apr 092018
 

Het kabinet heeft bepaald dat vóór de zomer 5 ‘klimaattafels’ worden georganiseerd waar 5 sectoren plannen maken om de CO2 uitstoot fors te verlagen: 1.  landbouw en landgebruik (voorzitter Pieter van Geel); 2. gebouwde omgeving (voorzitter D.Samson); 3. mobiliteit 4. industrie en 5. elektriciteit. Daarnaast is er nog een hoofdtafel, met als voorzitter ed Nijpels. Dit najaar moeten de plannen op tafel komen, en in 2019 begint men met de uitvoering. Hieronder wat het voor akkerbouw en veeteelt inhoudt. 

 

De akkerbouw

De NAV heeft de afgelopen maanden in alle regio-avonden aandacht besteed aan klimaatverandering. In de eerste plaats omdat akkerbouwers de gevolgen van de verandering van het klimaat ook rechtstreeks ondervinden, zoals het extremer wordende weer. Daarnaast zijn er in 2015 in Parijs afspraken gemaakt tussen  vrijwel alle landen ter wereld om de opwarming van de aarde tot maximaal 2 graden te beperken. En daaraan moet dus ook de landbouw een bijdrage leveren.

 De doelstelling is dat alle sectoren hun emissie in 2030 met 49% hebben teruggebracht t.o.v. 1990. 

Om zicht te krijgen op de gevolgen van de bedrijfsvoering voor de emissie van broeikasgassen van het bedrijf is de Cool Farm Tool (CFT) ontwikkeld. Dit is een online tool waarmee kan worden uitgerekend wat de emissie van een gewas is op het bedrijf, omgerekend naar CO2-equivalent.

We hebben in de landbouw te maken met drie broeikasgassen, namelijk CO2 (komt vrij bij verbranding van fossiele brandstof), N2O (lachgas, komt vrij bij de omzetting van N-meststoffen in de grond) en CH4 (methaan, komt vrij bij vergistingsprocessen in maag en mest. De impact van N2O is 298 keer zo groot als die van CO2 en die van CH4 is 25 keer zo groot. In de regioavonden is de CFT gepresenteerd en zijn de aanwezigen door het programma geleid om een indruk te krijgen hoe de CFT moet worden ingevuld. De presentatie is op te vragen via info@nav.nl. Een voordeel van de CFT is dat iedere verandering in de bedrijfsvoering meteen wordt doorgerekend. Wanneer in het programma ploegen bijvoorbeeld wordt vervangen door NKG (niet-kerende grondbewerking = niet ploegen) laat het   programma meteen zien wat de gevolgen zijn voor de uitstoot van CO2.   Met de CFT krijgt de akkerbouwer dus helder welke veranderingen er  nodig zijn om de emissie te verlagen.

De avonden werden over het algemeen zeer goed bezocht. Opvallend is dat veel akkerbouwers aanvankelijk dachten dat we in de akkerbouw altijd CO2 opslaan in de bodem. De berekeningen met de CFT laten zien dat er in het hele teeltproces zoveel uitstoot van broeikasgassen is, dat er netto met een normale bedrijfsvoering geen sprake is van opslag. Om werkelijk op te slaan, dus een negatieve emissie te realiseren, moet werkelijk alles uit de kast
gehaald worden: structureel in de hele rotatie van gewassen aanpassen, structureel NKG toepassen (dus nooit meer ploegen!) en zelf de energie winnen voor de bewaring van de producten. Dit zijn dus forse ingrepen die niet zomaar zullen worden doorgevoerd.

Klimaattafel landbouw en landgebruik 

De overheid heeft een groot aantal zgn. Klimaattafels ingesteld om zicht te krijgen op wat er moet gebeuren om aan de afspraken van het Klimaatverdrag van Parijs te voldoen. Bij deze tafel zijn alle betrokken partijen van een bepaalde
sector uitgenodigd om met voorstellen te komen. Voor de zomer moet iedere tafel komen met de ideeën om de doelstelling voor 2030 te
halen en met een doorzicht naar de doelstellingen van 2050. De NAV is betrokken bij de Klimaattafel voor Landbouw en Landgebruik. Hier
worden de mogelijkheden voor de landbouw bekeken om in 2030 49% reductie van broeikasgassen te hebben bereikt t.o.v. 1990.

 

De veeteelt

Ook de veeteelt doet mee aan de klimaatafel.

Woensdag 4 april (pg. E2) stond een klein berichtje in de NRC dat RLI (de Raaad voor de Leefomgefving en de Infrstructuur) concludeert: De veestapel in Nederland moet krimpen….Zonder extra maatregelen is de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw in 2050 even groot als de maximale hoeveelheid broeikasgassen die heel Nederland dan mag produceren. Technologische vernieuwingen volstaan niet’. Aldus de Raad.

Hier is dus ook aktie nodig. Wat wordt de inzet van de NMV  aan die ‘klimaattafels’? 

Onlangs werd door de NMV (Nederlandse Melkveehouders Vakbond) het symposium ‘Koe en Klimaat’ gehouden. De meningen van de sprekers varieerden tussen verdedigend (‘Anderen vervuilen nog meer’), en ‘We moeten aan de bak. Er zijn twee opties: 1. minder koeien en minder melkproductie, 2. Verder verlagen van de uitstoot per kg melk.’ Voor die reductie per kg melk is een bijna 2x zo grote efficiëntie-verbetering nodig (qua uitstoot) als in de afgelopen 8 jaar behaald is. 

In de ‘Koebont’ van April staat als eerste artikel een verslag van de studiedag. Daaruit citeren we: 

Uiteindelijk hebben we de dag afgesloten door onze NMV visie op Koe & Klimaat te geven. NMV vindt namelijk dat het onhoudbaar
is een koe te vergelijken met de uitstoot van fossiele brandstoffen door bijvoorbeeld een auto. Iedere ‘C’ component die een koe in de vorm van methaan uitstoot, is eerder vastgelegd in het gewas wat
ze opneemt. Buiten methaan zet een koe ook nutriënten zoals koolstof om in vlees, melk, botten, mest en bijvoorbeeld wat vrijkomt
bij de ademhaling. Al die ‘C’ elementen zitten in een kringloop.

Op dit moment wordt de vastlegging in gewassen niet meegenomen in de emissiecijfers van de landbouw, omdat het CBS aangeeft dat die vastlegging direct weer vrij komt na consumptie in de veehouderij. Dit raakt precies ons punt, en hebben we tijdens het symposium dan ook aangegeven: Als die ‘C’ direct weer vrij
komt, en vervolgens direct weer wordt vastgelegd (of in ieder geval die hoeveelheid), zou de emissie evengoed verlaagd kunnen worden.

