aug 182018
 

Wat kunnen provincies doen? ‘Korte ketens’ tussen consument en boer faciliteren? ‘Natuurinclusieve landbouw’? De aanleg van voedselbossen? Wij hebben deze drie aspecten op een rijtje gezet.

Provincies hebben wat geld te besteden: enerzijds Europees geld en daarnaast ‘provinciaal’ geld, bijvoorbeeld uit de verkoop van hun aandelen in elektriciteitsmaatschappijen. Sommige provincies stoppen het in  de natuur, andere in de aanleg van nieuwe wegen.  Wat het  Europese geld betreft, dat zijn de zog. POP3 gelden: de 3e ronde van de Europese pot ‘Ontwikkeling van het Platteland’, dat is onderdeel van het GLB – Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.  POP3 gelden moeten via boeren worden besteed, vaak is er 50% co-financiering door de provincie.

Kijk hieronder wat jouw provincie doet aan de bovengenoemde 3 onderwerpen  ( ‘korte ketens’, ‘natuurinclusieve landbouw’, ‘voedselbossen’); wie weet is er nog wat bij te sturen. En wie weet zijn er in andere provincies initiatieven genomen die het navolgen waard zijn. 

Wij geven er een beoordeling voor de rol die de provincie speelt:

– (weinig of niets);  + (men doet er iets aan);  ! (prima!)

Het zou mooi zijn als elke provincie minstens één ! had. 

Als je het artikel te lang vindt dan vind je dezelfde info in de bijgevoegde tabel.  (Ook makkelijk om te printen). Deze info is het resultaat van onderzoek (vnl. via het internet) van één persoon – we houden ons voor opmerkingen aanbevolen: mailto:info@aardeboerconsument.nl

Nog enkele opmerkingen per categorie:

Een eervolle vermelding verdienen de provinciale Natuur- en Milieu Federaties, die de provincies o.a.  stimuleren tot het ondertekenen van de Green Deal Voedselbossen, wat nog maar een paar provincies gedaan hebben. 

Het opbouwen van een regionale voedselketen is een uitdaging. Goed en gezond voedsel produceren is veel werk en de distributie is lastig. Wat ook jammer is:  Nederland  had de optiee  ‘korte ketens’ NIET aangevinkt als bestedingsmogelijkheid voor POP 3 gelden van de EU, in tegenstelling tot bijna alle andere landen.  Dan wordt het duur voor de provincies, en het blijft dan ook meestal bij kleine projecten. Goed nieuws is dan weer dat onlangs de Taskforce Korte Ketens opgericht, (initiatief van een werkgroep van de Voedseltransitie Coalitie) , om initiatieven op  landelijke schaal een zetje te geven, bijv. door samenwerking tussen de verschillende lokale projecten.   

We aarzelden over het toevoegen van het criterium ‘natuurinclusieve landbouw’. Soms lijkt het nl. een net zo alomvattend begrip als ‘duurzaam’. Het is echter wat concreter toegespitst op ‘biodiversiteit’ ,

 

NOORD HOLLAND

natuurinclusieve landbouwkorte ketensvoedselbossen

 

+natuurinclusieve landbouw De provincie streeft ernaar dat in 2030 alle grondgebonden landbouw in de provincie bijdraagt aan behoud en versterken biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en water op en rond het bedrijf. Daarvoor stelt de provincie € 750.000 beschikbaar. Dit gaat naar  kennis, netwerk, keteninnovatie en gebiedstrajecten

korte ketens; Op verzoek van de Provincie Noord-Holland organiseerde de NHMF  in 2016 een bijeenkomst over een regionale voedselstrategie, en de rol van de overheid bij een transitie naar korte voedselketens. Daar kwam een advies uit voort. Geen gegevens over vervolg

voedselbossen Noord-Hollanders krijgen met het programma ‘Groen Kapitaal’ maximaal € 5.000 van de provincie Noord-Holland om een natuurinitiatief op te zetten. De andere helft van het bedrag moeten ze via crowdfunding ophalen. Er staan al 10 voedselbossen op het kaartje van de NHMF, o.a. voedselbos de Oase, onlangs gerealiseerd (ook met crowdfunding, op 5 ha grond van de provincie

 

ZUID HOLLAND

+ natuurinclusieve landbouw!   korte ketens– voedselbossen

 

+ natuurinclusieve landbouw: In 2016 bracht de provincie  innovatie-agenda duurzame landbouw uit: 14 miljoen aan POP3 gelden voor verduurzaming van de landbouw. Doelen: versterking van kringlopen, regionale voedselketens, versterken van biodiversiteit.

! korte ketens Gestimuleerd door de provincie met bovenstaand plan werden de ‘zuid-Hollandse voedselfamilies’ opgericht. Zij geven zich tot 2020 de tijd. Een van hun proefballonnen is door de provincie overgenomen: de Provincie Zuid-Holland wil dat in 2030  80 % van het verse voedsel dat de inwoners nuttigen, daar ook is verbouwd. (Dus 80% via de ‘korte keten’! ) De ZLTO is erop aan het studeren.

– voedselbossen: Er is een voedselbos in Vlaardingen en er wordt er een aangelegd bij  een camping – de campinggasten kunnen een fruitboom kopen voor consumptie in de toekomst! Maar hiervoor is niet of nauwelijks provinciale steun. 

 

ZEELAND

+ natuurinclusieve landbouw+   korte ketens– voedselbossen

 

+ natuurinclusieve landbouw  In 2017 hebben PS de Natuurvisie vastgesteld, met daarin  o.a. de voorbereiding van een POP-project ten gunste van biodiversiteit, en een pilot rond natuurinclusieve landbouw.

+ korte ketens:  Al in 2012 was er een start van een biologisch platform, tenminste digitaal, m.b.v. Europees geld: ‘Biologisch in Zeeland‘. De website lijkt niet aktief meer. Nieuwe poging: 1 6 nov. 2017 had in Sluiskil een bijeenkomst plaats over korte ketens, georganiseerd door ZLTO, Provincie Zeeland en netwerk platteland. (Uitkomst niet bekend.)

– voedselbossen: we vonden één voedselbos Graauw (Zeeuws Vlaanderen) dat met provinciale subsidie tot stand is gekomen.

 

NOORD BRABANT

! natuurinclusieve landbouw!  korte ketensvoedselbossen

 

! Natuurinclusieve landbouw: In Brabant is op 1 mei 2014 het Groen Ontwikkelfonds Brabant opgericht. Voor goede plannen  (natuurincl. landbouw, voedselbossen, maar ook projecten in samenhang met andere doelen zoals economie gezondheid recreatie, educatie etc.) betaalt de provincie de helft van de grondwaarde en/of (evt. een deel van) de inrichtingskosten. Voorwaarde is , kort gezegd, dat er geen gif meer gespoten wordt en niet gemest wordt.  In het fonds is 240 miljoen euro ondergebracht en ruim 2000 hectare grond!

