jan 112018
 

(Door Elske Hageraats, Toekomstboeren) We leven  in een wereld waarin nog steeds bijna 1 op de 9 mensen in de wereld honger lijden – zo’n 800 miljoen mensen totaal. 80 % daarvan woont platteland en is direct betrokken bij landbouw (FAO 2017). Maar terwijl we praten over het voeden van de wereld, verlaten steeds meer boeren vaak noodgedwongen hun land – zo ook in Nederland: in het afgelopen jaar verdwenen er ruim 22 agrarische bedrijven per dag in Nederland (CBS, 2017a).

De prijzen die zij voor hun product krijgen gaan omlaag (tot zelfs onder de kostprijs), terwijl de kosten omhoog gaan. (Zie bijvoorbeeld het verhaal van Jose Bongen-Hartemink). Van 1950 tot 2016 zijn 6 op de 7 landbouwbedrijven verdwenen (CBS 2017bCBS 2017c). Hoe kunnen we van de boeren verwachten dat zij investeren in het milieu, dierenwelzijn, een gezonde bodem en duurzaamheid, als we ze geen eerlijke prijs geven voor hun product? Hoe kan de jongere generatie het werk doorzetten – de eeuwenlang opgebouwde kennis en vakmanschap in stand houden – als zij er geen boterham mee kan verdienen?  

Om te kunnen overleven met een lagere voedselprijs en stijgende kosten, moesten boeren steeds méér produceren. Een doorsnee varkenshouder had in 1950 nog 7 varkens, tegenwoordig zijn er op een bedrijf met vleesvarkens gemiddeld 1,6 duizend varkens. Het gemiddeld aantal runderen per rundveebedrijf steeg van 13 tot bijna 160 dieren (CBS 2017b). Steeds meer mensen maken zich zorgen over de impact van deze groei op het milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid.

Ook de kleinschalige (familie)bedrijven hebben het steeds moeilijker, terwijl zij juist zo belangrijk zijn: 70% van het voedsel in de wereld komt van kleinschalige boeren (‘peasants’), die daarvoor slechts 25% van alle agrarische hulpbronnen (land, water etc.) gebruiken (ETC 2013; ETC 2017). Als we het hebben over een duurzame landbouw die de wereld kan (blijven) voeden, is de kleinschalige boer dus hét grote voorbeeld.

Supermarkten trekken klanten met goedkope prijzen voor voedsel, de consument betaalt bijvoorbeeld €1,85/kg voor Milva aardappelen terwijl de boer maar €0.10/kg krijgt (foodlog, 2017). En grote bedrijven zoals Friesland Campina verdienden € 362 million in 2016 (Friesland Campina, 2017), terwijl de prijs voor de boer dat jaar onder de kostprijs lag  (Foodlog, 2016). Boeren moeten dan bij-lenen, maar banken geven vaak alleen maar een lening als de boer bereid is ‘op te schalen’: meer dieren houden. ‘Wat de bank betreft gaat het om de kilo’s per hectare, niet over duurzaamheid’, zegt boer  Rick Huis in ‘t Veld (Drion, 2017). Een vakensboer had in 1950 7 varkens, nu wel 1,6 duizend. Het aantal koeien ging omhoog van 13 naar bijna 160 dieren gemiddeld. (CBS 2017b). Wat voor invloed heeft dat op het milieu, het dierenwelzijn en de voedselveiligheid? 

De ‘ondernemerslandbouw’ krijgt veel subsidie: 80% van de Europese subsidies gaat naar slechts 20% van de rijkste boeren, terwijl de boerenlandbouwbina niets krijgt (van der Ploeg, 2017). Het resultaat is dat we tussen 1950 en nu zes van de zeven boerenbedrijven verloren hebben. (CBS 2017). Hoe kunnen we verwachten dat boeren investeren in het milieu, dierenwelzijn, een gezonde bodem, de biodiversiteit of duurzaamheid als we hen geen eerlijke prijs geven? Hoe kan de jongere generatie doorgaan met het boerenbedrijf – en de kennis en vaardigheiden doorgeven die in de loop  van eeuwen zijn opgebouwd – als ze er niet meer van kunnen leven? 

In de ontwikkelingslanden stappen velen over naar ‘cash crops’ (voor export naar het westen) i.p.v. ‘food crops’, wat vaak gefinancierd wordt door degenen die roepen dat ‘wij’ de wereld moeten voeden. Dat geeft nog meer druk op de bestaanszekereheid van kleine boeren. 

Om al deze redenen streven vweeljongen naar voedselsoevereiniteit, en tegen schadelijke landbouwpraktijken ( zie website boerengroep)

 Kleinschalige biologische landbouw kan toch de wereld niet redden? 

Het SOFA rapport van de FAO (2014a) schat dat wereldwijd ongeveer 500 million familiebedrijven 80% van het voedsel producren, en wel met slechts  20% tot 30% van de input zoals landbouwgrond en water, en vaak op de minder productieve gronden. ‘Boerenlandbouw’ kan bijna overal produceren, ook in afgelegen gebieden waar het voedsel juist hard nodig is. (ETC 2013). Kleinschalige landbouw zou wel eens het juiste voorbeeld voor ons allemaal kunnen zijn. .

Er worden een aantal pluspunten opgenoemd: Veel variëteiten dus behoud van de genetische biodiversiteit; er worden nieuwe soorten ontwikkeld; ‘oude’ kennis en vaardigheden worden behouden; een gezonde bodem die hetbodemleven bevordert; deze landbouw gaat de klimaatverandering tegen en levert rijke ecosystemen op; zij levert banen op, etc. (zie website Boerengroep). Ook biedt het vrijhheid , zoals Syriërs hebben ervaren die hun eigen voedsel gingen verbouwen.)

