Naar je klant in je buurt

 

 

  ofwel:

HOE VIND JE ALS PRODUCENT JE KLANTEN VIA EEN KORTE KETEN ?

Hieronder info voor producenten over het onderwerp ‘korte ketens’

Onderstaande info is verzameld door Greet Goverde (lid van Platform Aarde Boer Consument) tijdens gesprekken met betrokkenen, debatavonden, op de BioBeurs, via internet, etc.

INLEIDING

1 VIND particuliere CONSUMENTEN IN JE STREEK via verkoopopunten of d.m.v. afhaaltassen, voedselcoöperaties, csa’s, etc.  

2 BOERENMARKTEN

 3 GROTERE AFNEMERS: (horeca, winkels, instellingen, overheden)

==============================================================================

 

1. INLEIDING:

Dit overzicht geldt voor de biologische of BD boer zowel als de ‘gangbare’ boer, als het maar regionaal is.

Waarom korte ketens? Voor veel consumenten geldt: vanwege het milieu en de klimaatverandering.  Het Centrum Biologische Landbouw bracht een brochure over de milieuwinst uit: zie Milieuwinst op het menuOok zijn consumenten door voedselschandalen en ziektes wat sceptisch geworden: ze willen weten waar hun voedsel vandaan komt (‘traceerbaarheid‘).  Andere argumenten zijn ‘bijdragen aan de regionale economie’, en ‘bijdragen aan de instandhouding van het boerenbedrijf’ . Ook de prijs is een argument.

‘Gangbare’ boer: bedenk wel dat de huidige consument die voor een korte keten kiest ook voor duurzaam gaat (d.w.z. minder vlees, seizoensgebonden groenten, uit de regio, verse producten, zorg voor de bodem.)  Dus zuinig of niet spuiten, alleen koude kassen, enz. Wees transparant over je werkwijze!    

Voor de boer geldt nog een argument: een betere prijs verdienen. (Appelteler: ‘bij mij kosten de appels 30 ct per kilo, en in de winkel €1,30 per kilo – waar blijft de rest?’)  In de ‘korte keten’ worden enkele stappen overgeslagen in de reeks producent -> veiling ->  inkooporganisatie/groothandel – > retail  ->  consument. In de hieronder genoemde voorbeelden worden vaak de af groothandel’ prijzen gehanteerd: de prijzen die de groothandel aan de supermarkt berekent. Dan hebben zowel klanten als leveranciers er voordeel van. In veel gevallen zal er nog wel een schakel tussen de producent en de consument zitten, bijv. een bewerker/verpakker/distributeur. Een ander voordeel dat genoemd wordt: ‘Nou zie je eens voor wie je het allemaal doet! Nooit geweten dat ik het contact met de klanten zo leuk zou vinden’.

Maria  v. Boxtel, van Land & Co. schreef een nuttig handboek (met o.a. Wat mag ik? Wat kan ik?) dat online te lezen is : Handboek directe verkoop . Maar de ontwikkelingen gaan zo snel , bijv. op het internet, dat een aantal van onderstaande trends  er nog niet n Maria’s Handboek staan. Zo wil www.amped.nl ( evt. samen met www.foodcoop.nl) je graag helpen om een digitaal onderzoek naar mogelijkheden in je omgeving te doen en een (internet) marktoplossing te bedenken. Zij werken met andere partijen aan een ‘food-hub’ in Amsterdam. (Hub = engels voor ‘as’, ’draaipunt’, in dit geval heelk concreet: uitgiftepunt).  Daar is een stichting voor opgericht: www.onseten.nu Op deze site staat een soort enquête; als minstens 1000 Amsterdammers de wensenlijst hebben ingevuld gaan ze al naargelang hun wensen een distributiesysteem via internet opzetten. Maar bekijk ook de verschillende opties hieronder.  

Aanbeveling voor boeren vanuit een workshop over het onderwerp ‘boeren en korte ketens’  tijdens de ‘Voedsel anders’ conferentie 21/22 feb. 2014: verenig je per regio;  zoek een coördinator die weet wat er speelt op het boerenbedrijf en die ook de vraag-kant kent; koop evt. samen een snij-installatie (verpakken kun je zelf ook). Verduurzaam samen en speel in op de wensen van de klant. Richt je op een aantal grotere klanten en neem de kleinere klanten op de routes mee.  

