mei 182018
 

Ter gelegenheid van de FAO conferentie afgelopen april is er weer een interessante ‘Farming Matters’ verschenen. In deze uitgave worden verschillende ervaringen met agro-ecologie besproken die aantonen dat vooral met agro-ecologie minstens 11 van de 17 nieuwe SDG’s haalbaar zijn. (SDG = Sustainable Development Goals, de nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen). In een inleiding wordt daar wel aan toegevoegd: als we die doelen willen halen kunnen we niet de technologie en  de markt voorop blijven stellen, alsof de natuur een onuitputtelijke bron is en tegelijkertijd een eindeloos afvalputje. Er zijn nieuwe internationale afspraken nodig waarin de ecologie en de economie met elkaar verzoend worden. 

We geven enkele voorbeelden en eindigen met een artikel over Nederland, nl over de Noordelijke Friese wouden. 

China

Binnen slechts 10 jaar is csa (Community Supported Agriculture; samenoogst-tuinen) heel populair geworden in China. Chinese consumenten, vooral de middenklassen, zijn bezorgd om hun voedsel en op zoek naar nieuwe voedselsystemen, nu er minder ‘van thuis’ wordt opgestuurd en straathandel vervangen wordt door supermarkten. In 2008 begon Shin Yan met een csa tuinderij, nadat ze er in Minnesota kennis mee had gemaakt. Ze startte in samenwerking met haar universiteit in Bejing en het regio-bstuur ‘Little donkey farm’ (www. littledonkey. com). Geen chemische input (zeer ongewoon in China). Klanten kunnen meewerken, of (en dan betalen ze iets meer) hun pakket afhalen, of ze krijgen het thuisbezorgd. In november 2015 waren er al 500 csa groepen. Jonge mensen zijn blij met het voedsel maar ook met de rust van het platteland want ze zijn gedesillusioneerd over de ‘bright lights’ van de grote stad. Sommige geven een vaste baan op om naar het platteland tegaan, en voor de dorpen is het een uitkomst. 

Jan Douwe van der Ploeg, tegenwoordig professor aan de landbouwuniversiteit van Bejing, voegt daar aan toe:  China heeft meeer dan 200 miljoen kleine bedrijven (gemiddled slechts 1/3 ha.!)  waarop 800 miljoen mensen werken. Van slechts 10% van alle landbouwgrond in de wereld leveren zij 20% van alle landbouwproducten van de wereld.  De boeren leveren aan een fijnmazig netwerk van voedselmarkten die onderling verbonden zijn: een markt in Bejing waaraan elke dag 30.000 ton groenten en fruit geleverd wordt; nieuwe ontwikkelingen zoals een markt voor biologisch voedsel of voor ‘groen’ voedsel (minder strenge eisen); de traditionele (eigenlijk agro-ecologische) markt; de markt voor agro-toerisme;  nieuwe ‘korte ketens’  (webshops, csa’s , stadslandbouw etc.) Regelmatig worden markten in de steden  opgeheven maar in totaal heeft China nog steeds veel meer markten dan Europa. China is zelfvoorzienend wat voedsel betreft. 

New York

Het drinkwater raakte vervuild en er bleken ziektekiemen in te zitten. De Catskill Hills, die jaren geleden goed water leverden, raakten bebouwd, de veedichtheid nam enorm toe, etc. De stad stapte op de boeren af en stelde eisen, maar de boeren zetten zich schrap omdat  hun bedrijfsvoering ondermijnd werd.  De stad ging haar huiswerk over doen. In overleg met de boeren werd een herstelprogramma opgesteld, waarbij ook de boeren ondersteund werden. Nu is er zelfs een ‘korte keten’ op gang gekomen: er wordt rundvlees, groenten en hout geleverd aan de stad onder het merk ‘Pure Catskills’. 

Ethiopië

Hier begon een agro-ecologisch initiatief in 1995 in Tigray. Het begon met 4 dorpen waarin 3 stukken land verschillend werden behandeld: met compost, met kunstmest en een controle-veld. Er werd ook geëxperimenteerd met waterbesparende maatregelen en de aanplant van gras en bomen om meer biomassa te krijgen. Daarna werd het experiment opgeschaald naar 83 dorpen en daarna naar het hele Tigray gebied. Inmiddels doen 93,000 boeren mee, gesteund door Rothamstead Research Station in Engeland. Het grootste probleem is dat grote bedrijven en ‘weldoeners’ zoals Bill Gates de industriële landbouw blijven steunen die zwaar leunt op inputs van buitenaf. 

