feb 042017
 

We kennen zo langzamerhand het plaatje van de zandloper: de producten van miljoenen boeren gaan grotendeels door de ‘flessenhals’ van weinig bedrijven naar de consumenten. ‘De Groene Amsterdammer’ deed onderzoek naar de 4  bedrijven die de agrarische verwerking en handel beheersen.  Hier een samenvatting:

Die vier bedrijven zijn

  • ADM, Archer Daniel Midland Company, opgericht in 1902, hoofdkantoor in Chicago, zette in 2015  60 miljard euro om.
  • Bunge, in 1818 opgericht in Amsterdam door P.G.Bunge. Nu staat het Europese hoofdkantoor in Genève, en het internationale hoofdkantoor in White Plains, Amerika. Omzet in 2015: 38 miljard euro.
  • Cargill, opgericht in 1865, bestuurd vanuit Minnesota in de VS, in 2015 jaaromzet: 106 miljard euro.
  • Dreyfus, de Louis Dreyfus group, opgericht in 1851 in Frankrijk, heeft zijn hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Jaaromzet in 2015: 50 miljard euro.

Zij bepalen volgens Agropoly 80% van de graan/soja markt, maar ook het grootste deel van veel andere producten.  (Bekende voedingsbedrijven zoals Unilever of Nestlé en de zaadveredelaar Bayer/Monsanto zijn hierbij vergeleken slechts kleine broertjes.) De schrijvers van het artikel in De Groene beschouwen deze bedrijven als landen, maar dan landen als Singapore of Dubai, met veel kennis en een eigen soort cultuur. Alleen hebben ze geen eigen grondgebied, op havens, kantoren en fabrieken na. Het nieuws wordt streng gecontroleerd en journalisten krijgen geen toegang, vooral niet tot Cargill en Dreyfus, de familiebedrijven die niet hoeven te luisteren naar de wensen van de beurs. Websites hebben geen datum, verouderde berichten worden niet verwijderd, in kantoren liggen geen brochures over wat het bedrijf doet. 450 van de 1270 tweets van Cargill in 2015 gingen over al dan niet mogen bidden onder werktijd van een islamitische medewerker. Niets over de rol van Cargill in de ontbossing van de Amazone, waar in 2015 alleen al 50 milieuactivisten om zijn vemoord. 

Het zijn handelshuizen, ofwel commodity traders. Ze handelen in ‘food commodities’ en beheren enorme logistieke netwerken die bestaan uit duizenden inkoopkantoren over de gehele wereld, goederentreinen, overslaginstallaties, vrachtwagens en goederentreinen en binnenvaartschepen. Ze zijn vaak de afnemers en verwerkers van de gewassen. Maar daaromheen zijn hun activiteiten enorm uitgewaaierd. Ze leveren ook alle diensten die om de ‘food commodities’ heen hangen; zaden, kunstmest, landbouwkundig advies, verzekeringen voor de   boeren.

Er is een president per divisie (oilseeds, mais. ethanol, rijst etc.) en er is een opdeling per regio met een president-directeur aan het hoofd. Ieder kent zijn plek, persoonlijke relaties zijn belangrijk. De handel gaat razendsnel, alles gaat telefonisch en digitaal. Je maakt een inschatting van wat je nodig hebt, je koopt in bij exporteurs. Ook een deel bij lokale handelaars, bij coöperaties. Je verdeelt het, je koopt bij elkaar en verdeelt het ook tussen landen. ‘Wat wij doen is puur logistiek, we kunnen altijd aan iedereen leveren.’

In plaats van de handel is de verwerkende industrie steeds belangrijker geworden. Cargill is intussen ook een van de belangrijkste producenten van fosfor, kunstmest, (strooi)zout, geconcentreerd sinaasappelsap, zoetstof, citroenzuur, gestemout voor bier, lijm voor vloerbedekking, etc. Maar soms worden hele sectoren ook weer verkocht. De concurrentie tussen de vier multinationals onderling is moordend,vandaar ook dat er zo weinig info te vinden is. De economie van ABCD draait steeds minder om goederen en steeds meer om kennis zeggen Sophia Murphy e.a. in het Oxfam rapport uit 2012, Cereal Secrets. Het verzamelen van data doen ze heel geraffineerd. Data over land, gewassen, het weer, overheidsbeslissingen, vraag en aanbod. Ze hebben ‘people on the ground’ in bijvoorbeeld Rusland, maar analyseren nu ook data met drones en satellieten.

