nov 012017
 

U heeft hem ook wel gezien waarschijnlijk, de RABO- reklame waarin (arme) mensen uit alle delen van de wereld hoopvol het hoofd opheffen naar een nieuwe toekomst. Laatste shot: een onafzienbare vlakte van kassen.

Onze 85-jarige donateur de heer B uit Lochem schrijft aan de RABO bank en aan ons: 

Aan de directie van de RABO-bank,

De nieuwe reclame voor de bank is een schande. Het voedt het vooroordeel van het publiek dat honger in de wereld het gevolg is van te weinig productie.

Het tegendeel is waar.

Door overproductie in het rijke westen zijn de prijzen van landbouwproducten zo laag dat de boeren gesubsidieerd moeten worden en de overschotten in ontwikkelingslanden worden gedumpt, waardoor de landbouw daar niet tot ontwikkeling kan komen.

Stop met deze televisiereclame s.v.p. 

Bedankt meneer B voor uw tegengeluid naar de RABO, en voor uw steun voor Platform ABC!  (Wij weten niet zeker of u de oudste donateur bent, maar dat zou zomaar kunnen….)

okt 292017
 

Ook verticale kassen waren even in beeld in het RABO-reclame filmpje waarin  gesuggereerd wordt dat Nederland de wereld moet gaan voeden. In verticale kassen groeien gewassen (vaak onder led-lampen) in rekken boven elkaar. Maar is dat een oplossing voor de armen in ontwikkelingslanden 

Hieronder een aantal voor- en nadelen op een rijtje.  Oordeel zelf.  

Overzicht van voor- en nadelen van verticale landbouw

Voordelen

Nadelen

Voedselzekerheid binnen eigen regio, voorkomt ook sociale onrust

De voedingswaarde van groente en fruit is sinds 1985 schrikbarend achteruit gegaan.  [1] Dat zou te maken kunnen hebben met kweken in kassen op steenwol, al dan niet onder led-licht. Toegevoegde mineralen via kunstmest zullen waarschijnlijk niet de voedingsstoffen in voedsel afkomstig van van een gezonde bodem kunnen evenaren. 

Geen of minder verbruik van bestrijdingsmiddelen

Slechts mogelijk voor een aantal gewassen (met name groenten en fruit), in combinatie met eventueel viskweek en kip. In verband met dierenwelzijn is verticale landbouw niet geschikt voor andere landbouwhuisdieren.

Zeer efficiënt omgaan met mineralen, laag verbruik kunstmest

Hoog verbruik van energie om temperatuur optimaal te houden, en toediening van licht. [2] Ondertussen wordt er in de kassenteelt al gewerkt met klimaat-neutrale kassen, o.a. door opwekking van aardwarmte en zonne-energie.

Voedselvoorziening binnen de eigen regio, dus beperking van transport, en van de hiermee gepaard gaande uitstoot van broeikasgassen.

O.a. de hoge investeringskosten in de bouw zorgen voor een hoge kostprijs. Uit een onderzoek van WUR blijkt een vijf maal hogere kostprijs voor sla uit verticale landbouw, vergeleken met open grondteelt. Vergeleken met kasteelt was de kostprijs ruim twee maal hoger. [3]

Minder beslag op steeds schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen zoals water in the Global South en in landen die te maken krijgen met droogte door klimaatverandering (o.a. Zuid-Europa). Dus minder import van ‘water’ via groenten uit gebieden als Marokko, Egypte, Kenia, Zuid-Europa.

Vanwege hoge kosten nog niet concurrerend (ook niet met teelt in kassen in Nederland) en dus afhankelijk van (lokale) overheidssubsidies. Die zouden b.v. ook – effectiever –  gebruikt kunnen worden door te investeren in voedselbossen en volkstuinen.

Datzelfde geldt voor minder bijdrage aan de vervuiling en kap van mangrovebossen in kustgebieden ten behoeve van de  kweek van vis en garnalen in landen als Vietnam. De hiermee gepaard gaande milieu- en sociale kosten (o.a. minder visvangst door ‘de armsten’ omdat de kraamkamer van hun vis wordt vernietigd door kap van mangroves) zijn vaak hoger dan de opbrengsten aan geëxporteerde vis voor exporterende bedrijven. 

Voorlopig dus ook geen bijdrage aan de mondiale voedselzekerheid, want onbereikbaar voor de armsten.  Daarbij is honger nu geen productieprobleem, maar een verdelingsprobleem. De armsten hebben geen land (mede omdat land wordt ingezet voor luxe producten zoals veevoer [4] en biobrandstoffen voor de export), of hebben een te laag loon. Verder wordt de lokale voedingszekerheid in the Global South ondermijnd door vrijhandelsverdragen en dumping, waardoor boeren geen kostendekkende prijs kunnen ontvangen. Hierdoor kunnen zijn niet investeren in een duurzame landbouw en dit leidt tot migratie naar sloppenwijken in de stad en naar westerse landen. 

 

Momenteel te grote gerichtheid op inzet van zo min mogelijk arbeidskrachten, wat gepaard gaat met weinig extra banen, dure investeringen en onnodig hoog verbruik van energie.

