apr 162013
 
logo abc

Ethiopië is een donor darling van het Westen maar ook een land dat de deuren wagenwijd heeft geopend voor buitenlandse investeerders (via langdurige leasecontracten) in zogenaamd marginaal of ongebruikt land. Daarnaast investeert de Ethiopische overheid zelf in o.a. grootschalige suikerrietplantages en suikerfabrieken. Ook zijn binnenlandse investeerders betrokken bij het op lange termijn leasen van grote stukken land.

Guus Geurts, lid van platform ABC die in de winter van 2012-2013 zelf in Ethiopë was, beschrijft de algemene situatie in Ethiopië maar ook de specifiekesituatie in de Omo vallei en van het Afar-volk. Hier volgt een korte versie, voor het volledige artikel ( 6 pag., met alle benodigde referenties) zie ‘Landgrabbing in Ethiopië, Guus Geurts.’

W.b. de investeringen is de verdeling van het areaal: ongeveer 50% buitenlandse – en 50% binnenlandse investeringen. Deze investeringen leiden tot vele schendingen van mensenrechten onder de lokale bevolking, in het bijzonder onder inheemse volkeren als de Anuak in de provincie Gambella, de Afar die leven langs de Awash-rivier in Centraal en Oost- Ethiopië en zo’n acht inheemse volkeren in de Zuidelijke Omo-vallei in Zuidoost Ethiopië. Deze volkeren voorzien vooral in hun levensonderhoud als herders gecombineerd met kleinschalige landbouw en visserij. Ze worden ook wel (agro)pastoralists genoemd. De Ethiopische overheid voert – deels in het geheim – een actief programma om deze dunbevolkte gebieden tot ‘ontwikkeling’ te brengen. Hierbij dwingt men de lokale bevolking  met geweld en intimidatie ertoe hun land en hun traditionele nomadische levensonderhoud te verlaten en zich te vestigen in dorpen. Mensen die zich verzetten en weigeren te vertrekken worden vermoord. Zo werden er vorig jaar vier Suri-dorpen uitgemoord door het Ethiopische leger, waarbij zo’n 200 tot 300 doden vielen.
Het doel van deze evacuaties is om het land vrij te maken voor grootschalige geïrrigeerde landbouw dan wel goudwinning of oliewinning. De Ethiopische overheid voert daarmee een beleid dat strijdig is met haar eigen grondwet en internationale mensenrechtenverdragen. Helaas ontbreekt het (nog) aan enige betekenisvolle oppositie om deze problematiek te stoppen. De Ethiopische regering is openlijk op zoek naar buitenlandse investeerders en verkondigt vooral de positieve gevolgen van het ontwikkeling brengen van nieuwe gronden. Maar in tegenstelling tot wat de Ethiopische overheid de internationale pers en NGO’s vertelt:

–       Is er geen ‘unused’ of marginaal land in Ethiopië.

–       Vindt er geen of een zeer gebrekkige consultatie met de bevolking plaats, dit is (volgens een Afar-man) ook niet nodig door een Ethiopische wetswijziging in 2008. Wel is dit in strijd met internationale verdragen.

–       In plaats van toestemming te vragen verschijnen de bulldozers vaak onverwachts om het land bouwrijp te maken. Hierbij worden natuurgebieden, bomen, landbouwgrond (soms met oogstrijpe gewassen) en volle voorraadschuren vernietigd. Vee en bijenkorven werden gestolen.

–       Worden er vooraf geen onafhankelijke milieu – en sociale effectrapportages uitgevoerd, of zijn die beperkt en zijn de uitkomsten politiek gekleurd. Zie bijvoorbeeld: Gibe III report

–       Vindt er gedwongen verplaatsing naar dorpen plaats (villagization).  In totaal zullen in de Omo-vallei 200.000 mensen de negatieve effecten ondervinden.

Voor een beschrijving van de algemene (politieke) situatie rond de landgrab in Ethiopië en de situatie in de Omo-vallei, verwijs ik graag naar rapporten van Oakland Institute en Human Right Watch, zie voor links het volledige artikel.

