Heide natuurlijk (die ook lid is van Platform Aarde Boer Consument)

 

 

 

 

Share This