nov 292018
 

Onlangs hebben wij ons jaarverslag verstuurd, zie hieronder enkele passages daaruit. Dit jaar organiseerden we o.a. de ‘Voedselkaravaan’ van Voedsel Anders; inmiddels zijn de laatste ‘events’ daaarvan alweer achter de rug. Twee van ons deden actief daaraan mee. In Nijmegen deden ongeveer 80 mensen mee. Mensen konden kennismaken met ( soms net nieuwe) voedsel- initiatieven (zelfoogsttuinen, de boerencoöperatie van gangbare boeren Oregional, etc.).  In workshops zette men mensen aan het denken over nieuwe initiatieven in de landbouw en over inspanningen voor ‘de voedsel- en landbouw transitie’ in de stad en de provincie, ook in de politiek.  Zie het verslag met de verslagen en presentaties van de workshops, boordevol aanstekelijke ideeën, en met het mooie filmpje met boerencoöperatie Oregional in de hoofdrol. Er wordt in Nijmegen een werkgoepje gevormd dat e.e.a. gaat bestendigen in Nijmegen en omstreken 

In Venlo en omgeving waren er interessante excursies naar voorloper-boeren. Na de lunch sprak Niek Koning over verleden en toekomst van de landbouw wereldwijd – wat staat ons te wachten bij ongewijzigd beleid? Hoe zou het beter kunnen? Volgens hem is het vrije-markt-idee in de EU zo vastgeroest dat voorlopig niet gedaan zal worden wat eigenlijk nodig is voor mensen hier en vooral ook elders. ’s Middags stonden er  ook in Venlo interessante workshops op het programma rond o.a. het GLB en handelsbeleid, veehouderij en klimaat en Europese eiwitteelt in plaats van soja-import. Hier het volledige verslag

OP een webpage van Voedsel Anders staan ook verslagen van de activiteiten in andere plaatsen. De verschillende filmpjes worden nog aaneen gesmeed tot één mooie inspirerend verhaal. 

Verder uit het jaarverslag:

In de melkveehouderij zijn in 2018 fosfaatrechten ingevoerd. Dit om het aantal koeien te beheersen en te voorkomen dat Nederland over het met de EU afgesproken fosfaatplafond gaat. Na het afschaffen van de melkquotering in 2015 zijn de melkveehouders te hard gegroeid, dit moest weer teruggebracht worden. Veel melkveehouders zijn hierdoor in de problemen gekomen: ze hebben geïnvesteerd in grond of nieuwe stallen en kunnen deze nu niet benutten.

De NMV heeft altijd gepleit voor het behoud van de melkquotering, dit had al deze problemen voorkomen. Nu, achteraf, krijgt de NMV van steeds meer partijen gelijk voor haar visie, maar daar hebben we nu helaas niets meer aan. 

De bodem                                                                                                 

De NAV presenteerde op alle NAV-bijeenkomsten de ‘Cool Farm Tool’. Door niet te ploegen en bijvoorbeeld het stro op het land te laten liggen bouw je langzaam het gehalte aan organische stof op, wat gunstig is voor de CO2 opname. Je kunt komen tot een organische stof gehalte van 8% en dat is heel hoog. Maar bij elke bewerking (ploegen etc.) verlies je 2% aan organische stof. Als je om de vier jaar een keer ploegt ben je het in de tussenliggende jaren opgebouwde organische stof  gehalte weer grotendeels kwijt. Bovendien: als jij moet concurreren met een boer uit Canada of Brazilië kun je ondertussen je grond niet teveel ontzien. Lastig .

Het  GLB                                                                                                   

 Langzaam maar zeker komt het jaar 2020 dichterbij, waarin weer een nieuw GLB (Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid) zal worden vastgesteld. Dat is namelijk een 7-jarige cyclus. We schreven en pittige ‘one-pager’ Practise what you preach over de onmogelijkheid om een goed milieu- voedsel-  en landbouwbeleid te voeren zolang de ‘vrije markt’ leidend is, want daarbij zijn de laagste prijzen op de wereldmarkt bepalend, en niet het milieu of het welzijn van de boer. We voegden er een stuk van 4 kantjes bij ‘alternatieven ABC voor CAP 2021-2017 ‘,dat de uitgangspunten van de Europese Commissie becommentarieert. Dat is naar de Tweede Kamer gestuurd als input voor een landbouw-debat. (Zie het bericht van 17 juni op de website et daarbij  ook onze 2 stukken.) Dat werd goed  opgepakt; er volgde een gesprek met vertegenwoordigers van het ministerie. We hebben een engelse versie van onze stukken onlangs ook naar de Landbouwcommissie van het Europees Parlement gestuurd. Zij moeten amendementen indienen vóór 3 december. Volgend jaar zijn er verkiezingen, dat vertraagt de boel weer enigszins.  Per 1 januari i 2021 moet het nieuwe beleid ingaan, dus vooral in 2010 zal dit spelen. 

   Onder ‘wie zijn wij’  , ‘vrienden/donateurs’ vind je het hele jaarverslag.

nov 282018
 

De NAV heeft sinds 2012 gelobbyd tegen oneerlijke handelspraktijken (OHP). In 2014 heeft het toenmalige Ministerie van EZ een proef gedaan met een vrijwillige Gedragscode, en een meldpunt waar boeren klachten konden melden. Er kwamen GEEN klachten binnen. Hersenspinsels dus? 

In 2014 heeft de NAV zelf een uitgebreide ledenpeiling gehouden over dit onderwerp. Daaruit kwamen harde cijfers: 72% van de respondenten had met Oneerlijke Handelspraktijken te maken gehad. De peiling leverde ook specifieke informatie op over de problemen, en de leden gaven ook aan waarom ze niet gereageerd hadden op de eerdere peiling: ze hadden er geen vertrouwen in dat hun klachten anoniem zouden worden afgehandeld door de klachtencommissie bestaande uit een boer en twee afnemende bedrijven.

Persbericht: ‘Die informatie hebben we o.a. gebruikt in gesprekken met Tweede Kamerleden. In 2015 konden we met succes via Twitter inbreken in het debat van Minister Kamp met de Kamer toen hij zei dat er geen meldingen waren binnengekomen en dat er dus niks aan de hand was in de agrarische keten. Dat leidde tot de toezegging van Kamp dat hij onze input mee zou nemen in de evaluatie van de proef.’

Ondertussen heeft de NAV samen met SOMO (St. Onderzoek Multinationale Ondernemingen) en andere Europese organisaties ook in Brussel aandacht gevraagd voor Oneerlijke Handels Praktijken. Daar is men doordrongen geraakt van het feit dat er veel problemen mee zijn en dat een vrijwillige gedragscode niet werkt. Dat heeft er toe geleid dat er nu een Richtlijn komt waarin acht Oneerlijke Handels Praktijken worden genoemd die verboden zijn

De NAV heeft het Meldpunt Oneerlijke Handelspraktijken op de website www.nav.nl inmiddels opgeheven. Zie voor het hele verhaal (inclusief de acht meest ergerlijke oneerlijke praktijken) dhet Persbericht NAV sluit meldpunt oneerlijke handelspraktijken’

‘Binnen de Autoriteit Consument en Markt komt een aparte afdeling die zich zal bezighouden met oneerlijke handelspraktijken in de agrovoedsel keten. Wij zien dit als een met succes volbrachte missie!’

 

nov 272018
 

Het symposium vond plaats van 21-23 november j.l. op het FAO hoofdkwartier in Rome. Thema: “hoe kunnen we innovaties ‘vertalen’ naar gezinsbedrijven?” Daar kwam ook een waarschuwend geluid van Michel Pimbert ter  sprake.  Zijn stuk was getiteld:  ‘De slag om de toekomst van de landbouw: wat u moet weten.  Hij is lid van de UK Food Group en Professor of Agroecology and Food Politics in Coventry, UK. 

Hij schrijft: De meeste mensen zijn het erover eens dat het huidige landbouwsysteem uit sociaal en milieu-oogpunt een mislukking is. De afname van de biodiversiteit en de stikstofvervuiling gaan te hard, en de klimaatverandering vereist onmiddellijk ingrijpen. Maar de  voorgestelde veranderingen verschillen drastisch van elkaar. Grof gezegd: gaan we op de oude voet verder of veranderen we de status quo?