! korte ketens: € 209.940 Subsidie van de provincie voor Korte Keten 2.0:  voor een open internet-platform (www.onlinefoodbrabant.nl, veel engelse termen) voor kennisuitwisseling en business platform dat met name boeren ondersteunt bij het ontwikkelen en vermarkten van hun producten.  Half 2018 moet het operationeel worden. Topproject HAS den Bosch hield er 8 mei 2018 een bijeenkomst over. ‘Data is goud’. 

! Voedselbossen: Brabant heeft de Green Deal Voedselbossen ondertekend. Zie verder onder natuurinclusieve landbouw over het Groen Ontwikkelfonds Brabant. Er wordt nu een voedselbos van 20 ha aangelegd bij Schijndel. Hier een kaartje van de Brabantse Milieu Federatie met 20 initiatieven in Brabant 

 

UTRECHT

+ natuurinclusieve landbouw–  korte ketens– voedselbossen

 

+  natuurinclusieve landbouw: Landbouw- en natuurorganisaties samen hebben in 2017 het ‘Actieplan Duurzame Landbouw met Natuur’ opgesteld dat door de provincie in grote lijnen is overgenomen.

– Korte ketens: geen activiteiten gevonden van de provincie. Er zijn twee conferenties geweest over ‘De grote Transitie Utrecht’ (in 2014 en 2016) waar het waarschijnlijk wel ter sprake is gekomen.  

– Voedselbossen: 20 april 2018 was er in Oudewater een ‘Innovatiecafé over voedselbossen, eetbare natuur en sociale tuinen’ door ‘Eetbaar Oudewater’. Er zijn voedselbossen in Utrecht, zoals Makeblijde, en in Amersfoort.  Geen initiatieven door provincie, voor zover bekend.

 

FLEVOLAND

+ natuurinclusieve landbouw!  korte ketensvoedselbossen

 

 + natuurinclusieve landbouw Provincie Flevoland wil samen met verschillende partijen het platform natuurinclusieve landbouw in Flevoland ontwikkelen. Op maandag 9 april 2018 was er een inspiratiebijeenkomst, waar ook agroforestry een onderwerp was.   Exploitatie Reservegronden Flevoland  (ERF) is in Flevoland een belangrijke partner voor het tijdelijk (biologisch) beheer van landbouwgronden.

! Korte ketens: de provincie Flevoland en de vereniging voor korte ketens Flevo Food, (vereniging voor korte ketens) en de Aeres Hogeschool werken in het Europese FoodChains 4 EU project samen met partners in vier Europese regio’s. Van 3 tot 6 juli 2018 overlegden vertegenwoordigers van 5 landen in het provinciehuis in Almere.

 
! Voedselbossen: Flevoland heeft de Green Deal voedselbossen ondertekend. In een brochure uit 2014   werden de mogelijkheden verkend van de ontwikkeling van twee grootschalige voedselbossen in Oosterwold en Noorderwold van elk circa 60 hectare. Het eerste tussen Almere en Zeewolde (60 ha) wordt  momenteel ontwikkeld. Bovendien  wordt het  voedselbos Almere Eemvallei van 20 hectare gerealiseerd.

 

3  NOORDELIJKE PROVINCIES (Groningen Friesland, Drenthe)

+ natuurinclusieve landbouw!  korte ketensvoedselbossen

 

+ natuurinclusieve landbouw: Blad Nieuweoogst: De drie provincies hebben  samen met natuur- en landbouworganisaties een voorstel ontwikkeld voor een zogenaamde Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw. September 2018 wil men plannen van de 3 noordelijke provincies aanbieden aan Schouten, en haar vragen om dit te begeleiden en realiseren. Naar schatting vergt dit 10 miljoen tot 15 miljoen euro per jaar. 

 Een medewerker van de Groningse MF maakte in 2017 een fietstocht langs bijzondere Groningse bedrijven: de Tour du Boer

 ! Korte ketens: verslag van  workshop ‘korte ketens’ voor noordelijke provincies. Bij de provincie Drenthe staat het niet hoog op de agenda, maar Gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe en onderwijsinstelling Terra MBO  zijn in 2017 een regionaal ketenproject begonnen.  Groningen doet mee aan een Europees project voor korte ketens (zie ook Flevoland), en de stad Groningen wil graag horen wat zij kan doen. Eetbaar Fryslân wil dat binnen vijf jaar alle inwoners van Friesland kunnen kiezen voor lokale duurzaam geteelde- en seizoensproducten. Er is een website met verkoopadressen en intiatieven, met subsidie van de provincie.

! voedselbossen: De provincie Groningen heeft de Green Deal voedselbossen getekend. Samen met de andere 2 werkt men aande uitvoering. De drie noordelijke NMF’shebben sinds kort een werkplaats voedselbossen opgericht. Zie het kaartje: 40 voedselbossen; de helft is nog in de planningfase.

 

OVERIJSSEL

+ natuurinclusieve landbouw+  korte ketensvoedselbossen

 

+ Natuurinclusieve landbouw: Dertig boeren in Salland gaan natuurinclusief ondernemen. De proef duurt drie jaar en er zijn veel partijen bij betrokken (ook Friesland Campina, het nationaal Groenfonds, de provincie en waterscahpppen etc.) Uiteindelijk is de bedoeling dat de pilot een nieuwe landelijk keurmerk oplevert.

+ korte ketens: 25 okt 2016 organiseeerden de Provincie Overijsselen  netwerk platteland een bijeenkomst over korte ketens, o.l.v. Sandra van kampen. zie hier het verslag, en hier de pp presentatie van Sandra van kampen waarin verschillende initiatieven wrden opgesomd, en knelpunten worden aangestipt. 

! voedselbossen : bericht van Overijsselse Milieu Federatie (OMF): het programma Agro&Food van Provincie Overijssel maakte een voedselbos-traject mogelijk dat loopt van juli 2018 tot eind 2019. NMO en St. Voedselbosbouw Nederland verzorgen scholing en ondersteunen voedselinitiatieven. Er zijn al zo’n 20 voedselbossen.

 

GELDERLAND

+ natuurinclusieve landbouw!  korte ketens– voedselbossen

 

+natuurinclusieve landbouw: ‘Agenda Vitaal Platteland’: kennisnetwerk, projecten voor natuurinclusieve landbouw rondom natuurgebieden (vooral streekeigen producten, zeldzame rassen, landgoederen, voor € 240.000  (dat is 0,1% van de Brabantse gelden….) Najaar 2018 kan subsidie worden aangevraagd voor kennisoverdracht en coaching. € 300.000 uit POP3, 300,000 van provincie

! korte ketens: Aktieve rol van de provincie: zie Kennisnetwerk Voedsel: netwerk van gemeentes die samen overleggen en bij elkaar op bezoek gaan. Niet alle gemeentes doen mee, Nijmegen niet bijvoorbeeld, en N ontbreekt ook in  de ‘aktievoorbeelden’ van dat kennisnetwerk. In mei 2018 was er een werkdag over korte ketens m.m.v Sandra van Kampen. 

