aug 112018
 

De EU en Japan ondertekenden op 17 juli het handelsverdrag JEFTA, wat voor de Europese boeren een succes lijkt door de toegenomen exportmogelijkheden voor Europese kaas, rundvlees, graan en wijn. Maar de Europese autofabrikanten vrezen voor de enorme concurrentie van Japanse auto’s. In het geval van het Mercosur verdrag met Zuid Amerikaanse landen  ligt het precies omgekeerd. De onderhandelingen hierover zijn in een beslissende fase aangeland. Binnen dit verdrag zien de Europese autofabrikanten enorme kansen, terwijl de Europese landbouw vooral te maken krijgt met concurrentie van rund-, varkens- en kippenvlees en suiker. Bovendien lopen er nog onderhandelingen over een verdrag met Indonesië. De Tweede Kamer praat nauwelijks mee over de effecten van deze verdragen.  

Hieronder eerst een artikel van Guus Geurts, coördinator van de TTIP, CETA en landbouw-coalitie, dat in enigszins aangepaste vorm in ‘De Boerderij’ is verschenen, ook online. 

Daaronder nog een paar stukjes uit een artikel van Hans Wetzels op ‘follow the Money’ over het lobbyen achter deze verdragen 

Artikel in de Boerderij: 

Stop de uitruil van boerenbelangen via vrijhandelsverdragen

De EU en Japan ondertekenden op 17 juli het handelsverdrag JEFTA. De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel – een platform van maatschappelijke – en boerenorganisaties en FNV – schreef een persbericht waarin zij hun zorgen hierover uitspraken.

Met JEFTA en andere handelsverdragen waar deze weken over wordt onderhandeld (als EU-Mercosur en EU – Indonesië), krijgen de rechten van multinationale importerende en exporterende bedrijven en investeerders prioriteit boven de rechten van het lokale midden- en kleinbedrijf, boeren en werknemers. Dit terwijl de Tweede Kamer nauwelijks meepraat over de effecten van deze verdragen. Deze verdragen zijn dan wel ‘EU-only’-  de lidstaten hebben de EU gemandateerd om namens hen te onderhandelen – maar dat ontslaat onze volksvertegenwoordigers niet van hun taakstellende en controlerende bevoegdheid op de Nederlandse regering, die hierover besluiten neemt op EU-Raadsniveau.

 

Wat betreft de landbouw lijkt JEFTA een succes door de toegenomen exportmogelijkheden voor Europese kaas, rundvlees, graan en wijn. Japanse melkveehouders en wijnproducenten waarschuwen echter voor de negatieve gevolgen van dit verdrag. Dat doen ook de Europese autofabrikanten die vrezen voor de enorme concurrentie van Japanse auto’s. Het verdrag wordt dan weer wel toegejuicht door de Europese boerenorganisatie COPA COGECA.

De rollen zijn compleet omgedraaid ten aanzien van het vrijhandelsverdrag met Mercosur (Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay). De onderhandelingen hierover zijn in een beslissende fase aanbeland.
Binnen dit verdrag zien de Europese autofabrikanten enorme kansen, terwijl de Europese landbouw vooral te maken krijgt met concurrentie van rund-, varkens- en kippenvlees en suiker. Vergelijkbaar met TTIP en CETA zal dit verdrag leiden tot oneerlijke concurrentie voor de familiebedrijven in de landbouw en veehouderij. De standaarden voor milieu, voedselveiligheid, identificatie en registratie, arbeid en dierenwelzijn liggen namelijk in de EU een stuk hoger dan in deze Mercosur-landen. Zo werd onlangs de Braziliaanse wetgeving over pesticiden verder afgezwakt. Door wederzijdse erkenning van de meeste standaarden worden deze kwalitatief slechtere producten – met een veel lagere kostprijs – toch in Europa toegelaten. Het zal leiden tot een kaalslag onder Europese familiebedrijven.