Onlangs verscheen een brochure: Boer en consument heffen de vork Geschreven als HBO scritie op verzoek van de st. Urgenda . Met een vork en een hooivork op de voorpagina. Voor het versnellen van de beweging van korte voedselketens is herverdeling (van macht) in de keten nodig. In het document is te lezen wat onderzoek in eigen land naar reeds bestaande ketens heeft opgeleverd. Doel was inventariseren welke initiatieven er op dit moment bestaan, hoe buurlanden het doen en welke mogelijkheden er zijn om korte keten-initiatieven op te schalen. De aanbevelingen aan het eind variëren van het verbinden van initiatieven (logistiek) en marktonderzoek tot het betrekken van gemeenten en het inrichten van een overkoepelende organisatie. In andere landen zijn voorbeelden te vinden van de twee laatstgenoemde activiteiten. Zie bijv. blz. 19-21: overkoepelende organisaties in Amerika, Frankrijk, België, Italië, Duitsland en Engeland worden beschreven. Nederland ontbreekt nog in dit rijtje!

Een ander onderzoek is Duurzaam Inkopen van regionale produkten, door de St Landwaard, gelieerd aan de boerendoöperatie Oregional. Het project had als doel de vraag naar duurzame regionale producten te stimuleren en knelpunten w.b. de inkoop bij zorginstellingen , onderwijs, bedrijfskantines en horeca weg te nemen. Het rapport is daarover positief maar het blijft wel een proces van de lange adem.

 

ER ZIJN VERSCHILLENDE OPTIES voor vermarkting in je regio:

 

 1. VIND particuliere CONSUMENTEN IN JE STREEK 
(verkooppunten, afhaaltassen, voedselteams, voedselcoöperaties, etc.) en bouw samen je klantenkring op: 

 (de winkels aan huis laten we hier even buiten beschouwing, zie www.landwinkel.nl )

1.a zo deden zij het…

1.b Nauwere samenwerking tussen boer en consument

1.c enkele modellen voor nauwere samenwerking

1.d Hoe werkt de voedselcoöperatie precies? Enkele voorbeelden

1.e   Op de radio

 

1.a zo deden zij het:

Zie  ‘Van de boer in je buurt’ voor voorbeelden van regionale samenwerking tussen (zowel biologische als gangbare) producenten. Daar vind je een aantal websites van groepen die zowel landelijk, als in een gebied dat enkele provincies bestrijkt, of per provincie afzet vinden. Meestal wordt een kaartje getoond: die producenten doen mee; daar kun je de producten komen kopen. Soms zijn de boeren samen een winkel begonnen (voorheen ‘De Groene Marke’, Ommen, nu geheten ‘de Boerderijwinkel’), of ze hebben gezamenlijk een bezorgdienst om hun producten bij zakelijke klanten af te leveren (Oregional, Arnhem-Nijmegen).

We noemen er hier enkele (meest biologisch) die voor beginnende ‘korte keten’ boeren (individueel of als groep) misschien interessant zijn of die iets aparts doen:

www.vaneigenerf.nl (biologisch, landelijk) heeft een landkaart (en lijstje per provincie)  met zo’n 100 biologische leveranciers.  Producenten van ‘Van Eigen Erf’ maar ook anderen kunnen voor €39 per maand (of 5% van de omzet) via www.locafora.nl hun producten in een webshop invoeren.(Er zijn nog andere – soms gratis – leveranciers van software voor bestellingen, zie inleiding, en zie voedselcoöperatie Amersfoort hieronder). Distributie zelf doen of bijv. via ‘Van Eigen Erf”. Van Eigen Erf is gedeeltelijk ‘streekeigen’:  men streeft ernaar om voor elke  provincie een geschenkdoos met streekproducten te kunnen leveren www.zeldzaamlokaal.nl.  Ze werken w.b. de distributie samen met www.hofwebwinkel.nl. Bezorgt via Post.nl; € 6/7 bezorgkosten.  Dat loont pas bij een stevige afname. Of ze bezorgen zoals gezegd via een bezorgdienst, vooral in Midden Nederland (Flevoland, Gooi, Amsterdam) of N. Brabant / Limburg. Men moet voor woensdagochtend 11 uur bestellen. De Hofwebwinkel is gelieerd aan www.boerenhart.nl (omgeving Veluwe, vnl. biologisch, een kleine 20 producenten). Boerenhart bezorgt bij zakelijke klanten.

Landelijk, niet lokaal/regionaal: www.beebox.nl is een producent-gestuurde webshop, van waaruit men biologische producten door heel Nederland bezorgt (en toch nog goedkoper is dan de supermarkt, volgens de website). www.hellofresh.nl : Je krijgt op zaterdagochtend een box ingrediënten voor drie of vijf complete maaltijden, met recept. 

