Afschaffing melkquotum werd een ramp. Met Corona loopt de melkvoorraad WEER op…..

Onderaan een goed artikel in de Gelderlander van 4 april waarin alles m.b.t. de afschaffing van het quotum op een rijtje wordt gezet. De NMV en Platform ABC  hebben zich als enigen vanaf 2007 tot het uiterste tegen die afschaffing verzet, maar konden de ramp niet voorkomen. Nu lopen de voorraden dankzij Corona nog meer op.  Wat nu?  Weer vragen de NMV en de DDB om REGULERING van de aanvoer, Europa-breed. 

Al snel na de afschaffing van het quotum kwam de European Milk Board (waarvan de DDB – Dutch Dairymen Board– initiatiefnemer is) met een plan: laat de boeren dan zélf maar de melkvoorraad reguleren: afspreken om minder te produceren als er veel aanvoer is, en meer als er veel vraag is. Zo hou je de melkprijs redelijk in de hand. Dat is het  Melk Verantwoordelijkheids Programma’. De Europese Commissie zou het wel moeten ‘monitoren’, scheidsrechter spelen zeg maar. Dat doet de Commissie niet (dat zou ingaan tegen de ‘vrije’ markt) , dus het plan ligt te verstoffen.

Nu tijdens de corona-crisis in 2020 wordt er minder melk afgezet en lopen de voorraden weer op. Sieta  van Keimpema van de DDB meldt dat enkele zuivelbedrijven de melk niet meer ophalen, en veel bedrijven in het buitenland vragen  of eisen van ‘hun’ boeren dat ze minder melk leveren. Er wordt in de EU weer gesproken over opkopen en opslaan (met als gevolg boterbergen en een  melkplas, als in de jaren 70? En met dumping in de ontwikkelingslanden, zoals waar we samen met Afrikaanse boeren in 2019 in Brussel nog tegen protesteerden? ) De EMB stelt voor om het stof van het Melk Verantwoordelijkheids Programma af te kloppen, dat plan te presenteren, en ons onderhand eens te gaan herbezinnen over dat neoliberale beleid waar we al vanaf 1994 aan onderworpen zijn…

Zie ook ‘melk’ op de ‘Leeshoek’ webpage op deze website.
En hier het artikel in de Gelderlander , 4 april: 

Hoe boerenbevrijdingsdag eindigde in een bloedbad: ‘Door de falende democratie bloedt de sector’, Joris Gerritsen en Albert Heller , Ruben Oppenheimer,

Op 1 april was het vijf jaar geleden dat het melkquotum voor boeren is afgeschaft. ‘Bevrijdingsdag’ noemde LTO deze dag destijds. Na jaren van stilstand kon de sector weer groeien. Maar het loslaten van het melkquotum eindigde in een drama voor de melkveehouderij.

Rogier van Dijk is er de man niet naar om in huilen uit te barsten. Hij is een nuchtere boer. Maar als de gewraakte brief op 1 december 2019 op de deurmat valt, moet hij wel even slikken. ,,Echt triest dit”, zegt hij. De bank laat hem weten dat het over is. Ze hebben er geen vertrouwen in dat Van Dijk nog uit de problemen komt. Hij heeft een prachtige boerderij. Veel grond en moderne, nieuwe stallen. Alleen, die stallen staan voor een groot deel leeg. Van Dijk had onvoldoende fosfaatrechten op 1 juli 2015 en dus mag hij nu niet meer koeien houden. En de lening voor die moderne, nieuwe stallen moet toch afbetaald worden. Dat lukt niet als er niet voldoende koeien in staan. Net als duizenden andere boeren wordt Van Dijk overvallen door de invoering van de fosfaatrechten. Terwijl de boeren juist dachten dat er kansen lagen om te groeien. In 2008 bepaalde Europa dat het melkquotum zou worden afgeschaft op 1 april 2015. Mede door de groei van de Europese Unie vond men het systeem niet langer werkbaar.

