jan 282018
 

Ook in de hoogste regionen (de FAO; de Food and Agriculture Organisation, onderdeel van de VN) gaat men onderzoeken of we niet de agro-ecologische kant op moeten. Ook wij, de zogenaamde ‘civil society’ zijn daarin vertegenwoordigd en wel in de groep CSM (Civil Society Mechanism). Deze groep heeft een agro-ecology werkgroep waar iedereen aan mee kan doen ( Opgeven bij cso4cfs@gmail.com)  De werkgroep heeft onderzoeksvragen gesteld aan experts.

Hieronder een enigszins ingekorte vertaling. 

art. 54 Het voedselsysteem wereldwijd staat op een kruispunt. Vanwege toenemende bevolkingsdruk, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit moeten duuzrame en vernieuwende benaderingen ontwikkeld worden om honger en ondervoeding tegen te gaan. Voedselsystemen moeten meer voortbrengen en sociaal-economisch gezien voordeliger zijn en minder schade berokkenen aan het milieu.

55 Uitdagingen zijn armoede en ongelijkheid, niet-duurzame voedingspatronen, bodemverarming, tekort aan land en water , klimaatverandering en achteruitgang van de biodiversiteit. Welke rol kunnen de agro-ecologie en andere nieuwe benaderingen , praktijken en technologiën daarin spelen?

Wij zien graag dat het High  Level Panel of Experts produceert:

56 Een rapport dat de mogelijke bijdrage van agro-ecologische en andere nieuwe benaderingen, praktijken en technologiën aan duurzame voedselsystmen beschrijft die bijdragen aan voedselzekerheid.

57 Wij verzoeken de HLPE  gegevens te onderzoeken en aan te dragen over de verschillende benaderingen, waardoor CFS leden gezamenlijk een mening kunnen vormen zodat zij de afwegingen die beleidsmakers, boeren en andere ‘stakeholders’ moeten maken kunnen beoordelen.

58 Hoewel het HLPE rapport vooral tot doel heeft agro-ecologische benadringen te bestuderen, erkent het Comité dat er niet één enkele praktijk zaligmakend is wat betreft voedselzekerheid en voeding, en duurzame en veerkrachtige voedselsystemen. De potentie van agro-ecologische en andere nieuwe benadringen in de bijsturing van bestaande kennis en praktijken moet belicht worden.

59 Het Comité wil  door middel van het rapport geïnformeerd worden over mogelijke synergiën en integratie tussen verschillende benaderingen, en over wat de specifieke of overeenkomstige kenmerken zijn van de agro-ecologische benadering in het hele spectrum van innovatieve benaderingen om de duurzaamheid van de landbouw te verhogen. (CFS 2017/44/8 Rev.1 13)

60 de analyse moet de volgende elementen bevatten:

– de potentie om op grote schaal impact te hebben op de voedselzekerheid en voeding, vooral w.b. beschikbaarheid van voedsel, economische aspecten, en social-economische aspecten zoals de werkgelegenheid

– bijdragen aan efficiënter gebruik van hulpbronnen, vermindering van de milieuschade, verhogen van de veerkracht en de sociale gelijkheid en verantwoordelijkheid

de typen markten en regulering die de ontwikkeling van deze benaderingen en van de positieve impact kunnen faciliteren

– voorbeelden van context-specifieke oplossingen die de verschillende stadia van landbouwkundige ontwiikkeling en verschillende locale omstandigheden illustreren.

– mogelijke belemmeringen voor verandering, en oplossingen daarvoor (controverses, onzekerheden, risico’s en uitdagingen die met deze benaderingen gepaard gaan).

– ovezicht van de vele wetenschappelijke en empirische bewijzen van de impact van benaderingen die al in praktijk gebracht worden om de voedselzekeheid en de duurzaamheid te bevorderen.

doestellingen en resultaten:

61 de doelstelling moet zijn dat het Comité bijdraagt aan meer kennis van het soort interventies, bevorderlijk beleid en werkwijzen, institutionele regelingen en veranderingen in organisaties diepositieve varanderingen in duurzame landbouw en voedselsytemen in gang kunnen zetten en mogelijk kunnen maken.

62 Het rapport moet alle landen helpen om voortgang te boeken w.b. doelstelling 2 van de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDGs = Sustainable Development Goals), m.n. 2.4 over duurzame productiesystemen en veerkrachtige landbouwpraktijken, en 2.3 over meer investering in infrastructuur op het platteland, landbouwkundig onderzoek , landbouwontwikkelings-diensten en technologische ontwikkeling),                                                                                        w.b. SDG 6 (in het bijzonder 6.3 over vermindering van watervervuiling, en 6.4 over efficiënter watergebruik. ). Ook een een aantal andere doelen zoals SDG 8 over duurzame economische groei en SDG 9 over veerkrachtige infrastructuur en innovatie en SDG 12 over duurzame consumptie- en productiepatronen en SDG 15 over duurzaam gebruk van de ecosystemen die we op de aarde hebben.

Proces:

63 Om het Comité hierbij behulpzaam te zijn vragen wij de HLPE om het rapport Maart 2019 uit te brengen zodat de CFS leden de gegevens kunnen analyseren en overzien.  Als de HLPE meer tijd nodig heeft zou het comité haar planning voor de afronding van beleidsdiscussies gebaseerd op het rapport kunnen heroverwegen.

64 en 65 Een van de CFS leden zal het proces faciliteren. Voor de kosten zal een extra bijdrage worden gevraagd. 

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.

Share This