Dit is een significant en toch zwaar onderbelicht aspect dat het verschil maakt tussen een groot deel van de uitstoot van broeikasgassen vanuit de melkveehouderij en het gebruik van fossiele brandstoffen……. De laatst genoemde vorm van CO2 uitstoot zorgt dan ook voor een toename aan broeikasgasconcentraties in de atmosfeer. Maar in de melkveehouderij wordt deze uitstoot in principe meteen weer vastgelegd in gewassen. 

Met dank aan de de NAV (ledenblad ‘Genoeg is Beter’.) en de NMV (ledenblad ‘Koebont’)

apr 072018
 

Van 2 tot 5 april werd in Rome voor de tweede keer door de FAO  een agro -ecologie symposium georganiseerd. Er namen meer dan 700 mensen aan deel en 6 V.N. organisaties waren erbij betrokken. Conclusie van directeur-generaal van de FAO, José  Graziano da Silva : ‘.….’gezinsbedrijven moeten centraal  blijven staan nu we agro-ecologie willen gaan opschalen. We weten nu wat agro-ecologie is, we hebben nu specifieke doelen die we in de komende jaren willen bereiken , en we hebben steun van maatschappelijke organisaties en van veel landen . Nu is de tijd daar om de uitvoering van de agro-ecoloogie op te schalen. ‘ 

Hij wees erop dat het decennium van de gezinsbedrijven  (2019-2028) en het decennium van Actie voor Voeding (2016-2025) kansen waren om duidelijk te maken dat gezinsbedrijven, agro-ecologie en duurzame ontwikkeling nauw met elkaar verbonden zijn.  

De sessies afgelopen week waren via streaming te volgen. Daaruit werd duidelijk dat de helft van de voorbeelden van succesvolle ontwikkelingen te vinden zijn in Zuid Amerika. In Uruguay bijvoorbeeld wordt er al 25 jaarvolgens agro-ecologische methodes gewerkt, maar grond verwerven blijft een knelpunt. Er waren weinig voorbeelden uit Azië te horen. Wel vertelde een Chinese boerin Shi Yan dat ze een landbouw-coöperatie heeft gesticht, geheten ‘Shared Harvest’, een soort ‘korte keten’-coöperatie van boeren en consumenten, waarbij consumenten ook vooraf investeren. Zij leveren aan een bepaalde wijk in Beijng.

De heer Makhfousse uit West Afrika vertelde dat ze daar de schadelijke gevolgen van het pesticiden gebruik zien, en dat gevoegd bij de klimaatverandering levert een treurig beeld op. Ze hebben alternatieven nodig. Nu wordt er in de farmer field schools gefocust op agro-ecologie. In Senegal zijn 13 training centres. 

Million Belay heeft de ‘Alliance for Food Sovereignty in Africa’ opgericht.
Hij gaf aan dat er in grote delen van Afrika geen enkele ‘democratische ruimte’ is voor boeren om de keuze voor agroecologische manier van werken te maken: het land is in handen van buitenlandse bedrijven/investeerders/overheden en productiemethoden worden niet bepaald door boeren zelf…… 

Markus Arbenz van IFOAM (de internationale organisatie voor biologische landbouw) zei dat er wel 15 begrippen zijn voor duurzame landbouw (biologisch, permacultuur, natuurlijke landbouw (Japan) , naruurinclusieve landbouw, etc.), maar deze variatie is juist een voordeel: we kunnen profiteren van verschillende inbreng. ‘True cost accounting’ (meerekenen wat de ‘industriële’ landbouw aan schade toebrengt) is nodig om in Europa tot meer facilitering voor agro-ecologie te komen. 

Tegen het einde van de conferentie kwamen er ook kritische geluiden: een Zwitser zei over het verslag van de voorzitter: ho ho, niks erin waar mijn regering niet achter kan staan’, en een spreker namens het  bedrijfleven schamperde dat het op FAO symposia de ene keer ging over duurzame landbouw, dan over biologisch, nu weer over agro-ecologie: Wat is het verschil? De soep zou wel weer niet zo heet gegeten worden als zij werd opgediend, dacht hij.

In het filmpje nemen verschillende deelnemers het woord. Heel kort (28 sec.) Hanny van Geel, namens Via Campesina die zegt dat het ‘small farmers’sterker maakt, en het is nodig voor het klimaat. Daarna zegt \Peter Rosset dat hij twee zorgen heeft: 

  1. Het begrip kan worden toege-eigend door grote bedrijven die bepaalde aspecten vergroenen maar nog steeds monocultures planten. Je kunt beter veel kleine boeren hebben die samen met hun gevarieerde bedrijven een heel gebeid vullen, dan één groot bedrijf met een monocultuur. 
  2. er is ondersteuning nodig door horizontale ‘people’s organisations’ die bijvoorbeeld ‘farmer field schools’organiseren.

(Na deze twee sprekers volgen nog een aantal spaanstalige sprekers)

Toch is het al een grote vooruitgang dat de stem van de gezinsbedrijven wordt gehoord. Een jaar of tien geleden werd het CSM (Civil society Mechanism) opgericht als onderdeel van de CFS (Committee on Food Security, een FAO commissie). Ook Platform ABC heeft als ‘maatschappelijke onderneming’ een lijntje naar die CSM en kan haar geluid laten horen via de vertegenwoordiger van West Europa, Thierry Kesteloot uit Vlaanderen. Maar de stem van de grote bedrijven klinkt luid in de FAO, in andere commissies. Er zullen nog wat robbertjes gevochten moeten worden o.a. door ‘onze’ CSM.

De voorzitter Braulio Ferreira de Souza Dias sloot het symposium af en zei: Het is van het grootste belang dat alle ‘stakeholders’ zich aan agro-ecologie committeren en dat wettelijke regelgeving door regeringen wordt vastgelegd  zodat echte verandering richting agro-ecologie mogelijk wordt, en de rechten van boeren en hun toegang tot land, water en zaden  worden gerespecteerd.  Maatregelen die ONduurzame landbouw bevorderen moeten ongedaan worden gemaakt. ‘

De FAO wordt gevraagd een actieplan voor 10 jaar te ontwerpen. Er wordt bij consumenten op aangedrongen dat zij bijdragen door verantwoord voedsel gaan eisen. Donors wordt gevraagd om geldelijke steun en onderzoekers wordt gevraagd zich op agro-ecologie te richten.     

  • zie evt.  artikel over in the Journal of Peasant Studies
apr 062018
 
Op 5 april waren leden van Platform ABC aanwezig bij de bijeenkomst over het toekomstige GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) georganiseerd door het ministerie van LNV. 
 