Rustige sector

Tientallen jaren was de melkveehouderij in Nederland een relatief rustige sector. In 1984 voerde Europa het melkquotum in om overproductie te voorkomen. Boeren wisten precies hoeveel melk ze per jaar konden produceren. Combineer dat met een stabiele melkprijs en elke boer in Nederland wist aan het begin van het jaar al wat hij dat jaar zou verdienen.  De afschaffing werd desondanks bejubeld door land- en tuinbouworganisatie LTO. Na jaren van stilstand was er weer ruimte voor groei. LTO, de banken en melkfabrieken (FrieslandCampina) lieten hun leden weten dat een groei van zeker 20 procent mogelijk was. Ook het ministerie deelde deze verwachting. Sterker nog, boeren die nieuwe stallen wilden bouwen, konden daar subsidie voor krijgen. Groei was mogelijk, mits de mestproductie maar beperkt bleef.

Historische vergissing

Precies daar wringt de schoen. Al in 2007 schreef het Wageningse onderzoeksbureau Alterra een rapport waarin gewaarschuwd werd voor de gevolgen van het loslaten van het melkquotum. Ook de kleine melkveehoudersbond, de NMV, kwam met een rapport: ‘Loslaten melkquotum, een historische vergissing’. ,,Wij gingen er in ons rapport van uit dat we binnen anderhalf jaar over de milieugrenzen zouden gaan. Dat was eigenlijk de enige fout in het rapport. Binnen twee maanden hadden we die grens al bereikt”, zegt NMV-voorzitter Harm Wiegersma daar nu over.  Waarschuwingen voor de nadelige effecten van de groei werden massaal in de wind geslagen. Aangemoedigd door LTO en de melkfabrieken en ondersteund door de banken besloten heel veel boeren uit te breiden. Sommigen met honderden koeien tegelijk.

Consequenties van het afschaffen van het melkquotum.

In Den Haag nemen dan de zorgen toe. Al in september 2014 werd op het ministerie besproken dat de groei te hard ging. Meer koeien betekent meer mest en de maximale uitstoot van fosfaat, een schadelijke stof die in mest zit, komt al snel in zicht. Toch hield onder meer LTO nog tot maart 2015 vol dat groei mogelijk was. Zo kwamen er in de eerste maanden van 2015 er nog 100.000 koeien bij, terwijl achter de schermen al onderhandeld werd over beperkende maatregelen. ,,We hebben onderschat hoe snel dat ging”, erkent Kees Romijn, destijds voorzitter van de LTO. ,,Alle boeren gingen ineens koeien bijplaatsen. De meeste tussen de vijf of tien. Een enkeling vele malen meer.” Toch duurde het pas tot juni voor er concrete stappen werden genomen om de groei te beteugelen.

Falende democratie

,,Mijn afdronk van het hele proces is: door de falende democratie bloedt de sector.” In zijn statige boerenhoeve De Nachtegaal in Wintelre kijkt Hans Huijbers terug op het proces dat zich vijf jaar geleden afspeelde. Huijbers, een grote vent met een stoere kop met grijze krullen, is in die jaren de hoogste baas van ZLTO, samen met LTONoord en het Limburgse LLTB de pijlers van LTO Nederland. In de beleving van Huijbers heeft de overheid het laten lopen. Maar hij is ook kritisch op de rol van de LTO en ZLTO. ,,Ook wij knokten toen niet hard genoeg.”Dat laatste punt valt te betwisten. Uit meerdere gesprekken die De Gelderlander voerde met betrokkenen blijkt dat de LTO-Noord- en ZLTO-bestuurders wel knokten. Alleen niet voor elkaar, maar tegen elkaar. De boeren waren intern ernstig verdeeld over de vraag hoe de groei afgeremd moest worden

Het is lunchtijd, begin juni 2015 als op het ministerie van Economische Zaken de mobiele telefoon van een van de ambtenaren overgaat. Aan de lijn een beleidsmedewerker van LTO. Hij heeft een dramatische mededeling. ,,We komen er als sector niet uit. Jullie moeten nu ingrijpen.” Het telefoongesprek is de climax van een slopend proces waarin een besluiteloze overheid en een tot op het bot verdeelde boerensector uitkomen bij een oplossing die eigenlijk niemand wilde; de fosfaatrechten.