 In dit artikel zal ik meer specifiek ingaan op de problemen voor de volkeren in de Omo-vallei (dat ik in december 2012 bezocht en waar ik een man van één van de getroffen volkeren sprak) en voor de Afar-bevolking, gebaseerd op gesprekken met leden van deze groepen en experts, die bijna allen slechts anoniem  met mij wilden spreken. Op dit moment is er een zeer repressieve situatie in Ethiopië, die ook negatief uitpakt voor buitenlandse journalisten en Ngo’s. Twee Zweedse journalisten die het oostelijk gelegen Ogaden-gebied illegaal bezochten werden opgepakt en tot elf jaar gevangenisstraf veroordeeld.  Na 400 dagen werden ze vrijgelaten.Nieuwe wetgeving maakt het daarbij buitenlandse Ngo’s moeilijk om binnenlandse Ngo’s (financieel) te ondersteunen of onafhankelijk werkzaam te zijn in het land.

Landgrab rond de Awash-river

 Rond Aisaita zijn nu al grote suikerrietplantages aangelegd en is er een suikerrietfabriek gebouwd door een Indiase investeerder. Verder wil Ethiopië met geïrrigeerde teelt van katoen een grote exporteur op de wereldmarkt worden. Rond Aisaita is drie miljoen hectare beschikbaar voor investeerders, waarvan 1 miljoen voor katoenteelt. De regering maakt ook ruim reclame op tv om zo potentiële investeerders aan te trekken.

Het betekent dat dit nomadenvolk geen toegang meer heeft met hun vee tot de rivier, en dat deze manier van levensonderhoud dus gedoemd is te verdwijnen. ‘Eerst zal het vee sterven en daarna de mensen.’ Door een nationale wetswijziging hoeft men sinds 2008 de lokale bevolking niet meer te raadplegen. Mensen die protesteren worden gearresteerd; er zitten nu minimaal 200 mensen in de gevangenis in verband met deze problematiek. Ook is de militaire aanwezigheid flink opgevoerd mede om de belangrijke weg(enbouw) op de lijn Addis – Djibouti te bewaken. Bij eerdere gevechten tussen militairen en de lokale bevolking zijn 20 tot 30 mensen gedood. De banen in de suikerindustrie worden overigens ingenomen door Indiase werknemers, dus alternatief werk is er voorlopig ook niet. Ook levert de omgang van de Indiërs met de lokale bevolking veel problemen op.

Schendingen van mensenrechten in de Zuidelijke Omo-vallei

De zuidelijke Omo-vallei is een toeristische trekpleister. Het gebied ligt in het uiterste zuidwesten aan de grens met Kenia en Zuid-Soedan. Zowel aan de oost- als westoever van de rivier wonen verschillende inheemse volkeren die sterk aan hun traditionele manier van levensonderhoud en cultuur vasthouden. Dit komt mede omdat het gebied jarenlang zeer slecht bereikbaar was. Maar de afgelopen jaren zijn veel toegangswegen geasfalteerd of verhard. Het nadeel van deze verbeterde wegen is dat ze het gebied niet alleen ontsluiten voor onafhankelijke toeristen, maar ook voor toekomstige grootschalige landbouw, mijnbouw en oliewinning. Het is dus maar de vraag hoe lang deze volkeren hun traditionele levensonderhoud nog kunnen uitoefenen. Enkele volkeren worden nu al ernstig in hun voortbestaan bedreigd, waarbij de Ethiopische overheid en het leger een negatieve hoofdrol speelt.

Om meer te weten te komen over de problematiek sprak ik een vertegenwoordiger van één van de volkeren. Het gesprek vond uit veiligheidsoverwegingen op mijn hotelkamer plaats. Hij zei dat de overheid in het gehele gebied spionnen had gestationeerd. Dus iedere gids of schoenenpoetser zou een informant kunnen zijn. Wat hij me vertelde en voor me uittekende was schokkend: grote delen van de leefgebieden van zes inheemse volkeren zouden worden beplant met suikerriet, ook zouden er zes fabrieken worden aangelegd waarvan er één in aanbouw is bij Hana Mursi, niet ver van het Bodi-dorp dat we bezochten. Om de akkers te bevloeien worden er irrigatiekanalen en dammen in de Omo-rivier – zoals de zeer controversiële Gibe III-dam – aangelegd. Zelfs een deel het Mago National Park en een groot deel van het Omo National Park aan de westzijde van de rivier, zullen volgens plan worden ontgonnen voor deze plantages. Ook buiten de genoemde nationale parken zal er volgens Douglas veel primair natuurgebied worden vernietigd.

