jan 142017
 

Uit het voorwoord Door Sandra van Kampen: Het boek ‘Volle Oogst’ gaat over alternatieven voor ons landbouw- en voedselsysteem dat kraakt in zijn voegen. ….. er is een echte transitie nodig naar een andere manier van anders denken en anders doen.

Heel veel voedselproducenten en consumenten zijn al hard met deze transitie aan de slag. Zij werken aan nieuwe verbindingen: tussen consument en producent; tussen landbouw en natuur; tussen bedrijf en omgeving. Ze leggen verbindingen die een positieve impact hebben op mens, dier en aarde. En die de weg wijzen naar een nieuwe economie. Zo ontstaat van onderop een beweging waarin het goed toeven is. Een beweging die laat zien dat het ook anders kan. Bestaande boeren die hun nek uitstaken, niet toegaven aan de grillen van de (super)markt en hun eigen weg insloegen. Nieuwe boeren die de fouten in het systeem omzeilen door kleinschalig te beginnen en produceren voor een herkenbare afzetmarkt. Die grond pachten of met crowdfunding geld bij elkaar brengen voor de aanschaf van hun eerste hectare land. En consumenten die graag medeverantwoordelijkheid dragen voor hun voedselproductie. Ze worden lid van een csa (community supported Agriculture; een ‘oogstgenotentuin’) of richten zelf een voedselcollectief op.

Deze mensen zijn de wegbereiders van een nieuwe tijd. Dit boek geeft hen een gezicht, verwoordt hun strijdlust en hun passie. Maar geeft ook praktische tips aan ieder die dezelfde weg zou willen inslaan. En is realistisch: transitie gaat niet over gebaande paden. De weg is hobbelig en lang, er is strijd te leveren en er zijn knelpunten te overwinnen.

Aldus Sandra van Kampen.

Het eerste hoofdstuk is geschreven door Dr Elisabeth Hense, theologe aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij heeft met haar studenten research voor het boek gedaan. Haar vakgebied is spiritualiteit, en ze is gespecialiseerd in 5 aspecten (zoals spiritualiteit van de Carmelieten, of van de (oude) Vlamingen, maar ook: ‘maatschappelijk geëngageerde spiritualiteit’). Zij signaleert een omslag van oude denkbeelden over onze agressieve, materialistische en op eigenbelang gerichte natuur naar inzichten over een meer empatische samenleving. (Denk ook aan het onderzoek van Frans de Waal met mensapen. Individuen die goed met elkaar samenwerken doen het beter dan groepen die daar minder toe in staat zijn. ) Er zijn hoopvolle krachten waar te nemen; er is zich een nieuwe voedseldemocratie aan het ontwikkelen. Dit voltrekt zich van onderop. Ervaringen van voldoening en geluk versterken de aantrekkingskracht van de nieuwe aanpak. Langzaamaan ontstaan een nieuwe economie, nieuwe sociale verhoudingen en een sterke ecologische beweging.   Deze aspecten worden in dit hoofdstuk verder uitgewerkt. ‘In dit boek vertellen we verhalen over ‘communities of practice’, en we laten zien met welke economische, sociale en ecologische waarden deze groepen begaan zijn en welke strijd ze voeren om hun waarden in deze maatschappij een plek te geven.’     

Daarna volgt een hoofdstuk van Leonardo van den Berg (afgestudeerd in ‘governance in agroecology’ en lid van het kernteam van ‘Voedsel Anders’, momenteel werkend in Brazilië). Hij verbindt deze nieuwe ontwikkelingen met het begrip ‘voedselsoevereiniteit’;  het recht van boeren en burgers om zelf vorm te geven aan hun landbouwsysteem.  Dat leidt tot strijd, in Zuid Amerika strijd tussen de landlozen en de grote soja bedrijven, maar hier net zo goed: eind zomer 2013 weigert Corneel van Rijn een open dag te organiseren voor Albert Heijn. Het jaar tevoren hadden hij en zijn broer nog wel meegedaan ter gelegenheid van het 125-jarig jubileum van Albert Heijn. Maar kort daarna stuurde Albert Heijn een brief waarin een korting van 2% geëist werd op al geleverde producten. Ook Krispijn van den Dries had genoeg van de supermarkten en stortte 6 ton aardappelen op de Dam. Een maand vóór deze actie prezen supermarkten hun ‘nieuwe’ aardappelen uit Egypte aan, terwijl de schuur bij Krispijn en andere boeren nog vol lagen met de oogst uit het jaar daarvoor. Deze boeren bouwen nu zelf een markt, buiten de supermarkten om. Er volgen meer voorbeelden.