– voedselbossen: Er zijn particuliere initiatieven zonder bemoeienis van de provincie.

 

LIMBURG

– natuurinclusieve landbouw+  korte ketens!  voedselbossen

 

natuurinclusieve landbouw: geen actieve rol van de provincie,  voor zover bekend. Wel wordt in de Natuurvisie Limburg van feb. 2017 o.a. agrarisch natuurbeheer – zoals door Natuurrijk Limburg – besproken. BoerenNatuur ontwikkelt (landelijk, dus ook in Limburg) pilots voor natuurinclusieve landbouw in opdracht van het ministerie van LN

+ korte ketens:  op 1 maart 2018 organiseerde LIOF (organisatie voor Limburgse MKB’s ) met o.a. de provincie een middag over korte ketens. Nog geen uitkomst van gezien.

! voedselbossen: De provincie Limburg heeft de Green Deal Voedselbossen ondertekend. Zij wil dat er drie tot vijf van zulke plukbossen komen. Het initiatief moet wel van onderop komen. Er wordt nu in de omgeving van Maastricht en in Heijen nagedacht over de aanleg. De provincie kan dan een stuk grond beschikbaar stellen als onderdeel van de 2400 hectare nieuwe natuur die de provincie de komende jaren wil realiseren.

 

aug 122018
 

Aldus de landbouw-groten Veerman en Mansholt in……….1991! Dit wordt naar het zich laat aanzien al de vijfde keer ( na 28 jaar – vier periodes van de 7-jarige EU begroting) dat Europa de verkeerde weg van de liberalisering gaat aanhouden. Maar voedsel is een eerste levensbehoefte , té belangrijk om aan de ‘vrije’ markt over te laten! Daar waren zij het in 1991 al over eens, hoewel Veerman zijn mening later bijstelde toen hij naar eigen zeggen ‘verantwoordelijkheid moest nemen’ (=minister werd).

Lees het artikel in de NRC uit  1991

Inmiddels wordt deurgentie om het beleid te veranderen alleen maar goter, dus daarlobbyen wij nog steeds voor.

aug 112018
 

Een van de werkgroepen van ‘Transitiecoaltie Voedsel’  is 11 juli j.l. uitgemond in een ‘Taskforce’ die binnen 4 jaar ‘korte ketens’ ‘als krachtig ontwikkelpersepectief voor de agrifoodsector’ op de kaart wil zetten. Eerste zin van het visiedocument dat die middag uitgedeeld werd: ‘De huidige dominante ketenstrategie, grote volumes tegen zo laag mogelijke kosten, is niet langer houdbaar. Een mogelijke oplossingsrichting is de organisatie van korte ketens waar verbinding gelegd wordt tussen burgers en boeren door middel van nieuwe IT-technologie, communityvorming, sociaal ondernemerschap en burgerparticipatie.’

Een mooi streven! Platform Aarde Boer consument dringt al jaren aan op het  losweken van ‘landbouw’ uit het vrije markt model, omdat voedselproductie, zeker met de huidige milieu- en klimaateisen niet past bij ‘de grootste hoeveelheden tegen de laagste prijs op de wereldmarkt’. Daar hameren we op bij de regering, in Europa, en met anderen wereldwijd.

De ‘korte keten’ benadering begint a.h.w. aan het andere eind: ‘stemmen met je voeten’. Kopen van de boeren om ons heen, dat spaart een paar schakels van de keten uit waardoor de boer meer overhoudt, en het geeft ons meer controle over wat we eten. Of de politiek dan later de burgers gaat volgen is een tweede. Dus prima, die  Taskforce, laten we hopen dat dit gaat lukken, en binnen vier jaar nog wel!

11 juni kwamen de 7 ‘trekkers’ van de korte-keten groep van de Voedselcoalitie bij elkaar met belangstellenden in Houten en presenteerden de bovengenoemde toekomstvisie. Joszi Smeets van Slow Food presenteerde de middag en meldde dat het ministerie van LNV ook bezig is met een visie voor het ‘tussen-nivo'(niet de individuele boeren, niet de grote bedrijven, maar daartussenin).

Verschillende initiatiefnemers kwamen aan het woord, zie de video registratie van 20 minuten. Mark Frederiks vergeleek de plannen met een game: het eerste level (de boer) is bekend, het tweede level (initiatieven die al lopen, tot het provinciale niveau) is ook veroverd, maar blijft te kleinschalig: nu komt het derde level, waar het monster moet worden verslagen! Je moet als kleinere initiatieven gaan samenwerken, missschien ook met supers en overheden, op het gebied van data/ tools / geld / bereik / autoriteit/ kennis. Enfin, kijk zelf naar de bovengoemde video. Er zijn ook podcasts van de middag. 

Aan het eind van de video kwamen naast de plannenmakers gelukkig ook nog mensen van de praktijk aan het woord, zoals Mike Venekamp van ‘Atlantis’ handelshuis in Noord-Holland (samenwerking tussen boeren en scholen en ziekenhuizen, ‘wij willen onze methodiek inbrengen’) , en Sophie de Groot die als boerin lid is van boerencoöperatie Het Groene Hart in Noord Holland. Deze coöperatie werkt samen met  de Hoogvliet- supermarkten. Zij meldde dat er heel veel geld gaat naar allerlei overlegstructuren en weinig naar boeren, en vroeg de boeren en meteen bij te betrekken. 

Geld wordt nog een ‘dingetje’, zo zei Bart Kraaijvanger van de LTO, trekker van deze Transitiecoalitie-werkgroep. Niet beperken tot de provincie (pop3 gelden) maar ‘hoger in de game’ gaan zitten. Hij vroeg de aanwezigen hun naam op een papier te schrijven als ze mee wilden doen en meteen te vermelden ‘wat kom je brengen, wat kom je halen’.

Deze herfst gaan ze de visie uitwerken (en die naast die van de minister leggen) en middelen zoeken. Wil je de nieuwsbrief waaruit deze info komt dan schrijf naar bart.kraaijvanger@zlto.nl ,  mark@amped.nl
of joris@thefoodhub.org

Op  de linkedIn pagina zal regelmatig melding worden gedaan van nieuwe bijeenkomsten en interessante activiteiten.

Slot van het visiedocument: 

Plan: Na vier jaar staan korte ketens als krachtig ontwikkelperspectief
voor de agrifood sector op de kaart. Nederland is de absolute leider in de wereld op gebied van korte keten ontwikkeling. Er is wetenschappelijke kennis ontwikkeld en ontsloten voor ondernemers en stakeholders in de ‘korte keten’ sector. Het Nederlandse publiek is op de hoogte van de kracht van de Nederlandse ‘korte keten’ sector en de marktmacht van grote ketenpartijen
is afgenomen ten gunste van kleinere, regionale spelers. Door deze groei staan boer en burger dichterbij elkaar en is een beter verdienmodel voor de boer ontwikkeld.