Argentinië

In Rosario (33 km ten N van Buenos Aires) startten in 2001 een aantal stadstuinen. Het was het jaar van de economische crisis; 60% van de bevolking verarmde. Inmiddels zijn er 600 groepen van ongeveer 10 personen. De stad heeft braakliggend land veranderd in moestuinen en werklozen in boeren. Er zijn meer dan 1500 boeren opgeleid als stadsboeren. Bovendien zijn nog 24 ha ‘ongebruikt’ land ter beschikking gesteld aan gezinnen. Er werd een beleid opgesteld voor voedselproductie in achtergestelde stedelijke buurten, daarin wordt uitgegaan van de agro-ecologische aanpak. Er wordt ook samengewerkt met de universiteit. Er zijn vier agro-industriële verwerkingsbedrijven diedoor boeren geleid worden.  65% van de producenten zijn vrouw. 

Nederland

In 1980 was het duidelijk dat de industriële landbouw ten koste ging van de natuur. De EU stelde richtlijnen op om de uitstoot van ammonia terug te dringen en natuurgebieden te beschermen.

Boeren in de Noordelijke Friese Wouden wilden hun bedrijven niet vergroten.  Zij hadden kleinschalige melkveebedrijven met heggen en elzenbosjes en poelen er omheen. In de Europese richtlijnen werden alle heggen ‘gevoelig voor zure lucht’ genoemd, en in de buurt van heggen kon men niet veel landbouwpraktijken uitoefenen. Boeren van het gebied kwamen bij elkaar om hiertegen te protesteren. Zij konden het stedelijk en regionaal bestuur ervan overtuigen dat hun manier van landbouw bedrijven juist goed was voor die heggen. In ruil voor het onderhoud van heggen, elzenbosjes , poelen en zandwegen werden zij vrijgesteld van de nieuwe regels. 

Zij richtten coöperaties op, en daarna een overkoepelende organisatie: de coöperatie NFW (Noordelijke Friese wouden), waar nu meer dan 100 veeboeren bij aangesloten zijn. Zij experimenteerden met agro-ecologische praktijken zoals kringloop landbouw, en ze weigerden te voldoen aan de eis om mest te injecteren omdat de machines duur zijn en te zwaar voor hun natte land en omdat het de grond vervuilt. Ze kregen daarin een uitzonderingspositie. Ze bepleitten boeren-agroecologie tot op het Europese niveau. 

De boeren werken samen met milieubeschermers en met onderzoekers uit Wageningen, maar het onderzoek is praktisch, op boerderij-niveau. ‘Kringlooplanmdbouw’ is de naam voor de methode die zij voorstaan. 

Nadat hun aanpak erkend werd, werden elders in Nederland ook gebiedscoöperaties oopgericht, en 5% van alle veeteeltbedrijven  werd kringloopberdijf. Adviesdiensten en dierenartsen bevelen nu meer vezels in het voer aan, en zuivelverwerkers erkennen dat de kwaliteit van de melk in kringlooplandbouw hoger is. Tot nu toe kregen alleen milieu-organisaties subsidies voor natuur- en landschapsonderhoud, maar nu belonen nieuwe regels die voorgesteld worden voor het GLB de boeren voor diensten die zij aan de maatschappij verlenen, bijvoorbeeld natuuronderhoud en bevordering van de biodivesiteit. Dit zijn belangrijke stappen in de richting van een agro-ecologische transitie, wat een lonkend perspectief is voor boeren die niet willen of kunnen doorgaan in de industriële landbouw in nederland. 

(Voor dit stuk is geput uit een bijdrage van Leonardo van den Berg aan deze ‘Farming Matters’)

Hier het volledige nummer van Farming Matters. Het blad is vorig jaar opgeheven, maar het ‘Agricultures Network’  blijft bestaan en er wordt gewerkt aan de vernieuwing van dit blad en van de gerelateerde tijdschriften voor Brazilië (Portugees), Latijns Amerika (Spaans) , India (Engels) en Ethiopië (Amhaars) en West  Afrika (Frans) . Het ‘agricultures network’ biedt online artikelen. Hier kun je je inschrijven  (hoewel de link nu – hopelijk tijdelijk – niet werkte).

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.

Share This