Minister Schouten was gedurende het gehele plenaire programma aanwezig en ging in discussie met boeren binnen een paneldiscussie.
Verder waren er bijdrages van de heer Schilthuis (Europese Commissie, DG AGRI ), en de heer Mathijs van KU Leuven. Hier vind je het hele programma. 
 
Schilthuis legde uit dat er nieuw uitvoeringssysteem komt. (doelen, specifieke interventies en geld worden beslist ion de EU, maar er gaan meer bevoegdheden naar de lidstaten: Kaderstelling, en basisvereisten voor uitvoering en controle.)  Dit is eigenlijk voor een deel een re-nationalisatie, al mag het niet zo genoemd worden. Guus Geurts, schrijver van dit verslag, is erg sceptisch hierover. Het wordt er waarschijnlijk niet eenvoudiger en effectiever op.
Verder wordt de vergroening anders ingericht. (meer flexibiliteit om beter rekening te kunnen houden met lokale omstandigheden). 
 
Mathijs vertelde over de incoherenties tussen de terreinen Volksgezondheid, landbouw en natuur & milieu. Deze incoherentie komt naar mijn mening vooral doordat er geen kostendekkende prijzen zijn, en dus alle boeren nog steeds een subsidie krijgen (als prijscompensatie) zonder dat hier hoge voorwaarden aan gesteld worden qua milieu en natuurprestaties. 
 
Vanuit de zaal kon eerst Piet van IJzendoorn reageren, hij bracht o.a. het belang van de bodem naar voren. Mijn reactie bestond eruit dat ik blij was dat Schouten opkwam voor eerlijke prijzen aan boeren, maar dat het jammer was dat ze zich beperkte tot verbetering van het mededingingsbeleid. Ik bracht naar voren dat het GLB een afgeleide is van het vrijhandelsbeleid, waardoor het nu niet effectief is. 
 
Handelsbeleid werd tot nu toe echter bijna niet genoemd.
In plaats van nieuwe handelsverdragen als CETA is bescherming tegen producten die niet aan onze eisen voldoen en productiebeheersing nodig. Dan kan het budget veel effectiever worden ingezet. Ook voor b.v. verhogen van organische stof ter verhoging van de bodemvruchtbaarheid en broeikasgassen op te slaan (klimaatmaatregel). Dan kunnen we komen tot win-win-win situaties.
De gespreksleider pakte Guus’bijdrage goed op, al vroeg hij Schouten niet om te reageren. In plaats daarvan reageerde de pluimveehouder in het panel met de opmerking dat hij inderdaad te maken heeft met oneerlijke concurrentie vanwege het verdrag met Oekraïne. Schilthuis moest ook toegeven dat er oneerlijke concurrentie door Mercosur dreigde en dat men dit onderving door het instellen van tariefvrije importquota in plaats van complete vrijhandel.
 
Jaap van Wenum van LTO vertelde later dat vergroting van de plantaardige eiwitteelt nu niet kan door concurrentie met goedkope soja. 

De dreigende importheffingen op soja door China biedt kansen in Europa.

 
Er volgde nog een peiling. Opvallend was dat een groot deel van het publiek als eerste prioriteit van het GLB meer inzet op klimaat en op de besscherming van de biodiversiteit wilde.
Verder lijkt Schouten qua doelstellingen van het GLB de juiste lijn te kiezen, en lijkt ze vatbaar voor goede argumenten. Maar er is nog een lange weg te gaan voordat zij het handelsbeleid ter discussie wil stellen.
Ik denk dat we in potentie bondgenoten bij milieu- en natuurorganisaties kunnen vinden.
 
Guus Geurts
mrt 302018
 

‘Nederland is de tweede landbouwexporteur van de wereld’. Hoe kan dat toch, zo’n klein landje? In de Volkskrant werden de cijfers toegelicht, en die € 112 miljard bestaat maar voor klein deel (10 miljard) uit onze kaas en bloembollen etc. Dus de grootspraak die leidt tot ‘met onze export gaan we de wereld voeden’. wringt. Die mythe wordt trouwens goed weerlegd door Voedsel Anders : niet westerse  exporte maar (lokale) agroecologie gaat de wereld voeden. 

Maar eerst die cijfers. Wat zit er in die 112 miljard? (Cijfers voor 2014)

 45 miljard is de werkelijke exportwaarde van de agrosector. Dan gaat het volgens het CBS om producten van de land- en tuinbouw ( BBP is 11  miljard, minus 1 miljard subsidie uit Brussel, blijft over 10 miljard.) Er zitten ook bloembollen en plantgoed bij die 10 miljard, het is  niet allemaal voedsel. Een deel van die producten blijft in Nederland. Naast die nog geen 10 miljard aan eigen productie zitten er ook  verwerkte producten in de 45 miljard uitvoer: drank en voedingsmiddelen etc.

25 miljard  ( dollars, dit keer) is  doorvoer; ‘Rotterdam’ zeg maar. We zijn nl ook de op 5 na grootste IMporteur van de wereld. We voeren voor 75 miljard in. 25 miljard daarvan (een deel van de soja bijvoorbeeld) wordt onmiddellijk weer uitgevoerd, dat telt ook als export. De rest van de invoer (50 miljoen; koffie, thee cacao etc.) wordt verwerkt en geëxporteerd of in Nederland gebruikt.

8,6 miljard euro aan mest, landbouwmachines, en andere aan de landbouw gerelateerde goederen.  Voor een deel – 1,7 miljard – ook doorvoer, van in totaal 3,9 miljard geïmporteerde goederen.  Dan zal er wel voor 4,7 miljard binnen ons land geproduceerd worden aan ‘landbouw berelateerde goederen’, zoals mest.

==============

88 miljard samen. Dat is nog niet die 112 miljard uit de kop, maar benadert het wel. Komt er nog de toegevoegde waarde bij van importproducten die hier vewerkt worden, zoals   vooral cacao, maar ook koffie, thee, fruit en tabak? We sluiten het Volkskrant- artikel bij voor degenen die het allemaal nog eens na willen rekenen: Landbouw is stuk kleiner dan voorgesteld.

In elk geval gaan we de wereld dus niet voeden met onze export. Lees dan  liever de Voedsel Anders weerlegging van die mythe.

 

mrt 292018
 

In februari organiseerde de voorzitter van de wetenschaps-commissie van het Amerikaanse Congres een hearing, na een maandenlange brievencampagne waarin een onderzoek van IARC (International Agency for Research on Cancer, Lyon, Frankrijk) werd aangevallen. Door dat instituut wordt glyfosaat (Roundup) ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ genoemd. Door die brieven (laster-) campagne kon de voorzitter er eigenlijkniet onderuit om de hearing te organiseren. 