Willen jonge mensen nog wel boer worden? 

Ja.steeds meer jongeren willen starten of doorgaan met boeren.  (ILEIA, 2011). Het aantal studenten op  de Warmonderhof (school voor biodynamische landbouw) neemt enorm toe, zie ook de  kaart). Het is een groeiende groep die andere mensen wil inspireren: Hieronder zie je een plaatje van de Toekomstboeren, lid van de wereldwijde via Campesina beweging. Het is best mogelijk een landbouwbedrijf te beginnen – ook al is het maar een kleinschalig boerenbedrijf.  

TB

Wel zijn er nogal wat ‘uitdagingen’: dure grond; kennis die verloren gegaan is; het is duur om geld te lenen; de opbouw van je klantenkring is lastig nu de supermarkten goedkoop voedsel leveren om klanten (naar de andere producten) te trekken.  (Voedsel alls lokkertje).

Maar er zijn steeds meer mensen die het lukt, op allerlei manieren. Elske noemt wat voorbeelden rondom Wageningen. Wij wijzen voor heel Nederland naar de Korte Ketens Kaart van voedselanders

Eten is een politieke keuze: jij bepaalt waar je je geld aan uitgeeft. Doe mee met de beweging, koop je eten van plaaatselijke boeren, doe mee meteen ‘deelgenoten’tuin, en zie hoe de mensen in de buurt van je woonplaats boeren. We kunnen de wereld niet voeden zonder de kleine boeren!

Door Elske Hageraats. Zie voor het volledige artikel website boerengroep

(This entry was posted in Reports, Research. )

jan 062018
 

Op dit moment zien de markten voor de akkerbouwproducten
er niet bepaald florissant uit, met de te lage graanprijzen, een erg matige  uienprijs en een consumptieaardappelmarkt waar de koper in een leunstoel zit. Een zelfde soort situatie leidde 25 jaar geleden tot de oprichting van de NAV (Nederlandse Akkerbouw Vakbond), temeer daar de traditionele toenmalige belangenbehartigers onvoldoende oog voor de akkerbouw toonden.

Het uitgangspunt van de werkkgroep ‘Genoeg is Beter’ 25 jaar geleden was om met controle over het productievolume kostendekkende prijzen uit de markt te halen, is onvoldoende bereikt. In het Europese landbouwbeleid zijn juist de instrumenten voor productiebeheersing  weggehaald. Daarentegen zijn in de suikersector,  de pootaardappelteelt, de zaaizaden en de contractteelten de teeltoppervlaktes wél afgestemd. Maar dit is onvoldoende. Een hiaat in het huidige EU landbouwbeleid is ook de onvoldoende aangepaste mededingingswet, waardoor afspraken over productie en prijs op telersniveau nauwelijks gemaakt kunnen worden. 

Natuurlijk gaat de NAV door om op hoofdlijnen de positie van de akkerbouwer te versterken. Immers, de ondersteuning van de landbouw middels toeslagen staat om meerdere redenen onder druk. Richting 2020, bij e start van een nieuwe periode van EU landbouwbeleid, moeten we verder inzetten om wel instrumenten te verkrijgen tot een betere marktpositie. Voorbeelden hiervan zijn een verbod op verkopen onder de kostprijs, mogelijkheden om middels labelling producten te onderscheiden van niet-Europese importen, bijvoorbeeld op grond van onze Europese gewasbeschermingsmiddelenwetgeving.

Daarnaast blijft de NAV zich richten op de ‘randvoorwaarden’ voor productie: een goed gewasbeschermingsbeleid* bijvoorbeeld en voor de akkerbouw acceptabele bemestingsnormen, die niet beïnvloed worden door veehouderijbelangen, en werkbare regelingen houden of verkrijgen om bodemziekten als aardappelmoeheid en het wortelknobbelaaltje (chitwoodi) te beheersen. 

voorzitter NAV, Teun de Jong

enigzins ingekort, het volledige ledenblad verschijnt binnekort op www.nav.nl 

*Het eerste artikel van het ledenblad ‘Genoeg is Beter’ van januari 2018 heeft als titel: Voor echte verduurzaming: kijk naar het hele akkerbouwbedrijf

Bedrijven en dus ook de akkerbouw moeten duurzamer worden is het huidige beleid. Men probeert dit te bereiken door op geïsoleerde dossiers een stap te maken. Maar is dit nu echt de beste weg? De Rijksoverheid, provincies, waterschappen en gemeenten zijn allen in meer of mindere mate bezig met beleid om de landbouw te verduurzamen. De NAV wil hier graag eens een analyse van maken.

Ten eerste zijn veel beleidsmakers zich niet bewust van de stappen die de sector al gezet heeft in de afgelopen jaren. We noemen maar weer eens het rapport van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) wat aangeeft dat de emissie van  gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu tussen 1975 en 2015 met 95% is gedaald.

Daarnaast zijn er steeds meer boeren bezig met Niet-Kerende Grondbewerking (NKG)  (niet ploegen) of helemaal geen grondbewerking, akkerranden, laag-risico middelen, biofi lters enz. Maar natuurlijk kan het altijd nog beter. De sector presenteerde daarom onlangs het Actieplan Plantgezondheid.

Ten tweede zien we, en dat baart ons nog de meeste zorgen, dat veel beleidsmakers zich bezig houden met maar één punt en geen oog
hebben voor het grotere geheel. Een voorbeeld:
een provincie vindt het duurzamer om de bermen in de provincie pas in november te maaien, maar gaat daarbij helemaal voorbij aan het feit dat
vanaf juli dit een ongewenste verspreiding van zaden naar nabijgelegen akkers veroorzaakt en dus de boeren noodzaakt om actie te ondernemen.