 

Voorstanders van verticale landbouw nemen de stijgende trek naar de stad als gegeven, terwijl dit ten koste gaat van veel vruchtbare landbouwgrond voor bebouwing en infrastructuur.

 

[1] Zie: https://www.foodlog.nl/images/uploads/Voedingswaarden_Geigy.pdfEen toespraak van Anton Nigten over bemesting versus voedingswaarde (2013): http://nvlv.nl/downloads/VanGrondtotMond.doc  (tweede verslag) en ‘Voedingswaarde voedsel historisch laag’: http://www.leef-op.nl/nieuws/voedingswaarde-voedsel-historisch-laag

[2] In Amsterdam: 100 Watt aan verlichting en 100 Watt aan koeling per m2. Zie ‘Vertical farming in Nederland: de stand van zaken’ (2016): http://versestad.nl/2016/10/vertical-farming/

[3] Stadslandbouw in kantoorpanden: Optie of utopie?, Joanneke Spruijt, Jan-Eelco Jansma, Tycho Vermeulen, Janjo de Haan en Wijnand Sukkel, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving,  onderdeel van Wageningen UR, Wageningen, januari 2015, zie: http://edepot.wur.nl/333971

[4] Zie ook kritiek van Eddie Schrevens, KU Leuven in ‘De verticale boerderij’ (2007): http://www.lowtechmagazine.be/2007/06/de-verticale-bo.html 

Door Guus Geurts , 3 nov. 2017.  Reacties: guusgeurts@yahoo.com

 

 

 

okt 282017
 

Deze zomer verscheen ‘Food security, Agricultural Policies and Economic Growth’, geschreven door landbouweconoom Niek Koning, docent en onderzoeker aan de Wageningen Universiteit.  Een degelijk onderbouwd boek over ontwikkelingen in de landbouw tot nu toe en verwachtingen naar de toekomst. 

Door Joop de Koeijer in het NAV-ledenblad ‘Genoeg is Beter’, enigszins bewerkt voor deze website door Jacques van Nederpelt.

Korte samenvatting:  

Koning heeft gekeken naar de voedselzekerheid en de prijsontwikkeling in de landbouwmarkten in het verleden met als doel uitspraken te kunnen doen over de toekomst. De toekomstverwachting van Niek Koning die tegelijk een conclusie is, luidt als volgt: De prijsontwikkeling in vrije landbouwmarkten kent lange dalen met korte pieken. Om iets zinnigs te zeggen over het prijsverloop op de middellange termijn moet behalve naar het verloop van de vraag ook gekeken worden naar het aanbod. Het aanbod wordt bepaald door het schoksgewijze verloop van investeringen die de geschiedenis laat zien

Nu de landbouw een periode van lage prijzen te wachten staat kan dit net als in de jaren 80 en 90 leiden tot onder-investeringen, wat grote risico’s voor de voedselvoorziening op langere termijn met zich meebrengt, vooral voor Afrika. Stabilisering van de prijzen van biomassa (voedsel) en ondersteuning van boereninkomens is een van de aanbevelingen van Niek Koning.  (Alles degelijk onderbouwd met cijfers)

 

Vrije landbouwmarkten: korte pieken, lange dalen.

Eeuwenlang was de voedselvoorziening lokaal en regionaal georganiseerd. De toepassing van fossiele energie (stoommachines en transportrevolutie) zorgde vanaf de 19e eeuw voor een omslag. Vanaf het midden van die eeuw was er sprake van een wereldmarkt voor landbouwproducten. De handel werd intercontinentaal/transatlantisch.

De toevloed van relatief goedkoop graan uit het eerder onbereikbare Middenwesten van Amerika leidde rond 1880 tot de eerste wereldwijde landbouwcrisis. Deze werd opgevangen door beleidsmaatregelen ter ondersteuning en modernisering van het kleinbedrijf. De prijzen piekten even rond het einde van de Eerste Wereldoorlog, om vervolgens na 1920 weer te dalen tot de diepe crisis van begin jaren dertig.

 

Aanbodregulering

Enkele Amerikaanse landbouweconomen begrepen dit herhaaldelijk falen van de markt als volgt: Bij dalende prijzen past het aanbod zich te langzaam in neerwaartse richting aan. Zij pleitten daarom voor regulering van het aanbod. De Democratische presidentskandidaat Roosevelt nam dat op in zijn verkiezingsprogramma en won in 1932 de presidentsverkiezingen met veel boerenstemmen. Vanaf toen gold de New Deal, wat voor de landbouwsector neerkwam op beperking van het aanbod en voorraadbeheer, waardoor de graanprijzen zich stabiliseerden.

Daarna leefden een aantal generaties boeren met een vrij stabiele bodem, namelijk de stabiele graanprijs, onder de zogenaamde ‘vrije producten’. Dit beleid, dat in Europa en Amerika voor stabiliteit zorgde, werd echter afgeschaft in de jaren 90: de ‘vrije’markt. Dus zijn we nu weer terug bij de instabiliteit van vóór de jaren dertig, volgens Koning.

Wat is de aard van die instabiliteit?