Een technologische toekomst

De mensen uit het bedrijfsleven en de financiële wereld willen zo dicht mogelijk bij de bestaande praktijk blijven maar wel nieuwe technologiën ontwikkelen. Dat noemt men wel de ‘ vierde industriële revolutie” (4IR). Het gaat om technologiën waardoor de grenzen tussen de fysieke, digitale en biologische domeinen vervagen. Het World Economic Forum steunt nu bijvoorbeeld zulke experimenten in 21 landen. Er worden nieuwe voedselsystemen ontworpen die gebaseerd zijn op “12 transformatieve technologiën”. In de wereld zoals zij die zich voorstellen zullen nieuwe biotechnologiën planten en dieren opnieuw ontwerpen. Precisielandbouw zal het gebruik van water en pesticiden optimaliseren, Wereldwijde voedselsystemen zullen vertrouwen op slimme robots, blockchain en het ‘internet der dingen’ om synthetische producten te maken voor op de persoon toegespitste voeding. 

Zoals eerdere ‘groene revoluties’ worden deze pogingen aangestuurd door machtige landbouwbedrijven. Deze technologische vernieuwingen versterken de concentratie van politieke en economische macht in de handen van slechts weinigen, beveiligd door patenten.  Zij hebben eigenlijk een steeds sterker  monopolie op die bovengenoemde ’12 doorslaggevende veranderingen’, die steeds  verder binnendringen in de biosfeer. Vliegende robots in plaats van bijen zullen de gewassen bevruchten en zullen de boer vervangen  w.b. het klaarmaken van de bodem, het zaaien, wieden, bevruchten, gewasbescherming toepassen en oogsten…..  Het  wordt steeds meer een voedselsysteem zonder mensen. Maar in feite is het de continuering van de logica van kapitalistische kapitaalvermeerdering – daarom lijkt het een solide benadering, ondanks de grote risico’s. Het is onderdeel van de ‘financialisatie’ van het wereldwijde voedselsysteem. Dat is even riskant als de handel in financiële producten in de aanloop naar de voedselcrisis van 2008

Maar er is een alternatief

een alternatief: Onderzoek naar agro-ecologie toont aan dat dat kan bijdragen aan voedselsoevereiniteit, d.w.z.de democratisering van voedselsystemen. Bovendien wordt de bijdrage van agro-ecologie aan duurzame ontwikkeling nu ook algemeen erkend. 

Agro-ecologische innovaties bevorderen kringlopen en verminderen externe inputs, vooral van fossiele brandstoffen. In feite imiteren ze de functionele diversiteit van  natuurlijke ecosystemen. Bomen en struiken kunnen tussen of bij gewassen worden geteeld, of twee soorten gewassen worden in de buurt van elkaar geteeld. Door de grotere biodiversiteit is er minder behoefte aan gewasbescherming

………..  Dit is een bottom-up proces. Sociale bewegingen en onderzoekers  geven prioriteit aan innovaties die de controle van burgers en de voedselsoevereiniteit doen toenemen en de macht verdelen,. Dat is een contrast met de  4IR technologiëne. (= technologiën van de 4e industriële revolutie). 

Democratisch debat

Gaat men tijden set FAO symposium ook bespreken hoe het democratisch debat verloopt? Iedereen zou mee moeten kunnen praten over ons voedsel. Burgerrechtspraak, en in de gemeenschap georganiseerde participatieve processen zouden de prioriteiten moeten vastleggen w.b. voedsel- en landbouw innovaties.

De keuze is aan ons….. Tot zover (ingekort) Michel Pimbert in ‘the conversation’. 

Terug naar het FAO Symposium

Op de FAO-website  zijn alles sessies van die drie dagen in november nog te bekijken en beluisteren. Directeur-generaal van de FAO (Food and Agriculture Organisation) Graziano Da Silva vatte het symposium samen:

Boeren van gezinsbedrijven (Family Farmers) hebben te lijden van de klimaatverandering en vragen ons om oplossingen en om de mogelijkheden van innovaties voor hen te ontsluiten en nieuwe onderzoek in praktijk te brengen, met voldoende financiële steun. ‘Het gaat niet alleen om waterhuishouding, we willen nieuwe planten, nieuwe technieken’.

De eerste aanbeveling van dit symposium is|: plaats Family Farmers centraal in de innovaties. ….. Gelukkig  was EU Commisssaris Mimica (internationale Samenwerking en Ontwikkeling) er ook een dag bij en zij stelde voor drie fondsen hiervoor  op te richten, en daarbij de hulp in te roepen van de private sector. Die hebben we erbij nodig; zij zijn vaak de enigen die een innovatieve benadering hebben’, aldus Gaziano da Silva. Ook is er een jeugdraad geopperd – ‘de jeugd vraagt om innovaties en zou meer betrokken moeten worden bij de FAO. Zij willen vooral banen.’ En binnen de FAO wordt een ‘unit for innovation’ opgericht. 

Oplettendheid is geboden. Is dit werkelijk waar gezinsbedrijven om zitten te springen? Het doet denken aan het ‘innovatieprincipe’ dat sinds het voorzitterschap van Nederland van de EU gepusht wordt binnen de EU, als alternatief voor het ‘voorzorgsprincipe’ (‘bij gevaar niet oversteken’). Zie ‘the innovation prinicple trap’ van Corporate Europe Observatory.

aug 182018
 

Wat kunnen provincies doen? ‘Korte ketens’ tussen consument en boer faciliteren? ‘Natuurinclusieve landbouw’? De aanleg van voedselbossen? Wij hebben deze drie aspecten op een rijtje gezet.

Provincies hebben wat geld te besteden: enerzijds Europees geld en daarnaast ‘provinciaal’ geld, bijvoorbeeld uit de verkoop van hun aandelen in elektriciteitsmaatschappijen. Sommige provincies stoppen het in  de natuur, andere in de aanleg van nieuwe wegen.  Wat het  Europese geld betreft, dat zijn de zog. POP3 gelden: de 3e ronde van de Europese pot ‘Ontwikkeling van het Platteland’, dat is onderdeel van het GLB – Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.  POP3 gelden moeten via boeren worden besteed, vaak is er 50% co-financiering door de provincie.

Kijk hieronder wat jouw provincie doet aan de bovengenoemde 3 onderwerpen :  ‘korte ketens’, ‘natuurinclusieve landbouw’, ‘voedselbossen’; wie weet is er nog wat bij te sturen. En wie weet zijn er in andere provincies initiatieven genomen die het navolgen waard zijn. 

Wij geven een beoordeling voor de rol die de provincie speelt:

– (weinig of niets);  + (men doet er iets aan);  ! (prima!)

Het zou mooi zijn als elke provincie minstens één ! had. 

Als je het artikel te lang vindt dan vind je de info die hieronder staat ook in de bijgevoegde tabel (Ook makkelijk om te printen). Deze info is het resultaat van onderzoek (vnl. via het internet) van één persoon – we houden ons voor opmerkingen aanbevolen: mailto:info@aardeboerconsument.nl Dit alles was het onderwerp van een workshop op 4 oktober, toen ‘De Voedselkaravaan’ Nijmegen aandeed. Hier vind je het verslag van die workshop. Een power point presentatie is evt. te verkrijgen bij mailto:info@aardeboerconsument.nl

Nog enkele opmerkingen per categorie:

Een eervolle vermelding verdienen de provinciale Natuur- en Milieu Federaties, die de provincies o.a.  stimuleren tot het ondertekenen van de Green Deal Voedselbossen, wat nog maar een paar provincies gedaan hebben. 

Het opbouwen van een regionale voedselketen is een uitdaging. Goed en gezond voedsel produceren is veel werk en de distributie is lastig. Wat ook jammer is:  Nederland  had de optiee  ‘korte ketens’ NIET aangevinkt als bestedingsmogelijkheid voor POP 3 gelden van de EU, in tegenstelling tot bijna alle andere landen.  Dan wordt het duur voor de provincies, en het blijft dan ook meestal bij kleine projecten. Goed nieuws is dan weer dat onlangs de Taskforce Korte Ketens opgericht, (initiatief van een werkgroep van de Voedseltransitie Coalitie) , om initiatieven op  landelijke schaal een zetje te geven, bijv. door samenwerking tussen de verschillende lokale projecten.   