Bijgevolg is het boerenambacht een volwaardige beroepskeuze voor een nieuwe generatie: naast voedselproductie zijn boeren een belangrijke speler in de samenleving met antwoorden voor uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, gezondheid, en de (voedsel)transitie. Daardoor is de agrarische sector weerbaarder en worden kringlopen meer gesloten. De Taskforce Korte Keten wordt na vier jaar gezien als het nationale kennisplatform voor korte ketens en het gezamenlijke aansluitpunt voor de ontwikkeling van beleid binnen Europa.

aug 112018
 

De EU en Japan ondertekenden op 17 juli het handelsverdrag JEFTA, wat voor de Europese boeren een succes lijkt door de toegenomen exportmogelijkheden voor Europese kaas, rundvlees, graan en wijn. Maar de Europese autofabrikanten vrezen voor de enorme concurrentie van Japanse auto’s. In het geval van het Mercosur verdrag met Zuid Amerikaanse landen  ligt het precies omgekeerd. De onderhandelingen hierover zijn in een beslissende fase aangeland. Binnen dit verdrag zien de Europese autofabrikanten enorme kansen, terwijl de Europese landbouw vooral te maken krijgt met concurrentie van rund-, varkens- en kippenvlees en suiker. Bovendien lopen er nog onderhandelingen over een verdrag met Indonesië. De Tweede Kamer praat nauwelijks mee over de effecten van deze verdragen.  

Hieronder eerst een artikel van Guus Geurts, coördinator van de TTIP, CETA en landbouw-coalitie, dat in enigszins aangepaste vorm in ‘De Boerderij’ is verschenen, ook online. 

Daaronder nog een paar stukjes uit een artikel van Hans Wetzels op ‘follow the Money’ over het lobbyen achter deze verdragen 

Artikel in de Boerderij: 

Stop de uitruil van boerenbelangen via vrijhandelsverdragen

De EU en Japan ondertekenden op 17 juli het handelsverdrag JEFTA. De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel – een platform van maatschappelijke – en boerenorganisaties en FNV – schreef een persbericht waarin zij hun zorgen hierover uitspraken.

Met JEFTA en andere handelsverdragen waar deze weken over wordt onderhandeld (als EU-Mercosur en EU – Indonesië), krijgen de rechten van multinationale importerende en exporterende bedrijven en investeerders prioriteit boven de rechten van het lokale midden- en kleinbedrijf, boeren en werknemers. Dit terwijl de Tweede Kamer nauwelijks meepraat over de effecten van deze verdragen. Deze verdragen zijn dan wel ‘EU-only’-  de lidstaten hebben de EU gemandateerd om namens hen te onderhandelen – maar dat ontslaat onze volksvertegenwoordigers niet van hun taakstellende en controlerende bevoegdheid op de Nederlandse regering, die hierover besluiten neemt op EU-Raadsniveau.

 

Wat betreft de landbouw lijkt JEFTA een succes door de toegenomen exportmogelijkheden voor Europese kaas, rundvlees, graan en wijn. Japanse melkveehouders en wijnproducenten waarschuwen echter voor de negatieve gevolgen van dit verdrag. Dat doen ook de Europese autofabrikanten die vrezen voor de enorme concurrentie van Japanse auto’s. Het verdrag wordt dan weer wel toegejuicht door de Europese boerenorganisatie COPA COGECA.

De rollen zijn compleet omgedraaid ten aanzien van het vrijhandelsverdrag met Mercosur (Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay). De onderhandelingen hierover zijn in een beslissende fase aanbeland.
Binnen dit verdrag zien de Europese autofabrikanten enorme kansen, terwijl de Europese landbouw vooral te maken krijgt met concurrentie van rund-, varkens- en kippenvlees en suiker. Vergelijkbaar met TTIP en CETA zal dit verdrag leiden tot oneerlijke concurrentie voor de familiebedrijven in de landbouw en veehouderij. De standaarden voor milieu, voedselveiligheid, identificatie en registratie, arbeid en dierenwelzijn liggen namelijk in de EU een stuk hoger dan in deze Mercosur-landen. Zo werd onlangs de Braziliaanse wetgeving over pesticiden verder afgezwakt. Door wederzijdse erkenning van de meeste standaarden worden deze kwalitatief slechtere producten – met een veel lagere kostprijs – toch in Europa toegelaten. Het zal leiden tot een kaalslag onder Europese familiebedrijven.

Bovendien dreigen natuurgebieden in Latijns-Amerika te worden vernietigd voor extra plantages suikerriet (ook voor bio-ethanol) en soja (voor genoemde extra vleesexport) bestemd voor de Europese markt. Deze uitbreiding van plantages gaat gepaard met ernstige problemen voor de landrechten van inheemse volkeren en kleine boeren, maar deze natuurvernietiging veroorzaakt ook veel extra uitstoot van broeikasgassen.
  
Vergelijkbare problemen dreigen door een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Indonesië. De Indonesische regering wil een verbeterde toegang voor palmolie met rampzalige gevolgen voor het klimaat, ecosystemen en getroffen lokale gemeenschappen. Ook voor Indonesische bedrijven die op de lokale markt actief zijn pakt dit verdrag slecht uit, omdat overheid haar economie niet langer mag beschermen tegen Europese concurrentie. Er zijn dan wel hoofdstukken over duurzaamheid, arbeids- en mensenrechten opgenomen in dergelijke verdragen, maar die zijn niet bindend en handhaafbaar.

 

Alternatief
Mede door Trump staat het thema ‘handel’ weer volop op de agenda. Al is er veel af te dingen op zijn America First-visie. De EU heeft gelijk dat er internationale afspraken over handel noodzakelijk zijn. Maar de vrijhandelsdoctrine die ze nu propageert leidt tot een mondiale ratrace waar producenten voor de lokale, nationale en regionale markt het onderspit delven, vooral doordat er geen milieu- en sociale eisen aan import mogen worden gesteld.  Tegenover het handje vol multinationals en grootgrondbezitters dat profiteert levert dit vooral verliezers op. Daarnaast is een effectief internationaal klimaatbeleid onmogelijk als bedrijven niet worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie van importproducten, en lucht- en zeevaart niet worden meegenomen. 

 

Het is dus nodig dat er internationale handelsafspraken komen die leiden tot zoveel mogelijk zelfvoorzienende regio’s (zoals de EU), waarbij producenten een kostendekkende prijs krijgen, werknemers een eerlijk loon krijgen, en het beslag op natuurlijke hulpbronnen buiten die regio, zoveel mogelijk wordt verminderd. Dit is ook de sleutel tot een EU Gemeenschappelijk LandbouwBeleid dat wél effectief is.

De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel deelt niet alleen een gezamenlijke analyse, maar werkt ook samen om te komen tot dergelijke alternatieven. Vele leden binnen de coalitie ondersteunen ook het Europa-brede Alternative Trade Mandate.

