mrt 072019
 

Het IPES  (International Panel of Experts on Sustainable Food Systems ) werkt aan voedsel- en landbouwbeleid ‘all over the world’, maar vanwege de herziening van het GLB hebben ze zich nu op Europa geconcentreerd. Een van de kopstukken is Olivier de Schutter, de vroegere UN ‘rapporteur on the Right to Food’. Na drie jaar consultaties van allerlei deskundigen en belanghebbenden zijn ze met een voorstel voor een Europees Voedselbeleid gekomen (tevens ook landbouwbeleid). 

Het is een grondige analyse geworden van wat mis is, met voorstellen voor verandering en concrete maatregelen aan het eind. (Het rapport sluit naadloos aan bij een publicatie , januari j.l., van The Lancet, een eerbiedwaardig engels medisch Tijdschrift dat dateert  uit de 19e eeuw. Het werd besproken in the Guardian onder de tite ‘The way we eat is killing us – and the planet’) 

Hieronder een korte bespreking van de samenvatting van het oorspronkelijke rapport van 90 pagina’s

Waarom moet er nu eens echt grondig naar het landbouwbeleid gekeken worden? Vanwege de problemen op het gebied van milieu (achteruitgang van de bodem en biodiversiteit), gezondheid (obesitas, hart- en vaatziekten), en sociaal-economische factoren.  (Wat dit laatste betreft: enkele grote spelers bepalen het spel, arbeiders in de keten en vooral boeren betalen de  prijs.  Het aandeel van de boeren in de waardeverdeling binnen de voedselketen is gezakt van 31% in 1995 naar 21 % in 2018, terwijl boeren tussen 2000 en 2010 40% hogere kosten hadden. )

Om alle EU burgers bij het beleid te betrekken wil IPES naar een gemeenschappelijk VOEDSEL beleid.

Waarom is een heel nieuw beleid noodzakelijk?

  1. Integratie van BELEIDSsterreinen

NU is het beleid heel versnipperd: veel ‘departmenten'(in Brussel genaamd DG (Directoraat Generaal): handel, voedselveiligheid, milieu, marktregulering, ontwikkelingslanden, onderzoek, onderwijs etc. Er vallen gaten, er zijn tegenstrijdigheden. Eén voorbeeld: de EU heeft zich gecommiteerd aan ‘coherentie van beleid w.b. de ontwikkelingslanden’ en aan het klimaatakkoord van Parijs, terwijl zij zich tegelijkertijd door nieuwe handelsverdragen committeert aan meer export in de sectoren vlees en zuivel, die veel CO2 uitstoot veroorzaken.  Meestal winnen ‘efficiency’ en handelsbelangen het pleit binnen deze conflicterende belangen.

  1. Integratie tussen de verschillende BESTUURSlagen

Er zijn bijvoorbeeld veelbelovende experimenten en initiatieven w.b. lokale  voedselvoorziening  (korte ketens) .Daarbij zijn producenten, consumenten, burgers en lokale beleidsmakers betrokken op een democratische en transparante manier. Maar dit zijn vaak kleinere initiatieven die niet in aanmerking komen voor Europese fondsen. Of zijn ondergeschikt aan concurrentie-prioriteiten zoals het stimuleren van competitie in de gangbare markt.  Zo blijft het ondersteunen van lokale experimenten, het promoten van sociale innovaties en het ontwikkelen van duurzame voedselketens geen verplichting van Lidstaten maar slechts een incidentele mogelijkheid.

  1. Overgangsbeleid: een geïntegreerd voedselbeleid kan een oplossing bieden voor de neiging voort te gaan op de eenmaal ingeslagen weg.