We aarzelden over het toevoegen van het criterium ‘natuurinclusieve landbouw’. Soms lijkt het nl. een net zo alomvattend begrip als ‘duurzaam’. Het is echter wat concreter toegespitst op ‘biodiversiteit’ ,

 

NOORD HOLLAND

natuurinclusieve landbouwkorte ketensvoedselbossen

 

+natuurinclusieve landbouw De provincie streeft ernaar dat in 2030 alle grondgebonden landbouw in de provincie bijdraagt aan behoud en versterken biodiversiteit, bodemvruchtbaarheid en water op en rond het bedrijf. Daarvoor stelt de provincie € 750.000 beschikbaar. Dit gaat naar  kennis, netwerk, keteninnovatie en gebiedstrajecten

korte ketens; Op verzoek van de Provincie Noord-Holland organiseerde de NHMF  in 2016 een bijeenkomst over een regionale voedselstrategie, en de rol van de overheid bij een transitie naar korte voedselketens. Daar kwam een advies uit voort. Geen gegevens over vervolg

voedselbossen Noord-Hollanders krijgen met het programma ‘Groen Kapitaal’ maximaal € 5.000 van de provincie Noord-Holland om een natuurinitiatief op te zetten. De andere helft van het bedrag moeten ze via crowdfunding ophalen. Er staan al 10 voedselbossen op het kaartje van de NHMF, o.a. voedselbos de Oase, onlangs gerealiseerd (ook met crowdfunding, op 5 ha grond van de provincie

 

ZUID HOLLAND

+ natuurinclusieve landbouw!   korte ketens– voedselbossen

 

+ natuurinclusieve landbouw: In 2016 bracht de provincie  innovatie-agenda duurzame landbouw uit: 14 miljoen aan POP3 gelden voor verduurzaming van de landbouw. Doelen: versterking van kringlopen, regionale voedselketens, versterken van biodiversiteit.

! korte ketens Gestimuleerd door de provincie met bovenstaand plan werden de ‘zuid-Hollandse voedselfamilies’ opgericht. Zij geven zich tot 2020 de tijd. Een van hun proefballonnen is door de provincie overgenomen: de Provincie Zuid-Holland wil dat in 2030  80 % van het verse voedsel dat de inwoners nuttigen, daar ook is verbouwd. (Dus 80% via de ‘korte keten’! ) De ZLTO is erop aan het studeren.

– voedselbossen: Er is een voedselbos in Vlaardingen en er wordt er een aangelegd bij  een camping – de campinggasten kunnen een fruitboom kopen voor consumptie in de toekomst! Maar hiervoor is niet of nauwelijks provinciale steun. 

 

ZEELAND

+ natuurinclusieve landbouw+   korte ketens– voedselbossen

 

+ natuurinclusieve landbouw  In 2017 hebben PS de Natuurvisie vastgesteld, met daarin  o.a. de voorbereiding van een POP-project ten gunste van biodiversiteit, en een pilot rond natuurinclusieve landbouw.

+ korte ketens:  Al in 2012 was er een start van een biologisch platform, tenminste digitaal, m.b.v. Europees geld: ‘Biologisch in Zeeland‘. De website lijkt niet aktief meer. Nieuwe poging: 1 6 nov. 2017 had in Sluiskil een bijeenkomst plaats over korte ketens, georganiseerd door ZLTO, Provincie Zeeland en netwerk platteland. (Uitkomst niet bekend.)

– voedselbossen: we vonden één voedselbos Graauw (Zeeuws Vlaanderen) dat met provinciale subsidie tot stand is gekomen.

 

NOORD BRABANT

! natuurinclusieve landbouw!  korte ketensvoedselbossen

 

! Natuurinclusieve landbouw: In Brabant is op 1 mei 2014 het Groen Ontwikkelfonds Brabant opgericht. Voor goede plannen voor het natuurnetwerk (= oude EHS) betaalt de provincie de helft van de grondwaarde en/of ( een deel van) de inrichtingskosten. Het natuurnetwerk beslaat nu  ruim 11.000 ha. Nieuwe plannen kunnen natuur combineren met recreatie, gezondheid, landbouw, etc.)  In het fonds is € 240.000.000 ondergebracht en ruim 2000 hectare grond. Het moet voor 2027 gerealiseerd zijn. Buiten het natuurnetwerk wordt in agrarisch gebied voor 30 miljoen (ong. 400 ha)  grond van de provincie verpacht aan boeren voor ‘natuurinclusieve landbouw’ (langdurige pacht, uiteindelijk verkoop). Zie ook www.duurzamegronduitgifte.nl voor korte  verpachting van gronden van alle Brabantse overheden.

! korte ketens: € 209.940 Subsidie van de provincie voor Korte Keten 2.0:  voor een open internet-platform (www.onlinefoodbrabant.nl, veel engelse termen) voor kennisuitwisseling en business platform dat met name boeren ondersteunt bij het ontwikkelen en vermarkten van hun producten.  Half 2018 moet het operationeel worden. Topproject HAS den Bosch hield er 8 mei 2018 een bijeenkomst over. ‘Data is goud’. 

! Voedselbossen: Brabant heeft de Green Deal Voedselbossen ondertekend. Zie verder onder natuurinclusieve landbouw, hierboven, over het Groen Ontwikkelfonds Brabant. Er wordt nu een voedselbos van 20 ha aangelegd bij Schijndel. Hier een kaartje van de Brabantse Milieu Federatie met 20 initiatieven in Brabant 

 

UTRECHT

+ natuurinclusieve landbouw–  korte ketens– voedselbossen

 

+  natuurinclusieve landbouw: Landbouw- en natuurorganisaties samen hebben in 2017 het ‘Actieplan Duurzame Landbouw met Natuur’ opgesteld dat door de provincie in grote lijnen is overgenomen.

– Korte ketens: geen activiteiten gevonden van de provincie. Er zijn twee conferenties geweest over ‘De grote Transitie Utrecht’ (in 2014 en 2016) waar het waarschijnlijk wel ter sprake is gekomen.  

– Voedselbossen: 20 april 2018 was er in Oudewater een ‘Innovatiecafé over voedselbossen, eetbare natuur en sociale tuinen’ door ‘Eetbaar Oudewater’. Er zijn voedselbossen in Utrecht, zoals Makeblijde, en in Amersfoort.  Geen initiatieven door provincie, voor zover bekend.

 

FLEVOLAND

+ natuurinclusieve landbouw!  korte ketensvoedselbossen

 

 + natuurinclusieve landbouw Provincie Flevoland wil samen met verschillende partijen het platform natuurinclusieve landbouw in Flevoland ontwikkelen. Op maandag 9 april 2018 was er een inspiratiebijeenkomst, waar ook agroforestry een onderwerp was.   Exploitatie Reservegronden Flevoland  (ERF) is in Flevoland een belangrijke partner voor het tijdelijk (biologisch) beheer van landbouwgronden.

! Korte ketens: de provincie Flevoland en de vereniging voor korte ketens Flevo Food, (vereniging voor korte ketens) en de Aeres Hogeschool werken in het Europese FoodChains 4 EU project samen met partners in vier Europese regio’s. Van 3 tot 6 juli 2018 overlegden vertegenwoordigers van 5 landen in het provinciehuis in Almere.

 
! Voedselbossen: Flevoland heeft de Green Deal voedselbossen ondertekend. In een brochure uit 2014   werden de mogelijkheden verkend van de ontwikkeling van twee grootschalige voedselbossen in Oosterwold en Noorderwold van elk circa 60 hectare. Het eerste tussen Almere en Zeewolde (60 ha) wordt  momenteel ontwikkeld. Bovendien  wordt het  voedselbos Almere Eemvallei van 20 hectare gerealiseerd.

 

3  NOORDELIJKE PROVINCIES (Groningen Friesland, Drenthe)

+ natuurinclusieve landbouw!  korte ketensvoedselbossen

 

+ natuurinclusieve landbouw: Blad Nieuweoogst: De drie provincies hebben  samen met natuur- en landbouworganisaties een voorstel ontwikkeld voor een zogenaamde Regiodeal Natuurinclusieve Landbouw. September 2018 wil men plannen van de 3 noordelijke provincies aanbieden aan Schouten, en haar vragen om dit te begeleiden en realiseren. Naar schatting vergt dit 10 miljoen tot 15 miljoen euro per jaar. 