Guus Geurts
Coördinator van de TTIP, CETA en landbouw-coalitie

======================================

uit het artikel van Hans Wetzels op ‘follow the Money’:

Tegelijkertijd voert de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca een ongekend harde tegenlobby. Secretaris-generaal Pekka Pesonen van Copa-Cogeca stuurt sinds het hervatten van de gesprekken met Mercosur de ene brief na de andere aan de Europese Commissie. Dat doet hij namens miljoenen boeren: alle belangrijke boerenorganisaties, van de Duitse DBV tot de Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), zijn lid van de koepel.

De Fin stuurt niet alleen brieven: hij belegt vergaderingen met hoge ambtenaren, organiseert congressen en probeert uit alle macht de koers van de Europese Commissie te beïnvloeden en het handelsverdrag tegen te houden.

Slagveld

Mocht de overeenkomst toch tot stand komen, dan moet op z’n minst een uitzondering worden gemaakt voor de Europese suikerindustrie, bepleit Pesonen eind 2017 tijdens een symposium in Brussel. Niet veel later drukt hij hoofdonderhandelaar Sandra Gallina op het hart dat ook de rundvleessector eigenlijk uit de onderhandelingen zou moeten verdwijnen. Net als DBV vreest Copa-Cogeca een waar slagveld onder Europese boeren als de grenzen opengaan voor Braziliaans kippenvlees, suiker of Argentijnse steaks.

Pesonen: ‘In vergelijking met de in Brazilië en Argentinië gebruikelijke farms zijn Europese boeren allemaal kleinschalig. Alles wat we in Europa bereikt hebben op het gebied van duurzame landbouw kan linea recta het raam uit als we met industriële plantages moeten gaan concurreren.’

Daar komt bij dat Zuid-Amerikaanse landbouwproducten de laatste jaren het ene na het andere schandaal hebben veroorzaakt. Bij een grootschalige politieactie in de Braziliaanse havenstad Paraná werden in 2017 grote hoeveelheden bedorven vlees ontdekt. Met chemicaliën probeerden tientallen Braziliaanse vleesproducenten de rottingsgeur te maskeren en het vlees alsnog te exporteren. Kippenvlees was met aardappelpasta geïnjecteerd om het gewicht te verhogen. Tijdens inspecties begin 2018 werd er in verschillende partijen Braziliaans vlees bovendien salmonella gevonden……

 De Europese Commissie zou beter moeten weten dan Europese boeren bloot te stellen aan ongunstige handelsvoorwaarden, alleen omdat Volkswagen meer auto’s in Brazilië wil verkopen.’

 

Muur

De Europese Commissie houdt kwartier in het Berlaymontgebouw aan het Brusselse Schumanplein. Honderden verschillende werkgroepen, experts, economen, onderhandelingsteams en adviseurs werken er elk aan een stukje van de mondiale vrijhandelsspaghetti die Europa over de globe uitrolt. Hoe binnen die verschillende onderhandelingsprocessen afgewogen wordt wanneer de belangen van Volkswagen voorrang krijgen op die van Europese boeren of regionale baanzekerheid, blijft helaas onduidelijk. Milieu-overwegingen lijken al helemaal geen rol te spelen. Niemand lijkt zich af te vragen of deze mallemolen van verdragen, bedoeld om markten te behouden en te vergroten, niet sluipenderwijs alle afspraken van het Klimaatakkoord onderuit haalt.

Mailtjes aan economische experts blijven onbeantwoord en telefoontjes naar het kantoor van hoofdonderhandelaar Gallina worden keer op keer doorgezet naar de onontkoombare muur van woordvoerders.

 

Volgens woordvoerder Daniel Rosario kunnen handelsdeals alleen maar leiden tot meer export en economische groei. Dat werkgelegenheid en welvaart daardoor uiteindelijk zullen stijgen is buiten kijf, benadrukt hij. Om te zorgen dat de verschillende verdragen elkaar niet bijten, heeft de Europese Commissie een extra team ambtenaren aangesteld; zij moeten zorgen voor de nodige ‘horizontale coördinatie’ tussen de verschillende onderhandelingsteams. Toch kunnen zelfs de economen van de Commissie niet ontkennen dat er wel degelijk economische sectoren zijn die klappen zullen vangen, schrijven ze in een impactrapport over de twaalf geplande Europese vrijhandelsverdragen. ‘Wij consulteren nauwkeurig binnen verschillende sectoren van de Europese economie voor er over een verdrag onderhandeld wordt,’ zegt Rosario licht geïrriteerd. ‘Intern worden alle verdragen door separate teams afgehandeld. Over EU-Mercosur zijn de gesprekken nog gaande, daarover kan ik dus geen uitspraken doen. Maar het handelsverdrag met Japan is een absolute overwinning voor de Europese landbouw.’

De Europese Commissie moet de winst die de agrarische sector met betere markttoegang in Japan kan behalen echter niet overdrijven, vindt Pekka Pesonen. Want als de markt wordt geopend voor Braziliaans kippenvlees en Argentijnse steaks, worden Europese boeren alsnog op het offerblok gelegd, om de Duitse auto-industrie te dienen.

Hans Wetzels, in Follow the Money

aug 112018
 

De DR Congo heeft een eerste agro-industrieel landbouwpark geopend in de buurt van de hoofdstad Kinshasa. Bedoeling is dat er achttien van dit soort parken komen. Het agro-industriële park van Bukanga Lonzo is 75.000 hectare groot.  De regering wil buitenlandse investeerders aantrekken door te tonen hoe groot het landbouwpotentieel is van het land. De Congolese regering heeft laten weten dat het om zeer goede landbouwgrond gaat, met goede toegang tot water. De nabijheid van Kinshasa betekent een markt van meer dan tien miljoen mensen.

Een Zuid-Afrikaans bedrijf, Africom Commodities Group of Companies, heeft het land voor 25 jaar geleased in het kader van een publiek-private partnerschap. De burgers in de omliggende dorpen staan echter aan de zijlijn. Maar heel weinig lokale mensen zijn aangenomen. Erger nog: ze zijn hun landbouwgronden kwijt. De overheid beschouwt het land als van haar. Maar de leiders van de lokale gemeenschappen beschouwen het als land van hun voorouders. Hen werd niets gevraagd. Nu kunnen zij zelfs niet langer naar hun begraafplaatsen, laat staan naar hun akkers. Ook hun gewoonte om in het omliggende woud op zoek te gaan naar eetbare insecten staat onder druk vanwege het gebruik van pesticiden. “Vroeger gingen we op zoek naar eetbare rupsen aan de rand van het bos. Maar niet alleen worden we nu weggejaagd, ook de rupsen zijn bijna verdwenen,” vertelden dorpelingen.

Zij worden bij het opeisen van hun rechten momenteel gesteund door de National Council of NGOs of the Congo. Ze hopen nog steeds te kunnen profiteren van de beloofde modernisering van de dorpen, o.a. de bouw van scholen en klinieken en de training en in dienst neming van lokale krachten.