Ook pleiten voor een verbod op kunstmest en stellen dat een akkerbouwer alleen dierlijke mest moet gebruiken, is een te grote versimpeling  van de werkelijkheid. Immers, een andere regel stelt dat er een plafond is aan met name de fosfaatgift. Als dat bereikt is met dierlijke mest moet men nog zo’n tweederde van de totale stikstofgift die nodig is voor een goed groeiend gewas op een andere manier toedienen.

Er zijn nog meer voorbeelden: eenmalig gebruik van herbicide na de teelt van groenbemesters kan vaak een meervoud aan bespuitingen in het volgende
seizoen uitsparen. 

Bedrijfs- en bouwplanniveau
Niet alleen ontbreekt vaak het zicht op alle gevolgen binnen één beleidsveld zoals gewasbescherming, ook ontbreekt het vaak aan inzicht in de samenhang tussen beleidsvelden. Niet-kerende of geen grondbewerking is goed voor het
organische stofgehalte van de bodem en daarmee voor de weerbaarheid van planten. Ook vergroot het het CO2-bindend vermogen van de grond, wat goed is tegen klimaatverandering. Maar het heeft een groot nadeel: de opslag van
planten groei van planten uit overgebleven gewasresten van het vorig seizoen) en onkruid in het volgende seizoen. Dus willen boeren die niet ploegen graag de beschikking hebben over een goed werkend herbicide wat ze eenmalig kunnen
toepassen om van de problemen met opslag af te zijn. Glyfosaat is een herbicide wat daar goed voor gebruikt kan worden. Maar glyfosaat staat
onder druk. De milieueffecten van andere middelen en van niet-ploegen worden niet in de afweging meegenomen. Met andere woorden: misschien is het in zijn geheel wel duurzamer om niet-ploegen te combineren met één bespuiting
met glyfosaat dan ploegen en meerdere herbiciden- toepassingen in het volgende seizoen.
Zaadcoating van bietenzaad met 6 g/ha neonicotinoïden is ook zo’n voorbeeld: zonder deze coating is veel meer bestrijding nodig tijdens de
teelt en een schadelijk neveneffect op bestuivers is niet te verwachten omdat bieten niet bloeien.
De NAV vindt dat er op bedrijfs- en bouwplanniveau moet worden gekeken naar waar de echte winst is te halen. Zo heeft de NAV in 2016 aan het toenmalige Ministerie van Economische Zaken voorgesteld om het pre-harvest gebruik van
glyfosaat af te schaffen, maar daar kwam niet eens een antwoord op.

Internationaal 

Naast het effect van een enkele beleidsmaatregel op de totale duurzaamheid van een akkerbouwbedrijf, zou ook nog breder moeten worden gekeken naar de effecten van maatregelen in een internationaal verband. Een voorbeeld: in
Europa heeft men besloten dat men eigen productie van (GMO-vrij) plantaardig eiwit wil stimuleren. 
Tegelijkertijd heeft Europa ook besloten dat in eiwitgewassen die meetellen voor de vergroening geen gewasbeschermingsmiddelen meer mogen worden gebruikt én dat men soja en ander plantaardig eiwit wat wel is bespoten en veelal ook genetisch gemodifi ceerd is zonder belemmeringen uit andere continenten invoert.
Dat ongelijke speelveld maakt het onmogelijk voor Europese boeren om, met onze kostprijzen, op de wereldmarkt te concurreren en deze beide
maatregelen nekken daarmee de teelt van eiwitgewassen. 
Dat was niet de bedoeling van het Europese beleid, maar dat is wel hoe het uitpakt.

Maar het geldt niet alleen voor eiwitgewassen:
de eisen voor de teelt van alle gewassen worden in Europa steeds strenger, maar tegelijkertijd worden er vrijhandelsverdragen gesloten waarin we ‘elkaars standaarden moeten erkennen’. Met andere woorden: voor boeren in Europa wordt   het steeds moeilijker telen en ondertussen laten we van elders alles zonder belemmering binnenkomen.
Dit laatste geeft dan wellicht op de korte termijn een positief milieueffect in Europa, maar zal op termijn er toe leiden dat we als consumenten
afhankelijk worden van voedsel waarvan we niks over de productiewijze te zeggen hebben. En dat is niet alleen voor boeren, maar voor alle
consumenten een groot risico. En ja, zo groot moet je het zien volgens de NAV.

Oplossingen
De NAV pleit er voor, dat er op zijn minst bij de Rijksoverheid interdisciplinaire groepen (bijv. gewasbescherming,
bemesting en klimaat) komen, waarin vertegenwoordigers van verschillende
facetten van het landbouwbeleid, met oog voor bedrijfsvoering, milieueffect en kostprijs, samen de gevolgen van beleidsmaatregelen doorrekenen.

In een recente discussie stelde iemand het zo: beleidsmakers moeten kiezen wat de hoogste prioriteit heeft, want momenteel leiden alle individuele regels niet tot algehele verduurzaming  en wordt het verminderen van klimaatverandering
zelfs tegengewerkt. Daarnaast roept de NAV waterschappen, provincies, gemeenten en Rijksoverheid op om meer samen met boeren te kijken naar de meest effectieve weg richting verduurzaming in plaats van de huidige, elkaar vaak tegenwerkende, individuele maatregelen op te leggen. Kortom: naast een ‘geïntegreerde’ landbouw is er ook geïntegreerd overheidsbeleid nodig!

NAV, Genoeg is Beter januari 2018, p. 1

dec 132017
 

In bijgaande brief roepen Europese organisaties en deskundigen de WTO op om in deze tijd van klimaatverandering en dreigende voedseltekorten die achterhaalde handelsregels uit de jaren 90 eindelijk eens bij te stellen. De WTO is opgericht in 1995. De regels die daar vastgelesteld werden hebben een vernietigend effect op de boeren in noord en zuid. Ze hebben de macht van transnationale bedrijven enorm vergroot en het milieu en de voedselpatronen geschaad.