Vanwege het klimaat (zie de meest recente IPCC evaluatie) zal de Europese landbouw tegen 2030 koolstof-neutraal moeten zijn. Ook het verlies aan biodiversiteit, honger en armoede en andere uitdagingen die genoemd worden in de Duurzame Ontwikkelings Doelen van de UN (SDG’s) vereisen snelle actie. Maar de huidige beleidslijnen zitten vast in de paradigma’s van het verleden.  Voedselsystemen zijn nu nog gericht op goedkope en overvloedige caloriën via de massaproductie, hoewel dit ‘goedkope’ model dure gevolgen heeft – van milieuproblemen als gevolg van de intensieve landbouw, tot ongezonde voedingsgewoontes en obesitas. Op allerlei manieren zijn de huidige structuren dichtgetimmerd.  Er is een overgangsbeleid – nodig om de huidige impasse te doorbreken: een Gemeenschappelijk Voedsel Beleid dat de veranderingen in de productie, verwerking , distributie en consumptie van voedsel in gang kan zetten.

  1. Democratische besluitvorming: 

Meer democratie is hard nodig. De dominantie van machtige belangen is een hardnekkig probleem geworden.  De agribusiness heeft in toenemende mate gebruik gemaakt van de conflicten tussen boeren en milieu-bewegingen om het GLB-beleid naar zich toe te trekken.

De kloof tussen het mandaat dat beleidsmakers denken te hebben  en de grenzen die de burgers juist weer willen oprekken is groter geworden. Dat  blijkt o.a. uit de acties tegen glyfosaat en tegen de handelsverdragen zoals TTIP en CETA.  Er is duidelijk een democratisch tekort.  De Europese burgers zijn in toenemende mate teleurgesteld over het hele Europese bouwsel. Als we de focus verleggen van landbouw (en de andere sectorale beleidsterreinen)  naar VOEDSEL kunnen er meer mensen bij betrokken worden. Dan gaan de belangen verschuiven en kunnen er nieuwe verbanden ontstaan tussen al diegenen die een model willen waarin de productie van gezond en duurzaam voedsel lonend wordt.

pag. 10 tm 12 van de samenvatting van het rapport:

Een blauwdruk voor een Gemeenschappelijk Voedsel beleid.

De eerste bouwsteen is een zodanige herziening van het bestuur van de EU  dat de  institutionele beleids ‘silo’s’ worden afgebroken  en er ruimte komt voor maximale synergie  tussen allen die werken aan duurzame voedselsystemen. Er zijn nieuwe functies nodig om deze inspanningen te coördineren, zoals de volgende:

Beleidsvoorstellen voor de korte termijn

Beleidsvoorstellen voor de middellange en lange termijn       

De functie creëren van vice-president van de Europese Commissie voor Duurzame Voedselsystemen

Een Scorebord/Actieplan voor Duurzame Voeding opstellen om de voortgang van de uitvoering van een Gemeenschappelijk voedselbeleid te monitoren.

In elk DG van de Commissie een ‘Hoofd Voedsel’ aanstellen om ervoor te zorgen dat er samengewerkt wordt met andere sectoren

Een ‘Taskforce Duurzaam Voedsel’ instellen die ressorteert onder het European Political Strategy Centre (EPSC)

Een formele ‘Intergroep voor Voedsel’ creëren in het Europees Parlement.

De instelling van een Europa-brede Voedselraad ondersteunen

Een participatief proces opzetten voor de beoordeling van technische innovaties.

Een organisatie opzetten die Europa-breed systematisch de coördinatie en de uitwisseling van ervaring en kennis regelt m.b.t. lokale/streekgebonden voedselinitiatieven ( inclusief regionaal en lokaal voedselbeleid)

 

Beleidshervormingen worden hieronder gegroepeerd onder 5 doelstellingen, vijf paradigma-veranderingen die gelijktijdig moeten plaatsvinden om duurzame voedselsystemen te construeren in Europa: 

TOEGANG TOT LAND, WATER  EN GEZONDE BODEMS

De basis  voor de Europese landbouw staat sterk onder druk door de  degradatie en erosie van de bodem, door vervuiling en uitputting van waterbronnen, wat te wijten is aan de industriële landbouw en landbouwgronden die bestemd zijn voor stedelijke of industriële ontwikkelingen. Toegang tot land voor duurzame voedselproductie is daarom cruciaal, maar die wordt ondermijnd door plannen voor biobrandstoffen, stadsuitbreiding, aankoop van grond voor speculatie-doeleinden, laksheid w.b. bescherming van de bodem, en een stelsel van landbouwsubsidies dat de prijzen opdrijft. De EU zou een instelling voor Europees Grondtoezicht moeten oprichten om de aan- en verkoop van grond te monitoren, het voorkooprecht voor jonge agro-ecologische boeren te promoten, landbouwsubsidies toe te wijzen  afhankelijk  van een reeks criteria (niet alleen de grootte van de boerderij) , dit  alles om uiteindelijk te bereiken dat natuurlijke hulpbronnen EU goed beschermd worden volgens de richtlijnen van een Land and Soil Directive. 