De auteur stelt vast dat de vraag naar landbouwproducten over de jaren heen een vrij gelijkmatige stijging vertoont. Dat geldt niet voor het aanbod. Het verloop van het aanbod hangt namelijk af van de mate waarin er in de landbouw geïnvesteerd wordt. Het gaat daarbij zowel om investeringen door de landbouwsector zelf in bijvoorbeeld drainage of bodemvruchtbaarheid, als om investeringen van buiten de sector zoals veredeling, onderzoek, voorlichting, infrastructuur, ontginning. Het totaal aan investeringen vormt de ‘agrarische kapitaalvoorraad’. Koning zet op een rijtje hoe die zich de afgelopen tijd ontwikkeld heeft.

 

Agrarische kapitaalvoorraad

Vanaf de jaren 80 van de vorige eeuw is er gesneden in door overheden gefinancierd onderzoek, terwijl lage landbouwprijzen de investeringen door boeren zelf ook nog eens ontmoedigden. De groei van de agrarische kapitaalvoorraad (het productievermogen) vertraagde en in sterke landbouwlanden was er zelfs een afname. Daarbij kwam dat de publieke voorraden waren geleegd en de buffercapaciteit van de wereldvoedseleconomie was verzwakt. De ‘voedselcrisis’ van 2007-2008 ontstond toen Amerika en Europa plotseling besloten om biomassa te gaan gebruiken als transportbrandstof. Te weinig aanbod. De stijgende voedselprijzen die samenvielen met stijgende prijzen van aardolie en daarmee transportkosten, droegen bij aan de revoluties en burgeroorlogen in de Arabische landen.

De voedselcrisis heeft met name in landen waar de staat een leidende rol in de economie heeft (China, Rusland) overheden aangezet tot investeringen in de voedselvoorziening. Graangebieden die na de val van de Sovjet-Unie braak lagen, werden weer in productie genomen. savanne- en bosgronden in Zuid-Amerika en Zuidoost Azië werden ontgonnen. En in de Verenigde Staten en andere dunbevolkte, gematigde streken gebruikten boeren meer kunstmest. Deze ontwikkelingen, gevoegd bij het wereldwijd optimisme in de landbouw zelf, betekende een enorme boost in de agrarische kapitaalvoorraad. De effecten daarvan op het (grotere)  aanbod en daarmee op de (lagere) prijzen, ijlen lang na. (korte pieken, lange dalen).

 

Landbouwprijzen ruim onder de kostprijs

In tegenstelling tot de algemene verwachting: ‘De wereldbevolking groeit, de welvaart stijgt, dus met de prijzen van landbouwproducten komt het wel goed’, gaan we volgens Koning waarschijnlijk juist een periode met lage prijzen tegemoet. Dat liberalisering van de landbouwmarkten, ingezet in de jaren negentig van de vorige eeuw, zou leiden tot meer prijsschommelingen was algemeen verwacht. Maar anders dan fluctuaties van jaar tot jaar zoals we van de ‘vrije’ akkerbouwproducten kennen, is er bij een ongereguleerde markt sprake van een lange-termijn cyclus van lange dalen, afgewisseld door korte pieken.

Recente prognoses van de FAO en de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) en eerder het Amerikaanse Ministerie van Landbouw, bevestigen dat de komende tien jaar de prijzen van de belangrijkste Amerikaanse akkerbouwproducten ruim onder de kostprijs zullen liggen. De FAO-graanprijsindex (2002-2004 = 100) stond op zijn hoogst in 2007/08 (op 232) , in 2013/14 (op 240) en is inmiddels gezakt naar 153 en zal de komende 10 jaar volgens de prognoses niet veel hoger zijn. De verklaring is dat de eerdere prijspieken tijdens de voedselcrisis tot een boost in de investeringen in de landbouw hebben geleid, waardoor het aanbod sneller gestegen is dan de vraag.

Omdat het overheidsbeleid dat sinds de jaren dertig de prijzen in de VS en de EU stabiliseerde is afgeschaft, zal de akkerbouw daarvan de negatieve gevolgen ondervinden. Toch zal de beteelde oppervlakte nauwelijks afnemen. De verklaring is deze: De kostprijs bestaat ruwweg voor de helft uit vaste en voor de andere helft uit variabele kosten. Zolang de opbrengst groter is dan de variabele kosten wordt tenminste nog een deel van de vaste kosten vergoed en blijft de boer produceren. Om stabiele landbouwprijzen te verkrijgen, blijven een actieve landbouwpolitiek inclusief productiebeheersing echter noodzakelijk.

 

Somber toekomstscenario

Niek Koning ziet grote risico’s voor de voedselvoorziening op langere termijn en zegt ook hoe die te beperken zijn. Hij schetst het volgende, mogelijke, scenario voor de wereldvoedselvoorziening: De periode van lage prijzen die de landbouw te wachten staat, kan net als in de jaren 80 en 90 leiden tot onder-investeringen in de landbouw-kapitaalvoorraad. De jaren 20 en 30 van deze eeuw zullen verloren jaren blijken te zijn voor het aanleggen van nieuwe infrastructuur, het ontwikkelen van nieuwe technologie om de productie te vergroten, of de non-food productie minder afhankelijk van (al dan niet fossiele) biomassa te maken.