Het ‘meerderheidsstandpunt’ dat in het Congres gepresenteerd werd bevatte alleen bijdrages van werknemers van Monsanto. Daarom presenteerden commissieleden die het daar niet mee eens waren een minderheidsstandpunt. Daarin werden recente documenten uit rechtszaken aangehaald waaruit op niet eerder vertoonde wijze bleek  hoe de chemische industrie de wetenschap onderuit probeert te halen.  Het is juist belangrijk dat de wetenschap het laatste woord heeft en dat het bedrijfsleven en de politiek  aan de zijlijn staan. 

In het minderheids rapport ‘Spinning Science and Silencing Scientists’ blijkt uit honderden pagina’s van emails, memorandums en andere documenten dat Monsanto al decennia lang alle gegevens die wijzen op mogelijk negatieve gezondheidseffecten van glyfosaat probeert onderuit te halen. Die emails etc. kwamen tevoorschijn tijdens een rechtszaak. De tactieken zijn:

  • ghostwriting. Uit interne stukken blijkt dat de wetenschappers in dienst van Monsanto artikelen voor wetensschappelijke tijdschriften schreven waaraan andere meer bekende wetenschappers hun naam verleenden. 
  • Journalisten (zoals Henry Miller) inhuren om IARC onderuit te halen. Miller , een arts, lid van een conservatieve denktank, ging akkoord maar vroeg of Monsanto- mensen zelf het (negatieve) artikel wilden schrijven, kort vóór IARC kwam met het oordel ‘glyfosaat waarschijnlijk kankerverwekkend’.
  • Steun optrommelen. Dezelfde Henry Miller startte met hulp van Monsanto een non-profit website genaamd ‘Academic Review’. Aan anderen werd gevraagd opdie website kritiek te leveren, bijvoorbeeld op Seralini, een wetenschapper van IARC
  • Wetenschappers het zwijgen opleggen. Allerlei tactieken werden gebruikt om te proberen regulering te voorkomen, publicaties van ongunstige gegevens uit te stellen, en wetenschappelijke instituten zoals het onafhankelijke IARC zwart te maken. 
  • etc.

Deze praktijken komen vaak pas aan het licht tijdens rechtszaken.

Conclusie:
Deze taktieken zijn niet nieuw. Ze werden ook al gebruikt toen lood in verband werd gebracht met (lood)vergiftiging, en in het geval van tabak. 

Zie ook de Nederlandse samenvatting (8 pag.) van ‘Hungry Corporations’, een boek van Helena Paul over  hoe agrifood bedrijven de voedselketen maar ook het onderzoek en de politiek domineren,  lees hier . Voor langere engelstalige versie: read more

 

mrt 192018
 

De Europese Commissie zou voorstellen doen voor wetgeving over oneerlijke handelspraktijken, maar lijkt dit nu af te willen blazen. Dit terwijl verder vertragingen onaanvaardbaar zijn omdat consumenten, boeren, kleine bedrijven, werknemers en het milieu hiervan de dupe zijn.

Al jaren wordt er geprotesteerd tegen oneerlijke handelspraktijken zoals

  • kortingen afdwingen m.b.v. dreigementen over al dan niet opnemen in reclame-uitingen
  • dreigen met wegnemen uit de schappen
  • extra betalingen eisen zonder dat er service tegenover staat
  • reclame opschorten in een of meer vestigingen
  • weigeren overeenkomsten op papier te zettten
  • eenzijdige wijziging van de voorwaardes
  • betaling eisen voor zaken die niet in het contract waren opgenomen
  • niet respecteren van vertrouwelijheid w.b. informatie over nieuwe producten
  • etc.

Na een Europa-brede consultatie leek de Commissie eindelijk in actie te komen, maar die maakt nu terugtrekkende bewegingen. SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) en nog 6 organisaties, waaronder Platform Aarde Boer Consument hebben een brief geschreven naar Frans Timmermans in zijn hoedanigheid als eerste Vice Voorzitter van commissie voor  Betere Regelgeving (etc.etc.), en Mona Keijzer als staatssecretaris voor Economische Zaken en Milieu. 

De groep schrijft o.a. : Wij zijn ervan overtuigd dat er op EU-niveau wetgeving nodig is om oneerlijke handelspraktijken aan te pakken, omdat we hebben gezien dat deze praktijken bijdragen aan onzekere arbeidsrelaties, lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden binnen toeleveringsketens die de Europese markt bedienen. Oneerlijke handelspraktijken kunnen ook ontwikkelingsdoelstellingen van de EU ondermijnen zoals investeringen in de landbouw in lagelonenlanden, ……. en de inzet van de EU voor de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) bedreigen. ……… Ervaringen in heel Europa tonen aan dat het huidige Europese vrijwillige kader tegen oneerlijke handelspraktijken ontoereikend is. ‘

Zie de site van SOMO, voor de hele brief, ondertekend door SOMO, Fairfood, BD-vereniging, Milieudefensie, NAV, Supermacht, World Animal Protection, Platform Aarde Boer Consument

 

mrt 092018
 

Op 8 maart was er in Brussel een conferentie van de European Committee of the Regions (www.cor.europa.eu). Het thema was het internationale handelsbeleid van de EU. Er waren een groot aantal sprekers waaronder Niek Koning en ook Olivier de Schutter, de voormalige rapporteur van het VN-voedselprogramma. 

Wat is het belang van die bijeenkomst?

In de CvR kunnen sinds 1994 decentrale overheden (regio’s, districten, provincies, gemeenten en steden) de  instellingen van de EU rechtstreeks van advies te dienen. Dit om ervoor te zorgen dat niet alles door de nationale regeringen geregeld wordt, en dat het provinciale en lokale bestuur en dus ook de deplattelands-regio’s (die soms grensoverschrijdend samen optrekken) meer stem krijgen. Het CvR  mag zich over tweederde van de beleidskwesties uitspreken en mag zich ook rechtstreeks tot het Europese Hof wenden.  Deze bijeenkomst betekende een koerswijziging: ‘We hebben besloten ons duidelijker te laten horen. We willen mee beslissen.’  (Voorlopig is het nog slechts een adviserend orgaan is.)

Het thema was het internationale landbouwbeleid – dat werd besproken in verband met de ontwikkelingslanden maar vertegenwoordigers van het CoR brachten het ook in verband met de Europese regio’s. ‘De (wereld)marktprijzen zijn te grillig voor onze boeren. Veel boeren zitten in de problemen, het platteland ontvolkt. De EU moet naar regulering van de prijzen, en naar meer lokale markten, (korte ketens’), zei een van hen. 