 2 KLIMAATBESTENDIGE, GEZONDE AGRO-ECOSYSTEMEN HERSTELLEN

Industriële veeteelt en monocultures met veel chemische input zijn de aanjagers van de uitstoot van broeikasgassen, bodemverarming, lucht- en watervervuiling, en verlies  van biodiversiteit – waardoor  belangrijke ecosysteem-diensten ondermijnd worden. High-tech en kapitaalintensieve, op digitalisering gebaseerde innovaties leiden er alleen maar toe dat de bestaande productiemodellen versterkt worden. Het GLB, Onderzoek, Innovatie, en Voorlichting moeten dringend geheroriënteerd worden op gediversifieerde agro-ecologische systemen met weinig input. Dit houdt in: de introductie van een Europa-brede ‘agro-ecologie premie’ als nieuwe basis voor GLB betalingen, de stimulering van de teelt van stikstofbindende peulvruchten, weilanden en agro-forestry, de instelling van onafhankelijke landbouwadviesdiensten, boer-naar-boer studiekringen, en uiteindelijk de uitfasering van het gebruik van chemische input. 

 3  VOLDOENDE, GEZONDE EN DUURZAME MAALTIJDEN VOOR IEDEREEN. 

Ongezonde eetgewoontes zijn de oorzaak van een epidemie van obesitas en een explosie van NCDs (Non-communicable diseases, niet overdraagbare ziektes): de voornaamste doodsoorzaak in Europa. Om deze eetgewoontes te verbeteren moet er een hele reeks beleidsterreinen op  elkaar afgestemd worden – van stedelijke planning tot voedselbelasting en marketing regels – zodat een  voedsel-omgeving  gecreëerd wordt  waarin de gezondste keuze de meest voor de hand liggende is. De EU moet de regels voor openbare aanbesteding en BTW herzien, en de marketing van junk food sterk beperken om de prikkels te verleggen naar gezonde en duurzame eetgewoontes. Bovendien zou de EU van de lidstaten moeten eisen dat ze Gezonde Voeding Plannen ontwikkelen (waarin openbare aanbestedingen, stadsplanning, fiscaal en sociaal beleid, marketing, en voedsel-educatie worden opgenomen) als voorwaarde voor de toekenning  van GLB betalingen.

4  EERLIJKER, KORTERE, EN SCHONERE VOEDSELKETENS.

 De standaardisatie, consolidatie en globalisering van de voedselketens is zeer ten nadele geweest van  de boeren ,  van werknemers in de voedselindustrie, het milieu en de gezondheid van de consument. De afname van kleine landbouwbedrijven, werkgelegenheid op het platteland, en streekgebonden verwerkende industrie, heeft een bredere achteruitgang van het platteland in gang gezet. Op  lokaal niveau wordt al aan oplossingen gewerkt (korte-keten initiatieven, verwerkende industrieën, voedselraden). Ondersteuning van lokale, multi-stakeholder, streekgebonden innovatie moet vanaf het begin ingebouwd worden in het EU beleid en moet een eis worden aan de lidstaten, geen à la carte keuze.

 5 DE HANDEL TEN DIENSTE STELLEN VAN DUURZAME ONTWIKKELING VAN DE EU.

De EU heeft haar machtspositie gebruikt  om handelsovereenkomsten door te drukken die ontwikkelingslanden vastpinnen op de uit milieu- en sociaal oogpunt schadelijke export van bulkproducten, terwijl de EU  hun mogelijkheden om een duurzame weg te kiezen ondermijnt (bijv. door investeringsbescherming en beperkende Intellectual Property regels). Uiteindelijk moeten vrijhandelsverdragen vervangen worden door duurzame handelsverdragen, d.w.z. een nieuw model waarin handelsliberalisatie niet langer het eerste doel is.