Regeringsbeleid

Men heeft in Addis Ababa besloten dat deze volkeren hun ‘achterlijke nomadische levensstijl’ moeten opgeven en mee moeten in de vaart der volkeren. Dus worden ze gedwongen om in grote dorpen te gaan wonen (het zogenaamde villagization-programma), hun vee te verkopen en eventueel als arbeider op de plantages of in de fabrieken aan de slag te gaan. Er zullen scholen worden gebouwd en men krijgt hier zo nodig voedselhulp. Maar als de productie van suiker op dezelfde manier in zijn werk gaat als in het Afar-gebied zal dit betekenen dat er vooral Indiërs zullen komen werken in dit gebied, en er weinig nieuwe werkgelegenheid voor de ex-nomaden zal ontstaan.

Vanaf eind 2012 werden de Bodi-dorpen aan de oostoever al ontruimd, daarna zijn vanaf begin dit jaar de Mursi aan de beurt. Later zullen aan de oostkant de Daasanach, Kwegu (Muguji) en waarschijnlijk de Karo hun huidige grondgebied (deels) verliezen. Aan de westoever wacht de Suri en Nyangatom hetzelfde lot. Hoewel volgens het VN-verdrag voor inheemse volkeren deze volkeren alleen van hun grond mogen worden verplaatst als zij hier toestemming voor geven, is er geen sprake van inspraak. Tijdens bijeenkomsten worden ze slechts geïnformeerd over de plannen. Zie hun uitgesproken trieste gezichten tijdens zo’n PR-bijeenkomst op facebook . Ook worden dorpelingen geïntimideerd via fysiek geweld door leger en politie en  worden de leiders zonder reden gearresteerd en voor tientallen jaren gevangen gezet . Hierbij wordt gebruik gemaakt van valse getuigenissen. De bulldozers verschijnen vervolgens compleet onverwacht. Zie het volledige artikel voor meer informatie over de genoemde problematiek.

Uit een artikel van the Ethiopian Sugar Corporation bleek dat de te produceren suiker niet alleen bestemd is om zelfvoorzienend in suiker te worden, wat men nu nog niet is. Ethiopië wil binnen drie jaar bij de top 10-suikerexporteurs behoren. Meer dan de helft van de geplande suikerproductie zal dan geëxporteerd worden. De overheid zal hiervoor o.a. gebruik maken van Indiase suikerbedrijven die het in beslag genomen land voor zeer lage bedragen langjarig kunnen leasen.  
Uit een Italiaanse videofilm blijkt dat er naast suikerriet- ook palmolieplantages zijn aangelegd, die  bestemd zijn voor de export van biobrandstof. Hierbij zijn o.a. het Italiaanse bedrijf OBM en FRI El Ethiopia betrokken.
Tenslotte is niet alleen het Omo-gebied en haar bevolking in gevaar, ook Lake Turkana in Kenia wordt ernstig bedreigd. Beide gebieden zijn World Heritage Sites. Het Turkana-meer zal als de irrigatieplannen doorgaan te maken krijgen met veel minder instroom van water uit de Omo-rivier. Het peil zou met meer dan 20 meter kunnen zakken en er wordt al gewaarschuwd voor Aralmeer-achtige toestanden. Van dit meer zijn nu 300.000 mensen afhankelijk voor hun bestaan. Het gaar hierbij vooral om inheemse nomadische volkeren als de Turkana, Samburu en Rendille. Zie het volledige artikel voo0r meer info.

Massamoorden onder de Suri-bevolking

Naast ontruimingen om exportgerichte landbouw mogelijk te maken, worden er ook dorpen ontruimd om goudwinning mogelijk te maken. De Suri (ook wel Surma genoemd) die aan de Westoever van de Omo wonen weigerden echter te vertrekken. Hierop heeft het Ethiopische leger in oktober 2012 de dorpen Cholowamale en Garsana uitgemoord. Hierbij kwamen in totaal 179 mannen, vrouwen en kinderen om. Zie:Facebook, foto’s Guus Geurts Douglas Burji zond me over  –  waarschijnlijk – dezelfde wreedheden begin januari een email, die ik breed verspreidde naar de internationale en nationale media. CNN plaatste dit bericht als een niet geverifieerd artikel. In de aanloop naar die massamoord in oktober vonden er vorig jaar al meerdere moordpartijen plaats. Zo werden er in mei 2012 57 tot 62 Suri vermoord, omdat zij of andere Suri niet weigerden te vertrekken om aanleg van suikerrietplantages aan te leggen.