 Een medewerker van de Groningse MF maakte in 2017 een fietstocht langs bijzondere Groningse bedrijven: de Tour du Boer

 ! Korte ketens: verslag van  workshop ‘korte ketens’ voor noordelijke provincies. Bij de provincie Drenthe staat het niet hoog op de agenda, maar Gebiedscoöperatie Zuidwest Drenthe en onderwijsinstelling Terra MBO  zijn in 2017 een regionaal ketenproject begonnen.  Groningen doet mee aan een Europees project voor korte ketens (zie ook Flevoland), en de stad Groningen wil graag horen wat zij kan doen. Eetbaar Fryslân wil dat binnen vijf jaar alle inwoners van Friesland kunnen kiezen voor lokale duurzaam geteelde- en seizoensproducten. Er is een website met verkoopadressen en intiatieven, met subsidie van de provincie.

! voedselbossen: De provincie Groningen heeft de Green Deal voedselbossen getekend. Samen met de andere 2 werkt men aande uitvoering. De drie noordelijke NMF’shebben sinds kort een werkplaats voedselbossen opgericht. Zie het kaartje: 40 voedselbossen; de helft is nog in de planningfase.

 

OVERIJSSEL

+ natuurinclusieve landbouw+  korte ketensvoedselbossen

 

+ Natuurinclusieve landbouw: Dertig boeren in Salland gaan natuurinclusief ondernemen. De proef duurt drie jaar en er zijn veel partijen bij betrokken (ook Friesland Campina, het nationaal Groenfonds, de provincie en waterscahpppen etc.) Uiteindelijk is de bedoeling dat de pilot een nieuwe landelijk keurmerk oplevert.

+ korte ketens: 25 okt 2016 organiseeerden de Provincie Overijsselen  netwerk platteland een bijeenkomst over korte ketens, o.l.v. Sandra van kampen. zie hier het verslag, en hier de pp presentatie van Sandra van kampen waarin verschillende initiatieven wrden opgesomd, en knelpunten worden aangestipt. 

! voedselbossen : bericht van Overijsselse Milieu Federatie (OMF): het programma Agro&Food van Provincie Overijssel maakte een voedselbos-traject mogelijk dat loopt van juli 2018 tot eind 2019. NMO en St. Voedselbosbouw Nederland verzorgen scholing en ondersteunen voedselinitiatieven. Er zijn al zo’n 20 voedselbossen.

 

GELDERLAND

+ natuurinclusieve landbouw!  korte ketens– voedselbossen

 

+natuurinclusieve landbouw: ‘Agenda Vitaal Platteland’: kennisnetwerk, projecten voor natuurinclusieve landbouw rondom natuurgebieden (vooral streekeigen producten, zeldzame rassen, landgoederen, voor € 240.000  (dat is 0,1% van de Brabantse gelden….) Najaar 2018 kan subsidie worden aangevraagd voor kennisoverdracht en coaching. € 300.000 uit POP3, 300,000 van provincie

! korte ketens: Aktieve rol van de provincie: zie Kennisnetwerk Voedsel: netwerk van gemeentes die samen overleggen en bij elkaar op bezoek gaan. Niet alle gemeentes doen mee, Nijmegen niet bijvoorbeeld, en N ontbreekt ook in  de ‘aktievoorbeelden’ van dat kennisnetwerk. In mei 2018 was er een werkdag over korte ketens m.m.v Sandra van Kampen. 

– voedselbossen: Er zijn particuliere initiatieven zonder bemoeienis van de provincie.

 

LIMBURG

– natuurinclusieve landbouw+  korte ketens!  voedselbossen

 

natuurinclusieve landbouw: geen actieve rol van de provincie,  voor zover bekend. Wel wordt in de Natuurvisie Limburg van feb. 2017 o.a. agrarisch natuurbeheer – zoals door Natuurrijk Limburg – besproken. BoerenNatuur ontwikkelt (landelijk, dus ook in Limburg) pilots voor natuurinclusieve landbouw in opdracht van het ministerie van LN

+ korte ketens:  op 1 maart 2018 organiseerde LIOF (organisatie voor Limburgse MKB’s ) met o.a. de provincie een middag over korte ketens. Nog geen uitkomst van gezien.

! voedselbossen: De provincie Limburg heeft de Green Deal Voedselbossen ondertekend. Zij wil dat er drie tot vijf van zulke plukbossen komen. Het initiatief moet wel van onderop komen. Er wordt nu in de omgeving van Maastricht en in Heijen nagedacht over de aanleg. De provincie kan dan een stuk grond beschikbaar stellen als onderdeel van de 2400 hectare nieuwe natuur die de provincie de komende jaren wil realiseren.

 

aug 112018
 

Een van de werkgroepen van ‘Transitiecoaltie Voedsel’  is 11 juli j.l. uitgemond in een ‘Taskforce’ die binnen 4 jaar ‘korte ketens’ ‘als krachtig ontwikkelpersepectief voor de agrifoodsector’ op de kaart wil zetten. Eerste zin van het visiedocument dat die middag uitgedeeld werd: ‘De huidige dominante ketenstrategie, grote volumes tegen zo laag mogelijke kosten, is niet langer houdbaar. Een mogelijke oplossingsrichting is de organisatie van korte ketens waar verbinding gelegd wordt tussen burgers en boeren door middel van nieuwe IT-technologie, communityvorming, sociaal ondernemerschap en burgerparticipatie.’

Een mooi streven! Platform Aarde Boer consument dringt al jaren aan op het  losweken van ‘landbouw’ uit het vrije markt model, omdat voedselproductie, zeker met de huidige milieu- en klimaateisen niet past bij ‘de grootste hoeveelheden tegen de laagste prijs op de wereldmarkt’. Daar hameren we op bij de regering, in Europa, en met anderen wereldwijd.

De ‘korte keten’ benadering begint a.h.w. aan het andere eind: ‘stemmen met je voeten’. Kopen van de boeren om ons heen, dat spaart een paar schakels van de keten uit waardoor de boer meer overhoudt, en het geeft ons meer controle over wat we eten. Of de politiek dan later de burgers gaat volgen is een tweede. Dus prima, die  Taskforce, laten we hopen dat dit gaat lukken, en binnen vier jaar nog wel!

11 juni kwamen de 7 ‘trekkers’ van de korte-keten groep van de Voedselcoalitie bij elkaar met belangstellenden in Houten en presenteerden de bovengenoemde toekomstvisie. Joszi Smeets van Slow Food presenteerde de middag en meldde dat het ministerie van LNV ook bezig is met een visie voor het ‘tussen-nivo'(niet de individuele boeren, niet de grote bedrijven, maar daartussenin).

Verschillende initiatiefnemers kwamen aan het woord, zie de video registratie van 20 minuten. Mark Frederiks vergeleek de plannen met een game: het eerste level (de boer) is bekend, het tweede level (initiatieven die al lopen, tot het provinciale niveau) is ook veroverd, maar blijft te kleinschalig: nu komt het derde level, waar het monster moet worden verslagen! Je moet als kleinere initiatieven gaan samenwerken, missschien ook met supers en overheden, op het gebied van data/ tools / geld / bereik / autoriteit/ kennis. Enfin, kijk zelf naar de bovengoemde video. Er zijn ook podcasts van de middag. 

Aan het eind van de video kwamen naast de plannenmakers gelukkig ook nog mensen van de praktijk aan het woord, zoals Mike Venekamp van ‘Atlantis’ handelshuis in Noord-Holland (samenwerking tussen boeren en scholen en ziekenhuizen, ‘wij willen onze methodiek inbrengen’) , en Sophie de Groot die als boerin lid is van boerencoöperatie Het Groene Hart in Noord Holland. Deze coöperatie werkt samen met  de Hoogvliet- supermarkten. Zij meldde dat er heel veel geld gaat naar allerlei overlegstructuren en weinig naar boeren, en vroeg de boeren en meteen bij te betrekken. 

Geld wordt nog een ‘dingetje’, zo zei Bart Kraaijvanger van de LTO, trekker van deze Transitiecoalitie-werkgroep. Niet beperken tot de provincie (pop3 gelden) maar ‘hoger in de game’ gaan zitten. Hij vroeg de aanwezigen hun naam op een papier te schrijven als ze mee wilden doen en meteen te vermelden ‘wat kom je brengen, wat kom je halen’.

Deze herfst gaan ze de visie uitwerken (en die naast die van de minister leggen) en middelen zoeken. Wil je de nieuwsbrief waaruit deze info komt dan schrijf naar bart.kraaijvanger@zlto.nl ,  mark@amped.nl
of joris@thefoodhub.org

Op  de linkedIn pagina zal regelmatig melding worden gedaan van nieuwe bijeenkomsten en interessante activiteiten.