De vertegenwoordigers van de Europese Commissie verdedigden het EU handelsbeleid, ‘We hebben een heel behoorlijk landbouwbeleid, heel transparant , en de handelsverdragen worden gebruikt om normen te verbeteren, bijv. op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Sommige ontwikkelingen zijn ‘not nice’, maar dat is geen reden om het hele handelsbeleid te veranderen.  De ontwikkelingslanden krijgen een voorkeursbehandeling. Bijna iedereen die in de zaal de luidspreker aanzette ging tegen dit zelfvoldane geluid in. 

Olivier de Schutter schetste het belang van voedselsoevereiniteit (hij noemt het overigens voedseldemocratie) voor alle landen, maar in het bijzonder voor arme, zich ontwikkelende landen. Niek Koning ging hierop door en gaf aan dat het liberale landbouwbeleid in de EU niet goed is voor Europese boeren, maar dat de gevolgen hiervan in bijvoorbeeld arme Afrikaanse landen desastreus zijn. ‘Wanneer we die  landen in Afrika niet de ruimte geven zich te ontwikkelen (en iedere ontwikkeling begint bij de landbouw) dan staan we nog maar aan het begin van de migratiestromen. Het zou aan Afrikaanse regeringen toegestaan moeten worden om hun boeren te beschermen, en importtarieven te heffen. De internationale markten voor oogsten zoals koffie en cacao zouden gestabiliseerd moeten worden (voorraden aanleggen, handelsquota’s)…..Er is meer samenwerking tussen wetenschappers en boeren nodig om zowel het klimaatprobleem als voedselgebrek aan te pakken…. Het westen heeft de rest van de wereld falende markten opgedrongen terrwijl ze voor zichzelf ontsnappingsroutes hebben gecreëerd.’

Coulibali uit West Afrika was het hier roerend mee eens: ‘Wij moesten alle beschermende maatregelen afbreken. Het was als een klap in het gezicht. Na 10 jaar onderhandelen over EPA’s (Economic Partnership Agreements) die we niet wilden ging de EU  van land naar land, en de meeste landen gingen overstag. Slechts één land, met 120 miljoen inwoners, durfde te weigeren: Nigeria….. Ze zeggen wel eens dat wij leven van ‘een dollar per dag’- we hebben zelfs geen dollar per dag, maar we hebben werk en eten op onze bedrijfjes. We hebben zelfs over,  melk bijvoorbeeld, maar dankzij de EPA’s (de doodskus) kunnen we die niet vermarkten.

De conclusie was dat er een drastische hervorming moet komen van het Europese landbouwbeleid. Er moet een markt komen met spelregels en landen moeten hun markten zo nodig kunnen afschermen. We moeten een uitzonderingspositie voor landbouw bevechten: niet de laaagste prijzen maar de kwaliteit en eerlijkehandel moeten doorslaggevend zijn. 

De volledige titel van de conferentie was: Changing the rules of international trade: necessary for tackling the challenges of the farming sector, food sector and the planet – and the opportunity to do so now

12 september wordt een rapport hierover gepubliceerd en aangeboden aan de EU Commissie en Europees Parlement.

feb 062018
 

Hoe kan het, dat een boer zes tot acht cent per kilo uien krijgt, terwijl die kilo bij de supermarkt zeven dubbeltjes kost? Op Boerderij.nl: ‘Het is duidelijk dat de telersprijs en de winkelprijs veel te ver uit elkaar liggen.’

Hieronder het woord aan het Financieel Dagblad, aan de NAV en aan de zuiderburen (Wervel in Vlaanderen) 

Financieel Dagblad, 4 feb. j.l., in het artikel ‘De Boer Slaat terug’: Ja, boeren hebben het zwaar, maar ze krijgen wel steeds meer macht. De consument moet rekening houden met hogere prijzen voor levensmiddelen. In het artikel  worden twee maatregelen genoemd die de boer aan een hoger inkomen moeten helpen:  1.  een gedragscode voor supermarkten, die hun kosten niet op de  boeren mogen afwentelen, 2. het recht voor boeren om onderling afspraken te maken. 

Het financiaeel Dagblad is uiteraard sceptisch: 

………Het vraagstuk wie het meest verdient aan landbouwproducten, houdt de levensmiddelenketen en de Europese politiek al jarenlang bezig. Ruim tien jaar geleden vlamde het debat op, toen de prijs van voedsel plots snel opliep. Reden: financiële instellingen gingen fors in landbouwproducten beleggen. De prijzen in winkels stegen, maar boeren constateerden dat die prijsstijging voor een belangrijk deel aan hun neus voorbijging.

De agrarische lobby begon daarop een offensief tegen de macht van supermarkten. Met beperkt resultaat. De Europese Commissie ging de prijzen scherper in de gaten houden en er kwam een vrijwillige gedragscode voor eerlijk handelen. Papier is echter geduldig, en harde Europese regulering was niet mogelijk door tegenstand van liberale lidstaten zoals Nederland. Ook de afdeling mededinging van de Europese Commissie verhinderde dat boeren meer armslag kregen.

De agrariërs bleven evenwel lidstaten en het Europees Parlement bewerken. Dat hun inkomen de afgelopen jaren zwaar onder druk stond – het ligt nu op 40% van het gemiddelde inkomen in de EU, en boeren van groot tot klein zitten in de penarie – hielp bij het overtuigen van politici.

Hun lobby lijkt nu succes te hebben gesorteerd. Eind december ging bijna ongemerkt een wijziging van de ‘Omnibus-verordening’ in. Deze stelt onder meer dat producentenorganisaties van boeren in de EU een expliciete ontheffing krijgen van de mededingingsrecht- bepalingen, bij het plannen van hun productie en bij verkopen. (red: onderlinge afspraken worden dus mogelijk) 

Daarnaast komt Eurocommissaris van landbouw Phil Hogan  in april met een voorstel tegen ‘oneerlijke handelspraktijken’, dat de machtspositie van de boeren verder moet verbeteren. Bij een recent bezoek aan Nederland zei Hogan dat hij ‘nu de steun van een meerderheid van de lidstaten heeft. In het verleden was dat niet zo.’ Hij nam opnieuw de supermarkten op de korrel. ‘Retailers gebruiken nu kortingen op zuivel om mensen naar de winkel te lokken. Dat gaat ten koste van wat boeren ontvangen. Dat moet stoppen. We willen meer transparantie in de prijsketen, zodat duidelijk is wie wat krijgt.’