En stel je eens voor dat  die periode van onderinvestering later een nieuwe cyclus van schaarste aan voedsel oproept, versterkt door een nieuwe prijsstijging van aardolie omdat de schalierevolutie zijn grenzen bereikt. En veronderstel dat dan de makkelijke, goedkope manieren om de wereldlandbouwproductie op te voeren dan uitgeput zijn. Dan is de voedselprijsstijging alleen in de hand te houden door nieuwe technologieën, maar daar is dan niet tijdig in geïnvesteerd. Voedselprijzen kunnen dan langer en hoger stijgen dan rond 2010. Dat zal dan wel weer investeringen in de landbouw uitlokken, maar de resultaten daarvan hebben een lange aanlooptijd.

Stijgende prijzen zullen voor een kettingreactie zorgen: In Noord-Amerika en Europa neemt de druk toe om biobrandstoffen te gaan gebruiken (meer beslag op landbouwgronhd). Een aantal grote graan- exporterende landen gaat misschien de export beperken om de prijzen voor de eigen bevolking in de hand te houden. Dit alles heeft een beperkt effect op de koopkracht in rijkere landen waar voedsel en relatief beperkt deel van het huishoudbudget uitmaakt. Daar kan men vlees en ook biobrandstoffen blijven kopen. Maar in Sub-Sahara Afrika wordt de situatie door stijgende prijzen voor geïmporteerd voedsel ondraaglijk.

De spiraal van armoede en hoge geboortecijfers is daar nog niet doorbroken en de landbouw is onvoldoende ontwikkeld. Stijgende voedselprijzen leidt dan tot minder vraag naar non-food artikelen en diensten met als gevolg daarvan weer een stijgende werkloosheid. De neiging naar Europa te vluchten zal toenemen, maar Europa hanteert strenge grenzen. Dan is het wachten op gedesillusioneerde jongeren die in opstand komen en (corrupte)regeringen omverwerpen. Dan zullen Westerse en Aziatische machten ingrijpen om hun belangen te beschermen. Internationale verhoudingen komen onder druk te staan terwijl de wereld juist meer moet samenwerken om het voedselvraagstuk op te lossen.

 

Aanbevelingen

Met het bovenstaande scenario wil Koning aangeven dat het met de wereldvoedselvoorziening op langere termijn niet vanzelf goed komt. Als we de voedselvoorziening  aan de markt overlaten lopen we grote risico’s. De technische mogelijkheden zijn voorhanden maar alleen te benutten door tijdige investeringen. Hij doet aanbevelingen op de volgende terreinen:

  • Geef alle armen toegang tot voedsel en maak het mogelijk dat de landbouw in zwakke landen haar rol als motor voor groei kan spelen.
  • De toenemende claim op goed bouwland voor andere doelen dan plantaardige productie moet beperkt worden.
  • Het is essentieel om de prijzen van biomassa (voedsel) te stabiliseren en boereninkomens te ondersteunen daar waar dat voor een evenwichtige ontwikkeling nodig is.
  • Kennis en technieken voor een nieuwe revolutie in biomassaproductie moeten ontwikkeld worden

De auteur Niek Koning heeft als vraagbaak voor het bestuur en inleider op bijeenkomsten belangrijk bijgedragen aan het werk van de Nederlandse Akkerbouwers Vakbond (NAV) en doet dat nu nog. De Werkgroep Genoeg is Beter waar de NAV uit is voortgekomen, had al in 1992 contact met Niek Koning. Hij leverde de theoretische en cijfermatige onderbouwing voor het plan ‘Genoeg is Beter’ waarin gepleit werd voor aanbodbeheersing.

De wijze waarop de onder punt 3 bedoelde stabilisering van prijzen gestalte moet krijgen, komt overeen met het door de NAV al lang bepleite ‘managed trade’, een internationale overeenkomst die de belangrijkste landbouwproducten binnen een prijsband houdt. Internationale buffervoorraden, minimale importquota en maximale exportquota zijn de daartoe benodigde instrumenten. Koning wijst er op, dat de befaamde econoom John Maynard Keynes al in 1943 een soortgelijk voorstel deed.

De NAV bepleit ‘managed trade’ omwille van een stabiel boereninkomen.

Niek Koning voegt daar in zijn boek de volgende argumenten aan toe: Grote prijsfluctuaties bedreigen de voedselzekerheid voor de armsten, ontmoedigen vooruitgang in de landbouw en destabiliseren de economie van zwakke landen en van landen die van landbouwexport afhankelijk zijn. 

Met dank aan Joop de Koeijer (een van de trekkers van de NAV-werkgroep ‘Genoeg is beter’),  en aan Jacques van Nederpelt.

 

okt 272017
 
Commissaris Phil Hogan lijkt te focussen op ‘weerbaarheid verhogen en verzekeren tegen risico’s en ‘een evolutie, geen revolutie’

 Dat is heel dicht bij het standpunt van de EPP (European People’s Party, o.a. CDA, en ‘zijn’partij in Ierland, Fine Gael). Dit terwijl hij gezegd had dat de CAP meer ambitie moest tonen op het gebied van het milieu.  

Risk management (boeren aanraden/verplichten zich te verzekeren tegen lage landbouwprijzen) word door veel organisaties van groene en kleine/middelgrote boeren gezien als de overheveling van essentieel, beperkt en waarschijnlijk minder geld voor plattelandsontwikkeling en milieumaatregelen naar de verzekerings- en financiële sector. 