Zie ook hieronder bij 3. Grotere afnemers’: ‘winkels’ voor andere afzetkanalen.

 

1.b Nauwere samenwerking tussen boer en consument: 

Heb je al een aantal particuliere klanten dan kun je hen misschien vragen buren en vrienden te attenderen op je producten. Misschien wil een van hen wekelijks een aantal tassen komen ophalen, dan hoeven ze niet allemaal naar jou toe te rijden. Het zijn aanvankelijk kleine hoeveelheden maar dat kunnen er meer woorden.

Meer klanten vinden? Zoek (vaak jonge) mensen in de stad die van jullie af willen nemen , je vindt ze bijv. via www.eetbaarnederland.nl. Daar vind je gegevens van ‘eetbaar’ platforms, bijv. www.eetbaarnijmegen.nl Die kunnen je helpen met klanten te werven. Nogmaals: zie de inleiding bovenaan voor clubs die je – ook met software – kunnen helpen met klanten vinden .o.a.  www.foodcoop.nl , www.amped.nl

Je zult er al gauw tegenaan lopen dat ze meer variatie aan producten willen. Dus diversifiëren: neem een paar producten erbij. Of: betrek andere boeren/tuinders uit je omgeving erbij, evt ook vlees en zuivel…. Voor je het weet heb je een boerencoöperatie gevormd. Daar kun je hulp bij krijgen, zie www.coopchampions.com. Op die site staan ook allerlei voorbeelden van groepen die ze al hebben geholpen een coöperatie te worden. Een soort B.V. kan ook (www.boerenhart.nl). Ook de stichting ‘Samen Rooien’ biedt hulp bij het opzetten vaneen voedselcoöperatie, zie Samen Rooien. Een aardige website is dan mooi om je te presenteren. Zie hoe anderen dat doen: ‘Van de boer in je buurt’

 

1.c enkele modellen voor nauwere samenwerking:

–     afhaaltassen. De klanten laten zich verrassen door wat jij erin stopt, tegen een vaste abonnements-prijs.

 –   voedselcoöperatie, oftewel voko’s, foodcoops, voedselteams of groentenclubs: klanten kunnen individueel hun eigen keus maken m.b.v. een software programma. Een persoon komt een aantal producten afhalen (bijv. in uitklapbare plastic kratjes),  en enkele leden van het team verdelen die ‘thuis’ in zakken die de anderen op het afhaaladres ophalen, of stallen het uit voor de afhalers. Of de producenten brengen het langs. (Bijvoorbeeld ‘BioRomeo’, zie onder). Dit gaat nu (2015) hard: er komen er snel veel bij.

–   csa groepen, ook wel genaamd ‘Pergola’ groepen. CSA= community supported agriculture:  een nog nauwere band tussen boer en consument. De consument denkt en werkt mee, soms is de boer zelfs in dienst van de groep. Zie enkele voorbeelden op de ABC-website, onderaan de webpage. Daar worden worden verschillende concepten uitgelegd, o.a. boerderij Oosterwaarde.

Zie ook www.hofvantwello.nl : mensen met een soort volkstuin op het bedrijf leveren de helft van hun opbrengst aan de winkel van het bedrijf. De ‘trekker’ schreef er een boek over: ‘De Niuewe Meente’

 

1.d Hoe werkt de voedselcoöperatie precies? Hier enkele voorbeelden:

 Bij  voedselcollectief Amersfoort werkt het zó:

– zondagavond staat op de site wat de boeren kunnen leveren.

– Dinsdagavond heeft de klant via de computer besteld.

– Donderdagmorgen worden de partijen opgehaald en verdeeld.

Iedereen moet af en toe meehelpen in een van de teams (bestelteam, verdeelteam, communicatie, etc.) Ze draaien al een jaar of vier, hebben nu 300 deelnemers. daaronder zijn ook ook eenpersoonshuishoudens, dus soms gaat het om kleine hoeveelheden, maar dat regelen de verdelers. Deze voko Amersfoort stelt zijn (bestel-) software gratis  beschikbaar. Zie evt. ook Voko Utrecht Handleiding voor iedereen die zelf een versvoko zou willen opzetten: www.aseed.net.

2. www.bioromeo.nl bezorgt in bulk, voornamelijk in de streek Zwolle-Emmeloord, ook op boerenmarkten en aan de VokoMokum in Amsterdam.  In Bussum/Zeist komt BioRomeo een keer in de twee weken op woensdagochtend langs, en de klanten halen dan de spullen op in een schuur in Zeist: ‘groentewinkeltje spelen’! zie De Groene Schuur Zeist. Iedereen draait bij toerbeurt een keertje mee. Inmiddels leveren ze ook kazen, kruiden en brood. Het is opgezet als een coöperatief model: om mee te kunnen doen, moet je aangemeld zijn als deelnemer. Meehelpen (vele vormen mogelijk) is een voorwaarde.