Slot van het visiedocument: 

Plan: Na vier jaar staan korte ketens als krachtig ontwikkelperspectief
voor de agrifood sector op de kaart. Nederland is de absolute leider in de wereld op gebied van korte keten ontwikkeling. Er is wetenschappelijke kennis ontwikkeld en ontsloten voor ondernemers en stakeholders in de ‘korte keten’ sector. Het Nederlandse publiek is op de hoogte van de kracht van de Nederlandse ‘korte keten’ sector en de marktmacht van grote ketenpartijen
is afgenomen ten gunste van kleinere, regionale spelers. Door deze groei staan boer en burger dichterbij elkaar en is een beter verdienmodel voor de boer ontwikkeld.

Bijgevolg is het boerenambacht een volwaardige beroepskeuze voor een nieuwe generatie: naast voedselproductie zijn boeren een belangrijke speler in de samenleving met antwoorden voor uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, gezondheid, en de (voedsel)transitie. Daardoor is de agrarische sector weerbaarder en worden kringlopen meer gesloten. De Taskforce Korte Keten wordt na vier jaar gezien als het nationale kennisplatform voor korte ketens en het gezamenlijke aansluitpunt voor de ontwikkeling van beleid binnen Europa.

aug 112018
 

De EU en Japan ondertekenden op 17 juli het handelsverdrag JEFTA, wat voor de Europese boeren een succes lijkt door de toegenomen exportmogelijkheden voor Europese kaas, rundvlees, graan en wijn. Maar de Europese autofabrikanten vrezen voor de enorme concurrentie van Japanse auto’s. In het geval van het Mercosur verdrag met Zuid Amerikaanse landen  ligt het precies omgekeerd. De onderhandelingen hierover zijn in een beslissende fase aangeland. Binnen dit verdrag zien de Europese autofabrikanten enorme kansen, terwijl de Europese landbouw vooral te maken krijgt met concurrentie van rund-, varkens- en kippenvlees en suiker. Bovendien lopen er nog onderhandelingen over een verdrag met Indonesië. De Tweede Kamer praat nauwelijks mee over de effecten van deze verdragen.  

Hieronder eerst een artikel van Guus Geurts, coördinator van de TTIP, CETA en landbouw-coalitie, dat in enigszins aangepaste vorm in ‘De Boerderij’ is verschenen, ook online. 

Daaronder nog een paar stukjes uit een artikel van Hans Wetzels op ‘follow the Money’ over het lobbyen achter deze verdragen 

Artikel in de Boerderij: 

Stop de uitruil van boerenbelangen via vrijhandelsverdragen

De EU en Japan ondertekenden op 17 juli het handelsverdrag JEFTA. De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel – een platform van maatschappelijke – en boerenorganisaties en FNV – schreef een persbericht waarin zij hun zorgen hierover uitspraken.

Met JEFTA en andere handelsverdragen waar deze weken over wordt onderhandeld (als EU-Mercosur en EU – Indonesië), krijgen de rechten van multinationale importerende en exporterende bedrijven en investeerders prioriteit boven de rechten van het lokale midden- en kleinbedrijf, boeren en werknemers. Dit terwijl de Tweede Kamer nauwelijks meepraat over de effecten van deze verdragen. Deze verdragen zijn dan wel ‘EU-only’-  de lidstaten hebben de EU gemandateerd om namens hen te onderhandelen – maar dat ontslaat onze volksvertegenwoordigers niet van hun taakstellende en controlerende bevoegdheid op de Nederlandse regering, die hierover besluiten neemt op EU-Raadsniveau.

 

Wat betreft de landbouw lijkt JEFTA een succes door de toegenomen exportmogelijkheden voor Europese kaas, rundvlees, graan en wijn. Japanse melkveehouders en wijnproducenten waarschuwen echter voor de negatieve gevolgen van dit verdrag. Dat doen ook de Europese autofabrikanten die vrezen voor de enorme concurrentie van Japanse auto’s. Het verdrag wordt dan weer wel toegejuicht door de Europese boerenorganisatie COPA COGECA.

De rollen zijn compleet omgedraaid ten aanzien van het vrijhandelsverdrag met Mercosur (Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay). De onderhandelingen hierover zijn in een beslissende fase aanbeland.
Binnen dit verdrag zien de Europese autofabrikanten enorme kansen, terwijl de Europese landbouw vooral te maken krijgt met concurrentie van rund-, varkens- en kippenvlees en suiker. Vergelijkbaar met TTIP en CETA zal dit verdrag leiden tot oneerlijke concurrentie voor de familiebedrijven in de landbouw en veehouderij. De standaarden voor milieu, voedselveiligheid, identificatie en registratie, arbeid en dierenwelzijn liggen namelijk in de EU een stuk hoger dan in deze Mercosur-landen. Zo werd onlangs de Braziliaanse wetgeving over pesticiden verder afgezwakt. Door wederzijdse erkenning van de meeste standaarden worden deze kwalitatief slechtere producten – met een veel lagere kostprijs – toch in Europa toegelaten. Het zal leiden tot een kaalslag onder Europese familiebedrijven.

Bovendien dreigen natuurgebieden in Latijns-Amerika te worden vernietigd voor extra plantages suikerriet (ook voor bio-ethanol) en soja (voor genoemde extra vleesexport) bestemd voor de Europese markt. Deze uitbreiding van plantages gaat gepaard met ernstige problemen voor de landrechten van inheemse volkeren en kleine boeren, maar deze natuurvernietiging veroorzaakt ook veel extra uitstoot van broeikasgassen.
  
Vergelijkbare problemen dreigen door een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Indonesië. De Indonesische regering wil een verbeterde toegang voor palmolie met rampzalige gevolgen voor het klimaat, ecosystemen en getroffen lokale gemeenschappen. Ook voor Indonesische bedrijven die op de lokale markt actief zijn pakt dit verdrag slecht uit, omdat overheid haar economie niet langer mag beschermen tegen Europese concurrentie. Er zijn dan wel hoofdstukken over duurzaamheid, arbeids- en mensenrechten opgenomen in dergelijke verdragen, maar die zijn niet bindend en handhaafbaar.

 

Alternatief
Mede door Trump staat het thema ‘handel’ weer volop op de agenda. Al is er veel af te dingen op zijn America First-visie. De EU heeft gelijk dat er internationale afspraken over handel noodzakelijk zijn. Maar de vrijhandelsdoctrine die ze nu propageert leidt tot een mondiale ratrace waar producenten voor de lokale, nationale en regionale markt het onderspit delven, vooral doordat er geen milieu- en sociale eisen aan import mogen worden gesteld.  Tegenover het handje vol multinationals en grootgrondbezitters dat profiteert levert dit vooral verliezers op. Daarnaast is een effectief internationaal klimaatbeleid onmogelijk als bedrijven niet worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie van importproducten, en lucht- en zeevaart niet worden meegenomen. 

 

Het is dus nodig dat er internationale handelsafspraken komen die leiden tot zoveel mogelijk zelfvoorzienende regio’s (zoals de EU), waarbij producenten een kostendekkende prijs krijgen, werknemers een eerlijk loon krijgen, en het beslag op natuurlijke hulpbronnen buiten die regio, zoveel mogelijk wordt verminderd. Dit is ook de sleutel tot een EU Gemeenschappelijk LandbouwBeleid dat wél effectief is.

De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel deelt niet alleen een gezamenlijke analyse, maar werkt ook samen om te komen tot dergelijke alternatieven. Vele leden binnen de coalitie ondersteunen ook het Europa-brede Alternative Trade Mandate.

Guus Geurts
Coördinator van de TTIP, CETA en landbouw-coalitie

======================================

uit het artikel van Hans Wetzels op ‘follow the Money’:

Tegelijkertijd voert de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca een ongekend harde tegenlobby. Secretaris-generaal Pekka Pesonen van Copa-Cogeca stuurt sinds het hervatten van de gesprekken met Mercosur de ene brief na de andere aan de Europese Commissie. Dat doet hij namens miljoenen boeren: alle belangrijke boerenorganisaties, van de Duitse DBV tot de Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), zijn lid van de koepel.

De Fin stuurt niet alleen brieven: hij belegt vergaderingen met hoge ambtenaren, organiseert congressen en probeert uit alle macht de koers van de Europese Commissie te beïnvloeden en het handelsverdrag tegen te houden.