‘Internationale competitie’ is de drijfveer. Europese containerschepen met appels voor China passeren Chinese containerschepen met appels voor Europa, en ondertussen warmt het klimaat op. Bedrijven worden rijker ten koste van de producenten, die  verwikkeld zijn in een dodelijke prijsspiraal naar het laagste punt. 

De Eu en de VS, toen de grootste exporteurs, hebben indertijd de spelregels geformuleerd en daarbij vooral goed voor zichzelf gezorgd. Ze kunnen hun overschotten tegen lage prjzen dumpen in derde wereld landen omdat ze exportsubsidies te vervangen hebben door inkomenssteun. Die inkomenssteun voor boeren in het noorden zit in de zogenaamde ‘green box’, de maatregelen die onbespreekbaar zijn. Dit resulteert in ‘market grabbing’. Of deze deze subsidies nu in de blauwe, groene of gele ‘box’ zitten: landbouwproducten worden onder de kostprijs verkocht op deAfrikaanse markt zodat plaatselijke producenten het brood uit de mond gestoten wordt. 

Daarom moeten de internationale handelsregels snel ge-herformuleerd worden en voedselsoevereiniteit nastreven. Dat wil zeggen dat landen en regio’s hun eigen landbouwbeleid kunnen afspreken, dat afgestemd is op hun eigen werkelijheid en behoeftes, zonder dat ze andere landen schaden. Een beleid dat prioriteiten zoals het voeden van de lokale bevolking, waardering van de voedselproducenten,agro-ecologie etc. integreren.

 De gesprekken an de agenda voor de WTO vergadering inBuenos Aires gaan echter niet deze kant op. DE EU en de VS weigeren de ‘green box subsidies’te bespreken. Wij roepen de regeringen dan ook op om voorbereidend werek te starten voor nieuwe regels voor een ander handelbeleid. 

Wij roepen boerenorganisaties, rechtsgeleerden, economen zowel als NGO’s op om nieuwe handelregels voor de landbouw op te stellen die ertoe leiden dat boeren  uit noord en zuid van hun werk kunnen leven, gezonde en voedzame producten voor hun eigen markten kunnen produceren, en zodoende de opwarming van de aarde en de achteruitgang van de biodiversiteit door agro-ecologische landbouw een halt kunnen toeroepen 

Hier vindt u de volledige open brief en ondertekenaars

dec 102017
 

Na twee drukbezochte conferenties in Wageningen in 2014 en 2016 gaat Voedsel Anders in 2018 het land in om succesvolle, concrete voedselverhalen ‘op te halen’. De ‘halteplaatsen’ worden: 1 de Noordelijke Friese wouden, 2 Regio Nijmegen, 3 Metropool regio Amsterdam, 4 regio den Haag, 5 Regio Noord Brabant en Limburg. 

In een overtuigend projecvoorstel wordt de noodzaak van een voedseltransitie aangetoond. Zie hier het volledige  projectvoorstel

enkele elementen: 

In 2014 en 2016 organiseerde het netwerk Voedsel Anders twee conferenties over de noodzakelijke veranderingen in ons voedselsysteem. Er kwamen ruim duizend mensen op af. Meer dan 50 organisaties en bedrijven hebben daarna het Voedsel Anders-manifest ondertekend. 

In Nederland groeit steeds breder het besef dat het hoog tijd is voor duurzame systeemveranderingen in onze landbouw en voedselvoorziening. Duurzaamheidinitiatieven op het gebied van voedsel schieten overal als paddenstoelen uit de grond. Voedsel Anders organiseert daarom in 2018 een Voedselkaravaan.

Daarbij zoeken wij aansluiting bij voedselinitiatieven op regionaal niveau die nieuwe verhalen vertellen over een regionaal georiënteerde voedselvoorziening op basis van een vitale, natuurinclusieve landbouw en visserij. Deelnemers aan de verschillende activiteiten van de Voedselkaravaan zullen ervaringen uitwisselen rond de voedseltransitie, deze verrijken met nieuwe inzichten en ze plaatsen in een breder kader van beleid, praktijk en onderzoek.

Wat wil de Voedselkaravaan bereiken?

Met de Voedselkaravaan van vijf regionale dialogen in Nederland wil Voedsel Anders:

  1. zichtbaarheid genereren voor vernieuwende voedselinitiatieven;
  2. nieuwe voedselverhalen vinden en verbinden die robuuste oplossingen bieden voor de voedselvraagstukken van nu en de toekomst
  3. aanbevelingen ophalen voor de voedseltransitie in beleid, praktijk en onderzoek;
  4. de beweging voor een eerlijke, (meer) duurzame voedselvoorziening verdiepen en verbreden.

Met de Voedselkaravaan proberen we een divers en rijkgeschakeerd gezelschap van mensen uit stad en land te betrekken: boeren, burgers en bedrijven die actief zijn in lokale voedselinitiatieven, beleidsmakers, onderzoekers, bestuurders, verwerkers, koks, bloggers, studenten en kunstenaars. 

Waar en wanneer gaat het gebeuren?

Bij de keuze van Karavaanlocaties is gezocht naar verbindingen tussen stad en platteland. We hebben steden en regio’s geselecteerd waar vernieuwende voedselinitiatieven floreren in een context van zowel kansen en problemen rond de voedseltransitie. We noemen deze locaties ‘Pleisterplaatsen’.

De Karavaan zal plaatsvinden van januari tot en met oktober 2018. De precieze data van de verschillende pleisterplaatsen worden momenteel vastgelegd. In januari gaat de Voedselkaravaan in ieder geval van start met een Vertrekevenement in Utrecht.

