De eerste en tweede pijler van het GLB ( Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid)

Onlangs is de Europese Landbouwatlas gepubliceerd met telkens twee bladzijdes per onderwerp, met verduidelijkende statistieken. De bijdrage van de organsatie ARC2020 geeft bijvoorbeeld duidelijke info over die raadselachtige ‘eerste en tweede pijler’ waarop  het landbouwbeleid berust.  Dat zijn gewoon twee potten met geld waaruit de landen kunnen putten. Uit de eerste pijler wordt aan de boeren geld toebedeeld afhankelijk van het aantal hectares. (Ingesteld om het internationale ‘speelveld’ gelijker te maken: het leven is in westerse landen met hun redelijke sociale voorzieningen duurder, dus de boeren moeten ‘inkomenssteun’ krijgen, zo is de redenering. Het is een paar honderd euro per hectare.) Van de €409 miljoen aan subsidies in 2014–20, ging drie vierde rechtstreeks naar de boeren, naar die ‘eerste pijler’, en een vierde (€100) naar ‘plattelandsontwikkeling’ (de ‘tweede pijler’)’. Daarmee moet samenwerking tussen producenten gestimuleerd worden, milieuvriendelijke en klimaatbestendige landbouwmethodes, etc.. Landen kunnen hier uit  eigen zak nog wat aan toevoegen, of ze kunnen er wat af doen. De kaart hieronder geeft in miljoenen aan aan hoe de landen het geld verdelen. Het budget krimpt (o.a. door de Brexit), en daar heeft vooral pijler 2 van te lijden. 

Het is wel duidelijk dat er grote verschillen zijn.  Oostenrijk besteedt 44% van het totale budget aan de tweede pijler, Frankrijk maar 17%. Dat betekent dat de tweede pijler gemengde resultaten laat zien. Regeringen kunnen uit een lange lijst opties kiezen.

  • Ierland steunt bijvoorbeeld de biologische landbouw omdat die bijdraagt aan  verbetering van de biodiversiteit, waterkwaliteit, bodem, zuinig zijn met hulpbronnen, en CO2 opslag. Die zaken hebben allemaal met de milieu- en klimaatdoelen van de tweede pijler te maken.
  • In Litouwen woont meer dan 40% van de bevolking op het platteland, maar dat is wel een verouderende bevolking.  Daarom steunt Litouwen modernisering en economische steun voor kleine en middelgrote bedrijven die maar met moeite mee kunnen komen op  de Europese markt.
  • In Nederland beschouwt men slechts 0.6% van de bevolking als plattelandsbevolking. Daar focust pijler 2 op innovatie en verduurzaming van de gespecialiseerde op de export gerichte industriële landbouw.

Ondanks deze verschillen zijn er ook overeenkomsten in Europa. Het platteland loopt leeg en de bevolking veroudert. Er zijn niet veel jonge boeren, en degenen die boer willen worden kunnen maar moeilijk aan land komen. Kleine en middelgrote bedrijven houden op  en grote bedrijven worden nog groter. Er is vaak geen goed bereik voor internet. Pijler 2 moet erop  gericht zijn zulke problemen te tackelen. Minstens 30% van het geld voor pijler 2 zou naar milieu- en klimaatmaatregelen moeten gaan, want dit is de enige plek binnen het GLB waar dat kan, aldus ARC2020.

Maar de huidige voorstellen willen het budget voor de tweede pijler juist korten met 28%. Deels omdat men de betalingen aan boeren voorop wil stellen nu de landbouw minder toebedeeld krijgt. Hier werd luidkeels tegen geprotesteerd door mensen die de tweede pijler willen beschermen: men kan hiermee het beleid afstemmen op lokale behoeftes en op een klimaatbestendige landbouw; het is ‘public money for public goods’. 

In september 2019 treden de nieuwe leden van het Europese Parlement aan. Minder christen-democraten en socialisten, meer liberalen (met Macron’s partij erbij) en Groenen. Maar geen grote meerderheden, dus het wordt aftasten. Wij zijn beneuiwd wat een meer gefragmenteerd maar wel verjongd parlement m.b.t. het landbouwbudget gaat inbrengen. 

E.e.a. overgenomen uit ARC Newsflasch July 2019

 

; and economic development of rural areas.

Share This