Voordelen die de deelnemers noemen:

  • Je betaalt een lage prijs voor biologische groenten.
  • De boer ontvangt een eerlijke prijs voor zijn producten.
  • De producten zijn super vers en je kiest zelf wat je wilt bestellen.
  • Het verhoogt het bewustzijn met betrekking tot seizoensgebonden aanbod uit eigen land.
  • Weinig vervoerskilometers, weinig verpakkingsmaterialen.
  • Direct contact tussen producent en consument.
  • Gezelligheid en verrassende, nieuwe contacten voor de deelnemers.
  • … En het is gewoon lekker!

 
Zie nog meer inspirerende voorbeelden, om inspiratie op te doen, op www.aardeboerconsument: koop van buurman boer 

 

1.e   Op de radio

Hier drie radio-uitzendingen van ongeveer 5 min elk , van ‘De Nieuws BV’ (Vara/BNN, elke dag tussen 12.00 en 14.00 uur.)  Er zijn ook beelden bij, maar e.e.a. loopt niet geheel synchroon (het zijn tenslotte radio-uitzendingen)

filmpje 1: In Werkhoven (Utrecht) behoren de boeren Jacco Merkens en William Pouw tot een 25 boeren die bij Local2Local betrokken zijn. Het bij elkaar brengen van vraag en aanbod blijkt een behoorlijke uitdaging. Verslaggever Jan Peels vroeg hun naar hun ervaring. 

 
filmpje 2.  gesprek bij het Kulturhus Haaften, met Dennis Kerkhoven, voorzitter Gebiedscoöperatie Rivierenland en Baukelien Franken van de Stichting Dirk de Derde. Voor meer informatie: www.gebiedscoöperatie Rivierenland

 Filmpje 3, voko Eindhoven,   Voedselcollectief Eindhoven is een groep enthousiaste mensen die samen groenten en fruit inkopen bij boeren in de buurt. Logistiek is het nog wel een hele klus, maar daarvoor zijn speciale’verdeelpunten’ Jan Peels bespreekt de gang van zaken met Corine, Bart en voorzitter Cees Poldervaart door op De Genneper Hoeve.

 

 

2 BOERENMARKTEN 

Info gebaseerd op workshop BioBeurs, woe 21 jan. 2015, 11.30 uur,  m.m.v. Marga Scholte, ‘De Stroese Dame’, geitenkaas.  Zij staat elke week op de biomarkt in Utrecht. Zie ook het in de inleiding genoemde handboek voor veel praktische info. Zie ook ‘Hier te koop’ (van Buurman Boer), o.a. voor een lijst van boerenmarkten

Kraamhuur en standplaats is ongeveer €30  per dag in Utrecht. In Eindhoven is het gratis, in Rotterdam (overdekte markthal) €75.

Marga staat op de biomarkt in Utrecht met 5 of 6 andere biologische leveranciers op de markt. Ze zijn al 20 jaar een v.i.o. (Vereniging in Oprichting) . Er zijn onderling best strenge regels afgesproken, bijv. ‘alleen zelfgemaakte kaas’.  Je verkoopt een bepaald percentage van jezelf maar koopt daarnaast van anderen in. Je kunt samen beslissen wie erbij komen. Zorg dat je van elk product maar één kraam hebt, probeer variatie te bereiken zodat het zo ‘nuttig’ mogelijk is voor de klant om daar te komen   Betrek de plaatselijke milieuvereniging erbij (vooral in geval van ‘biologisch’).

Elke gemeente heeft een marktverordening.  Almere laat alles toe, Zeeland weinig of niets. ‘Biologische markt’ (of ‘streekmarkt’) is binnen de marktverordening een aparte categorie. Of je zit bij de gewone markt erbij (Meppel) , dan heb je weinig zeggenschap.  Zie ook in het bovengenoemde handboek. Er zijn ook streekmarkten, soms 1x per maand, andere vaker, bijv. ‘Rotterdamse Oogst’. Vermijd de braderiën, daar verkoop je weinig of niks. Je kunt ook een markt zelf organiseren buiten de bebouwde kom, als ‘evenement’. Zelfs iedere week, als een steeds terugkerende ‘open dag’.  