Slagveld

Mocht de overeenkomst toch tot stand komen, dan moet op z’n minst een uitzondering worden gemaakt voor de Europese suikerindustrie, bepleit Pesonen eind 2017 tijdens een symposium in Brussel. Niet veel later drukt hij hoofdonderhandelaar Sandra Gallina op het hart dat ook de rundvleessector eigenlijk uit de onderhandelingen zou moeten verdwijnen. Net als DBV vreest Copa-Cogeca een waar slagveld onder Europese boeren als de grenzen opengaan voor Braziliaans kippenvlees, suiker of Argentijnse steaks.

Pesonen: ‘In vergelijking met de in Brazilië en Argentinië gebruikelijke farms zijn Europese boeren allemaal kleinschalig. Alles wat we in Europa bereikt hebben op het gebied van duurzame landbouw kan linea recta het raam uit als we met industriële plantages moeten gaan concurreren.’

Daar komt bij dat Zuid-Amerikaanse landbouwproducten de laatste jaren het ene na het andere schandaal hebben veroorzaakt. Bij een grootschalige politieactie in de Braziliaanse havenstad Paraná werden in 2017 grote hoeveelheden bedorven vlees ontdekt. Met chemicaliën probeerden tientallen Braziliaanse vleesproducenten de rottingsgeur te maskeren en het vlees alsnog te exporteren. Kippenvlees was met aardappelpasta geïnjecteerd om het gewicht te verhogen. Tijdens inspecties begin 2018 werd er in verschillende partijen Braziliaans vlees bovendien salmonella gevonden……

 De Europese Commissie zou beter moeten weten dan Europese boeren bloot te stellen aan ongunstige handelsvoorwaarden, alleen omdat Volkswagen meer auto’s in Brazilië wil verkopen.’

 

Muur

De Europese Commissie houdt kwartier in het Berlaymontgebouw aan het Brusselse Schumanplein. Honderden verschillende werkgroepen, experts, economen, onderhandelingsteams en adviseurs werken er elk aan een stukje van de mondiale vrijhandelsspaghetti die Europa over de globe uitrolt. Hoe binnen die verschillende onderhandelingsprocessen afgewogen wordt wanneer de belangen van Volkswagen voorrang krijgen op die van Europese boeren of regionale baanzekerheid, blijft helaas onduidelijk. Milieu-overwegingen lijken al helemaal geen rol te spelen. Niemand lijkt zich af te vragen of deze mallemolen van verdragen, bedoeld om markten te behouden en te vergroten, niet sluipenderwijs alle afspraken van het Klimaatakkoord onderuit haalt.

Mailtjes aan economische experts blijven onbeantwoord en telefoontjes naar het kantoor van hoofdonderhandelaar Gallina worden keer op keer doorgezet naar de onontkoombare muur van woordvoerders.

 

Volgens woordvoerder Daniel Rosario kunnen handelsdeals alleen maar leiden tot meer export en economische groei. Dat werkgelegenheid en welvaart daardoor uiteindelijk zullen stijgen is buiten kijf, benadrukt hij. Om te zorgen dat de verschillende verdragen elkaar niet bijten, heeft de Europese Commissie een extra team ambtenaren aangesteld; zij moeten zorgen voor de nodige ‘horizontale coördinatie’ tussen de verschillende onderhandelingsteams. Toch kunnen zelfs de economen van de Commissie niet ontkennen dat er wel degelijk economische sectoren zijn die klappen zullen vangen, schrijven ze in een impactrapport over de twaalf geplande Europese vrijhandelsverdragen. ‘Wij consulteren nauwkeurig binnen verschillende sectoren van de Europese economie voor er over een verdrag onderhandeld wordt,’ zegt Rosario licht geïrriteerd. ‘Intern worden alle verdragen door separate teams afgehandeld. Over EU-Mercosur zijn de gesprekken nog gaande, daarover kan ik dus geen uitspraken doen. Maar het handelsverdrag met Japan is een absolute overwinning voor de Europese landbouw.’

De Europese Commissie moet de winst die de agrarische sector met betere markttoegang in Japan kan behalen echter niet overdrijven, vindt Pekka Pesonen. Want als de markt wordt geopend voor Braziliaans kippenvlees en Argentijnse steaks, worden Europese boeren alsnog op het offerblok gelegd, om de Duitse auto-industrie te dienen.

Hans Wetzels, in Follow the Money

aug 112018
 

De DR Congo heeft een eerste agro-industrieel landbouwpark geopend in de buurt van de hoofdstad Kinshasa. Bedoeling is dat er achttien van dit soort parken komen. Het agro-industriële park van Bukanga Lonzo is 75.000 hectare groot.  De regering wil buitenlandse investeerders aantrekken door te tonen hoe groot het landbouwpotentieel is van het land. De Congolese regering heeft laten weten dat het om zeer goede landbouwgrond gaat, met goede toegang tot water. De nabijheid van Kinshasa betekent een markt van meer dan tien miljoen mensen.

Een Zuid-Afrikaans bedrijf, Africom Commodities Group of Companies, heeft het land voor 25 jaar geleased in het kader van een publiek-private partnerschap. De burgers in de omliggende dorpen staan echter aan de zijlijn. Maar heel weinig lokale mensen zijn aangenomen. Erger nog: ze zijn hun landbouwgronden kwijt. De overheid beschouwt het land als van haar. Maar de leiders van de lokale gemeenschappen beschouwen het als land van hun voorouders. Hen werd niets gevraagd. Nu kunnen zij zelfs niet langer naar hun begraafplaatsen, laat staan naar hun akkers. Ook hun gewoonte om in het omliggende woud op zoek te gaan naar eetbare insecten staat onder druk vanwege het gebruik van pesticiden. “Vroeger gingen we op zoek naar eetbare rupsen aan de rand van het bos. Maar niet alleen worden we nu weggejaagd, ook de rupsen zijn bijna verdwenen,” vertelden dorpelingen.

Zij worden bij het opeisen van hun rechten momenteel gesteund door de National Council of NGOs of the Congo. Ze hopen nog steeds te kunnen profiteren van de beloofde modernisering van de dorpen, o.a. de bouw van scholen en klinieken en de training en in dienst neming van lokale krachten.

(Bron: EFJN.org / www.afrikaeuropanetwerk.nl, 2 juli 2018)

jun 172018
 

In slechts één bladzijde wist Platform ABC op plastische wijze fundamentele kritiek samen te vatten op de doelstellingen van de EU Commissie die onlangs gepubliceerd werden. Zie hieronder. Deze kritiek werd op 12 juni opgepakt door Esther Ouwehand (P vd Dieren) in het Algemeen Overleg van de Commissie Landbouw en Visserij van de Tweede Kamer . 

Er is een gesprek met minister Schouten toegezegd. We zullen vragen ook ambtenaren van Buitenlandse Zaken voor Buitenlandse Handel uit te nodigen; Ouwehand was de enige die terecht wees op grote invloed van het vrijhandelsbeleid op het GLB.
 
Naast Ouwehand waren aanwezig:  De Groot D66 (voorzitter van de commissie), Bisschop SGP, Weverling VVD, Futselaer SP, Geurts CDA, Moorlag PvdA, Bromet GroenLinks ( opvolger van Grashoff; zij was fractiemedewerker landbouw 2010-13), Dik-Faber ChristenUnie en Madlener PVV.
 
Schouten gaat uiterlijk 13 juli een ‘BNC Fiche‘ schrijven (= Beoordeling Niuewe Commissie voorstellen). We zullen dat afwachten voor we op gesprek gaan; wel vóór 6 september, want dan wordt deze reactie van Schouten besproken in de Tweede Kamer. Dan zal  meer in detail worden ingegaan op het nieuwe GLB.
 

Hieronder onze óne-pager’ ‘one-pager’ Practise what you preach Daarnaast stuurden we ook alternatieven ABC voor CAP 2021-2017 mee (4 bladzijdes, Nederlands)

 

      EU Commission: practise what you preach! 