Bovendien dreigen natuurgebieden in Latijns-Amerika te worden vernietigd voor extra plantages suikerriet (ook voor bio-ethanol) en soja (voor genoemde extra vleesexport) bestemd voor de Europese markt. Deze uitbreiding van plantages gaat gepaard met ernstige problemen voor de landrechten van inheemse volkeren en kleine boeren, maar deze natuurvernietiging veroorzaakt ook veel extra uitstoot van broeikasgassen.
  
Vergelijkbare problemen dreigen door een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Indonesië. De Indonesische regering wil een verbeterde toegang voor palmolie met rampzalige gevolgen voor het klimaat, ecosystemen en getroffen lokale gemeenschappen. Ook voor Indonesische bedrijven die op de lokale markt actief zijn pakt dit verdrag slecht uit, omdat overheid haar economie niet langer mag beschermen tegen Europese concurrentie. Er zijn dan wel hoofdstukken over duurzaamheid, arbeids- en mensenrechten opgenomen in dergelijke verdragen, maar die zijn niet bindend en handhaafbaar.

 

Alternatief
Mede door Trump staat het thema ‘handel’ weer volop op de agenda. Al is er veel af te dingen op zijn America First-visie. De EU heeft gelijk dat er internationale afspraken over handel noodzakelijk zijn. Maar de vrijhandelsdoctrine die ze nu propageert leidt tot een mondiale ratrace waar producenten voor de lokale, nationale en regionale markt het onderspit delven, vooral doordat er geen milieu- en sociale eisen aan import mogen worden gesteld.  Tegenover het handje vol multinationals en grootgrondbezitters dat profiteert levert dit vooral verliezers op. Daarnaast is een effectief internationaal klimaatbeleid onmogelijk als bedrijven niet worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie van importproducten, en lucht- en zeevaart niet worden meegenomen. 

 

Het is dus nodig dat er internationale handelsafspraken komen die leiden tot zoveel mogelijk zelfvoorzienende regio’s (zoals de EU), waarbij producenten een kostendekkende prijs krijgen, werknemers een eerlijk loon krijgen, en het beslag op natuurlijke hulpbronnen buiten die regio, zoveel mogelijk wordt verminderd. Dit is ook de sleutel tot een EU Gemeenschappelijk LandbouwBeleid dat wél effectief is.

De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel deelt niet alleen een gezamenlijke analyse, maar werkt ook samen om te komen tot dergelijke alternatieven. Vele leden binnen de coalitie ondersteunen ook het Europa-brede Alternative Trade Mandate.

Guus Geurts
Coördinator van de TTIP, CETA en landbouw-coalitie

======================================

uit het artikel van Hans Wetzels op ‘follow the Money’:

Tegelijkertijd voert de Europese landbouwkoepel Copa-Cogeca een ongekend harde tegenlobby. Secretaris-generaal Pekka Pesonen van Copa-Cogeca stuurt sinds het hervatten van de gesprekken met Mercosur de ene brief na de andere aan de Europese Commissie. Dat doet hij namens miljoenen boeren: alle belangrijke boerenorganisaties, van de Duitse DBV tot de Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), zijn lid van de koepel.

De Fin stuurt niet alleen brieven: hij belegt vergaderingen met hoge ambtenaren, organiseert congressen en probeert uit alle macht de koers van de Europese Commissie te beïnvloeden en het handelsverdrag tegen te houden.

Slagveld

Mocht de overeenkomst toch tot stand komen, dan moet op z’n minst een uitzondering worden gemaakt voor de Europese suikerindustrie, bepleit Pesonen eind 2017 tijdens een symposium in Brussel. Niet veel later drukt hij hoofdonderhandelaar Sandra Gallina op het hart dat ook de rundvleessector eigenlijk uit de onderhandelingen zou moeten verdwijnen. Net als DBV vreest Copa-Cogeca een waar slagveld onder Europese boeren als de grenzen opengaan voor Braziliaans kippenvlees, suiker of Argentijnse steaks.