Er zijn onlangs oproepen gedaan tot een echt andere CAP, o.a. door het  European Environmental Bureau, en door IPES Food (o.a.Olivier de Schutter , en andere groepen. Maar het ziet er naar uit dat er weinig zal veranderen. Alan Matthews die onlangs deelnam aan het 15e congres van the European Association of Agricultural Economists zegt dat het niet zal lukken om in deze periode van het EP (verkiezingen in 2019) wetgeving van betekenis af te ronden. Misschien een ‘CAP-light’ herziening, mits men zich op slechts een of twee hoofdpunten concentreert. Maar als de Commissie eenmaal een voorstel heeft gedaan heeft zij er tegenwoordig weinig greep meer op, sinds in 2009 in het verdrag van Lissabon werd bepaald dat beslissingen voortaan door de Raad (Council) genomen moeten worden. (Daarin zitten de staatshoofden van de lidstaten, en hun president – Tusk – en de president van de Europese Commissie – Juncker – en tot slot de EU vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheid).  Deze Council en ook COMAGRI (de landbouw commissie van het parlement die niet-bindend advies kan geven) zullen allemaal hun licht erover willen laten schijnen.

Bovendien ligt de landbouwcommissie (COMAGRI) op  ramkoers met de milieumensen binnen en buiten het parlement die de milieumaatregelen genomen in de vorige ronde een aanfluiting vinden. (O.a. de regel dat 5% van het land van de boer een milieu-bestemming moet krijgen, maar ook andere maatregelen, totaal 30% van het landbouwbudget. ) ‘We moeten niet straffen door middel van boetes, maar juist belonen’, en ‘boetes zijn een te zwaar instrument’, zeiden twee leden van COMAGRI. ‘Geen boetes meer op wegduiken – is dit een slechte grap?’ vroeg Trees Robijns van Birdlife Europe. En Faustine Bas Defossez van het European Environmental Bureau klaagde dat de vergroening alleen in naam vergroening is. ‘Het is schandalig zoveel van het Europese budget te spenderen aan een CAP die niet werkt.’

Misschien is het een troost dat noch de boeren noch de milieumensen vinden dat het vergroeningsbeleid iets uithaalt voor het milieu, zoals op 7 juli bleek toen de resultaten van de ‘public consultation’ werden bekend gemaakt. 

Met dank aan ARC2020

 

okt 252017
 

Dit jaar is Platform Aarde Boer Consument uitgebreid met de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) , in de persoon van Wigle Vriesinga. De vereniging streeft naar gezonde bodem en (dus) gezonde voeding. Zij rijden vooral in het noorden bovengronds mest uit, wat volgens hen veel beter is voor de bodem. Sommige ABC-leden hebben de thema-dag van de VBBM aan het eind van het jaar bijgewoond en waren onder de indruk.

Op de website van de VBBM staan verslagen en een filmpje waarin de gevolgen voor de bodem van enerzijds bovengronds uitrijden en anderzijds injecteren worden verduidelijkt. Hier een  verslag themadag VBBM door Marion Logtenberg van de NMV. 

‘De bodem’ is trouwens de laatste tijd toch een punt van zorg, nog versterkt door de berichten over de terugloop van het aantal insecten. Er zijn verschillende initiatieven ontstaan. Het Europa-brede initiatief People4Soil steunen we al ( https://www.people4soil.eu/en). 

Onderteken s.v.p. de petitie om de verarming van de bodem in Brussel onder de aandacht te brengen. 

Met niet alleen de bodem maar een bredere doelstelling opereert de groep  www.natuurinclusievelandbouw.nl die nu anderhalf jaar actief is en een manifest heeft gepubliceerd. Hier op de website van Voedsel Anders meer over dit initiatief. 

Dan is sinds afgelopen zomer de ‘transitiecoalitie voedsel’ een feit. Deze groep heeft een  visiedocument gepubliceerd, en ‘onze’ Piet van IJzendoorn (Biodynamische vereniging) werkt mee aan een stuk over ‘Bodem, Burger en Boer’. We houden u op de hoogte via onze website.

Wat goed dat deze groepen vanuit verschillende uitvalshoeken alarm slaan over de landbouw en een koersverlegging bepleiten. Wat een uitdaging voor onze nieuwe minister van (of ‘voor’?) landbouw, Carola Schouten…….

 

okt 142017
 

1. Drie maal zoveel extreem zware regenbuien in Sahel, 2 De Nijl wordt nog veel grilliger.

       In de voorbije 35 jaar is het aantal extreem zware regenbuien in de West-Afrikaanse Sahel verdrievoudigd door de klimaatverandering. De ‘rainstorms’ in de Sahel behoren tot de meest explosieve ter wereld. Ze vormen wolken tot 16 kilometer boven de grond. De stortbuien die ze creëren veroorzaken vaak overstromingen. De frequentie van die stortbuien neemt snel toe. 