The new CAP (Common Agricultural Policy for Europe 2021-2027) has now, summer 2018, been outlined. As a platform of       farmers’ organisations and sympathisers who advocate an ecologically and economically viable agricultural sector we want to express our amazement and concern at the INCOHERENCE of the Commission’s objectives:

  • How on earth can we, farmers, acquire a ‘viable farm income and become more resilient to support food security’ while the Commission sticks to the current free market ideology, i.e. worldwide competition leading to rock-bottom volatile farmgate prices instead?
  • How on earth can we farmers ‘increase competitiveness and enhance market orientation’ even further, while the EU presents us with uneven playing fields by allowing imports from third countries that are produced at lower environmental and health standards? Why should the EU sheepishly follow the WTO in this respect, and sign treaties like CETA, TTIP and Mercosur?
  • How on earth can our ‘position in the value chain be improved’ as long as big firms are allowed to monopolise world markets and squeeze the last drop out of us? As relatively small and numerous suppliers of raw materials we are positioned at the very beginning of supplychains in which considerable value is added in processing and trade. The EU shirks it responsibility and does not allow us to really strengthen our position.
  • How on earth can we ‘contribute to climate change mitigation and adaptation, as well as sustainable energy’ when our first concern is to stay in business? As a result of the ‘free’ market ideology (free for whom?) we have to deal with bottom prices only slightly alleviated by EU income support.
  • How on earth can we ‘foster sustainable development (in countries in the South) and efficient management of natural resources’ in view of the EPA agreements forcing these countries to open their markets, so that (supported) EU Agricultural imports push them from their own markets? This leads to numerous jobless youngsters fleeing to Europe.
  • How on earth can we ‘contribute to the protection of biodiversity and preserve habitats and landscapes’ (and carefully restore our soils and biodiversity, for we don’t want a Silent Spring), if we have to work very long hours using every square yard of our fields just to make a decent living? This is due to the low prices for our products and the ever rising prices of farm inputs.
  • How on earth can we ‘attract young farmers and facilitate business development’ while our sons and daughters see with their own eyes how their parents are toiling away at the daily work on the farm and at their struggles with the bank?
  • How on earth can we ‘promote employment, growth, social inclusion and local development in rural areas’ as long as farmgate prices are below real production costs? No wonder rural areas are emptying and local development is stagnating; the ‘free’ market ideology is geared to international and not to regional trade.
  • How on earth can we ‘improve the response of agriculture to societal demands on food and health, as well as animal welfare’ when food from third countries not meeting EU standards can freely enter the EU, and when supermarkets use our excellent products to entice their customers to their shops to buy mostly cheap processed foods causing obesity, diabetes and high blood pressure? 

We demand a long overdue transition to a COHERENT farmer- and climate-friendly economic system.

Europe is in a unique position to start moving away from the ‘free market ideology’ which is geared to the interests of the big food monopolies and the land investors. Instead Europe should be brave enough to lead the way to                                                      modern  ways of market regulation which put                                   the farmer and the climate in first position.

mei 192018
 

….met rampzalige gevolgen voor plaatselijke herders en veeboeren.

Zuivel-multinationals misbruiken de record-lage prijzen om uit te breiden op de West Afrikaanse markt. In vijf jaar tijd hebben ze hun export naar de regio verdriedubbeld. Ze verschepen de melkpoeder van gesubsidieerde Europese boeren en zetten die om in vloeibare melk voor de welvarende middenklasse van de regio.  Dus nu hoor je  weer de beschuldigingen (o.a. van Kofi Annan) dat arme landen de rekening betalen voor landbouwbeleid uit Brussel. Dit terwijl Brussel claimt dat het de ontwikkeling in Afrika bevordert, en daarmee  migratiestromen wil indammen. 

Europese druk op de zuivelproducenten van Afrika nam toe in 2015, toen de EU het melkquotum ophief. Bovendien had Rusland een embargo ingesteld op Europees voedsel, dus Europa verzoop in de melk. De groeiende bevolking van West Afrika was een voor de hand liggende bestemming. Tussen 2011 en 2016 ging de export naar West Arika van 12,900 ton naar 36,700 ton — vooral naar zuivelfabrieken in Senegal, Ivoorkust, Ghana en Nigeria, die op hun beurt de zuivel exporteren naar hun buurlanden. 

Bedrijven zoals  Nestlé en Friesland Campina zijn allebei al jaren in de regio gevestigd. Zij hebben allebei flink geïnvesteerd in de regio vóór het melkquotum werd afgeschaftFrieslandCampina nam in 2014 een melkpoeder fabriek over in Ivoorkust, en Nestlé bouwde in het zelfde jaar een nieuwe fabriek in Ghana. Verder betreft het Arla Foods — een Deense coöperatie met jaarlijks 10 miljard euro aan inkomsten. – en het Franse Danone , dat eerst 49% aandelen kocht in Fan Milk, met fabrieken in 6 West Afrikaanse landen, en daarna in 2016 het hele bedrijf overnam. 

De FAO heeft onderzocht dat binnenlandse melk in Senegal ongeveer  $1 per liter kost, terwijl melkgemaakt van magere melkpoeder ongeveer de helft kost. Alle EU zuivelbedrijven in West Afrika zeggen dat ze samenwerken met lokale partners, maar de plaatselijke bevolking doet dat af als ‘window dressing’. Het klinkt wel mooi in Europa, zegt Adama Ibrahim Diallo, de voorzitter van Burkina Faso’s zuivelproducenten, maar ze komen omzaken te doen— niet om onze producenten te helpen. 

Experts waarschuwen dat de lokale zuivelindustrie dreigt te verzuipen in de recente melk-vloed, waardoor de regio nog afhankelijker wordt.  Diallo zei dat de boeren in zijn regio het een voor een opgeven.  De verwerkers kregen eerst 300 liter per dag, nu slechts 200  liter. Hij waarschuwt dat de veiligheidssituatie verslechtert. ‘De zonen van rondtrekkende veeboeren herders worden jihadisten – niet uit overtuiging maar omdat er geen banen zijn’

Dit is pijnlijk voor Brussel. Europa heeft de zwaar bekritiseerde exportsubsidies in 2015 afgeschaft. (redactie: maar dan zijn er nog de subidies-per-boer. De EU en de VS ontkennen dat zij subsidie geven. Ze hebben  jaren geleden bedongen in de WTO dat hun subsidies slechts ‘inkomenssteun’ zijn. What’s in a name? Het punt is dat de Europese boeren hierdoor onder de kostprijs produceren.) 

In februari 2018 richtte Commissaris Phil Hogan nog een task force op om Afrikaanse regeringen van advies te dienen op het gebied van landbouwbeleid, en om Europese bedrijven te helpen met ‘verantwoordelijk’ investeren. DE EU helpt ook met de aanleg van infrostructuur. Hij zei dat Burkina Faso tarieven kon instellen om de import af te remmen. ( Redactie: Dit is voor ons niet duidelijk. Afrikaanse landen zijn in een keurslijf van EPA verdragen geprest; Economic Partnership Agreements. Landen ‘mogen ongelimiteerd exporteren naar Europpa’ (red.: ze hebben niet veel om te exporteren!), maar dan moeten ze ook hun grenzen openstellen voor Europese producten – en die hebben véél te exporteren. Een ongelijk speelveld dus. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Kenia heeft een uitzondering gemaakt voor zuivel, daar zit een hoog importtarief op. De Keniase zuivelindustrie is dan ook een van de paradepaardjes van de Keniase economie. Burkina Faso heeft blijkbaar een andere keuze gemaakt w.b. importtarieven.) 

Meer melk, meer markten

Bodemprijzen hebben de export uit Europa met 38 % opgekrikt in 2017. Magere melkpoeder kostte begin 2014  €3.30 per kilo en €1.70 in hetzelfde jaargetijde in 2016. Daarna is de prijs afgegleden naar €1.30 afgelopen maart. De kopers zitten in landen met een tekort aan zuivel zoals China, maar de effecten worden ook gevoeld in kleinere markten zoals West Afrika

Zie de link hieronder voor het volledige artikel in ‘Politico’, waar ook diagrammen in staan. Arla en Friesland Campina en de RABO bank praten daarin  hun beleid goed. 

uit Politico,  EU’s milk scramble for Africa, door    

foto’s:  Getty images.

