sprinkhanenplaag gerelateerd aan klimaatverandering (meer cyclonen).

De plaag van woestijnensprinkhanen is in Kenia de ergste in 70 jaar. In Somalië en Ethiopië was de laatste invasie op deze schaal 25 jaar geleden. De zwermen sprinkhanen lijken inmiddels ook op weg naar Oeganda en Zuid-Soedan, waar door oorlog al veel voedselschaarste heerst. De plaag wordt direct of indirect in verband gebracht met klimaatverandering.

Vast staat dat Oost-Afrika veel meer dan vroeger lijdt onder cyclonen. Voorheen was er één of twee keer per jaar een cycloon. Vorig jaar waren dat er maar liefst acht. Sommige onderzoekers denken dat deze trend zich zal voortzetten. De opwarming van oceanen vergroot de kans op cyclonen. Dat fenomeen doet zich het laatste jaar ook voor in het westelijk deel van de Indische Oceaan. Regenseizoenen duren nu niet alleen veel langer dan vroeger, maar zijn ook heviger. En dat terwijl de regio de laatste twintig jaar juist steeds meer wordt getroffen door aanhoudende perioden van droogte.

De woestijnsprinkhanen leggen hun eitjes in vochtige grond om te voorkomen dat ze uitdrogen. Als er veel regen valt in hun anders droge omgeving beginnen de diertjes zich razendsnel voort te planten. Als de eitjes uitkomen, na vier tot zes weken, hebben ze dankzij de regen overvloedig te eten. Zodra er teveel woestijnsprinkhanen op een plaats zijn en de omliggende gewassen zijn kaalgevreten, gaan ze gezamenlijk op zoek naar meer voedsel elders. Aangekomen op zo’n plaats zetten ze hun snelle voortplantingsgedrag voort.

Een zwerm sprinkhanen kan in één dag een hoeveelheid landbouwgewassen opvreten waarmee zo’n 2500 mensen te voeden zijn. De insecten eten bijna alles, maar hebben een voorliefde voor gierst, rijst, gras, suikerriet en mais. Zij vormen kortom een enorme bedreiging voor de voedselsituatie in de regio. Veel vee van de herders sterft bovendien door gebrek aan gras – wat vervolgens weer zorgt voor armoede onder de veenomaden. Boeren en herders waren juist verrukt over de vele regen, die dit jaar grote oogsten voorspelden, en meer dan genoeg gras en water voor het vee van de nomaden beloofden.

De FAO schat dat alleen al Kenia, Ethiopië en Somalië zo’n 70 miljoen euro nodig hebben om de plaag aan te pakken. Hoeveel geld straks nodig is voor voedselhulp is nog niet berekend. Een einde van de plaag is niet op korte termijn in zicht. Het zal eerst een paar maanden droog moeten blijven, zodat er minder voeding is voor de woestijnsprinkhanen en ze terugkeren naar hun normale levenswijze. De verwachting is dat de plaag pas in juni onder controle te krijgen is. (Bron: IPS, 17/2/2020)

Met dank aan het Afrika-Europa netwerk.

 

Share This