Nog meer ecosysteem – herstel

Een maand geleden berichtten we over het mooie initiatief ‘Ecosystem Restoration Camps’ : jongelui die met de plaatselijke bevolking de handen uit de mouwen steken om de grond en natuur te verbeteren. Nu blijkt dat ‘Commonland’ ook zoiets doet, maar dan grootschaliger. En dan is er ook nog NRA – een prachtige ontwikkeling in Afrika.

Eerst iets over Commonland. 

Deze organisatie is in 2013 opgericht door experts, instituten en zakenmensen, vanuit het idee dat landschap-herstel geweldige mogelijkheden biedt voor duurzame economische ontwikkeling, Men streeft men naar 4 soorten opbrengst: inspiratie/enthousiasme, sociaal kapitaal (de bevolking draagt het), meer biodiversiteit en financiële opbrengst, in 3 zones: zones die ofwel puur natuur worden, of een mix (agroforestry) , of een bedrijf dat de producten verwerkt. En dit alles binnen 20 jaar, d.w.z. minstens één generatie.

Het is verbazend wat ze al  gepresteerd hebben aan grootschalige projecten, veel grootschaliger dan de ‘Ecosystem Restoration Camps’ waarover wij in november berichtten. Het is dan ook ontstaan uit een regerings-initiatief: de Bonn Challenge die in 2011 is opgestart door de Duitse regering die er grote internationale partners bij heeft gehaald, zie de website. De heer Liu (van de documentaire ‘ Green Gold’, zie bericht uit november) is ook hier bij betrokken als ‘restoration ambassador’.  De organisatie ‘Commonland’ zet de projecten grootschaliger op en mikt op  bedrijven als uitkomst, terwijl de Restoration Camps deze uitkomst aan de bevolking overlaat (en veel minder te investeren heeft). De initiatiefnemers van Commonland zijn Nederlanders, CEO is Willem Ferwerda, ex-directeur van de internationale natuur-organisatie IUCN *. (Ferwerda legt CEO uit als: chief enabling officer, niet chief executive officer. ) Werkwijze: men kijkt eerst met lokale partners op de landkaart: waar wat nodig is – wat moet er gedaan worden, en wat voor industrie zou er kunnen ontstaan? Commonland creëert de voorwaarden (geld) waaronder lokale teams kunnen opschalen.  (zie ook filmpje van enkele minuten)

enige voorbeelden van projecten:

De Baviaanskloof, 500.000 ha die als waterbekken dient voor Port Elisabeth, Zuid Afrika maar nu nagenoeg verdroogd is. Vraag van de boeren: hoe kunnen we meer verdienen dan met de geiten? Eerst moesten de hellingen van de heuvels hersteld worden: geen geiten meer, ‘swales’ graven (een soort halve manen) om het water vast te houden, en struiken aanplanten. Daarna agroforestry in de dalen, bomen en o.a. honeybush voor bessen en thee. In de eerste tijd gaat het inkomen wel naar beneden. Men besprak met de werkers en de teams wat een alternatief zou kunnen zijn voor de geiten en hun angora wol; het werd een state-of-the-art fabriek voor aromatische oliën. De Stichting Doen en de postcode Loterij, het ministerie, en verschillende stichtingen en privé fondsen zijn de financiers (totaal 1 miljoen), , zie het jaarverslag van 2017  Nu is het gebied weer groener en halen 2 x zoveel mensen een inkomen uit hetzelfde gebied. En er wordt meer water vastgehouden.

Spanje: Andalusië / Murcia: 1 miljoen hectares, investeringen: € 185.000 van de EU, 300.000 van elders. Voornaamste wensen van de lokale bevolking: de scholen moeten weer open gaan, de mensen moeten terugkomen. Een lokale Spaanse boerenorganisatie en enkele nieuw opgerichte maatschappijen werken samen aan de vergroening en ontwikkeling van het land en de productie van amandelen (er is vraag de UK, Nederland, Duitsland) en honing, en ook aromatische oliën. In het vierde jaar zijn boeren en de regering en een lokale investeerder ook ingestapt. Steeds meer boeren leggen nu ‘swales’ aan op hun land. Mensen uit andere streken komen ook aankloppen.