Een team van internationale wetenschappers onder leiding van het Britse Centre for Ecology & Hydrology (CEH) is tot de conclusie gekomen dat de toename  te maken heeft met de stijgende temperatuur boven de Sahara, de uitgestrekte woestijn ten noorden van de Sahel. Dit zet de klimaatmechanismen in de regio op scherp, waardoor het aantal zware buien in de meer zuidelijk gelegen Sahel toeneemt. Christopher Taylor van het CEH zegt verrast te zijn door de snelheid van de ontwikkeling. “We verwachtten dit al, maar we zijn geschokt door de snelheid waarmee deze veranderingen plaatsvinden”, zegt Taylor.

“Het aantal overstromingen is vervijfvoudigd, van 1,1 overstroming per jaar tussen 1986 en 2005, tot 5 overstromingen per jaar tussen 2006 en 2016”, zegt Abdoulaye Diarra, hoofdonderzoeker aan het International Institute for Water and Environmental Engineering in Ouagadougou. “De schade is meestal groter in verstedelijkt gebied, waar het water niet makkelijk weg kan. De overstroming van 2009 bracht grote schade toe in de hoofdstad. Meer dan de helft van de stad, inclusief het grootste ziekenhuis, liepen toen onder. 150.000 Mensen werden dakloos ” (Bron: IPS, 29/4/2017)

 

De Nijl heeft al duizenden jaren de reputatie onvoorspelbaar te zijn. Nu blijkt uit een studie van het gerenommeerde Massachusetts Institute of Technology (MIT) dat die grilligheid nog zal toenemen, mede door de klimaatverandering. Wetenschappers van het instituut doen al jaren onderzoek naar accurate modellen om dat  te voorspellen. Dat wordt steeds belangrijker, want de bevolking in het stroomgebied van de Nijl (meer bepaald in Egypte, Soedan, Zuid-Soedan, Tanzania, Oeganda, Eritrea, Ethiopië en in delen van Rwanda, Burundi en het noord-oosten van Congo-Kinshasa) zal naar verwachting tegen 2050 verdubbelen  tot bijna 1 miljard.

De nieuwe MIT-studie, gepubliceerd in Nature Climate Change, voorspelt dat de variabiliteit enorm zal toenemen. Dat is vooral het gevolg van het steeds intensere klimaatfenomeen El Niño. Dat heeft grote invloed op de neerslag in de Ethiopische hooglanden en het oosten van het Nijlbekken. Die regio’s leveren zo’n 80 procent van het watervolume van de Nijl. In 2015 was er grote droogte in de Nijlbekken, terwijl er in 2016 omgekeerd zeer grote overstromingen waren. “Het is niet abstract”, zegt Elfatih Eltahir, hoogleraar Hydrologie en Klimaat aan het MIT. “Het gebeurt nu al.”

Voor hun analyse gingen de wetenschappers uit van een ‘business as usual-scenario’, waarbij geen grote reductie van uitstoot van CO2 wordt bereikt. In dat geval zouden de veranderende neerslagpatronen het jaarlijkse debiet van de Nijl (debiet is de hoeveelheid van een doorstromende vloeistof per tijdseenheid) met 10 tot 15 procent doen toenemen. Hoewel het debiet dus vaak groter zal zijn, met overstromingen tot gevolg, zal dit in andere jaren worden gevolgd door droogte.
De nieuwe analyse kan van groot belang zijn voor regionale strategieën op lange termijn zoals de locatie van nieuwe dammen en het beheer van bestaande stuwdammen zoals de Grand Ethiopian Renaissance Dam, de grootste in Afrika die momenteel gebouwd wordt op de grens tussen Ethiopië en Soedan.

De wetenschappers wijzen er op dat het het hoognodig is hier in het westen onze uitstoot van CO2, methaan en lachgas te beperken.

Met dank aan AEN (Afrika- Europa netwerk),
http://www.afrikaeuropanetwerk.nl/, en De Wereld van Morgen.

sep 182017
 

Deze zomer op de varkenshouderij Sander’s Hof gezien: zo kan het ook! Verspreid door het weiland ‘halfpipes’; halfronde golfplaten ‘schuilhutten’, door Sander zelf ontworpen en verplaatsbaar met een vorkheftruck. Eén per varken-met-biggen. Moeder en kinderen kunnen buiten wroeten en gras/onkruid eten, of naar binnen, net wat ze willen. Om de zoveel tijd wordt een ander stuk weiland  rondom hun schuilhuit afgepaald zodat ze steeds vers groen hebben.

Dichter bij huis, naast de boerderij staat zo’n ‘halfpipe’ voor de ‘beer’, met een hofhouding van een stuk of vier dames. De boer ziet wel aan het gedrag wanneer een zeug zover is dat ze zin heeft en kan aanschuiven. Daarnaast een paar zeugen met jonge biggetjes vanaf een week of twee. Bevallingen vinden in de stal plaats – sommige varkens die zo lomp zijn om hun biggetjes te gaan liggen worden zelfs in hun bewegingen beperkt tussen stangen zoals in de megastallen, maar dat is maar een paar dagen. Daarna dus een tijdje buiten maar dicht bij de boerderij, en als ze wat groter zijn gaan de zeug en haar biggen naar hun eigen home in de wei.