Europese stroomlijning: Hogan speelt met zijn plannen in op de verwachting dat er in de Europese meerjarenbegroting straks minder geld voor boeren beschikbaar is. Ze kunnen dat nadeel wellicht opvangen als ze meer onderhandelingsmacht hebben.

De Ier vond minister Carola Schouten van Landbouw (ChristenUnie) aan zijn zijde. ….De Autoriteit Consument en Markt (ACM) krijgt een speciaal team voor de ‘agro-nutriketen’, dat  specifieke bevoegdheden krijgt ten aanzien van geschillen met betrekking tot de gedragscode voor eerlijke handelspraktijken’.  ‘De ACM gaat erop toezien dat boeren en tuinders hogere prijzen ontvangen van afnemers die bovenwettelijke eisen stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van duurzaamheid of dierenwelzijn‘, staat in het regeerakkoord.  In een reactie zegt de ACM nog ‘niet zo ver te zijn’. Een woordvoerder: ‘We zijn bezig met het opdoen van kennis en onderzoeken waar de pijn zit. De kwestie is voor de ACM in ieder geval ‘geen speerpunt voor het komende jaar’.

…..(nog steeds Financieel Daglad): De vraag rijst welk probleem de ACM precies moet aanpakken. Een proefproject uit 2013, waarbij boeren konden klagen over vermeend ongeoorloofde praktijken door handel en supermarkten, leverde om precies te zijn nul klachten op. De deelnemers aan het project, waaronder de agrarische belangenbehartiger LTO, vonden extra wet- en regelgeving niet nodig.  Het CBL (de supermarkten) zit niet te wachten op overheidsingrijpen, schetst directeur Jansen. ‘Je weet zeker dat dat alleen maar tot bureaucratie leidt….

 

WEERWOORD NAV (Nederlandse akkerbouw Vakbond)

NAV: De enorme inkoopmacht van een handjevol supermarktketens en voedingsmiddelenbedrijven t.o.v.in NL enkele tienduizenden boeren (en in de EU enkele miljoenen boeren) leidt regelmatig tot prijzen die voor de boeren onder hun kostprijs ligt. De enige manier om hier echt iets aan te doen is dat boeren meer mogelijkheden krijgen om het aanbod te beïnvloeden. Wanneer de afnemers van boeren weten dat er meer dan voldoende product in de markt is, kunnen ze elkaar beconcurreren op de laagst mogelijke inkoopprijs. Op het moment dat de afnemers van boeren beginnen te vrezen dat er niet voldoende product in de markt is, moeten ze elkaar beconcurreren op inkoopvolume en gaan ze de boer meer geld bieden. De omvang van het aanbod t.o.v. de vraag is dus het belangrijkste gegeven voor de prijs die de boer ontvangt. 

Een Gedragscode Eerlijke Handel kan voorkomen dat de afnemers van boeren nog eens extra druk op de prijzen uitoefenen in een situatie van overproductie. ( Maar een dergelijke regeling verandert  niets aan de omvang van de productie.) Uit een  ledenpeiling van Nederlandse Akkerbouw Vakbond blijkt dat 70% van de respondenten dergelijke praktijken aan den lijve hadden ondervonden. Dus de reactie van Marc Janssen van CBL dat er in Nederland niets aan de hand is klopt niet. Alleen:  het vrijwillige systeem in Nederland met een meldpunt, waar anonimiteit niet gewaarborgd was, werkt niet. Dat was uit ervaringen in bijvoorbeeld Engeland al lang bekend. Daarom pleit de NAV al jaren voor een meer dwingend systeem met een wettelijke basis en een onafhankelijke autoriteit waar meldingen van oneerlijke handel volstrekt anoniem kunnen gebeuren, waarna die autoriteit zelfstandig onderzoek kan doen en ook serieuze sancties kan opleggen wanneer daar reden toe is.

 

DE ZUIDERBUREN (Bron: Wervel, Vlaanderen, persbericht): 

Boer wordt prijszetter met rekentabel

Als beweging voor gezonde landbouw, vindt Wervel rechtvaardige prijzen belangrijk. In een voedselketen met LEF (Lokaal – Eco – Fair) ziet Wervel de boer dan ook als prijszetter en niet langer als prijsnemer. Om boeren (en andere actoren in de keten die eerlijk willen handelen) te helpen een zicht te krijgen op een eerlijke prijs, maakte Wervel samen met boeren alvast voor aardappelen een rekentabel die zicht geeft op de eigen kosten inclusief loon.    anadacht krijgen in de pers voor interview met ‘verontwaardigde boerin’ + een Open Brief over Fair Trade en bio. Ze prioberen dat economische aspect ook in het ‘biogarantie-label’verwerkt te krijgen. (Zie open brief Wervel)  Hier kwam aardig wat aandacht voor in de pers, ook voor een interview met een verontwaardigde boerin (zie www.wervel.be

Wervel is verheugd dat ook in Wallonië stappen naar eerlijke relaties in de voedselketen worden gezet en hoopt met de rekentabel bij te dragen aan eenzelfde dynamiek in Vlaanderen. 

De strijd voor een waardig boereninkomen is niet nieuw, maar het draagvlak ervoor groeit. Voedsel is een mensenrecht, en niet louter koopwaar. Dus kan het niet dat de boeren die ons eten telen, daar geen waardig inkomen uit halen. De Fransen komen in beweging, ook in Wallonië komt schot in de zaak: het initiatief ‘Prix juste producteur wordt mee gedragen door het Waalse Gewest. (red.: In het voorjaar wordt een nieuw etiket  gelanceerd: ‘eerlijke prijs voor de boer) (zie verder de website van Wervel). 

Kortom, dit zijn drie initiatieven: 

  • boeren meer ruimte in het mededinginsrecht (zegt EU commissaris Hogan, zie  een expliciete ontheffing  van het verbod op ‘samenspannen’ door de boeren (zoals in geval van de door de NAV bedoelde ‘aanbodbeheersing) Voor de door Hogan bedoelde versoepeling zie het laatste kopje (‘Common Market Organisation’) in het link-document. Zo makkelijk lijkt dit ook weer niet, de ontheffing moet aangevraagd/uitonderhandeld worden. 
  • supermarkten zullen zich meer aan een gedragscode moeten houden ( de ACM die dat moet gaan handhaven is sceptisch)
  • (in Wallonië/Frankrijk) etiket ‘eerlijke prijs voor de boer’. 

Allemaal nog erg zuinigjes, maar er beweegt wat. 

feb 062018
 

Sandra van Kampen en Youetta Visser hebben heel goed in kaart gebracht – en zorgvuldig met cijfers onderbouwd – hoe de Nederlandse voedselproductie in elkaar steekt.  En wat er deugt en niet deugt. En waarom het voedselsysteem zou moeten veranderen. Maar wat het boek sprankelend maakt zijn de aanstekelijke verhalen over de pioniers die aan het uitvogelen zijn hoe het anders kán.