De trend is dat de marktverkoop daalt, maar de verkoop via boerenmarkten stijgt. Mensen willen vers. (De supermarkt willen nu al spullen die 12 dagen ’vers’ blijven, dat is niet wat de consument zoekt.) Wat het niet eenvoudiger maakt: de trend is ook dat consumenten een breed assortimentwillen  en het product moet er goed uit zien. En voor de bioboeren is er nu meer concurrentie via de Eko-winkels.  

‘Beleving’ is ook  belangrijk:

– geef veel/duidelijke info over je product (grote banners e.d.), leuke naam verzinnen.

– de boer zelf achter de kraam. Steeds het verhaal van de boer erachter blijven vertellen. De kern is: ‘delicatesse van de boerderij’.  Steeds vriendelijk blijven, ook als de klant het duur vindt. Je hebt een goed product dus durf met een glimlach een goede prijs te vragen!   Vaste klanten zijn heilig; maak een praatje, even zwaaien.

– Tot de beleving behoort ook: stukjes laten proeven. (Denk aan de Warenwet: eten mag er niet langer dan 4 uur liggen.) Consequent zijn: altijd iets geven of nooit. Of alleen met kerst. Een paar keer per jaar iets extra’s: iets te drinken erbij is leuk, in de winter erwtensoep. Muziek bij feestelijke gelegenheden. Op de biomarkt in Utrecht geven ze regelmatig recepten erbij waarvoor de klant van de ene kraam naar de andere moet gaan.

Klanten die niet veel tijd hebben kunnen tevoren bestellen en voor hen staat een tas klaar.(Dat loopt niet zo goed: ze hadden het opgestart onder de naam ‘webshop’; dat wekte verkeerde verwachtingen: klanten dachten dat het werd thuisbezorgd.  Goed nadenken over namen / presentatie!) 

Is het iets voor jou? Je maakt mega-uren op de marktdag, maar je kunt een goede omzet halen. Deze boerin verkoopt 50% van haar ’Stroese Dame’ geitenkaas kaas via de kraam, de rest aan winkels en  horeca. 

 

 

3 GROTERE VOLUMES, a. horeca, b. winkels, c. instellingen, d. overheden

 
3. a. Horeca: Vraag: Hoe kom je binnen in restaurants?

Marga Scholte, leverancier van ‘Stroese Dame’ geitenkaas: het is lastig om bij de horeca binnen te komen, en ook lastig om ze als klant te houden. (Haar is het wel gelukt bij De Librije in Zutphen). Het is voor hen bewerkelijk om van verschillende leveranciers af te nemen. Probeer in plaats daarvan je product in de kaashandel of dergelijke te krijgen.      Soms lukt het: op de Lindenhoff boerderij in Baambrugge werkt 1 van de drie zoons mee op het bedrijf, de andere 2 zoons bezorgen bij toprestaurants. Zie evt. boven: webshops voor de zakelijke markt,  bijv. www.boerenhart.nl

 
3. b winkels:  

Streef je met je collega’s naar een (al dan niet coöperatieve) winkel in een nabijgelegen stad? Zie ‘De Groene Marke’, in Ommen: vijf boeren huurden een pandje in 2004 en knapten het zelf op; een van de dochters werd winkeljuffrouw en de winkel was alleen ’s middags open.  Inmiddels zijn ze met zijn tienen en begin 2015 moeten ze weer gaan klussen: ze gaan naar een groter pand aan de grote markt, er komen nog 2 boeren bij, en ze krijgen een nieuwe naam, ‘De Boerderijwinkel’. Daarvan zijn er inmiddels drie: ook in Dalfsen en Zwolle. 

– samenwerking met een bestaande winkel: zie Lazuur food community, Wageningen www.lazuur.com waarin de klant aandeelhouder is.  Of zie Puur Lokaal, in ‘Het Dorp’ bij Arnhem www.puurlokaal.nl (van boerencoöpderatie Oregional,  Nijmegen/Arnhem) 

– zie www.aardeboerconsument.nl Hier te koop voor concepten als Willem en Drees (verkopen via supermarkten in je omgeving) , Marqt, Landwinkel

 
3.c instellingen

 
(veranderingen; hobbels; wie gaan de distributie doen? Een voorbeeld: Flevoland)  

Veranderingen in de zorg

–  Minder mensen in instellingen, meer mensen thuis die maaltijden kopen van een ‘maaltijdenfabriek’. (Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt sowieso toe). Dus kijk als producent ook uit naar zulke maaltijdfabrieken in je omgeving.