Tot de slacht daar is. Dan gaan ze naar een slager in de buurt, of naar de slagerij van Brandt en Levie in Amsterdam (https://www.brandtenlevie.nl/) die er de beroemde worst van maakt. Het vlees wordt verkocht door de bovengenoemde slager,  of in het eigen winkeltje (eens in de 14 dagen op zaterdagochtend); in een Landwinkel in Ulft; en er wordt samengewerkt met www.schotsehooglanders.nl. Die webshop verkoopt rundvlees van runderen die jaarrond buiten lopen in een natuurgebied in Groningen, maar nu verkopen ze dus ook het varkensvlees van Sander’s Hof.

Sander, op de site: Een varken is nieuwsgierig van aard en wil graag wroeten. Wij doen recht aan die natuurlijke behoefte. Onze varkens lopen het hele jaar buiten. Iedere schuilhut in de wei is geïsoleerd en er ligt een dik pak stro op de bodem. Naast het gras bij de hut krijgen ze krachtvoer bijgevoerd. …. De varkens in de wei krijgen de tijd om rustig te groeien. Onze manier van varkens houden kost wat meer maar levert een eerlijk en smaakvol product op’. 

Sander: ‘We hebben 1 Bonte Bentheimer beer. Alleen als we nieuwe zeugen willen fokken, dan doen we dat via k.i (kunstmatige inseminatie) om inteelt te voorkomen. In 2012 ben ik begonnen met 12 zeugen, nu hebben we er 25. Alle biggen die hieruit geboren worden blijven bij ons tot ze naar de slager gaan. 25 zeugen met bijbehorende biggen en vleesvarkens is eigenlijk ook het maximale wat we ‘aan’ kunnen/willen. Grond en arbeid zijn de beperkende factoren. Nu moeten we al een groot deel van de mest afzetten, en werk hebben we ook meer dan zat. Groei of ontwikkeling van het bedrijf zien we meer in het creëren van nieuwe producten of teelten, als er tijd vrij komt als de varkenstak verder geoptimaliseerd wordt.

Het is geen vetpot, maar de kop van dit stukje is van echtgenote Roos op de facebook pagina: ‘als je op deze manier je hart volgt ben je schatrijk’.

Wij feliciteren Sander en Roos met dit eerste lustrum, en hopen dat hun voorbeeld veel volgers (en afnemers….!) zal krijgen.

Zeug met biggen op Sander’s Hof

sep 092017
 

1 Heel duidelijk filmpje (3,5 minuten) over de wisselwerking bodem-Co2. Zie ook onderaan.

2. Van de VBBM (Vereniging voor Behoud van Boer en milieu):  filmpje van 15 minuten : het verschil tussen boven- en ondergronds mest uitrijden.

3. Pieter de Jong , boer in Friesland, doet zijn verhaal over zijn bodem in de ‘Koebont’ (ledenblad van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond) van juli 2017: 

Zijn melkveebedrijf is sinds 1998 biologisch.

Deze keus heeft hij gemaakt na jarenlang studieclubs over kringlopen
gevolgd te hebben. Bij de eerste boerenmilieucoöperatie ‘Vel Vanla’ kwam hij erachter dat bodem verslaafd is aan kunstmest en daar als het ware van moet afkicken. Eenmaal afgekickt komt de bodem in een positieve vicieuze cirkel met veel bodemleven en geeft hij weer een prima opbrengst. 
Op dit moment hebben Pieter en zijn vrouw zo’n 90 melkkoeien op 70 ha grond. Pieter verdiept zich intensief in bodemleven en kringlopen. Maar juist hier maakt hij zich steeds meer zorgen over. “We putten de bodem steeds meer uit zonder dat we het ons bewust zijn. Steiner, de grondlegger van de B.D. landbouw, typeert stikstof dan ook als een jachthond die altijd op zoek is naar koolstof en zuurstof. Je denk dat je meer opbrengst hebt maar eigenlijk verbrand je je blackpower. 

De politiek probeert krampachtig twee heren te dienen in de CO2 discussie: de overheid is gebaat bij het gebruik van
stikstofkunstmest, gemaakt uit aardgas,  in verband met de aardgasbaten. (Bijna half Slochteren gaat naar deze industrie!)
Terwijl je als boer vervolgens de meest kostbare organische stof in de bodem verbrandt. 

Wij zijn uniek als bedrijfstak die ook CO2 vastlegt in de bodem. Komende jaren zit hier een verdienmodel in voor boeren “laat je dit niet afpakken boerenbestuurders”!

p.s. aangereikt door Elske van de Boerengroep Wageningen: 

http://goedbodembeheer.nl/    is een fantastische website met ongelofelijk veel informatie over de bodem en het bodemleven. En onder ‘beheer’ zie je informatie voor alle takken in de landbouw. 

sep 082017
 

De manier waarop Oeganda omgaat met de grote instroom van vluchtelingen wekt wereldwijd aandacht en bewondering. Het vangt 1,2 miljoen vluchtelingen op door ze meteen rechten en zelfs landbouwgrond te geven.

Verreweg de meeste vluchtelingen, zo’n 832.230, worden opgevangen in het noordwesten van Oeganda, tegen de grens met Zuid-Soedan. Zij wonen niet in kampen, maar krijgen een lapje grond waarop ze een onderkomen kunnen bouwen en groenten kunnen telen. Ze hebben toegang tot onderwijs en medische zorg. Zij kunnen dus snel aan de slag met het opbouwen van een nieuw bestaan. Dat dit beleid enorme voordelen heeft op het vlak van menselijke waardigheid en het benutten van menselijke capaciteiten, behoeft geen betoog.