(Bron: EFJN.org / www.afrikaeuropanetwerk.nl, 2 juli 2018)

aug 052018
 

Voor de akkerbouw is de algehele schade nu nog lastig in te schatten. De  verschillen tussen regio’s, maar ook binnen regio’s zullen groot zijn. Het is nu al wel duidelijk dat de schade bijvoorbeeld in de Veenkoloniën en Zeeuws-Vlaanderen enorm is. Er zijn in Zeeuws-Vlaanderen percelen uien waarschijnlijk überhaupt de moeite niet is om ze te oogsten. Eerst in het vroege voorjaar verregend, en daarna verdroogd en opgevreten door de trips. In diverse regio’s
stevenen de aardappelen af op 50% minder opbrengst, de suikerbieten 40% minder. Voor de akkerbouwer kan al een heel groot verschil zijn of je wel of niet kunt of mag beregenen.

De Nederlandse Akkerbouw vakbond heeft verschillende keren aan de bel getrokken. De NAV heeft op 26 juli al een aantal voorstellen gedaan aan Minister Schouten om de ergste nood onder akkerbouwers te lenigen: eerdere uitbetaling van toeslagen, overbruggingskredieten voor de ergst getroffen boeren, uitstel van inzaaien van vergroeningsgewassen tot na de droogte en het gebruiken van vergroeningsgewassen als veevoer. Ook vraagt de NAV om de bredeweersverzekering beter bereikbaar te maken voor álle akkerbouwers, door verlaging van het eigen risico, en door te stoppen met het heffen van assurantiebelasting over de premie. (Door die assurantiebelasting verdient het rijk a.h.w. nog aan de ellende van de boeren. Zo’n afschaffing is niet uniek: die geldt bijvoorbeeld ook voor transportverzekeringen. ).  

Melkveehouders:

Ook in de melkveehouderij de verschillen groot. Het ergst lijkt de situatie in het oosten; De Achterhoek, de Veluwe, Twente. Hier hebben ze ook in het voorjaar al bijna geen regen gehad, waardoor ze alleen de 1e snede gras binnen hebben kunnen halen en er daarna bijna niets meer gegroeid is, tenzij men intensief kon beregenen.

In het zuiden is het net zo droog, alleen was hier in het voorjaar nog meer regen, waardoor wel een goede 2e snede gras is binnengehaald kon worden en de ruwvoervoorraad groter is.
Een collega uit Noord-Holland gaf aan dat hij al 4 snedes gemaaid heeft, dus hij heeft duidelijk veel minder last van de droogte gehad.

De mais is, tenzij men intensief beregend heeft ook ernstig verdroogd. Ook hier zijn de verschillen enorm. Op goede vochthoudende gronden staat nog goede mais, en op de drogere gronden staat totaal verdroogde mais zonder kolf die men nu al hakselt om er nog maar iets van af te halen en daarna nog gras in te zaaien voor nog een grassnede in het najaar.

Melkveehouders die nog voorraden over hadden van voorgaande jaren hoeven geen problemen te krijgen met de voorraadvorming voor de winter. Er zijnechter ook melkveehouders, bijvoorbeeld in de Achterhoek, die nu al volop kuilgras aan hebben gekocht omdat ze amper voorraad hebben. 

Door de schaarste zijn de ruwvoerprijzen fors gestegen, dus aankoop van zowel gras als mais kost veel meer geld,  en ook het krachtvoer wordt duurder door de gestegen graanprijzen. Door de combinatie van hoge kosten van beregenen en duurder voer zal de kostprijs op veel bedrijven dit jaar flink stijgen.

 

jul 282018
 

De NAV meldde in een persbericht dat zij teleurgesteld is dat de EU Commissie deze techniek behandelt als GMO’s, dus verboden. Nina Holland van Corporate Europe Observatory is echter verheugd over het verbod. De NAV schrijft o.a.: Crispr Cas is een techniek waarmee een deel van het DNA wordt verwijderd. Er wordt dus geen DNA ingebouwd. De NAV is van mening, dat hiermee een snelle, trefzekere veredeling mogelijk wordt. 
De akkerbouwsector heeft in het Actieplan Plantgezondheid duidelijke doelen gesteld om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen te minimaliseren. Dat kan alleen, als er tegelijkertijd ook weerbaardere en robuuste rassen beschikbaar komen. Met nieuwe veredelingstechnieken kan dat veel sneller dan met klassieke veredeling…..Buiten de EU worden de technieken al breed toegepast. Ook om een gelijk speelveld te behouden en om te voorkomen, dat veredelingsbedrijven zich buiten de EU gaan vestigen, vindt de NAV dat dergelijke technieken ook in de EU moeten worden toegestaan . (Voor het volledige persbericht zie www.nav.nl)

Bovendien: Nawoord: door de uitspraak van het Europese Hof blijven de nieuwe veredelingstechnieken/CrisprCas juist onbereikbaar voor de kleinschalige Nederlandse groenten en aardappel veredelingsbedrijven, omdat de toelatingsprocedure voor hen te duur is. Deze technieken gaan dus vooralsnog alleen toegepast worden door de Bayer/Monsanto’s van deze wereld.

 

Nina Holland van Corporate Europe Observatory is echter verheugd over het verbod: ‘het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat producten die met deze techniek tot stand zijn gekomen beschouwd moeten worden als GMO’s; voor zij toegelaten worden moeten ze eerst veilig blijken w.b. de voedelveiligheid en milieu. Dit ondanks het feit dat de grote biotech bedrijven al veel patenten heeft aangevraaagd op deze technieken en dus zeer teleurgesteld zijn en zullen blijven lobbyen.

Wetenschappers, consumenten, ngo’s en ook boeren zijn blij met deze uitspraak aangezien elke nieuwe methode voor het kweken van voedsel- en veevoerproducten eerst uitgebreid getest en gerubriceerd moet worden om de veiligheid voor de bevolking en het milieu te garanderen.’

Er wordt verwezen naar een website van Europese wetenschappers. Zij stellen dat er bewijs is dat naast de bedoelde wijzigingen in DNA en RNA ook andere onbedoelde wijzigingen optreden, zoals onverwachte toxinen of allergenen, of gewijzigde voedingswaarde. Genetische wijzigingen zouden ook in de vrije natuur – zelfs wereldwijd –  kunnen doorzetten. Er is al voorgesteld muizen of muggen maar uit te roeien, maar dat zou tot onbedoelde effecten in hele ecosystemen kunnen leiden. Zij vinden dat het voorzorgsprincipe hier van toepassing is. (‘bij gevaar niet oversteken’.) 

 

 

 

jun 172018
 

In slechts één bladzijde wist Platform ABC op plastische wijze fundamentele kritiek samen te vatten op de doelstellingen van de EU Commissie die onlangs gepubliceerd werden. Zie hieronder. Deze kritiek werd op 12 juni opgepakt door Esther Ouwehand (P vd Dieren) in het Algemeen Overleg van de Commissie Landbouw en Visserij van de Tweede Kamer . 