Hoe nu verder?

Bij het lezen van de berichten over de massamoorden onder de Suri dacht ik aan My Lai in Vietnam. Tijdens die oorlog werd een dorp met onschuldige burgers uitgemoord door Amerikaanse soldaten. De moordpartij kostte tussen 347 en 504 mensen het leven en werd meer dan een jaar in de doofpot gestopt. Helaas blijven ook over Ethiopië tot op de dag van vandaag berichten in de internationale media uit. In Nairobi sprak ik in januari NRC- en Radio 1-correspondent Koert Lindijer hierover. Hij had navraag gedaan bij bevriende correspondenten in Addis Ababa. Zij wisten wel ongeveer van deze problemen, maar niemand had tot nu toe de berichten in het gebied kunnen verifiëren. In overleg met de hoofdredactie van NRC besloten ook zij nog niet te publiceren. Misschien komt hij later dit jaar met een verhaal, als hij het gebied bezocht heeft. Wel publiceerden organisaties als the Oakland Institute, Survival International en de Friends of Lake Turkana op hun websites over de problemen rond de aanleg van de plantages en de bouw van de Gibe III-dam. Maar dit heeft nog niet tot veel internationale aandacht en druk op Ethiopië geleid. Erg frustrerend was ook dat geen enkel Nederlands tijdschrift geïnteresseerd was in een artikel over deze misstanden.

Nog een teleurstelling was de reactie van een medewerker van een Belgische ambassade die ik een paar dagen na het interview met Douglas Burji, toevallig tegenkwam in de Omo-vallei. Hij zei dat westerse druk op de Ethiopische overheid waarschijnlijk weinig zou uithalen. In het verleden heeft men tegen kritische westerse donoren gezegd dat men hun geld niet nodig had als men te kritisch werd. Lindijer bevestigt dit en denkt dat deze mensenrechtenschendingen voor de overheid ‘minor issues’ zijn, op weg om exportdollars binnen te halen. Eerder klaagde Desselegn Rahmato al over de veel minder kritische houding van de EU en in het bijzonder Nederland tegenover landgrab. Nederland stond volgens hem lang positief bekend als een land dat opkwam voor mensenrechten, maar daar is de laatste jaren weinig van over. Maar erger is nog dat de huidige weinig kritische hulprelatie de schending van mensenrechten zelfs mede faciliteert. Ethiopië besteedt namelijk een deel van westers ontwikkelingsgeld voor hun sociale programma’s, zoals genoemde villagization-programma. Nederland hoort bij de top vijf van donoren aan Ethiopië, dus onze hulp werkt indirect mee aan deze gewelddadige ontruimingen. Extra wrang is het dan te lezen hoe enthousiast minister Ploumen over haar bezoek aan Ethiopië is, en over de zegeningen van handel die één miljard bezuinigingen op ontwikkelingshulp moet maskeren. Volkskrant: Ploumen: ‘ontwikkelingshulp zal verdwijnen‘.

 
Om positief te eindigen heeft XminY Solidariteitsfonds een projectaanvraag van Douglas Burji positief gehonoreerd. Hij zal de komende maanden in het geheim de misstanden in het gebied gaan vastleggen op film. Ik maak me grote zorgen over zijn veiligheid, maar hopelijk lukt het hem deze film tot een goed einde te brengen. Zijn hoop is dat als deze beelden het Westen bereiken er wel voldoende protest los komt vanuit de internationale gemeenschap om de plannen van de Ethiopische overheid en de buitenlandse investeerders, te stoppen. Daarnaast heeft de SP Tweede Kamerfractie op 21 maart kamervragen over deze kwestie gesteld aan minister Ploumen.

Guus Geurts

Beleidsgericht milieukundige, publicist en fotograaf, o.a. auteur van het boek ‘Wereldvoedsel – pleidooi voor een rechtvaardige en ecologische voedselvoorziening’, www.guusgeurts.nl
Namens XminY Soldariteitsfonds betrokken bij Platform Aarde Boer Consument

‘Een uitgebreid reisverslag over het bezoek aan Ethiopië is ook te lezen op guusgeurts.waarbenjij.nu
De bij het verslag over de Omo-valley behorende foto’s zijn te vinden op: facebook

16 april 2013

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.