Verder trekken we langs de Noordelijke Friese Wouden en doen we Leeuwarden aan als Europese Culturele Hoofdstad 2018. We pleisteren in de Tuinen van West in Amsterdam en gaan naar het Zuiderpark in Den Haag. In Limburg doen we Venray of Horst aan en tenslotte pleisteren we in oktober in Landerij De Park in Nijmegen als daar de food challenges worden afgerond in het kader van Nijmegen als Groene Hoofdstad van Europa.

 

Hou voor meer nieuws de nieuwe website in de gaten. en er is ook een nieuw logo. ( logo hebben we overgenomen van de Vlaamse Voedsel Anders groep. )

 

dec 102017
 

Jammer, maar het zat er al een tijdje aan te komen: de leden-vergadering van de NAV heeft het voorstel van het bestuur om het lidmaatschap van La Via Campesina te beëindigen gesteund. Belangrijkste drijfveer voor het bestuur waren vooral:

  1. ECVC vertegenwoordigt niet de levensvatbare familiebedrijven zoals de bedrijven van onze leden maar is meer een politieke plattelandsbeweging geworden, waarvan
    in ieder geval een deel de Nederlandse akkerbouw ziet als een ongewenste vorm van industriële landbouw.
  2. de inspanningen van het NAV-bestuur om ruimte te vragen voor andere standpunten hebben niet tot enige erkenning geleid van het feit dat wij als ECVC-lid een andere mening kunnen
    hebben. Daarbij ging het er ons niet om of deze mening wordt overgenomen, maar of er op een democratische manier mee wordt omgegaan. Het bestuur vindt het spijtig om afscheid te nemen maar vindt het essentieel dat er – in een organisatie waar de NAV lid van is – ruimte is voor individuele meningen.

 Het bestuur van ECVC is inmiddels van dit besluit op de hoogte gesteld. Het NAV-bestuur zoekt uitbreiding van onze kanalen om de belangen van onze leden ook internationaal zo effectief mogelijk te behartigen.

 

Actieplan Plantgezondheid

De NAV heeft samen met LTO en ketenpartijen het plan opgevat om actief aan de slag te gaan om de milieuprestaties van
de sector te verbeteren en dit tegelijk breed uit te dragen naar de maatschappij. Dit heeft geleid tot het opstellen van het Actieplan Weerbare Teeltsystemen.

Speerpunten worden waarschijnlijk: 

• Een vitale bodem zorgt voor minder ziektegevoelige planten die we met minder chemische middelen kunnen opkweken.
• Ook met precisietechnieken kunnen we met
minder gewasbeschermingsmiddellen en meststoffen
hetzelfde doel bereiken.
• Een verdere vergroening van de middelen zal de
milieu-impact verminderen. 
• We moeten meer draagvlak vinden in de maatschappij
door betere communicatie met de burgers
en door het uitbouwen van een duurzaamheids-
certifi ceringsprogramma.
• We kunnen als sector meer doen aan biodiversiteit
en verfraaiing van het landschap met bijv.
bloemenranden.

Ook de overheid zal over de brug moeten komen:

• Versnelling van de toelating van minder schadelijke
groene gewasbeschermingsmiddelen.
• Er moet meer ruimte komen om via bemesting
het organische stofgehalte van de grond te verhogen.
• Er moeten weer financiële middelen komen om
praktijkonderzoek te kunnen uitvoeren.
• De vergroeningsregelingen zullen meer gericht
moeten worden op biodiversiteit en verfraaiing
van het landschap.
• Om echt een slag te maken in het verminderen
van gewasbescherming zullen de nieuwe
veredelingstechnieken zoals CRISPR-Cas en
‘gene editing’, snel toegestaan moeten worden.

Om echt de doelen te kunnen bereiken, zijn er
een groot aantal afspraken gemaakt over wat er
wanneer bereikt moet zijn. Zie voor enkele van die punten het eerste artikel in Genoeg is Beter, dec 2017 (ledenblad van de NAV)

dec 092017
 

…deze koe, die op 26 oktober voor het gebouw van de Europese Commissie in Brussel stond. Doel van de actie van de European Milk Boad (EMB) was opname van enige regulering – van de hoeveelheid melk die op de markt komt – in het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB).  En het begint er al op te lijken! Maar dan vanuit een andere ‘aanvliegroute’: Friesland Campina , een van de grooteste zuivelbedrijven in Europa, denkt over toeslagen voor boeren die minder melken. Hoe is dat gekomen?

 

Teveel melkpoeder

De melkprijs is nu mooi, 41 cent, maar de vooruitzichten zijn heel slecht. Er ligt 360.000 ton magere melkpoeder opgeslagen, nog van 2015/16. Dit drukt enorm op de markt.  De kwaliteit in de opslag loopt terug en opslag kost 10 miljoen euro per jaar. De prijs is nu ook hoog  omdat de vetnotering is verdubbeld; er wordt veel kaas verkocht (de helft van de melk gaat naar kaas).

Bijzonder is dat Friesland Campina, die van de quotering af wilde, nu moet toegeven dat ze niet alles kunnen verwerken/ verwaarden, en denkt over toeslagen voor boeren die minder melken. Wie minder melkt dan in de referentieperiode krijgt een toeslag, maar boeren die teveel melken krijgen dan slechts 10% van de melkprijs uitbetaald! De toeslag word betaald door geld dat FC hiervoor gereserveerd heeft plus het ingehouden melkgeld. (Als referentiepunt mag men kiezen: hoeveel koeien had men  tussen 1 jan – 1 juli 2016, 1 jan-1 juli 2017, of 25 sept-25 okt dit jaar? De beste periode wordt uitgangspunt voor de boer.) Dat is door de ledenraad besloten.