 

Ze trokken in de zomer van 2016 en 2017 door het land om koplopers te interviewen en te filmen. Waarschijnlijk hebben ze de winters gebruikt om degelijk research te doen. Sandra heeft gewerkt bij Urgenda en Natuur en Milieu, en heeft menige campagne aangezwengeld. Youetta Visser combineert merkwaardigerwijs o.a. projecten waarin ze juridisch onderzoeksleider is  met cabaret.

 

Dit boek  verschijnt op het juiste moment want het woord ‘transitie’ zoemt rond, maar wat is het eigenlijk, wat zijn de voorwaardes om een transitie te laten slagen, en verstaan we er allemaal hetzelfde onder? Daar gaat ook een hoofdstuk over: ze hebben met transitie-deskundigen gesproken en gedefinieerd wat er minstens bij komt kijken, zodat we allemaal met de neuzen dezelfde kant op staan als we het over ‘transitie’ hebben.

Elk hoofdstuk eindigt heel praktisch met een of twee bladzijdes ‘oogst’: een samenvatting van de belangrijkste punten. Na het ‘transitie’- hoofdstuk onder andere: ‘Staan we aan het begin van de transitie of zijn we al een eind op streek? Flor Avelino (directeur Transition Academy) : De verandering bestaat uit zoveel kleine stapjes dat je die als deelnemer nauwelijks kunt onderscheiden. Vele kleine omslagen samen vormen een beweging die het verschil gaat maken. Hoe weet je of er sprake is van een geslaagd transitie? Avelino geeft ons als houvast drie criteria: transparantie, democratie en gelijkheid. Als van alledrie meer is, is het oude systeem in zijn voegen gekraakt.

 

Voor het hoofdstuk over onderwijs hebben ze Frederieke Praasterink (lector aan de HAS Den Bosch) en meesterkok en docent Albert Kooy geïnterviewd. Vraag aan Frederieke: ‘Kun je zo’n transitie managen?’ ’No way! dat moet je ook niet willen. Regie en controle zijn kenmerken van het oude systeem. Je hebt juist platforms nodig, verbinders en inspiratoren’.

Meesterkok Kooy (en met hem de stichting Dutch Cuisine) is zo’n inspirator. Hij pleit voor het 80/20 principe: 80% groente en 20% dierlijk op het menu, en 80% van dichtbij en 20%van buiten Nederland. Hij hoopt dat er als vervolg op koksopleidingen nog eens een Master komt over de duurzame keuken van de toekomst, dat zou mooi zijn.

 

Voor het hoofdstuk over korte ketens spraken ze met de boer Jeroen Klompe met 300 ha akkerland in de Hoekse Waard, niet biologsich maar wel duurzaam. Hij houdt niet op met experimenteren. ‘Mijn grond is al zoveel luchtiger, die lacht je tegemoet’.  Hij wil uiteindelijk alles buiten het retail-kanaal om verkopen. ‘Niet zoals nu, dat supermarkten een 0,5% verdienen aan een fles cola met heel veel suikerklontjes, terwijl ze 200% verdienen aan mijn aardappelen. Zoals het nu is bouw ik liever mijn eigen keten’. Een andere mooie uitspraak: ‘We moeten onze energie niet steken in boeren. Die zijn stronteigenwijs. Als 17 miljoen consumenten wakker worden gaan de boeren vanzelf mee’.

Arthur Nijhuis van ‘Rechtstreex’ distribueert producten van boeren uit de omgeving van Rotterdam via wijkchefs. Bij Rechstreex krijgt de boer 60% van de prijs, dat is een hele mooie prestatie.  Het is hard werken voor je idealen. Maar consumenten zijn trouw als ze meer weten van het productieproces en van de boer. 

 

Daarna komen de verschillende sectoren aan de orde: de akkerbouw, tuinbouw, visserij en veeteelt.  Voor de akkerbouw werd ABC-lid Keimpe van der Heide geïnterviewd. . ‘Dat geloof dat de markt alles oplost is de grootste remmende factor in de transitie’. Een mooi positief verhaal is dat van Krispijn van den Dries. Hij bouwde het bedrijf van zijn ouders uit tot een biologische groothandel waar producten van zo’n 35 producenten uit de omgeving worden verkocht.

 

Het verhaal over de tuinbouw was een openbaring of eigenlijk juist niet: waarom blijft zoveel in de keten onbegrijpelijk, zelfs voor de telers zelf? De markt is volkomen ondoorzichtig: er zijn honderden handelshuizen maar slechts een paar inkopers van supermarkten. De prijsvorming is onduidelijk, de prijs is instabiel en de marges zijn heel klein. En er worden nog teveel fossiele brandstoffen verstookt. De telers doen allemaal hetzelfde. Er is er maar een die experimenteert, o.a. met de brandstof, en met niches voor zijn producten: Ted Duijvestijn.

De schrijfsters schetsen wel een paar mogelijkheden voor venieuwing maar lijken het toch somber in te zien voor de sector. In elk geval moet het een transparante, eerlijke markt worden in plaats van de wat afgesloten sector die de tuinbouw nu is.

 

Over de visserij is een mooi verhaal geschreven. ‘De visserij verduurzaamt wel wat, maar ze moeten van heel ver komen’. Maar het kan, dat blijkt uit de voorbeelden van ‘nieuwe’ vissers en organisaties. En als die consumenten nou eens wat anders gaan kopen dan kabelauw en haring en af en toe een scholletje….. Er zwemt nog zoveel meer in de zee. Nog voldoende ook, als we het goed beheren en met netten met grotere mazen gaan vissen. In de Waddenzee zijn het nu vooral schaaldieren; vis is daar niet veel meer nu de rivieren schoner zijn en er minder algen de Waddenzee in stromen.

 

In het stuk over de veeteelt een jonge boer die het houdt bij 50 tot 60 koeien en die boert in harmonie met de natuur, volgens de Pure Graze principes (jaarrond buiten, geen antibiotica en geen krachtvoer maar bloemrijke weides, etc.) Dat alles resulteert in een lagere kostprijs.  Zo kan het ook!

 

Daarna komen de rol van de consument, van de overheid en van het geld aan de orde.