Pesonen: ‘In vergelijking met de in Brazilië en Argentinië gebruikelijke farms zijn Europese boeren allemaal kleinschalig. Alles wat we in Europa bereikt hebben op het gebied van duurzame landbouw kan linea recta het raam uit als we met industriële plantages moeten gaan concurreren.’

Daar komt bij dat Zuid-Amerikaanse landbouwproducten de laatste jaren het ene na het andere schandaal hebben veroorzaakt. Bij een grootschalige politieactie in de Braziliaanse havenstad Paraná werden in 2017 grote hoeveelheden bedorven vlees ontdekt. Met chemicaliën probeerden tientallen Braziliaanse vleesproducenten de rottingsgeur te maskeren en het vlees alsnog te exporteren. Kippenvlees was met aardappelpasta geïnjecteerd om het gewicht te verhogen. Tijdens inspecties begin 2018 werd er in verschillende partijen Braziliaans vlees bovendien salmonella gevonden……

 De Europese Commissie zou beter moeten weten dan Europese boeren bloot te stellen aan ongunstige handelsvoorwaarden, alleen omdat Volkswagen meer auto’s in Brazilië wil verkopen.’

 

Muur

De Europese Commissie houdt kwartier in het Berlaymontgebouw aan het Brusselse Schumanplein. Honderden verschillende werkgroepen, experts, economen, onderhandelingsteams en adviseurs werken er elk aan een stukje van de mondiale vrijhandelsspaghetti die Europa over de globe uitrolt. Hoe binnen die verschillende onderhandelingsprocessen afgewogen wordt wanneer de belangen van Volkswagen voorrang krijgen op die van Europese boeren of regionale baanzekerheid, blijft helaas onduidelijk. Milieu-overwegingen lijken al helemaal geen rol te spelen. Niemand lijkt zich af te vragen of deze mallemolen van verdragen, bedoeld om markten te behouden en te vergroten, niet sluipenderwijs alle afspraken van het Klimaatakkoord onderuit haalt.

Mailtjes aan economische experts blijven onbeantwoord en telefoontjes naar het kantoor van hoofdonderhandelaar Gallina worden keer op keer doorgezet naar de onontkoombare muur van woordvoerders.

 

Volgens woordvoerder Daniel Rosario kunnen handelsdeals alleen maar leiden tot meer export en economische groei. Dat werkgelegenheid en welvaart daardoor uiteindelijk zullen stijgen is buiten kijf, benadrukt hij. Om te zorgen dat de verschillende verdragen elkaar niet bijten, heeft de Europese Commissie een extra team ambtenaren aangesteld; zij moeten zorgen voor de nodige ‘horizontale coördinatie’ tussen de verschillende onderhandelingsteams. Toch kunnen zelfs de economen van de Commissie niet ontkennen dat er wel degelijk economische sectoren zijn die klappen zullen vangen, schrijven ze in een impactrapport over de twaalf geplande Europese vrijhandelsverdragen. ‘Wij consulteren nauwkeurig binnen verschillende sectoren van de Europese economie voor er over een verdrag onderhandeld wordt,’ zegt Rosario licht geïrriteerd. ‘Intern worden alle verdragen door separate teams afgehandeld. Over EU-Mercosur zijn de gesprekken nog gaande, daarover kan ik dus geen uitspraken doen. Maar het handelsverdrag met Japan is een absolute overwinning voor de Europese landbouw.’

De Europese Commissie moet de winst die de agrarische sector met betere markttoegang in Japan kan behalen echter niet overdrijven, vindt Pekka Pesonen. Want als de markt wordt geopend voor Braziliaans kippenvlees en Argentijnse steaks, worden Europese boeren alsnog op het offerblok gelegd, om de Duitse auto-industrie te dienen.

Hans Wetzels, in Follow the Money

Sorry, het reactieformulier is momenteel gesloten.

Share This