Om draagvlak voor opvang te creëren onder de lokale bevolking, heeft de overheid afgesproken dat van elke honderd euro die humanitaire organisaties voorzien voor de opvang en sociale zorg voor vluchtelingen, dertig euro gaat naar de verbetering van sociale dienstverlening aan de lokale bevolking. Al lijkt dat draagvlak af te brokkelen nu er zo veel vluchtelingen toegekomen zijn. Ook de mogelijkheden om iedereen voldoende grond te geven worden steeds kleiner.

Een keerzijde is dat de vluchtelingennederzettingen zich bevinden in afgelegen regio’s met een slechte infrastructuur. Daarom is de toegang tot de Oegandese (arbeids)markt beperkt. Men is afhankelijk van de lokale productie. Een tweede probleem is dat internationale donoren vaak afhaken nadat de noodsituatie gestabiliseerd is. Daarom is het moeilijk om het progressieve beleid op langere termijn te financieren.’

VN secretaris-generaal Antonio Guterres noemde desondanks het Oegandese vluchtelingenbeleid voorbeeldig, ‘Dat is op heel wat plaatsen in de wereld anders. Zelfs landen die heel wat rijker zijn dan Oeganda verwerpen vluchtelingen voordat ze geholpen kunnen worden.’

Zoiets geld ook voor Europa. Het Europese ‘migratiefonds – the ‘ EU Emergency Trust Fund for Africa – is in theorie bedoeld om de grondoorzaken van migratie aan te pakken. Maar in de praktijk dreigt het de centrale principes van ontwikkelingssamenwerking te ondergraven.

In 2005 ondertekenden westerse landen in Parijs een aantal samenhangende ontwikkelingsprincipes. Zo moeten effectiviteit en kwaliteit van ontwikkelingssamenwerking centraal staan, moeten ontwikkelingslanden aan het roer staan van ontwikkelingsprogramma’s (ownership), moeten donoren hun doelstellingen daarop afstemmen (alignment) en meer en beter samenwerken (coordination). Ruim een decennium na Parijs blijven dit fundamentele doelstellingen. 

Maar in reactie op de vluchtelingencrisis dreigen al deze principes overboord te worden gegooid. De Europese staatshoofden en regeringsleiders beslisten tijdens de Top van Valletta (november 2015) dat er meer middelen moeten gaan naar de aanpak van migratiestromen uit Afrika.  Van de ene op de andere dag werden miljarden euro’s beschikbaar gesteld voor het emergency Trust Fund. Maar wel met voorwaarden. Prioriteit nummer één is migratiebeperking. Nationale overheden worden nauwelijks betrokken. Wel kunnen ze rekenen op steun voor grensbewaking en het veiligheidsapparaat, wat het staatsapparaat versterkt maar niet in functie van ontwikkeling.

Maar de meeste ontwikkelingswerkers zien gefrustreerd toe hoe de programma’s waarin ze jarenlang investeerden niet langer voorop staan en zelfs verstoord dreigen te worden. Het fonds is dan ook een gemiste kans voor Europese samenwerking op het terrein.

Bron: Afrika-europa Netwerk (AEN), MO magazine, 11.11.11.

 

 

 

 

 

(Bron: MO magazine (Gie Goris), 27/6/2017)

sep 082017
 

Boer Piet Smedema uit Kommerzijl vertelt in het NAV ledenblad ‘Genoeg is beter’: ‘In Groningen is het bodemdalingsgebied zo groot en de daling zo sterk dat op veel plaatsen de afwatering niet meer voldoende is en voor de toekomst moet worden aangepast.

Een groot gedeelte van het bodemdalingsgebied moet afwateren richting het Lauwersmeer waar ze ook nog het peil willen verhogen voor een rietproef. Hier en daar zijn extra gemalen neergezet, die op de boezem het water pompen voor voldoende drooglegging van het achterliggende land. Doordat de gashoudende lagen in de ondergrond niet overal even dik zijn heb je ook op korte afstanden verschillen in bodemdaling. Er zal vanuit het grote bodemdalingsgebied een afwaterings-kanaal moeten komen naar de Wadden of naar Delfzijl om het waterprobleem daar op te lossen. Dan krijgt het gemaal Electra ook een kans om het resterende water in een verkleind gebied af te voeren.

Er moet een solide investering voor de toekomst worden gemaakt, omdat anders de generaties na ons veel last zullen krijgen van het water. Jaren hebben de Nederlandse overheid en de oliemaatschappijen geprofiteerd van de inkomsten
uit de gasopbrengsten van de NAM. Als zij in de toekomst besluiten een sterfhuisconstructie te maken voor de NAM is voor hun het probleem ‘opgelost’. (Terwijl ze in de tussentijd in Drenthe een buitenlandse investeerder toestemming willen geven een nieuw gasveld aan te boren…..)

Er moet binnen de politiek meer aandacht en meer geld komen voor het hele gebied dat ze hebben laten zakken.
Anders komen de volgende generaties er mee
te zitten en krijgen die de rekening gepresenteerd.’

Met dank aan de Nederlandse Akkerbouw Vakbond, www.nav.nl