Het besluit van FC is zeer opmerkelijk. FC is altijd groot voorstander geweest van de afschaffing van de melkquotering. Zij heeft altijd aangeven alle melk van haar leden te zullen verwerken en heeft daarvoor ook fors uitgebreid in verwerkingscapaciteit. Door de stijgende vraag naar zuivel op de wereldmarkt zou de afzet geen probleem zijn. In feite heeft FC haar leden alleen maar gestimuleerd uit te breiden. 

Friesland-Campina is een van de grootste producenten in Europa dus dit zal ook invloed hebben op de andere bedrijven.   

 

EMB ledenvergadering Hoznayo, Spanje

Dit jaar was de jaarlijkse ledenvergadering van de EMB in spanje, op 22 en 23 november. Hoe was de reactie in Spanje? ‘Daar vreest men dat de fabrieken teveel macht krijgen’, aldus Hans Geurts, voorzitter van Platform ABC. Maar, aldus Hans: ‘Als de regering niets regelt, dan maar de industrie, dat is ‘next best’.’

 Er was grote belangstelling van de Spaanse pers en verschillende Spaanse politici waren aanwezig om het belang van de melkveehouderij voor het Spaanse platteland en voor de regio Cantabria, waar de vergadering gehouden werd te benadrukken. De Spaanse melkprijs lig op dit moment slechts rond de 31cent, een stuk lager dus dan in Nederland. Dit ondanks dat Spanje niet zelfvoorzienend is voor melk. Volgens de Spaanse OPL is de situatie dramatisch en stoppen er 2 bedrijven per dag.

Het grootste probleem op dit moment is de gigantische hoeveelheid van 360000 ton magere melkpoeder.  De EMB vind dat de oude voorraden zo snel mogelijk afgebouwd moeten worden. Niet in het reguliere circuit (niet dumpen in ontwikkelingslanden), maar op een alternatieve wijze. Bijvoorbeeld door het in het varkensvoer te stoppen of simpelweg te verbranden en er energie van op te wekken.

In het verleden heeft de EU vaak veel geld verdiend aan opgeslagen melkpoeder, die later tegen een veel hogere prijs verkocht werd. Nu moet de EU haar verlies nemen en de poederberg zo snel mogelijk afbouwen. Temeer omdat de kwaliteit terugloopt en opslag ook veel belasting geld kost, ongeveer 10 miljoen euro per jaar.

De vergadering heeft de volgende besluiten genomen:

  1. Er moet een wettelijk vastgesteld crisisinstrument voor aanbod reductie in het GLB opgenomen worden.  Het Markt Verantwoordelijkheid Programma (MVP) moet hiervoor als regulier instrument verankerd worden.
  2. De oude voorraad magere melkpoeder moet zo snel mogelijk afgebouwd worden. 
  3. Interventie moet mogelijk blijven, maar slechts voor kleinere hoeveelheden. De interventieprijs moet omhoog naar minimaal 30 cent om een reële bodem in de markt te leggen.
  4. Indien de overproductie te groot is voor de interventie, moet het Melkverantwoordeliijkheids-programma in werking treden en moet de melkproductie teruggebracht worden
  5. Vanwege de slechte vooruitzichten moeten deze maatregelen zo snel mogelijk door de politiek omgezet worden.

 

De vraag is wil landbouwcommissaris Hogan daar wel aan?

Hogan heeft het de afgelopen jaren zelf al een keer toegepast in een van zijn pogingen om de melktoevloed in te dammen. En het feit dat nu de industrie het voortouw neemt zal het beleid misschien ook beïnvloeden.

Met dank aan Hans Geurts, voorzitter  van Platform Aarde boer conshument en nelkveehouder in Noord-Limburg

Hier meer info over de voorstellen van  Friesland Campina

En hier meer over de EMB vergadering en de ontwikkelingen van de kostprijs van Melk. 

dec 082017
 

Op 10 december begint in Buenos Aires de elfde WTO-top. Landbouw staat opnieuw centraal in deze vrijhandels-onderhandelingen. Ook het Europees handelsbeleid staat ter duscussie. Voedsel Anders doet een oproep tot een trendbreuk.

In de eerste aflevering van een serie van tien mythes over landbouw en voedsel betogen we dat vrijhandel eerder een probleem dan een oplossing is voor wereldwijde voedselzekerheid.

De Europese commissaris voor landbouw Phil Hogan presenteerde  vorige week zijn plannen voor een nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vanaf 2021.

Bovendien vinden nu in Bueanos Aires de WTO onderhandelingen plaats. Heikel punt tijdens de moeizame WTO onderhandelingen is onder meer de inperking van handels-verstorende landbouwsubsidies in de Europese Unie en de Verenigde Staten. De EU en de VS hebben er echter voor gezorgd dat de meeste subsidies buiten schot blijven. Zelfs bij een akkoord zal de dumping van landbouwproducten in ontwikkelingslanden dus voortduren.

Tevens willen ontwikkelingslanden zoals India – terecht – boeren een minimumprijs bieden en tegelijkertijd voedsel betaalbaar houden voor de armsten. Dit soort plannen liggen echter onder vuur van de WTO, die de belangen van de multinationale agribusiness om markten binnen te dringen laat prevaleren boven lokale voedselzekerheid. ( De WTO hoort dit soort geluiden liever niet en heeft NGO’s geweerd van de top). 

Tien mythes over landbouw en voedsel

Beide voorbeelden tonen aan dat de mythe dat vrijhandel ten goede komt aan allen nog altijd de boventoon voert binnen de WTO, en dat dit tot zeer ongewenste resultaten leidt. Daarom presenteert het netwerk Voedsel Anders juist nu het eerste artikel in de serie ’Tien mythes over landbouw en voedsel’, getiteld ‘Vrijhandel bevordert de mondiale voedselzekerheid’.

