mei 032018
 

Op 5 april jl. ging het Ministerie van LNV in gesprek met belanghebbenden en geïnteresseerden over het nieuwe GLB. Het ministerie had daartoe vertegenwoordigers van de boerenorganisaties, maar ook van de vele natuur- en milieuorganisaties en onderzoeksinstellingen uitgenodigd. De vertegenwoordigers van boerenorganisaties waren veruit in de minderheid. Op zich ook wel tekenend voor het verwachte vervolg van het GLB-beleid. Het feit dat het hier gaat om ‘boerengeld’, oorspronkelijke inkomenscompensatie voor de liberalisatie van de markt, verdwijnt steeds verder naar de achtergrond.

In grote lijnen zijn de volgende tendensen te verwachten:

1. korting  an het GLB-budget (in verband met de Brexit en verhoging van de  veiligheidskosten = grensbewaking), hoewel met  name Duitsland en Frankrijk bij monde van de boerenorganisaties DBV en de FNSEA deze  kkorting willen voorkomen),

2. aftopping van de toeslagen per bedrijf, 

3. minder sturing vanuit Brussel op details van vergroening en meer op doelen per land

4 meer aandacht voor klimaatverandering in de vergroeningseisen.

De verwachting is dat er minder geld beschikbaar komt voor Nederland en dat er van dat geld meer besteed gaat worden aan het halen van natuur- en milieudoelen. Dus minder geld voor de directe betalingen. Daar tegenover staat dat minister Schouten van mening is dat wij, boeren, beter betaald moeten krijgen voor onze producten en dat zij daarom van mening is dat er in het nieuwe GLB betere mogelijkheden moeten komen om de positie van de boer in
de keten te versterken. ( Landbouwcommissaris Phil Hogan wil in het nieuwe GLB minder ver gaan in het voorschrijven van uitvoeringsregels. Daarvoor geeft hij wel meer speelruimte voor de landen, maar daarbij signaleert de NAV (Nederlandse Akkerbouw Vakbond) dat er risico ontstaat dat er nog minder sprake is van een gelijk speelveld in de EU.)

De voorzitter van de NAV schrijft: …. .. Nog even en de
interne Europese markt met vrij verkeer van goederen en personen is ter ziele….

Samenvattend ‘5 april’ was een bijeenkomst waarin de akkerbouw-belangenbehartiging een ongelijke strijd moest aangaan met vele natuur- en milieubelangen. Maar de minister liet in het licht van het boerenbelang een positieve indruk achter.

Inzet NAV
De NAV blijft van mening dat het GLB een wending naar een beter, dus hoger prijsniveau moet maken zodat de boeren een eerlijk inkomen uit
de markt kunnen verkrijgen. De Landbouwcommissaris doet daar wel een eerste aanzet toe door de mogelijkheden van horizontale samenwerking tussen boeren te verbeteren, maar de  vrijhandelsverdragen, waarbij wij hier in Europa de lage (goedkope) standaarden van bijvoorbeeld Oekraïne moeten aanvaarden, zijn daarmee in tegenspraak. Pas nadat een betere inkomenspositie en marktpositie van boeren zijn bereikt, kan er worden gesproken over korten of afbouwen van de bedrijfstoeslagen (= subsidie). .

 

 

 

 

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.

Share This