Het hoofdstuk over consumenten was voor mij een dipje. Geen aanstekelijke verhalen over de  vrouwen die consumentengroepen hebben opgezet voor bio Romeo, de mensen die meewerken of oogsten in csa-tuinen, of die zelfs een coöperatieve-korte-keten-winkel-zonder-verpakkingen runnen,  maar wel over ‘de vele foodbloggers, kookboekenschrijvers en zelfbenoemde goeroes die zweren bij een dieet en anderen deel maken van hun eigen universum….’ verwikkeld in een strijd met wetenschappers en instituties zoals het voedingscentrum en de gezondheidsraad, die door sommigen gezien worden als een verlengstuk van de industrie. Misschien is dit voor mensen die veel op sociale media verkeren ook wel de hoofdmoot van de ‘bewuste’ consumenten?

Aan het woord komen de ondernemer Jeroen Willemsen die zijn lot verbonden heeft aan de eiwittransitie (Green Protein Alliance) en Lisette Kreischer, veganiste die de Dutch Weed Burger op de kaart zette.

Gelukkig was er aan het eind van dit hoofdstuk leuk satirisch stukje van Youettea Visser.

 

Van de rijksoverheid hoeven we nog niet zoveel te verwachten w.b. de transitie. ‘DuurzaamDoor’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is het enige programma dat duurzame activiteiten coördineert. Meer gebeurt er op provincie-niveau (bijvoorbeeld het Transitieteam Zuid Holland, en het – niet genoemde- Groen Ontwikkelfonds Brabant. ) Bij de gemeentes hangt het vaak af van een enkele betrokken ambtenaar.

 

Wat geld betreft: de subsidies werken vaak averechts wat betreft milieu en soms ook gezondheid (suiker), maar ze zijn wel van essentieel belang voor de boeren, anders kunnen ze nl. niet meedraaien op de wereldmarkt, wat wel van hun verwacht wordt.  Veel vernieuwende ondernemers gaan op zoek naar andere vormen van financiering en creëren hun eigen markt om een eerlijke prijs te krijgen voor hun producten.

Het werken aan dit boek heeft de schrijfsters nog sterker doordrongen van de noodzaak van een voedseltransitie.

Tegen de intensieve PR en marketingmethodes van de voedingsmiddelindustrie hebben we moeilijk verweer. Maar het belang van goed voedsel hoef je niemand uit te leggen. En het is dichtbij: we stoppen het in ons lijf, en het is met een beetje moeite te vinden om de hoek. Vanuit dit perspectief is voedsel misschien wel een van de makkelijkste sectoren om de betrokkenheid van mensen bij het klimaatprobleem te vergroten.

Als we de schaal weer normaliseren en ons niet begraven in ons eigen gelijk zou Nederland een voorbeeld voor de transitie kunnen zijn. We zouden volop in kunnen zetten op de productie in regionale kringlopen, bijvoorbeeld op provinciale maar ook op  West-Europese schaal. Daarvoor verstrekken de schrijfsters nog een wensenlijstje. Maar : dit boek is vooral bedoeld als reisgids….. Neem die eerste stap…..er is een wereld te winnen.

Een hele mooie prestatie van Sandra en Youetta, en het verscheen precies op het juiste moment

feb 052018
 

Schepping, week 2

 

Op maandag schiep de mens zich een beeld van hemel en aarde.

De hemel was hoog, de aarde groot en gevaarlijk.

Chaos drong in zijn geest en leegte zweefde in zijn maag.

De mens sprak: Laat er een grens zijn. En hij trok een grens.

Wat aan de ene kant van de grens lag, noemde hij tuin.

En wat aan de andere kant van de grens lag, noemde hij wildernis.

Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.

 

De mens sprak: Laat de dieren en planten in de wildernis

door God verzorgd worden, want hij heeft ze gemaakt.

Maar de dieren en planten in de tuin zijn van mij.

Ik zal ze koesteren en verzorgen, zij zullen mijn tuin verrijken.

Zo geschiedde. De planten en dieren in de tuin noemde hij: voedsel.

En de planten en dieren in de wildernis noemde hij: natuur.

Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.

 

De mens sprak: De dieren en planten behoren aan mij,

maar zij gehoorzamen aan tijd. Ze bloeien in de lente

en geven zaadvruchten in de herfst. De vogels leggen

eieren naar hun aard, maar in de winter leggen ze niks.

Ik zal de planten een huis van glas geven en in de kippenstal

zal ik een helder licht branden. Ik zal eieren eten in december.

Weer werd het avond en morgen: de derde dag.

 

De mens sprak: Mijn tuin gehoorzaamt mij het hele jaar,

maar werkt niet half zo hard als ik. De trage planten

voeden zich met trage aarde. De dieren groeien traag

zoals de planten die ze eten. Laat er kunstmest en krachtvoer zijn!

En er was kunstmest en krachtvoer. En de kropsla en koeien

versnelden hun groei. En de mens zag dat het goed was.

Weer werd het avond en morgen: de vierde dag.

 

De mens sprak: Laat mijn tuin vruchtbaar zijn

wanneer ík het wil. Want de planten en dieren planten

zich lukraak voort, zonder te denken aan mijn behoeftes.

Ik zal de kalfjes weghalen bij de koe. Ik zal het zaad

van stieren vangen in mijn hand. Ik zal haantjes versnipperen.

Zo zal geen dier geboren worden buiten mijn wil.

Weer werd het avond en morgen: de vijfde dag.

 

De mens sprak: van nest tot slacht zijn dieren en planten

gehoorzaam aan mij. Maar in het zaad schuilt nog anarchie.

Het mengt zich naar eigen aard en waait de tuin uit.

Ik zal het zaad openbreken en veranderen. En het zal

mijn zaad zijn, van generatie op generatie. Aldus geschiedde.

En de mens zag dat alles, wat hij gemaakt had,

zeer goed was. Zo werd het avond en morgen: de zesde dag.

 

Nu was de tuin van de mens voltooid.

En toen hij op de zevende dag al het werk zag,

dat hij verricht had, rustte hij en keek uit over zijn tuin.

Hij at pitloze druiven en zwom in een vijver van melk.

Hij zag de bijen bij zwermen sterven in zijn tuin.

De grond was bitter geworden. En hij zei – Goed,

zei hij, Goed. Morgen weer een dag. Er is nog tijd.

 

Dit gedicht staat achterin het boek ‘Voer’ van  Sandra van Kampen en Youetta Visser.

copyright (C) Alexis de Roode
 
Uit de dichtbundel „Een steen openvouwen”, Uitgeverij Podium, 2017. 
 
Deze nieuwe bundel heeft al zes lovende recensies vergaard in o.a. Parool (****), Groene Amsterdammer (‘een wonder van trefzekerheid’), TPO (‘zijn beste bundel tot dusver’) en Haarlems Dagblad (****).