Daarna volgen drie hoofdstukken van verschillende schrijvers. Een hoofdstuk over ‘community supported agriculture’ (zelfoogsttuinen, ofwel ‘gemeenschappelijk gesteunde landbouw’, boeren die een kring van vaste afnemers en soms  mee-werkers hebben). Daarna een over zorgboerderijen en een over voedselcoöperaties (groepen van consumenten die samen de aanlevering van hun voedsel door een groepje boeren organiseren.) Er komen heel veel verschillende initiatieven aan de orde, zodat het een praktisch boek is geworden voor iedereen die wel eens filosofeert over  een koersverandering op dit gebied. Voorbeelden genoeg.

Ook het zesde hoofdstuk is heel praktisch:  hoe pak je zoiets aan? Grond vinden, een bedrijfsvorm kiezen, een inkomen verdienen?  Maria van Boxtel die dit hoofdstuk schreef heeft al jarenlang ervaring in begeleiding op dit gebied (Land en Co,  Landgilde). Ook hier weer veel voorbeelden. Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden. Maar het vraagt wel om bevlogenheid, lef en doorzettingsvermogen, want er zijn enige beren op de weg. 

Grond kun je zelf of gezamenlijk kopen, pachten, of gebruiken onder een gebruikersverklaring. Je kunt kopen via een agrarische makelaar, of via de website Boer zoekt Boer van de NAJK (Ned. Agr. Jongeren kontakt, Utrecht) of, voor de meer ‘alternatieve’ plannen, via de websites van Landgilde of Toekomstboeren.   Pachten kun je misschien ook van grondeigenaren als gemeenten, natuurorganisaties, kerken, landgoederen of bestaande boerenbedrijven, of zelfs (nwet als bij gemeenten vaak tijdelijk) van woningcoporaties. Gezamenlijk met burgers aankopen is ook mogelijk, dat doet de St. Grondbeheer (voor biodynamische bedrijven). Crowdfunding is mogelijk maar tijdrovend. Een Coöperatie waarbinnen minder mensen grotere bedragen inleggen is overzichtelijker.

Pachten – liefst van een eigenaar die maatschappelijke initiatieven wil ondersteunen – is een goede optie.      

Vermogen blijkt vaak het grootste struikelblok. Gemeentes of zorginstellingen vragen vaak meteen de hoofdprijs voor hun grond en eventuele opstallen. En dat onder een contract van één jaar. 

Om afspraken zakelijk te regelen moet je een rechtsvorm kiezen: , een maatschap, een eenmanszaak, , een BV, een VOF, een coöperatie of dergelijke. Sommige bedrijven bestaan uit een combinatie van educatie of recreatie, en dan kan kun je met stapelen van rechtsvormen sociaal en zakelijk combineren. ” Die samenhang in landbouw en zorg,  educatie of recreatie is juist het bijzondere dat je te bieden hebt.’

Kortom, een onuitputtelijke bron van informatie voor hen die ook ‘aan de gang willen’. Uit het slotwoord van de schrijvers: ‘Als steeds meer mensen de ‘volle Oogst’ tot hun project maken, kunnen we ons ‘shared fate’, ons gezamenlijke lot in een geglobaliseerde wereld, steeds meer een kant opduwen die voor de meerderheid van onze tijdgenoten aantrekkelijk kan zijn’. 

Het boek is voor € 19,95 te koop bij uitgeverij Jan van Arkel

 

 

 

 

het nieuwe boek Volle Oogst, uitgegeven bij Jan van Arkel.

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.