Illusie
In de voorafgaande maanden werd elke dag duidelijker dat de Nederlandse melkveehouderijsector de milieugrenzen van Brussel zou gaan overschrijden. Zowel de overheid als de boeren zelf dachten dat het zo’n vaart niet zou lopen. Dat de sector zelf wel met een oplossing kon komen. Een illusie zo blijkt in juni 2015. In de weken erna wordt in allerijl een beleidsvoorstel geschreven dat staatssecretaris Sharon Dijksma op 2 juli naar buiten brengt. Hoewel het daarna nog tweeënhalf jaar duurt voor de wet feitelijk van kracht wordt en er in die tijd door een werkgroep nog volop over gesproken en aan geschaafd wordt, blijkt die dag al de basis van de Fosfaatwet geschreven te zijn. 
Het is een wet die betrokkenen en deskundigen nu omschrijven als ‘een soort noodwet’, ‘een wet die niet de schoonheidsprijs verdient’ en een ‘wet die van alle kanten rammelt’.

Peperduur

De gevolgen zijn hoe dan ook gigantisch. Sinds 1 januari 2018 moeten melkveehouders voor elke koe fosfaatrechten hebben. Deze rechten zijn te koop, maar peperduur omdat Nederland feitelijk te veel koeien heeft. Als je voldoende rechten hebt gekregen op basis van de peildatum van 2 juli 2015 ben je binnen, zo niet dan val je buiten de boot. En dan val je hard, merkte Rogier van Dijk. Van Dijk had in 2010 een oude boerderij en een stuk grond gekocht. Zijn vorige boerderij moest wijken voor woningbouw, maar nu zag hij kansen voor meer. Hij investeert fors in nieuwe stallen. ,,Het is echt een bizarre vertoning. Ik heb alles volgens de regels gedaan. Vergunningen aangevraagd, geld geleend bij de bank. Maar op 2 juli was de stal nog in aanbouw en dus waren er veel te weinig koeien aanwezig. Ik heb niks verkeerd gedaan, maar nu wordt mijn bedrijf de nek omgedraaid.” Boos is hij, cynisch, maar vooral vol onbegrip. Op de politiek. De melkfabriek en de LTO. ,,Het is echt verre van leuk. We zitten zwaar in de problemen. Ik zie geen uitweg meer.”

Naar de slachtbank

Honderden boeren komen in de problemen, net als Van Dijk. Voor tientallen dreigt acuut faillissement. Daarnaast worden bijna 150.000 koeien naar de slachtbank gevoerd, omdat Nederland boven de milieugrenzen uitkomt. ,,Het is echt verschrikkelijk dat we in deze situatie zijn terechtgekomen”, zegt een van de betrokkenen nu. ,,Dat had niet gehoeven.” De politiek liet het allemaal gebeuren. Het waren de jaren van het tweede kabinet Rutte die gevormd werd door een coalitie van PvdA en VVD. Twee partijen die over bijna alle onderwerpen verschillend dachten en die elkaar niks cadeau gaven. Dus was er geen bereidheid om in te grijpen.  
Het ministerie en met name toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma stond op het standpunt dat de boerensector zelf maar met een oplossing moest komen. Dat mislukte faliekant doordat de boeren niet op een lijn zaten. 

Fikse scheldkanonnade

Als het telefoontje van de LTO-medewerker binnenkomt, weet ZLTO-baas Hans Huijbers in Brabant van niks. Het tekent de onderlinge verstandhoudingen. Als hij het wel hoort, ontsteekt hij in woede. Een fikse scheldkanonnade volgt. Al maanden wordt dan op het ministerie vergaderd over de groei van het aantal koeien. Naast het ministerie zitten ook de boerenbelangengroepen zoals de LTO en de NMV aan tafel. Ook de zuivelindustrie vergadert mee. In een later stadium schuiven milieuorganisatie Natuur&Milieu en Grondig, een collectief van grondgebonden boeren aan.