Australië: 300,000 hectares in de droge en verzilte ‘wheat belt’ in West Australië. Vóór de Britten kwamen waren hier eucalyptus bossen. Men teelt nu 20 soorten biologische groentes in ‘shaded houses’. Men startte met maaltijdboxen en levert nu aan grossiers en onafhankelijke supermarkten. Hier stapten veel Australische investeerders in, ook boeren zelf. Men is zelfs al naar de beurs gegaan. Ook wordt een groot boerenbedrijf van 310 ha. omgevormd volgens de ‘3 zones, 4 opbrengsten’ – methode: een economische zone (verhuurd aan een biologisch schapenbedrijf), een ‘natuur’ zone met inheemse planten en struiken, en een gecombineerde zone: 60.000 voer-struiken waar 300 schapen van kunnen eten. 

Ook in Nederland is er een project, kleinschaliger: ‘slechts’ 250 ha., en mensen staan niet te springen want de noodzaak LIJKT in het veenweidegebied hier niet zo groot – alles is toch nog mooi groen? Maar wat te denken van de grote CO2 uitstoot van deze gebieden? Het grondwaterpeil moet eigenlijk verhoogd worden. Commonland zoekt samen met de boeren naar oplossingen, bijvoorbeeld water-cultuur. Zie ook Wijland

(Hierop werd commentaar geleverd in de Provinciale Staten-vergadering in Noord-Holland door beleidsmedewerker Femke Bakhuisen-Wiersma namens de NMV (Nederlandse Melkveehouders Vakbond): “In een filmpje over de herinrichting veenweide Noord-Holland, wordt een
boer uitgebeeld die van een melkveebedrijf zo overstapt naar natte gewasteelt en daar in dat filmpje ogenschijnlijk heel blij van wordt. Dan heb je het denk ik niet helemaal begrepen, of verdiept in de praktijk. ……..Ze staan zwaar onder druk en plannen zoals die hier op tafel liggen houden daar geen rekening mee. …… Dat er iets moet gebeuren rondom bodemdaling zal ik niet ontkennen. Wat duidelijk wordt is dat er nog veel onderzocht moet worden……. Ook bevreemdt het ons dat er sterk gestuurd wordt in een bepaalde richting terwijl dit over andermans eigendom gaat. …… Ons voorstel zou zijn om een masterplan te ontwikkelen waarin met name
de boeren uit het veenweidegebied zelf een prominente rol krijgen….              

Toch wordt de inzet van Commonland in andere landen zeer gewaardeerd. India vraagt om assistentie, en het Rode Kruis kruis heeft Commonland gevraagd projecten in Haïti op te zetten. (Commonland streeft ook de Sustainable Development Goals na). Klinkt goed allemaal.

Dan dat mooie derde intiatief: RNA, Régéneration Naturelle Assistée)

Een stille revolutie heeft zich voltrokken in Niger, een van de armste (en, met gemiddeld zeven kinderen per vrouw, snelst groeiende) landen ter wereld. Zuid-Niger, een uitgeput, uitgemergeld land dat in de jaren zeventig en tachtig werd geteisterd door langdurige droogten, misoogsten en hongersnoden, waar de Sahara oprukte en dat alleen nog met westerse voedselhulp leek te kunnen overleven, is veranderd in een groen, vruchtbaar parklandschap.
‘Niemand had het in de gaten’, zegt Chris Reij, expert duurzame landbouw bij het World Resources Institute, die deze vergroening twaalf jaar geleden na een bezoek aan Niger en via satellietbeelden op het spoor kwam. ‘Zes miljoen hectare, 250 miljoen bomen, geheel onder de radar gebleven.’ De grootste milieuverbetering in Afrika, niet te danken aan westerse hulporganisaties, maar aan lokale boeren. 