Waarom is dit een mythe? Decennia van liberalisering hebben wereldwijd geleid tot kaalslag onder familiebedrijven. Boeren krijgen geen kostendekkende prijzen en kunnen zo ook niet investeren in duurzame voedselproductie. Een deel van de Afrikaanse boeren die de concurrentie met Europese producten niet aan kunnen, trekken vervolgens naar Europa.

Ondertussen zorgt de huidige geglobaliseerde en industriële voedselvoorziening voor een grote bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen. Tegelijkertijd heeft juist de voedselproductie het meest te lijden onder klimaatverandering, vooral in ontwikkelingslanden. Kleinschalige boeren hebben daar ook al te maken met land grabs van multinationals die zich richten op de export van luxeproducten als biobrandstoffen en veevoer.

Alternatieven

Voedsel Anders geeft in de weerlegging van deze eerste van tien mythes ook een aanzet voor een alternatieve kijk op landbouwbeleid. Het is belangrijk om deze discussie nu te voeren, aangezien de Europese commissaris voor landbouw Phil Hogan vorige week zijn plannen presenteerde voor een nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vanaf 2021.

De komende jaren kunnen we dus werken aan een alternatief landbouwbeleid dat onder meer zal leiden tot een veel effectievere inzet van landbouwsubsidies. Boeren in Noord en Zuid kunnen dan wél kostendekkende prijzen krijgen voor hun inspanningen, terwijl de kosten met betrekking tot milieu, sociale omstandigheden en dierenwelzijn in de consumentenprijs kunnen worden geïnternaliseerd.

In januari 2018 presenteert Voedsel Anders het volgende artikel in deze serie, die zal gaan over de mythe:  ‘De industriële landbouw kan de wereld voeden’.

 

dec 012017
 

Het oordeel vann ARC2020 over de GLB plannen* van EU commisaris Hogan: Weinig ambitie, zorgwekkende tendens om te leunen op de financiële sector, weinig aandacht voor  het platteland, het klimaat en andere belanrijke punten. Nieuw is: men gaat afgerekend worden op resultaten – op zich interessant, maar onderzoek naar effecten en afrekening moeten wel binnen de lidstaten zelf geregeld worden. Dit is tot op zekere hoogte een re-nationalisatie.

(NEW) Results based approach (afgerekend worden op resultaten)

Voor zover we het nu begrijpenzouden de lidstaten zelf hun eigen verplichte en vrijwillige maatregelen voor milieu- en klimaat doelen kunnen bepalen. Zo wordt een flink deel van de administratieve rompslomp bij de lidstaten neergelegd, wat dan later toch weer verwerkt en geharmoniseerd moet worden op het EU niveau.

Eigenlijk een nieuwe stap naar re-nationalisatie, wat een waarschuwingssignaal is voor dgenen die een geharmoniseerd Europpees frame zouden willen zien voor toekomstige landbouw- en voedselsystemen. 

Marktregulering komt helemaal niet  in het stuk voor. Risico management (de boer moet zich goed verzekeren) en samenwerking onder de boeren (producers’organisations) zijn de twee poten van het marktbeleid: weinig amibtieus. Meer liberalisatie van de handel zou de landbouwsector in de EU de kans geven door middele van export te voldoen aan de ‘groeiende vraag van de middenklasse overal ter wereld’. 

Het is weer een stap richting een CAP à la carte (voor ieder wat) , meer liberalisatie en doorgaan met inkomenssteun. Dehoofdsteden in de EU kunnen achterover leunen: business as usual. Geen aanmoediging van een transitie naar agro-ecologische voedsel- en landbouw systemen. 

All about the money

Wie betaalt wat is belangrijker dan een strategisch plan of beleidinstrumenten. . Was men aanvankelijk nog duidelijk over het feit dat de subsidies op het EU niveau uitbetaald zouden worden, nu wordt gesteld dat ‘enige mate van co-financiering’ bespreekbaar blijft. Hier zullen de meeste lidstaten wel tegen protesteren op de vergadering van de landbouwraad op 11 december, maar dit is nog maar het begin van uitgebreide onderhandelingen. 

 ARC2020 zal op een later tijdstip de financiering , het gebrek aan ambitie, en het ontbreken van belangrijke issues in deze ‘communication’ bespreken.

ARC 2020 is vóór de vorige GLB herziening (nl 2010) opgericht.  Bij ARC2020 zijn zo’n 150 Europese organisaties aangseloten.  Ze willen een meer duurzame landbouw, meer streekgebonden, met meer zorg voor de gezondheid, het milieu en dierenwelzijn. Ze komen op voor een sterk platteland en willen dat het Gmeenschappelijk landbouwbeleid van de Eu vervangen wordt door een landbouw- voedsel- en plattelandsbeleid. Zie verder Arc Communication Strategy

*Lees hier de GLB plannen vann EU commissaris Hogan. 

 

nov 012017
 

U heeft hem ook wel gezien waarschijnlijk, de RABO- reklame waarin (arme) mensen uit alle delen van de wereld hoopvol het hoofd opheffen naar een nieuwe toekomst. Laatste shot: een onafzienbare vlakte van kassen.

Onze 85-jarige donateur de heer B uit Lochem schrijft aan de RABO bank en aan ons: 

Aan de directie van de RABO-bank,

De nieuwe reclame voor de bank is een schande. Het voedt het vooroordeel van het publiek dat honger in de wereld het gevolg is van te weinig productie.

Het tegendeel is waar.

Door overproductie in het rijke westen zijn de prijzen van landbouwproducten zo laag dat de boeren gesubsidieerd moeten worden en de overschotten in ontwikkelingslanden worden gedumpt, waardoor de landbouw daar niet tot ontwikkeling kan komen.

Stop met deze televisiereclame s.v.p. 