Er is een gesprek met minister Schouten toegezegd. We zullen vragen ook ambtenaren van Buitenlandse Zaken voor Buitenlandse Handel uit te nodigen; Ouwehand was de enige die terecht wees op grote invloed van het vrijhandelsbeleid op het GLB.
 
Naast Ouwehand waren aanwezig:  De Groot D66 (voorzitter van de commissie), Bisschop SGP, Weverling VVD, Futselaer SP, Geurts CDA, Moorlag PvdA, Bromet GroenLinks ( opvolger van Grashoff; zij was fractiemedewerker landbouw 2010-13), Dik-Faber ChristenUnie en Madlener PVV.
 
Schouten gaat uiterlijk 13 juli een ‘BNC Fiche‘ schrijven (= Beoordeling Niuewe Commissie voorstellen). We zullen dat afwachten voor we op gesprek gaan; wel vóór 6 september, want dan wordt deze reactie van Schouten besproken in de Tweede Kamer. Dan zal  meer in detail worden ingegaan op het nieuwe GLB.
 

Hieronder onze óne-pager’ ‘one-pager’ Practise what you preach Daarnaast stuurden we ook alternatieven ABC voor CAP 2021-2017 mee (4 bladzijdes, Nederlands)

 

      EU Commission: practise what you preach! 

The new CAP (Common Agricultural Policy for Europe 2021-2027) has now, summer 2018, been outlined. As a platform of       farmers’ organisations and sympathisers who advocate an ecologically and economically viable agricultural sector we want to express our amazement and concern at the INCOHERENCE of the Commission’s objectives:

  • How on earth can we, farmers, acquire a ‘viable farm income and become more resilient to support food security’ while the Commission sticks to the current free market ideology, i.e. worldwide competition leading to rock-bottom volatile farmgate prices instead?
  • How on earth can we farmers ‘increase competitiveness and enhance market orientation’ even further, while the EU presents us with uneven playing fields by allowing imports from third countries that are produced at lower environmental and health standards? Why should the EU sheepishly follow the WTO in this respect, and sign treaties like CETA, TTIP and Mercosur?
  • How on earth can our ‘position in the value chain be improved’ as long as big firms are allowed to monopolise world markets and squeeze the last drop out of us? As relatively small and numerous suppliers of raw materials we are positioned at the very beginning of supplychains in which considerable value is added in processing and trade. The EU shirks it responsibility and does not allow us to really strengthen our position.
  • How on earth can we ‘contribute to climate change mitigation and adaptation, as well as sustainable energy’ when our first concern is to stay in business? As a result of the ‘free’ market ideology (free for whom?) we have to deal with bottom prices only slightly alleviated by EU income support.
  • How on earth can we ‘foster sustainable development (in countries in the South) and efficient management of natural resources’ in view of the EPA agreements forcing these countries to open their markets, so that (supported) EU Agricultural imports push them from their own markets? This leads to numerous jobless youngsters fleeing to Europe.
  • How on earth can we ‘contribute to the protection of biodiversity and preserve habitats and landscapes’ (and carefully restore our soils and biodiversity, for we don’t want a Silent Spring), if we have to work very long hours using every square yard of our fields just to make a decent living? This is due to the low prices for our products and the ever rising prices of farm inputs.
  • How on earth can we ‘attract young farmers and facilitate business development’ while our sons and daughters see with their own eyes how their parents are toiling away at the daily work on the farm and at their struggles with the bank?
  • How on earth can we ‘promote employment, growth, social inclusion and local development in rural areas’ as long as farmgate prices are below real production costs? No wonder rural areas are emptying and local development is stagnating; the ‘free’ market ideology is geared to international and not to regional trade.
  • How on earth can we ‘improve the response of agriculture to societal demands on food and health, as well as animal welfare’ when food from third countries not meeting EU standards can freely enter the EU, and when supermarkets use our excellent products to entice their customers to their shops to buy mostly cheap processed foods causing obesity, diabetes and high blood pressure? 

We demand a long overdue transition to a COHERENT farmer- and climate-friendly economic system.

Europe is in a unique position to start moving away from the ‘free market ideology’ which is geared to the interests of the big food monopolies and the land investors. Instead Europe should be brave enough to lead the way to                                                      modern  ways of market regulation which put                                   the farmer and the climate in first position.

jun 172018
 

De eerste pleisterplaats was Den Haag. Zie hier een indruk. Do. 21 t/m zaterdag 23 juni gaan boeren en burgers in gesprek in Dordrecht, Rotterdam en op boerderij Landzicht, rondom de voorstelling ‘Koning van het grasland’, en Amsterdam bruist za. 23 en zo. 24 juni van de voedsel-aktiviteiten:

‘In de prachtige zalen van het Koninklijk Instituut voor de Tropen in amsterdam  organiseert ‘Voedsel Anders’ een brede en interactieve bijeenkomst om elementen aan te dragen voor een concreet en ambitieus Amsterdams voedselbeleid. Dat doen we in het ‘We Feed the City’ event, dat valt in het vijfdaagse ‘We Make the City’ festival. We gaan plannen en praktische ideeën uitwisselen over een gezonde voedselomgeving, bevorderen van korte ketens, stadslandbouw en groen in de stad, voedseleducatie, compostering, tegengaan van voedselverspilling en zorgen dat het voedsel dat we van ver weg halen op duurzame en eerlijke wijze wordt geproduceerd.  Bekijk het programma en volg de updates op Facebook.’

Daarna volgen nog: 

17 en 18 augustus  Dronten, Roggebotstaete
22 september  Barneveld
29 september Wageningen centrum (ovb)
4 oktober  Nijmegen Landgoed Grootstal
27 oktober Venlo (voor Noord-oost Brabant en Noord-Limburg)

 

(voor meer over de programma’a zie website)

Overal gaan we waaardevolle verhalen ophalen waar we iets aan hebben voor de voedseltransitie. (Hoe ziet ‘voedsel Anders’ die transitie? Zie het Voedsel Anders manifest.)

Op veschillende pleisterplaatsen wordt gesproken over een nieuwe gemeentelijke voedselstrategie. Handig dat Voedsel Anders al 10 suggesties heeft gedaan om de lokale discussie te stimuleren. Aan de foodies om dit op te pakken!

 

 

jun 162018
 

De recent door LTO overgenomen definitie van ‘grondgebondenheid’  gaat voorbij aan de samenhang tussen bodem, gewas, dier en mest die juist centraal zou moeten staan in een duurzame melkveehouderij. Als alternatief stellen melkveehouders vanuit Netwerk GRONDig een gedifferentieerd beleid voor: verschillende regels voor melkveehouders die daadwerkelijk grondgebonden zijn en voor de zeer intensieve bedrijven die dat niet zijn.

