jul 132015
 

Hieronder een interview met Pablo Tittonell dat onlangs in de NRC stond. Hij was hoogleraar Farming Systems Ecology op de Wageningen Universiteit en vertelt waarom hij nu naar zijn vaderland Argentinië teruggaat.  Ook suggereert hij dat heel Nederland agro-ecologisch zou moeten gaan boeren, want ‘wij hebben innovatieve boeren, goede grond, wij kunnen goed polderen’. Dat is een uitgelezen infrastructuur om eerst zelf om te turnen en daarna agro-ecologische kennis te gaan exporteren.

Een uitstekend idee! 

Hier het volledige artikel:

Lang leve de biologische landbouw

Interview Pablo Tittonell Vertrekkende landbouwhoogleraar houdt warm pleidooi voor soortenrijke akkers.

Door Marianne Heselmans

Wageningen. Eindeloze akkers met alleen soja, mais of aardappelen, op vaste dagen behandeld met kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Deze normale, soortenarme landbouwlandschappen doen ineens ouderwets aan, als je op veldbezoek bent met de innemende Argentijn Pablo Tittonell. Hij is tot 1 juli hoogleraar Farming Systems Ecology op de Wageningen Universiteit.

„Kijk, deze bonen zitten onder de luis”, zegt hij op een proefveld, tien minuten lopen van zijn kantoor. De bonen groeien samen met tarwe in één rij. Daarnaast een rij met verschillende aardappelrassen, en aan de andere kant een rij met gemengd gras en klaver. Rond het veld groeien struiken en kruiden.

Inderdaad, een klein groepje van vijf, naast elkaar gelegen bonenstengels zit vol zwarte puntjes. Gelukkig cirkelen er wat kevers, vliegen en een wespje omheen. Tittonell: „Die luizen zijn daar juist goed, ze voeden de soorten die hen onderdrukken!”

Drie jaar geleden werd Pablo Tittonell op de Wageningen Universiteit aangenomen met de opdracht de biologische landbouw te ondersteunen, per 1 juli gaat hij weg, onder andere om de Argentijnse regering te helpen de daar omstreden sojateelt te hervormen. Tittonell doceerde ‘agro-ecologie’. Bij agro-ecologie ontwerp je ‘pest-onderdrukkende landschappen’. Afwisseling van gewassen en rassen, bodem- en waterbeheer, beheer van omliggende struiken en bomen, de dieren die er leven: allemaal opdat plagen en ziektes geen kans krijgen en dat de bodem vruchtbaar blijft. In een goed ontworpen agro-ecologisch landschap zijn bestrijdingsmiddelen, kunstmest en GMplanten niet nodig.

Deze voor Wageningen UR nogal radicale visie wist Tittonell afgelopen drie jaar met veel verve naar buiten te brengen. Hij was spreker op de drukbezochte conferentie VoedselAnders in Wageningen, en alleen al afgelopen maand op drie conferenties over wereldvoedselvoorziening in Parijs, Amsterdam en Zwitserland. „Ik word zo moe van de stelling van collega’s dat je met biologische landbouw de wereld niet kunt voeden”, zegt hij. „Waar is het wetenschappelijk bewijs? Kom met cijfers, zeg ik dan.”

Op zijn kantoor klapt hij de laptop open om zelf cijfers te geven. Zoals dat de helft van de wereldvoedselproductie nog steeds van kleine boeren komt die vaak zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen werken. En dat biologische akkers, volgens een paar recente artikelen, gemiddeld twintig tot zeven procent minder opbrengen dan gangbare akkers. Tittonell: „Máár twintig procent, zeg ik dan. Dat is dus eigenlijk fantastisch als je de enorme kloof in onderzoeksgeld meerekent. Nederland besteedt nu vijf miljoen euro per jaar aan biologisch landbouwonderzoek. Alleen al Monsanto besteedt jaarlijks meer dan 900 miljoen dollar aan onderzoek naar nieuwe gmo’s en bestrijdingsmiddelen.”

Lopend door het proefveld zien we om de paar meter een fel witte tegel. Ze blijken nodig om de beelden te interpreteren van Occi, de splinternieuwe drone van Wageningen UR. Die vliegt hier om de twee weken overheen. „Dat is echt geweldig”, zegt de hoogleraar enthousiast. „Met het oog zie je ook wel dat dit groepje aardappelen wat geler of kleiner is. Nu overzien we een heel veld waar de bodem droog of stikstofarm is, of waar planten zijn aangetast door schimmel. Dan kunnen we gericht bemesten, of een bepaald ras neerzetten.’