Ze zorgen wel dat het risico bij een andere partij blijft liggen. Zo laat bijvoorbeeld Cargill de bouw van havens over aan overheden, maar eist wel dat ze voldoen aan zijn eigen voorwaarden. Vervolgens leaset het een deel van de capaciteit voor langere termijn.  De teelt gebeurt meestal ook niet onder de eigen vlag. Liever sluiten ze ‘partnerschappen’ met boeren zodat het risico bij de boer blijft liggen.

Het leidt ertoe dat het werk van de ABCD zich steeds meer op de financiële markten afspeelt. ‘Je moet een financiële transactie altijd afdekken. Dat kan in New York of Londen maar ook op de kleinere termijnmarkten’. Dan volgt in het artikel uitleg over long en short gaan, over de handel in futures en opties en hedging. Het hele proces staat bekend als de financialisatie van de voedselmarkt.  Als gevolg van de deregulatie van de financiële markten zijn de scheidslijnen tussen de verschillende spelers zoals deze bedrijven en banken vervaagd. De ABCD zijn er bedreven in geworden en nu bieden de ABCD hun financiële diensten ook aan andere investeerders aan. Murphy: bezit van grondstoffen doet er niet zo veel meer toe, het enige wat continu centraal staat is het verschil tussen in- en verkoop.

Het is wel een probleem dat de handelshuizen zo groot zijn geworden. Het vergroot het risico dat de enorme kennisvoorsprong van een bepaalde partij leidt tot machtsmisbruik. Er zijn al een paar gevallen geweest van handel met voorkennis. En speculatie met grondstoffen heeft een opdrijvend effect op  de voedselprijs. Het maakt prijsschommelingen groter, wat in 2007 en 8 bijvoorbeeld leidde tot meer honger in de ontwikkelingslanden. De ABCD hebben een enorme macht in de voedselketen. Over de invloed van de traders op ons dieet is nog heel weinig geschreven. Cargill heeft bijvoorbeeld aan de ene kant een bedrijf dat software levert om de samenstelling van veevoer te berekenen en levert aan het ander uiteinde de McNuggets aan McDonald’s.

De ideologie van de ABCD is neoliberaal. Vooral bij de Amerikaanse bedrijven zie je een bepaald stereotype medewerkers. Mannen uit de Midwest, allemaal een beetje dikkig, bepaald kapsel, dezelfde kerk: de Bible Belt. Gefrustreerd over die stomme politici. Maar ze zouden nooit zo groot zijn geworden zonder de subsidies van de overheden. Belasting betalen ze amper; door handige constructies in Nederland, Zwitserland, Cyprus en Singapore zo’n 5 tot 10%. En voormalige topmannen duiken regelmatig op  bij de WTO en de Amerikaanse regering: je zou hun lobby-afdelingen de diplomatieke dienst kunnen nomen.

De economie van de ABCD is constant in beweging. Er staan nieuwe concurrenten op: ongeduldige Aziatische spelers staan te trappelen: Olam uit Singapore en het Chinese COFCO wringen zich qua omzet al tussen de ABCD. Ook is Glencore, een handelshuis in mijnbouwproducten, nu ook een grote speler op  agro gebied.

Het artikel besluit met:

Er is een handjevol bedrijven dat ons voedsel over de wereld verhandelt en hun omvang is enorm. Het is een slechte zaak dat we daar zo weinig over weten. Hun invloed op onze economie, onze landbouw en ons dieet is ongekend groot.

Het artikel werd in januari voor de Groene Amsterdammer geschreven door F.Mulder en M. van de Klundert (‘Onzichtbare Reuzen’). Het volledige artikel is te lezen via Blendle, of zie  De Werkplaatsfabriek

Facebooktwittergoogle_plus

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.