Bedankt meneer B voor uw tegengeluid naar de RABO, en voor uw steun voor Platform ABC!  (Wij weten niet zeker of u de oudste donateur bent, maar dat zou zomaar kunnen….)

okt 292017
 

Ook verticale kassen waren even in beeld in het RABO-reclame filmpje waarin  gesuggereerd wordt dat Nederland de wereld moet gaan voeden. In verticale kassen groeien gewassen (vaak onder led-lampen) in rekken boven elkaar. Maar is dat een oplossing voor de armen in ontwikkelingslanden 

Hieronder een aantal voor- en nadelen op een rijtje.  Oordeel zelf.  

Overzicht van voor- en nadelen van verticale landbouw

Voordelen

Nadelen

Voedselzekerheid binnen eigen regio, voorkomt ook sociale onrust

De voedingswaarde van groente en fruit is sinds 1985 schrikbarend achteruit gegaan.  [1] Dat zou te maken kunnen hebben met kweken in kassen op steenwol, al dan niet onder led-licht. Toegevoegde mineralen via kunstmest zullen waarschijnlijk niet de voedingsstoffen in voedsel afkomstig van van een gezonde bodem kunnen evenaren. 

Geen of minder verbruik van bestrijdingsmiddelen

Slechts mogelijk voor een aantal gewassen (met name groenten en fruit), in combinatie met eventueel viskweek en kip. In verband met dierenwelzijn is verticale landbouw niet geschikt voor andere landbouwhuisdieren.

Zeer efficiënt omgaan met mineralen, laag verbruik kunstmest

Hoog verbruik van energie om temperatuur optimaal te houden, en toediening van licht. [2] Ondertussen wordt er in de kassenteelt al gewerkt met klimaat-neutrale kassen, o.a. door opwekking van aardwarmte en zonne-energie.

Voedselvoorziening binnen de eigen regio, dus beperking van transport, en van de hiermee gepaard gaande uitstoot van broeikasgassen.

O.a. de hoge investeringskosten in de bouw zorgen voor een hoge kostprijs. Uit een onderzoek van WUR blijkt een vijf maal hogere kostprijs voor sla uit verticale landbouw, vergeleken met open grondteelt. Vergeleken met kasteelt was de kostprijs ruim twee maal hoger. [3]

Minder beslag op steeds schaarser wordende natuurlijke hulpbronnen zoals water in the Global South en in landen die te maken krijgen met droogte door klimaatverandering (o.a. Zuid-Europa). Dus minder import van ‘water’ via groenten uit gebieden als Marokko, Egypte, Kenia, Zuid-Europa.

Vanwege hoge kosten nog niet concurrerend (ook niet met teelt in kassen in Nederland) en dus afhankelijk van (lokale) overheidssubsidies. Die zouden b.v. ook – effectiever –  gebruikt kunnen worden door te investeren in voedselbossen en volkstuinen.

Datzelfde geldt voor minder bijdrage aan de vervuiling en kap van mangrovebossen in kustgebieden ten behoeve van de  kweek van vis en garnalen in landen als Vietnam. De hiermee gepaard gaande milieu- en sociale kosten (o.a. minder visvangst door ‘de armsten’ omdat de kraamkamer van hun vis wordt vernietigd door kap van mangroves) zijn vaak hoger dan de opbrengsten aan geëxporteerde vis voor exporterende bedrijven. 

Voorlopig dus ook geen bijdrage aan de mondiale voedselzekerheid, want onbereikbaar voor de armsten.  Daarbij is honger nu geen productieprobleem, maar een verdelingsprobleem. De armsten hebben geen land (mede omdat land wordt ingezet voor luxe producten zoals veevoer [4] en biobrandstoffen voor de export), of hebben een te laag loon. Verder wordt de lokale voedingszekerheid in the Global South ondermijnd door vrijhandelsverdragen en dumping, waardoor boeren geen kostendekkende prijs kunnen ontvangen. Hierdoor kunnen zijn niet investeren in een duurzame landbouw en dit leidt tot migratie naar sloppenwijken in de stad en naar westerse landen. 

 

Momenteel te grote gerichtheid op inzet van zo min mogelijk arbeidskrachten, wat gepaard gaat met weinig extra banen, dure investeringen en onnodig hoog verbruik van energie.

 

Voorstanders van verticale landbouw nemen de stijgende trek naar de stad als gegeven, terwijl dit ten koste gaat van veel vruchtbare landbouwgrond voor bebouwing en infrastructuur.

 

[1] Zie: https://www.foodlog.nl/images/uploads/Voedingswaarden_Geigy.pdfEen toespraak van Anton Nigten over bemesting versus voedingswaarde (2013): http://nvlv.nl/downloads/VanGrondtotMond.doc  (tweede verslag) en ‘Voedingswaarde voedsel historisch laag’: http://www.leef-op.nl/nieuws/voedingswaarde-voedsel-historisch-laag

[2] In Amsterdam: 100 Watt aan verlichting en 100 Watt aan koeling per m2. Zie ‘Vertical farming in Nederland: de stand van zaken’ (2016): http://versestad.nl/2016/10/vertical-farming/

[3] Stadslandbouw in kantoorpanden: Optie of utopie?, Joanneke Spruijt, Jan-Eelco Jansma, Tycho Vermeulen, Janjo de Haan en Wijnand Sukkel, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving,  onderdeel van Wageningen UR, Wageningen, januari 2015, zie: http://edepot.wur.nl/333971

[4] Zie ook kritiek van Eddie Schrevens, KU Leuven in ‘De verticale boerderij’ (2007): http://www.lowtechmagazine.be/2007/06/de-verticale-bo.html 

Door Guus Geurts , 3 nov. 2017.  Reacties: guusgeurts@yahoo.com