De Commissie Grondgebondenheid, ingesteld door de LTO en de Nederlandse Zuivelorganisatie, bracht op 12 april 2018 haar rapport uit getiteld: ‘Grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige melkveehouderij.’ Melkveebedrijven moeten volgens de commissie in 2025 minimaal 65% van de eiwitbehoefte van eigen land of van land uit de buurt halen. In 2040 zou de melkveehouderij volledig grondgebonden moeten zijn.

Focus op samenhang

Het Netwerk GRONDig is een belangenorganisatie voor de grondgebonden en biologische melkveehouderij. Netwerk GRONDig is 3 jaar geleden ontstaan uit de VBBM (Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu,) die samen met de milieucoöperaties Vel en VANLA en de Noordelijke Friese Wouden al meer dan 20 jaar bezig is met kringlooplandbouw. Grondgebondenheid is daarin een van de speerpunten. Voedsel Anders* en diverse boeren- en natuurorganisaties ondersteunen dit werk van harte.

In een reactie toont netwerk GRONDig zich positief over de aanbeveling van de Commissie om de import van soja af te bouwen, alhoewel de einddatum van 2040 niet ambitieus genoeg is.  Het meest problematisch is echter de eenzijdige nadruk die de Commissie legt op de voorziening van de eiwitbehoefte van de koeien met ‘lokaal’ rantsoen. Deze technocratische benadering brengt de definitie van grondgebondenheid terug tot 1 technisch eiwitdetail. Dit doet geen recht aan de samenhang tussen bodem, gewas, dier en mest die zo essentieel is voor de grondgebonden melkveehouderij.

Te vrezen valt dat daardoor:

  • kunstmest maximaal zal worden ingezet om zoveel mogelijk eiwitrijk gras te oogsten;
  • gevarieerde, kruidenrijke graslanden worden verdrongen door monoculturen van eiwitrijke graslanden, met alle nadelen van dien voor de weidevogels, de biodiversiteit en de gezondheid van koeien;
  • de weidegang terug zal lopen, omdat een deel van de melkveehouders prioriteit zal geven aan het gelijkmatig, machinaal en maximaal bemesten van grasland om zo de graseiwitproductie te maximaliseren (dit wordt mede in de hand gewerkt doordat de Commissie de weidegang niet verplicht wil stellen);
  • meer mais en andere energierijke veevoeders voor de koeien van grote afstand zullen moeten worden aangevoerd.

 

Grondgebondenheid: kringloop en samenhang met leefomgeving

‘Grondgebondenheid’ is een sleutelbegrip in het streven naar een duurzame melkveehouderij. Het verwijst naar een serie onderling samenhangende balansen. Tussen de hoeveelheid voer die op het boerenbedrijf is geproduceerd en het aantal koeien dat wordt gehouden. Tussen het soort voer en de voederbehoefte van de dieren. Maar ook tussen de hoeveelheid (en kwaliteit van de) mest en de oppervlakte grond waarover het bedrijf beschikt en tussen het opnamevermogen van de planten en de hoeveelheid en samenstelling van de mest. In meer algemene zin heeft de grondgebondenheid ook nauwe relaties met landschap en biodiversiteit, als ook met de kwaliteit van het lucht, grond- en oppervlaktewater. En uiteraard is er de kwestie van eventuele stank. Grondgebondenheid is ook een omstreden begrip. LTO en kringloopboeren verschillen bijvoorbeeld van mening over het schaalniveau waar het op moet worden toegepast en over de termijn en de manier waarop het kan worden bereikt.

Op 19 maart 2018 presenteerde het Netwerk GRONDig een eigen definitie Grondgebonden Melkveehouderij aan Kamerleden van de commissie LNV, die de overgrote meerderheid van nu al grondgebonden bedrijven past. Daarin staan de kringloop op bedrijfsniveau en de samenhang met de omgeving centraal. Volgens deze definitie is een bedrijf grondgebonden als de fosfaatproductie van de veestapel gelijk of kleiner is dan de plaatsingsruimte voor fosfaat (mest) op het individuele bedrijf. Bedrijven die net niet grondgebonden zijn, kunnen gebruik maken van andermans grond om toch voldoende plaatsingsruimte te creëren. Alle grond (in eigendom of pacht) binnen een straal van 20 kilometer van de bedrijfsgebouwen van het melkveebedrijf kan hiervoor worden meegeteld. Deze definitie van Netwerk GRONDig werd opgesteld door vertegenwoordigers van de melkveesector; milieu –en natuurorganisaties; dierenwelzijnsorganisaties en onderzoekers.

 

Staarten en hectares tellen

Ruwweg gesproken is zo’n 55% van de Nederlandse boerenbedrijven nu al grondgebonden. De stromen die gaan van het dier, via de mest, naar de grond en van de grond, via het voer, weer naar het dier zijn in evenwicht en vormen een goed uitgebalanceerde kringloop. Door relatief geringe aanpassingen kan nog eens 25% in een periode van zo’n drie jaar zo’n evenwicht bereiken. De resterende 20% zijn de intensieve bedrijven met veel koeien en, verhoudingsgewijs, weinig grond. Het zijn vrijwel altijd de grootschalige, sterk gespecialiseerde bedrijven – de bedrijven ook die de afgelopen jaren een flinke groeispurt hebben ingezet waardoor er op nationaal niveau sprake is van een enorm milieuprobleem.

In Nederland tekenen zich nu twee kampen af. Het advies van de Commissie, overgenomen door LTO, tracht grondgebondenheid zo te definiëren dat de zeer intensieve bedrijven ermee uit de voeten kunnen en stelt voor alle melkveehouders hetzelfde stramien voor. GRONDig en andere boerenorganisaties pleiten echter voor apart beleid voor intensieve en extensieve bedrijven. Voor het deel van de melkveehouderij dat intensief blijft produceren, omdat de ondernemer daarvoor kiest of vanwege de lokale omstandigheden, zou een strenger regime op basis van onder meer milieu- en mestregelgeving moeten gelden. Daarentegen zouden de regeldruk en wetten voor grondgebonden (extensieve) moeten afnemen. Een dergelijk beleid doet meer recht aan de verschillende bedrijfstypen die bestaan binnen de gangbare landbouw in Nederland, en zou melkveehouders een duidelijke prikkel geven om grondgebonden te worden.

“Grondgebonden betekent staarten en hectares tellen, oftewel een balans vinden tussen mestplaatsingsruimte en ruwvoerwinning op bedrijfsniveau”, stelt het Netwerk GRONDig. “Dat is werkbaar, duidelijk en fraude-ongevoelig. Dat is circulair en dus toekomstbestendig, natuur-inclusief, maatschappelijk verantwoord, milieutechnisch duurzaam en economisch rendabel”.

Op 18 mei stuurde minister Carola Schouten een reactie op de definitie van netwerk GRONDig naar de Tweede KamerIn de zomer van 2018 publiceert zij een Toekomstvisie op basis van een “fundamentele herbezinning op het mestbeleid met minder regeldruk en lasten voor zowel de boer als de overheid”.

Met dank aan Voedsel Anders, ook voor de foto.