– Twee tegengestelde ontwikkelingen zijn dat de instellingen die overblijven ófwel de keuken wegdoen en ook overgaan op maaltijdfabrieken, ‘ofwel juist zelf meer werk gaan maken van de maaltijden: een kok die weer echt gaat koken; een  keuzemenu; lekkere luchtjes in het huis die de eetlust aanwakkeren en mensen smakelijker doen eten. Zo kunnen instellingen zich profileren. Zulke zorgrestaurants trekken ook klanten ‘van buiten’.

kleinere woonvormen (bijv. met 10 bewoners) winnen aan populariteit. Een van de groepsleiders kookt, maar hun kookkunsten wisselen nogal. Er gebeuren vreemde dingen: veel bamiballen en pannenkoeken en slechts 1x per week behoorlijk groenten, terwijl de bewoners  juist veel verse groenten nodig hebben. Voor de leverancier zijn kleine groepen lastig te beleveren.  

–   Hobbels op de route naar instellingen

– Het gaat niet alleen om ouderen: er zijn ook instellingen voor gehandicapten , jeugdzorg, etc. Onderwijs is lastig: de meeste jongelui gaan niet voor de gezonde hap. Als die opgedrongen wordt gaan ze naar de supermarkt op de hoek.  Maar als de leiding van de opleiding en de docenten en de catering de jongelui zelf meekrijgen gaat het lukken.

– het is voor instellingen erg verleidelijk om voor de grote landelijke cateraar te gaan, vaak in 5-jarige contracten. Ook werkt men vaak met ‘maaltijd-cycli’ van bijv. een half jaar, wat kan vechten met de duurzaamheids-doelstelling ‘seizoensgebonden’.  Op de BioBeurs (woe 21 jan 2015, 12.45) vertelde het hoofd van het zorgrestaurant van ‘IJsselheem’ (11 zorglocaties!) dat ze toch liever aan één grossier vasthouden, met wat regionale producten ernaast, anders wordt het onoverzichtelijk.

– inkoopafdelingen blijven sturen op de prijs. 10 Cent méér voor een maaltijd meer vinden ze al veel. Men moet inzien dat men door verser voedsel kan besparen op voedingssupplementen (vitaminepillen etc.). Maar zover zijn de diëtisten nog niet, die blijven nog supplementen voorschrijven, dus met hen moet ook gesproken worden, want het is bewezen dat verser voedsel in dat opzicht verschil maakt. Maar waar een wil is is een weg: ‘Naarderheem’ haalde financiële schotten tussen verschillende afdelingen weg en kon met geld schuiven en zo toch maaltijden voorzetten met lokale ingrediënten. Een argument vóór ‘lokaal’ kan ook zijn: we dragen bij aan de regionale economie.

– Het heeft vaak heel wat voeten in de aarde eer er omgeschakeld kan worden: velen moeten zich erover buigen, van de raad van bestuur en directie en hoofden van afdelingen tot de cliënten en hun familie, en niet te vergeten de kok(s) / hoofden van de catering en het bedienend personeel. Er is een gedeelde visie nodig. Anderzijds hoeft men niet te wachten tot iedereen ‘om’ is: men kan klein beginnen, met enkele producten, of een proeverij organiseren om het idee bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld in De Week van de Smaak. Zorg voor een goed zicht op de producenten en wat zij kunnen leveren (websites).

– Vaak zitten er meerdere instellingen onder een paraplu, dat vergt nog meer overleg. Het is makkelijker met zelfstandige instellingen te werken, daar zijn ook de eerste successen behaald (St. Maartenskliniek, Naarderheem, etc.) 

– Uit een conferentie november 2014 door CBL (Centrum Biologische Landbouw) met catering mensen die wél met regionale leveranciers werken kwam naar voren dat de koks een software programma willen dat vanzelf omrekent hoeveel kilo je nodig hebt als je bloemkool wil voor 23 personen, bijvoorbeeld, anders zijn ze elke week teveel tijd kwijt aan de bestellingen.     En er is een simpele eenvormige facturering nodig.

 
–   Hoe vinden de partijen elkaar en wie gaan de rol van distributeur op zich nemen?

En: een voorbeeld: Flevoland

– zie inlieiding: ’food hubs’, met een soort digitale marktplaats kunnen als distributiekanaal gaan fungeren. Er kan op verzoek een ‘hub’ (draaipunt, as) aangemaakt worden, zie inleiding. 

– de groothandel zou hier ook haar rol in kunnen vinden maar dan moet het ook transparanter worden wat je betaalt voor de service van die groothandel.