Het geheim? Dat zijn de bomen, en één boomsoort in het bijzonder: de
inheemse gao (Faidherbia albida). ‘Een echte wonderboom’, in de woorden van agronoom Abasse Tougiani van het Nationaal Instituut voor Landbouwkundig Onderzoek in Niamey, de hoofdstad van Niger. Zijn enorme wortelstelsel houdt het regenwater vast en beschermt de bodem tegen erosie. Zijn bladeren nemen stikstof op uit de lucht en geven die als ze vallen als natuurlijke bemesting af aan de grond. Uniek ook aan de gao is dat zijn bladerkroon groeit in de droge tijd, en dan de grond beschaduwt en koelt (dit kan meerdere graden schelen,
cruciaal voor de overleving van bodemorganismen en zaden), en afvalt aan het begin van het groeiseizoen, als het kiemend zaad op de akker zonlicht en compost nodig heeft.

Het cultiveren van gao’s en andere bomen op akkers heeft geleid tot een forse verbetering van de vruchtbaarheid van het land. Een aanpak die agrobosbouw of ‘door boeren beheerde natuurlijke regeneratie’ (RNA Gégéneration Naturelle Assistée) wordt genoemd. Die wordt vaak gecombineerd wordt met ‘water harvesting’ (zoals de aanleg van ‘halve manen’ (‘swales’) en andere bodemstructuren om regenwater, humus en bemesting op akkers te concentreren, zoals in de voedselbosbouw.

Abdou-Idi (51) is bij Mirriah bezig is met het planten van sla. In zijn tuin staan een dertigtal enorme baobabs. De bomen leveren een belangrijk deel van het inkomen van zijn gezin van twee vrouwen en 15 kinderen. De bladeren gelden als delicatesse, ze zijn onmisbaar in lokale vleessaus en worden vanuit Mirriah, baobab hoofdstad van Niger, tot naar het Midden- Oosten geëxporteerd.  Die bomen waren van God en zouden er altijd zijn. Maar toen kwamen de Fransen. De koloniale heersers eisten schone akkers in Europese stijl voor de grootschalige teelt van pinda’s en andere cash crops. Veel bomen werden gekapt. Na de Fransen kwamen de rampzalige droogtes van de jaren zeventig, tachtig. Resterende bomen stierven, werden opgestookt of moesten wijken voor akkers. Oogsten  verslechterden en de harmattan, de woestijnwind, blies de laatste vruchtbare aarde weg.

Daarna kwam de omslag, dankzij een Australische zendeling die de oorspronkelijke vegetatie in ere herstelde. Maar eigenlijk hadden de boeren al gezien dat seizoensarbeiders die niet veel tijd hadden om thuis in hun tuin te wieden en bomen om te hakken betere resultaten hadden: groenere akkers. De bomen zijn ook goed tegen broeikasgassen, want ze slaan  miljoenen tonnen CO2o op uit de lucht. En vergroende gebieden bevorderen de biodiversiteit. Vogels, konijnen en jakhalzen keren terug.

Vergroening is eigenlijk een 2.0- versie van de Great Green Wall, het
megalomane plan uit de jaren zestig om de oprukkende Sahara te keren door het aanplanten van een 7.000 kilometer lange bosgordel. Een onzinnig idee, aldus Reij. Bomen planten is lastig en duur. Als het al lukt, springt de woestijn er gewoon overheen. Natuurlijke regeneratie is makkelijker, goedkoper en beter. …..

Zie hier het volledige artikel,  Sahel weer vruchtbaar, met dank aan de Volkskrant. In dat artikel ook de (gunstige) consequenties voor de nomaden; het herdersvolk de Peul. OoK  in de volkskrant een oproep tot discussie op 14 januari, om 20.00 uur, Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Toegang is gratis. Aanmelden en het hele programma via volkskrant.nl/voedselzaak.
=========================

*IUCN:  International Union for Conservation of Nature

. Belangrijkste donoren van IUCN Nederland: de postcodeloterij en de overheid. 

Share This