De Noodrem

Zowel de boeren als het ministerie zijn het erover eens dat een nieuw melkquotum of andere dierrechten alleen moeten worden ingevoerd als dat niet anders kan. Als ambtenaren het in een Kamerbrief toch als mogelijkheid willen benoemen, is het de LTO die hier succesvol bezwaar tegen maakt. Een door ambtenaren geschreven plan met de titel, De Noodrem, verdwijnt in de la. De zuivelindustrie en LTO geloven heilig dat ze in staat zijn de groei te beperken. Begin 2015 wordt het voorstel Grondgebonden Veehouderij door de Tweede Kamer aangenomen. Hierin wordt de hoeveelheid koeien die een boer mag houden bepaald door de hoeveelheid grond die hij heeft. Mest moet dan zo veel mogelijk op het eigen land worden verwerkt. Al snel blijkt dat de wet niet helpt om de groei nog in te perken. ,,Die wet was zo ruim opgeschreven dat het helemaal niks beperkte. Het was een waardeloze notitie”, zegt NMV-voorzitter Wiegersma daarover.

Verhitte discussies

In de gesprekken botst het steeds opnieuw tussen LTO en ZLTO. LTO Noord is groot voorstander van het grondgebonden idee. ZLTO is dat niet. Niet gek, traditioneel hebben boeren in het noorden meer grond dan boeren in het zuiden. Het idee dat boeren in het noorden wel kunnen groeien en boeren in het zuiden niet, is voor ZLTO onbespreekbaar. Het leidt tot verhitte discussies en ruzies. Vooral Hans Huijbers laat zich niet onbetuigd. ,,Het is echt indrukwekkend hoe hij tekeer kan gaan. ZLTO heeft toen zijn stempel op de discussie gedrukt.” Uiteindelijk doet LTO Noord water bij de wijn. Zo veel dat er geen wijn meer overblijft.

Onvermijdelijk

,,Het had geholpen als we eerder op een lijn hadden gezeten”, erkent toenmalig LTO-voorzitter Romijn nu. ,,Dat had de groei afgeremd. Maar niet meer dan dat. Ik denk dat het onvermijdelijk was dat er fosfaatrechten kwamen.”  ,,Achteraf gezien kun je niet begrijpen dat LTO zo naïef kon zijn. Dat zij telkens zeiden dat ze dit wel op konden lossen”, zegt een van de betrokkenen daar nu over. ,,LTO had toen puntje bij paaltje kwam helemaal geen mogelijkheden om bij te sturen.” Romijn vindt niet dat de fout alleen bij LTO ligt. ,,Wat is dan fout? De boer die extra koeien koopt? De bank die een lening geeft voor een nieuwe stal? De gemeente die de vergunning geeft? In 2014 maakten wij een rondje langs zalen met boeren. Bijna alle boeren waren toen voor groei. We hebben het gewoon verkeerd ingeschat.”  Uiteindelijk hakt staatssecretaris Dijksma de knoop door. Nederland voert fosfaatrechten in. De details worden in de maanden na 2 juli 2015 besproken. Dan wordt duidelijk dat Nederland eigenlijk al te laat is. Om weer onder het fosfaatplafond te komen, moet de veestapel krimpen. Bijna alle boeren moeten koeien afvoeren.

Knoop in de maag

,,Iedereen zat met een knoop in de maag bij die besprekingen”, zegt een hoge ambtenaar van het ministerie daar nu over. ,,Individuele boeren waren de dupe terwijl ze niet echt iets verkeerd hebben gedaan. Ik zou willen dat er eerder beperkende maatregelen waren genomen.”  Het bedrijf van Rogier van Dijk staat te koop. Als het voor 1 juli niet verkocht is, gaat het naar een executieveiling. Hij heeft nog geen idee hoe het verder moet en waar hij gaat wonen. ,,Ik hoop op een wonder”,zegt hij.  Voor het optreden van de overheid, de banken en LTO heeft hij geen goed woord over. ,,Ik wil zo graag met de minister of met Mark Rutte om tafel en ze recht in de ogen kijken. Maar ze reageren niet op mijn verzoeken. Ik hoor niks.” 

De verdeling van fosfaatrechten betekent jaarlijks een fikse strop voor heel veel boeren. Ze gaan niet allemaal failliet, maar hebben er wel gruwelijk last van. ….

Zie hier voor het volledige artikel

Share This