Hier volgt een praktisch voorbeeld van samenwerking tussen boeren en een distributeur uit Fevoland : Ingrid Cremer, werkzaam voor het Centrum Biologische Landbouw, was een van de inleiders van een workshop over ‘sociale catering’ op de ‘voedsel Anders’ conferentie, 21/22 feb, 2014   zie  FILMPJE: van boer naar instellingen (1.40 minuut) 

Uit blz 12 van het verslag van die conferentie (zie www.voedselanders.nl): Ingrid vertelde over de projcten ‘Proef de Smaak van Flevoland’ en ‘Milieuwinst op het Menu’, en wat voor effect die hebben gehad. Ook vertelde ze over Groentenman Gert Koekoek uit Dronten. Gert’s bedrijf heeft zich ontwikkeld tot een snijderij en leveranciersbedrijf met 13 FTE in dienst (20 mensen omgerekend naar 13 volledige banen). Gert en Ingrid gaan samen naar de instellingen en cateraars om klanten te werven. Daarbij wordt specifiek gekeken naar maatwerk en wensen van de klant. ‘Geen probleem’ is Gert’s motto. Gert maakt 6 dagen in de week twee rondes waarin hij spullen ophaalt bij boeren en op elke ronde zit  minstens 1 ‘grote’ afnemer. Dat maakt het ondanks de transportkosten rendabel. Voor de afnemers zijn de prijzen voor de biologische producten hetzelfde of soms lager dan de prijzen van gangbare producten via de ‘gewone’ keten. Gert Koekoek verwerkt 15.000 kg groenten per week (wassen en snijden). Hij moet wel om half vijf uit zijn bed. Hij gaat persoonlijk en flexibel om met bestellingen, doet niet te moeilijk over na-leveringen bijvoorbeeld. 

Ingrid deelde de publicatie ‘Milieuwinst op het menu’ uit, dat is een verslag van ervaringen met 6 bedrijven/instellingen die een scan hebben gemaakt van hun voedselvoetafdruk (in hoeverre  belast ‘voedsel’ in onze instelling het milieu?)  en die  stappen hebben gezet om hun ecologische voetafdruk te verbeteren. Vlees minderen (bijv. een ‘meatless Monday’ instellen) vraagt ‘een goed verhaal’ voor dat geaccepteerd wordt. Het is wel belangrijk i.v.m. de klimatverandering. Efficiënte ‘routes rijden’ bespaart op transportkosten, etc. Voor de hele brochure zie Milieuwinst op het menu.

Ook heeft het CLM de brochure ‘Meer regionaal en biologisch’ in de instellingsmaaltijd én thuismaaltijd’ uitgebracht. Ondertitel: ‘praktisch stappenplan, tips en praktijkervaring van zorginstellingen in Flevoland en omringende regio’s’. Het is een brochure voor zorginstellingen. Er staan voorbeelden in die aantonen dat er verschillende manieren zijn om regionale producten in te kopen: zowel van de groothandel als lokale leverancier. Ook als je niet zelf kookt kun je een maaltijdproducent kiezen, en er zijn maaltijdfabrieken die graag de regionale economie steunen en dus lokale producten verwerken.

Ingrid vertelde ook over het duurzame cateringbedrijf PDX services uit Almere en over nieuwe ontwikkelingen zoals ‘Centre of Expertise Food’-projecten, die in Flevoland door een Agrarische Hogeschool (CAH Vilentum) worden opgezet. Eén van de doelen is het realiseren van een ‘food hub’ in Almere voor de distributie van lokaal voedsel. 

3.d Conclusies / aanbevelingen uit de bovengenoemde workshop tijdens de ‘Voedsel Anders’ conferentie:  

  • Voor boeren is het aan te raden een coördinator aan te trekken die zowel de aanbodzijde (het boerenbedrijf) als de vraagkant (instellingen, horeca) goed kent. Probeer krachten te bundelen door samen te verduurzamen, waardevolle investeringen te doen (zoals de aankoop van een snij-installatie), en waarde toe te voegen (verwerken/ inpakken kun je evt. zelf ook).
  • Ook erg belangrijk is het slim organiseren van de logistiek, door te zorgen voor volume en handige ophaal- en bezorgroutes.
  • Wat waardevol bleek voor het succes in Flevoland was het stimuleren van bewustwording onder horecaondernemers/instellingen en dit koppelen aan een actie (Week van de Smaak); dit zorgt voor beweging.
  • Koks willen graag meedoen omdat ze een product willen met een verhaal waarmee ze zich kunnen onderscheiden.Ze zijn vaak medestanders. Ze komen vaak zelf uit de regio en zijn dan ook betrokken bij de omgeving en haar producten. Daarnaast hechten ze waarde aan de versheid, smaak en structuur van lokale producten, en aan het kennen van de afkomst van de producten.
  • Het is een openbaring voor veel afnemers dat lokale gewassen vaak een betere kwaliteit en geregeld ook een lagere prijs hebben dan gangbare producten.
  • Om duurzaam en lokaal aanbesteden te bevorderen is het belangrijk creatief aan te besteden en een cateraar te vinden die hierop kan inspelen. Daarnaast kan het bevorderlijk zijn de vraag op te splitsen in verschillende productkavels, bijvoorbeeld brood&banket, groenten&fruit, gekoelde producten (vlees&zuivel) en dranken.