Zijn drones niet te duur voor agro-ecologische boeren?

„Drones zijn nog maar een paar duizend euro. Ik zie in drones, robotica en ICT veel mogelijkheden voor toeleverende bedrijven om in die agro-ecologie te stappen. In Nederland zijn het nu de biologische boeren die satellietbeelden het meest gebruiken. Hun tractor rijdt computergestuurd kaarsrecht over vaste paden om bodemleven in de zaaibedden te sparen.”

De in Wageningen ontwikkelde schimmelresistente gentech aardappel past niet in uw landschap?

„GMO’s zijn geen oplossing voor de lange termijn. Dankzij de schimmel fytoftora zijn boeren nu gedwongen om aardappelen af te wisselen met andere gewassen. Maar als boeren dan een helemaal resistente variëteit kunnen kopen, zullen ze vaker op hetzelfde areaal aardappelen gaan verbouwen. Na de introductie van de gensoja die tegen het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat kan is dat in Noord- en Zuid-Amerika ook gebeurd. Daar staat nu vaker dezelfde soja op hetzelfde stuk land en moet er steeds meer glyfosaat worden gespoten. Daartegen zijn nu al 27 onkruidsoorten resistent. Zo blijven boeren afhankelijk van externe inputs.”

In een van de rijen staan vier aardappelrassen door elkaar. Ter controle staat in een andere rij één schimmelresistent ras. De gemengde rij brengt bijna twee keer zo veel op, laat Tittonell zien met een grafiekje. „We zien zelfs dat daarin de schimmelresistente variëteit het niet eens zo goed doet.” Een biologisch bedrijf in Zeewolde wil nu dit gemengde rijensysteem, met ook gras, klaver en andere soorten, gaan opschalen, eerst naar 5 hectare, dan naar 1000 hectare.

U stelt voor om van Nederland een ‘agro-ecologische proeftuin’ te maken. Waarom juist Nederland?

„Als het hier niet lukt, lukt het nergens. Jullie zijn gewend te polderen, hebben goede bodems, en zeer innovatieve boeren en kennisinstellingen. De eerste jaren zal de productie omlaag gaan, want iedereen moet zich aanpassen. Bijvoorbeeld McDonald’s moet dan meer frietrassen accepteren. Maar uiteindelijk zou je enorm veel kennis kunnen exporteren.”

Op 1 juli vertrekt Tittonell naar het Argentijnse Nationale Landbouwkundig onderzoeksinstituut (INTA) in Bariloche om een landbouw- en biodiversiteitsprogramma te leiden waaraan 1500 wetenschappers meedoen. Als onderzoeksdirecteur wordt hij adviseur van een regering die kampt met felle demonstraties tegen het excessief gebruik van bestrijdingsmiddelen in de sojateelt. Argentinië is de derde grootste sojaproducent ter wereld; vrijwel alle soja is er genetisch gemodificeerd.

U gaat nu agro-ecologische landschappen met soja en mais in Argentinië opzetten?

„Dat onderzoek doen we voor de lange termijn. Intussen bekijken we wat we kunnen doen om het bestrijdingsmiddelengebruik terug te dringen. Het zal wennen zijn, om met politici te werken. Ik zal ook de vele jonge mensen in Wageningen missen.”

Na zijn studie Landbouwkunde in Buenos Aires werkte Pablo Tittonell (44) zes jaar bij bedrijven, waaronder bij soja- en graanhandelaar Cargill. Dat was in de jaren negentig, toen de eerste gentech-mais en -soja op de Argentijnse markt kwamen. ‘Ik had zeker niet iets van wow’, zegt hij over die tijd. ‘Je moest maar afwachten wat de kleine boeren eraan zouden hebben.’

Daarna studeerde hij verder, onder andere in Wageningen waar hij zijn vrouw ontmoette. Hij werkte bij een bodemkundig instituut in Nairobi. En tot 2012 onderzocht hij bij het onderzoeksinstituut CIRAD in Montpellier (Frankrijk) de kleinschalige landbouw in Afrika, Brazilië en Vietnam. In januari hebben NGO’s en biologische boeren er bij het bestuur van Wageningen UR op aangedrongen dat zijn leerstoel Farming Systems Ecology wordt voortgezet. Een commissie gaat zich hier nu over buigen.

Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van maandag 29 juni op pagina 23

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.

Share This