 

VOORGESTELDE MAATREGELEN:

Wat betreft het  laatste stuk van de samenvatting van het rapport  (pag. 13 tm 17) : daar volgt de nadere uitwerking en concretisering met plannen/adviezen voor ieder van de bovengenoemde vijf doelstellingen, aan de hand van schema’s  Wij noemen slechts enkele voorgestelde maatregelen. We focussen hier op consequenties voor boeren.

maatregelen voor doelstelling 1 (TOEGANG TOT  LAND,WATER  EN GEZONDE BODEMS)

– Daarin opnemen het recht op vóórkoop voor agroecologische producenten; overstappen van hectaresteun naar verschillende criteria waarbij verplicht herverdeeld wordt naar kleinere bedrijven, 2.  Betalingen aan individuele bedrijven aftoppen. Minimum percentage (in plaats van een maximum) voor betalingen aan jonge boeren

maatregelen voor doelstelling 2 (KLIMAATBESTENDIGE, GEZONDE AGRO-ECOSYSTEMEN)       

Alle GLB betalingen bestemmen voor de levering van ‘public goods’ via één ‘pillar.  Gekoppelde betalingen uitfaseren; beperkingen van de vee-dichtheid introduceren zoals in de biologische regulering

maatregelen voor doelstelling 3  VOLDOENDE, GEZONDE EN DUURZAME MAALTIJDEN 

– Een ‘EU richtlijn’ instellen voor de marketing van HFSS (High Fat and Salt and Sugar) en ‘high-processed’ voedsel, daarin opnemen een verbod op adverteren op T.V. etc.  De prijs en beschikbaarheid van voedsel  op één lijn brengen met gezonde eetgewoontes door het productiebeleid te  hervormen: gekoppelde betalingen voor vee afschaffen, gediversifieerde agroecologische systemen en peulvruchten-teelt ondersteunen, en sociale en milieu-kosten van de voedselproductie vastleggen. (zie doelstellingen 2 en 4) 

maatregelen voor doelstelling 4  (EERLIJKER, KORTERE, EN SCHONERE VOEDSELKETENS.)

– Om de 4 jaar een herziening van de impact van UTP regels (Unfair Trading Practices) en verschillende beschermende maatregelen overwegen. Alle publieke aanbestedingen worden ‘groen’.

maatregelen voor doelstelling 5 HANDEL TEN DIENSTE VAN DUURZAME ONTWIKKELING 

FTA’s (Free Trade Agreements) en EPA’s (European Partnership agreements, met de ontwikkelingslanden) vervangen door duurzame  handelsovereenkomsten, waarin handels-liberalisatie afhangt van ‘regulatory cooperation’ en het recht om te reguleren.. ISDS regels uitfaseren in toekomstige handelsovereenkomsten. Een CO2 belasting introduceren (‘border adjustment’) (= importheffingen), en goederen met een hoog gehalte aan GHG (Greenhouse Gases) uitsluiten van liberalisering.  Lokale/regionale voedselketen in de EU (zie doelstelling 4) en in derde landen ondersteunen door ‘Aid for Trade’. Onderzoeken of een clausule voor duurzame ontwikkeling en/of een vrijstelling voor klimaatverandering mogelijk is in WTO onderhandelingen. Een ‘Rechtvaardig Overgangs Fonds’ oprichten om ontwikkelingshulp, klimaatbekostiging en anti-dumping heffingen bij elkaar te brengen.

Conclusie

Uiteindelijk is dit  rapport een oproep. We nodigen de EU instituties en lidstaten uit om dit proces verder te brengen Een Gemeenschappelijk Voedselbeleid is een Plan B voor Europa: een manier om een beleid op  te eisen voor het algemeen welzijn en om weer vertrouwen op te bouwen in het Europese project.

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.

Share This