mei 142017
 

Afgelopen zondag werd Emmanuel Macron de nieuwe Franse president. In zijn nieuwe baan moet Macron, net als alle presidenten voor hem, laten zien dat hij van landbouw houdt omdat Frankrijk samen met Duitsland de belangrijkste landbouwnatie is van de EU. Daarom gaat hij ook bij boeren op bezoek en toont hij zichzelf op foto’s met biggen in de armen.

(Dit artikel is deels overgenomen van foodlog.nl, dat het op zijn beurt weer heeft van Terre-net. Met dank aan beide food/agri-websites)

De realiteit is dat Frankrijks vele kleine bedrijven niet meer competitief zijn. Tussen 2000 en 2015 verdwenen ruim 90.000 boeren. Op dit moment zijn er nog 500.000 boerenbedrijven. Vijftig jaar geleden waren er circa 2.000.000. Al die bedrijven zijn zonder sociaal plan verdwenen. Dat zal ook gebeuren met de bedrijven die nog moeten verdwijnen. Hun productie zal worden overgenomen door gemoderniseerde bedrijven die op moeten kunnen tegen buitenlandse importen, vanuit met name Nederland, Duitsland, België en Spanje. Die landen hebben het de Franse boer de afgelopen twee decennia steeds moeilijker gemaakt.

Stimuleringsplan voor volhoudbare prijzen
In plaats van een afvloeiingsregeling heeft Macron een stimuleringsplan voorbereid. Dat programma zal ook zijn consequenties hebben voor Nederlandse boeren. Het bestaat uit vijf elementen:

1. Investeren in de verwerking van landbouwproducten (meer dan 5 jaar, voor een bedrag van €5 miljard). De financieringsruimte moet worden besteed aan maatregelen die zorgen voor een positieve impact op het milieu, een hoger dierenwelzijn en de vorming van korte ketens (dat kan ook zijn de levering direct van de boer en zijn verwerker via bijvoorbeeld Amazon of Shobr).

2. Het maken van een netwerk waarin boeren, verwerkende industrie, retail en consument zijn vertegenwoordigd; samen moeten ze bepalen hoe de marge in evenwichtig in de keten kan worden verdeeld.

 3. Hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU door het instellen van instrumenten die boeren beschermen als ze aan het voorgaande willen meewerken.

4. Steun voor jonge landbouwers door het aanbieden van een lening van maximaal € 50.000 die de eerste twee jaar rente- en aflossingsloos blijft.

5. Het belonen van de boeren voor de milieu-diensten die zij verlenen; daar moet jaarlijks in totaal € 200 miljoen per jaar voor beschikbaar komen vanuit het GLB.

Deze aanpak moet zorgen voor volhoudbare prijzen en een Europa dat boeren beschermt in plaats van bedreigt, zoals Macrons inmiddels voormalige tegenstander Marine Le Pen beweert. (Le Pen staat een Frexit voor, uittreding uit de banden van de EU, in een poging het verleden te kunnen behouden. Ze heeft 35% van de stemmen van de Fransen achter zich en zal die vermoedelijk verzilveren bij de aanstaande parlementsverkiezingen. Macron heeft daar straks slechts 15% van de stemmen en wordt geconfronteerd met een ruime tegenstem van 20% aanhangers van de zeer linkse Jean-Luc Mélenchon, die net als Le Pen Frankrijk los wil maken van de marktgerichte EU.)

Ongunstig voor Nederlandse export
Het tweede punt van Macrons programma sluit aan bij de voorstellen die de Nederlandse oud-landbouwminister Cees Veerman deed om de boerencrisis in de EU op te lossen. Boeren, verwerkers en winkelketens of juist korte ketens moeten in gesloten ketens, zoals ook de Nederlandse bank ABN Amro die voorziet, aan elkaar worden gekoppeld. Dat moet zorgen voor trouw van de consument aan een keten die niet steeds van partners wisselt. Zo kun je boeren toekomst bieden. 

Voor Nederlandse boeren is dit beleid ongunstig. Zij zijn binnen Europa procentueel de grootexporteur en zijn daarin de afgelopen 60 jaar gestimuleerd. Minimaal 70% van hun productie moet buiten Nederland afgezet worden.

Franse supers en verwerkers richtten zich na de erupties van boerenwoede in de zomer van 2015 al onder Hollande op nationale boerenproductie. Zelfs de Duitse super Lidl richt zich in Frankrijk geheel op Frans product en wordt daar om gewaardeerd door boeren.

Te verwachten valt dat Veermans ketenadvies zich vooral nationaal zal realiseren. Macron draagt bij aan die uitwerking van de visie van Veerman voor de EU. Dat moet een einde maken aan de schrijnende taferelen rond Franse boeren, zoals die recent weer op TV te zien waren.

Ook Duitsland
De verkiezing van Macron is dan ook een uitdaging voor Nederland. De nieuwe president rekent af met de achtergebleven te dure landbouw in Frankrijk. Tegelijk rekent hij af met goedkopere importen voor producten waar Frankrijk door een moderniseringsslag zelf in kan voorzien. Nederlands 70% zal daarom zijn weg slechter naar Frankrijk vinden.

We zullen bovendien ondervinden dat hetzelfde gaat gebeuren met producten die Nederlandse boeren nu nog naar Duitsland, Nederlands veruit belangrijkste handelspartner, verkopen. Ook dat land heeft genoeg problemen om zijn eigen boeren in leven te houden en wil daarom graag met de Fransen samenwerken aan een stabielere boereneconomie. Voor Nederlandse begrippen is het een ronduit nationalistische versie van een boeren-Europa. Dat heeft echter maar één oorzaak: zonder forse export heeft onze landbouw een groot probleem. De Fransen hebben zonder significante export geen en de Duitsers weinig problemen.

Het nieuwe Europa na Brexit maar zonder Frexit, zorgt met een ambitieuze D66 à la française-achtige president voor een nieuwe realiteit die nationalistischer is op boerengebied dan Alexander Pechtold, de Nederlandse leider van D66, en de Nederlandse belangenorganisaties FNLI (verwerkende industrie), CBL (detailhandel) en LTO (boeren) zich op dit moment nog niet kunnen voorstellen. De komende parlementsverkiezingen in Frankrijk zullen daar mogelijk nog eens extra aan bijdragen.

Noot: groepen zoals Platform Aarde Boer consument zouden meer regulering en een meer regionale afzet toejuichen. Spannend dus hoe de parlementsverkiezingen gaan verlopen.

Met dank an Foodlog en Terrre-net

 

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.