 

 
3.d    overheid (gemeentelijke catering e.d.)

(en: aanbestedingsregels)

Greet Goverde was de andere inleider in de ‘sociale catering’ workshop op de ‘voedsel Anders’conferentie, 21/22 feb, 2014. Zie FILMPJE: van boer naar overheid 1.40 minuut

Uit blz 12 van het verslag van die conferentie (zie www.voedselanders.nl):  Greet deed een onderzoekje onder de gemeentes die binnen het stedennetwerk stadslandbouw in 2013 de ‘Agenda Stadslandbouw‘  ondertekenden. Dat was een soort belofte om  in de gemeente duurzaam voedsel te gaan promoten. Lokaal  aanbesteden werd niet door alle gemeentes die ondertekenden aangevinkt, eerder ‘biologisch’ en ‘fair trade’ (die staan ook in de aanbestedingscriteria van het Rijk, zie onder). Greet sprak met vertegenwoordigers van de  5 gemeentes die het hokje ‘lokaal aanbesteden’  ’aanvinkten’ bij hun ondertekening, en ook met iemand van  Amersfoort die deelnam aan het EU project ‘Urbact’ waarin het streven naar ‘lokaal aanbesteden’ ook was opgenomen.

Conclusie: niet zo positief: ondanks de mooie voornemens gaat het moeizaam in de steden. De beleidsmakers (bijv. wethouder of enkele raadsleden) die verandering willen, bijv. verduurzamen, praten op een andere golflengte dan de mensen die de financiën beheren en de catering moeten aanbesteden. In Rotterdam werken zo’n 2000 mensen in een van de torenflats. Daar zitten wel 4 of 5 (commerciële) schijven tussen het bord en de inkoop. Lastig. 

De gemeente Den Haag heeft de catering nog in eigen hand. In Den Haag wil men het MKB meer kans geven door aanbestedingspakketten op te splitsen in productgroepen, en men heeft de aanbesteding opgedeeld in vier kavels, namelijk kant-en-klaar lunches, koel- en vriesproducten, droge kruidenierswaren en brood & banket. Men is begonnen met dat laatste kavel lokaal af te nemen. De ’Verkaveling’ en ‘eigen catering’ zijn twee factoren waardoor ‘lokaal aanbesteden’ in Den Haag redelijk lukt.  

Dit was over het algemeen dus teleurstellend. Als gemeentes hun nek den zouden uitsteken zou dat een voorbeeldfunctie hebben. 

 
– Aanbestedingsregels

De EU-regels verbieden criteria die de vrije markt belemmeren of bepaalde bedrijven voortrekken, dat verklaart ook gedeeltelijk de huiver bij gemeentes.  Op verzoek van Platform ABC (www.aardeboerconsument.nl) heeft de SP een paar jaar geleden een motie voorgelegd aan de Tweede Kamer om de criteria voor aanbestedingen voor catering aan te passen. Uitkomst van deze en andere moties was dat men biologische producten en SPN (Streekproducten Nederland) kan hanteren als criteria. Het voorstel om het kenmerk “lokaal geproduceerd” ook te laten opnemen als criterium heeft het echter niet gehaald. 

Inmiddels wordt de soep niet meer zo heet gegeten als ze wordt opgediend.  Er mogen criteria opgesteld worden om bepaalde publieke belangen veilig te stellen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, veiligheid of milieu. Er zijn mogelijkheden om de afname van lokale en duurzame producten te bevorderen door “creatieve” aanbesteding. Dit kan door andere factoren dan prijs in de aanbesteding veel gewicht te geven en te vragen om:

  • “verse” of “seizoensgebonden” producten, of producten met een “kleine CO2-afdruk” (dan moet het veelal wel uit de omgeving komen)
  • specifieke producten zoals “vrije uitloop eieren”, “duurzame vis”, e.d.
  • te richten op welzijn (lokale werkgelegenheid), gehandicapten (producten van een zorgboerderij).

Je kan zo al van tevoren leveranciers in kaart brengen en de aanbesteding op hen toesnijden.

 

 

Share This