Milk products from Jaboot, a Senagalese dairy, in a Dakar storeroom | Seyllou/AFP via Getty Images

 

 
mei 182018
 

Ter gelegenheid van de FAO conferentie afgelopen april is er weer een interessante ‘Farming Matters’ verschenen. In deze uitgave worden verschillende ervaringen met agro-ecologie besproken die aantonen dat vooral met agro-ecologie minstens 11 van de 17 nieuwe SDG’s haalbaar zijn. (SDG = Sustainable Development Goals, de nieuwe duurzame ontwikkelingsdoelen). In een inleiding wordt daar wel aan toegevoegd: als we die doelen willen halen kunnen we niet de technologie en  de markt voorop blijven stellen, alsof de natuur een onuitputtelijke bron is en tegelijkertijd een eindeloos afvalputje. Er zijn nieuwe internationale afspraken nodig waarin de ecologie en de economie met elkaar verzoend worden. 

We geven enkele voorbeelden en eindigen met een artikel over Nederland, nl over de Noordelijke Friese wouden. 

China

Binnen slechts 10 jaar is csa (Community Supported Agriculture; samenoogst-tuinen) heel populair geworden in China. Chinese consumenten, vooral de middenklassen, zijn bezorgd om hun voedsel en op zoek naar nieuwe voedselsystemen, nu er minder ‘van thuis’ wordt opgestuurd en straathandel vervangen wordt door supermarkten. In 2008 begon Shin Yan met een csa tuinderij, nadat ze er in Minnesota kennis mee had gemaakt. Ze startte in samenwerking met haar universiteit in Bejing en het regio-bstuur ‘Little donkey farm’ (www. littledonkey. com). Geen chemische input (zeer ongewoon in China). Klanten kunnen meewerken, of (en dan betalen ze iets meer) hun pakket afhalen, of ze krijgen het thuisbezorgd. In november 2015 waren er al 500 csa groepen. Jonge mensen zijn blij met het voedsel maar ook met de rust van het platteland want ze zijn gedesillusioneerd over de ‘bright lights’ van de grote stad. Sommige geven een vaste baan op om naar het platteland tegaan, en voor de dorpen is het een uitkomst. 

Jan Douwe van der Ploeg, tegenwoordig professor aan de landbouwuniversiteit van Bejing, voegt daar aan toe:  China heeft meeer dan 200 miljoen kleine bedrijven (gemiddled slechts 1/3 ha.!)  waarop 800 miljoen mensen werken. Van slechts 10% van alle landbouwgrond in de wereld leveren zij 20% van alle landbouwproducten van de wereld.  De boeren leveren aan een fijnmazig netwerk van voedselmarkten die onderling verbonden zijn: een markt in Bejing waaraan elke dag 30.000 ton groenten en fruit geleverd wordt; nieuwe ontwikkelingen zoals een markt voor biologisch voedsel of voor ‘groen’ voedsel (minder strenge eisen); de traditionele (eigenlijk agro-ecologische) markt; de markt voor agro-toerisme;  nieuwe ‘korte ketens’  (webshops, csa’s , stadslandbouw etc.) Regelmatig worden markten in de steden  opgeheven maar in totaal heeft China nog steeds veel meer markten dan Europa. China is zelfvoorzienend wat voedsel betreft. 

New York

Het drinkwater raakte vervuild en er bleken ziektekiemen in te zitten. De Catskill Hills, die jaren geleden goed water leverden, raakten bebouwd, de veedichtheid nam enorm toe, etc. De stad stapte op de boeren af en stelde eisen, maar de boeren zetten zich schrap omdat  hun bedrijfsvoering ondermijnd werd.  De stad ging haar huiswerk over doen. In overleg met de boeren werd een herstelprogramma opgesteld, waarbij ook de boeren ondersteund werden. Nu is er zelfs een ‘korte keten’ op gang gekomen: er wordt rundvlees, groenten en hout geleverd aan de stad onder het merk ‘Pure Catskills’. 

Ethiopië

Hier begon een agro-ecologisch initiatief in 1995 in Tigray. Het begon met 4 dorpen waarin 3 stukken land verschillend werden behandeld: met compost, met kunstmest en een controle-veld. Er werd ook geëxperimenteerd met waterbesparende maatregelen en de aanplant van gras en bomen om meer biomassa te krijgen. Daarna werd het experiment opgeschaald naar 83 dorpen en daarna naar het hele Tigray gebied. Inmiddels doen 93,000 boeren mee, gesteund door Rothamstead Research Station in Engeland. Het grootste probleem is dat grote bedrijven en ‘weldoeners’ zoals Bill Gates de industriële landbouw blijven steunen die zwaar leunt op inputs van buitenaf. 

Argentinië

In Rosario (33 km ten N van Buenos Aires) startten in 2001 een aantal stadstuinen. Het was het jaar van de economische crisis; 60% van de bevolking verarmde. Inmiddels zijn er 600 groepen van ongeveer 10 personen. De stad heeft braakliggend land veranderd in moestuinen en werklozen in boeren. Er zijn meer dan 1500 boeren opgeleid als stadsboeren. Bovendien zijn nog 24 ha ‘ongebruikt’ land ter beschikking gesteld aan gezinnen. Er werd een beleid opgesteld voor voedselproductie in achtergestelde stedelijke buurten, daarin wordt uitgegaan van de agro-ecologische aanpak. Er wordt ook samengewerkt met de universiteit. Er zijn vier agro-industriële verwerkingsbedrijven diedoor boeren geleid worden.  65% van de producenten zijn vrouw. 

Nederland

In 1980 was het duidelijk dat de industriële landbouw ten koste ging van de natuur. De EU stelde richtlijnen op om de uitstoot van ammonia terug te dringen en natuurgebieden te beschermen.

Boeren in de Noordelijke Friese Wouden wilden hun bedrijven niet vergroten.  Zij hadden kleinschalige melkveebedrijven met heggen en elzenbosjes en poelen er omheen. In de Europese richtlijnen werden alle heggen ‘gevoelig voor zure lucht’ genoemd, en in de buurt van heggen kon men niet veel landbouwpraktijken uitoefenen. Boeren van het gebied kwamen bij elkaar om hiertegen te protesteren. Zij konden het stedelijk en regionaal bestuur ervan overtuigen dat hun manier van landbouw bedrijven juist goed was voor die heggen. In ruil voor het onderhoud van heggen, elzenbosjes , poelen en zandwegen werden zij vrijgesteld van de nieuwe regels. 

Zij richtten coöperaties op, en daarna een overkoepelende organisatie: de coöperatie NFW (Noordelijke Friese wouden), waar nu meer dan 100 veeboeren bij aangesloten zijn. Zij experimenteerden met agro-ecologische praktijken zoals kringloop landbouw, en ze weigerden te voldoen aan de eis om mest te injecteren omdat de machines duur zijn en te zwaar voor hun natte land en omdat het de grond vervuilt. Ze kregen daarin een uitzonderingspositie. Ze bepleitten boeren-agroecologie tot op het Europese niveau. 

De boeren werken samen met milieubeschermers en met onderzoekers uit Wageningen, maar het onderzoek is praktisch, op boerderij-niveau. ‘Kringlooplanmdbouw’ is de naam voor de methode die zij voorstaan. 

Nadat hun aanpak erkend werd, werden elders in Nederland ook gebiedscoöperaties oopgericht, en 5% van alle veeteeltbedrijven  werd kringloopberdijf. Adviesdiensten en dierenartsen bevelen nu meer vezels in het voer aan, en zuivelverwerkers erkennen dat de kwaliteit van de melk in kringlooplandbouw hoger is. Tot nu toe kregen alleen milieu-organisaties subsidies voor natuur- en landschapsonderhoud, maar nu belonen nieuwe regels die voorgesteld worden voor het GLB de boeren voor diensten die zij aan de maatschappij verlenen, bijvoorbeeld natuuronderhoud en bevordering van de biodivesiteit. Dit zijn belangrijke stappen in de richting van een agro-ecologische transitie, wat een lonkend perspectief is voor boeren die niet willen of kunnen doorgaan in de industriële landbouw in nederland. 

(Voor dit stuk is geput uit een bijdrage van Leonardo van den Berg aan deze ‘Farming Matters’)

Hier het volledige nummer van Farming Matters. Het blad is vorig jaar opgeheven, maar het ‘Agricultures Network’  blijft bestaan en er wordt gewerkt aan de vernieuwing van dit blad en van de gerelateerde tijdschriften voor Brazilië (Portugees), Latijns Amerika (Spaans) , India (Engels) en Ethiopië (Amhaars) en West  Afrika (Frans) . Het ‘agricultures network’ biedt online artikelen. Hier kun je je inschrijven  (hoewel de link nu – hopelijk tijdelijk – niet werkte).